Metaforen en verhalen – Zo vertel je waanzinnige verhalen (complete gids)!

Metaforen hebben een geweldig effect op mensen. In dit artikel vind je een complete gids om verhalen en metaforen te leren vertellen. Laten we alvast opwarmen met een paar snelle voorbeelden van metaforen:

  • De beste schutter van het land schoot ooit eens mis: zelfs de beste kan een fout maken.
  • Het hoofdpersoon uit een metafoor schoot met een pijl en boog op een boom, en tekende een cirkel eromheen: precies in de roos! Alles was al goed zoals het was.

metaforen en verhalen

Metaforen en verhalen

Het woord ‘metaforen’ kun je heel breed zien in NLP. Het komt er in ieder geval op neer dat je een eigenschap van een bepaald concept overbrengt op een ander concept. Door metaforen te gebruiken kun je boodschappen en motivaties krachtig uitdrukken, en het onderbewuste effectief bereiken en een gewenste richting opsturen. Je kunt met metaforen bijvoorbeeld een zakelijke band of doel schetsen: “Kijk, ik financier de helft. Onze voeten, tongen, harten en portemonnees gaan allemaal dezelfde richting op. Dus ik ben in dezelfde positie als jij. We gaan óf samen huilen, óf samen lachen. Laten we samen lachen. Het gaat goed worden.”

Zo vertel je een krachtig verhaal met een moraal of helende werking

Een docent kan aan storytelling doen in plaats van zomaar data te dumpen op zijn leerlingen. Hier vind je een gids om zelf aan te slag te gaan met dit soort metaforische verhalen.

Tip 1 – Houd deze constructie aan

Een metafoor in de vorm van een anekdote of verhaal kent deze constructie:

  1. Begin bijvoorbeeld met een vraag: “Wat is de mooiste klok die je ooit hebt gezien?”
  2. Introduceer de hoofdpersoon. “Er was eens een klok in een heel ver land, in een heel ver verleden…” – De held moet likable dus identificeerbaar zijn. Authenticiteit, hoop, kwetsbaarheid, liefde, vastberadenheid en verlangen is beter voor helden dan intelligentie of ‘swag’. Denk maar aan Disney: het zijn altijd buitenbeentjes. Dus als we een vertaalslag maken naar een andere context, zoals vloggen: maak jezelf menselijk en imperfect. Benadruk dat. Bijvoorbeeld het verhaal van David Copperfield, over zijn vader en opa die overleden zijn zonder dat hij afscheid kon nemen. Zoiets heeft het publiek ook meegemaakt. Iedereen weet hoe het voelt om een tweede kans te willen bij iemand die dood is.
  3. Introduceer een dagelijkse routine van de hoofdpersoon.
  4. Onderbreking van de routine, oftewel een probleem. Bijvoorbeeld: er moet een berg beklommen worden. Bonuspunten als de onderbreking van de routine een shock of een verrassing is. Dat doe je door verwachting of anticipatie op te bouwen en dat vervolgens te overtreden. Denk aan een man die een hond bijt. Denk ook aan contrasten. Contrasten zijn makkelijk en doeltreffend voor verrassing, humor en creativiteit/brainstormen voor je vlog.
  5. Emotionele impact op de hoofdpersoon. Uiteindelijk moet hij een emotionele verandering ondergaan.
  6. Stel het gewenste resultaat of de behoefte vast. Dit komt overeen met de real life obstakels waar het metafoor over gaat.
  7. Emoties tijdens die obstakels.
  8. Bronnen: wat heb je nodig om die obstakels te overwinnen?
  9. Welke mensen zijn nodig? Dit kunnen ook fictieve mensen zijn. Bijvoorbeeld de beste bergbeklimmer van de wereld.
  10. De uitkomst.
  11. Emoties na die obstakels.
  12. Link naar de situatie van de toehoorder versterken: “Denk daar over na.”
  13. Een conclusie. Wat heb je ervan geleerd?

Tip 2 – Gebruik submodaliteiten

Prikkel alle elementen uit het rijtje VAKOG. “Het was doodstil, en ik vroeg hem dat, en hij lachde, en met een twinkeling in zijn ogen, vertelde hij mij…” “Ik keek in zijn ogen, en zij keek in mijn ogen, en ze leunde voorover. Het was alsof de tijd stilstond voor een moment.”

  • Wanneer het in het verhaal stil is, ben je zelf ook even stil.
  • Gebruik woorden als: schreeuwen, fluisteren, dialecten, emoties, spierballen, brilletje, stralen, gloeien, karaktertrekken, gewoontes, etc.

Tip 3 – Gebruik verschillende waarnemingsposities

  • Eerste positie: en toen vertelde mijn moeder mij dat ik mijn haar moest kamen.
  • Tweede positie: doe je moeder na. “Tom, kam je haar.”
    Dit kun je ook voor objecten doen, zoals een stoel, waarmee je wat lachers kan scoren: “Oh nee! Hier komen weer twee billen aan!”
  • Derde positie: je vertelt het verhaal verder vanuit een afstandje.

Tip 4 – Leermetafoor-tips

  • Laat het metafoor moeilijker zijn dan het echte probleem.
  • Gebruik helende/bemoedigende woorden tijdens je metafoor,
  • Leg metaforen nooi uit. Zonde van het mysterieuze, krachtige aspect van een metafoor.

Tip 5 – Zo vertel je eenvoudiger

  • Laat een voorwerp praten. Dan krijg je vrij snel inspiratie tot een leermetafoor.
  • Improvisatie: maak associaties naar voorwerpen en activiteiten die met het verhaal te maken hebben. Je maakt het jezelf makkelijk door een magische box te visualiseren waar je dingen uithaalt. Je kan er letterlijk in kijken. Je onderbewuste doet het werk en jij hoeft alleen op te noemen wat eruit komt.
  • Beleef het verhaal zelf tijdens het vertellen! Deze verteltechniek heet: ‘A strange new world’. Stel je een wereld voor die nog niemand heeft gezien. Van te voren kun je eventueel helemaal ronddraaien. ‘Stream’ alles wat je meemaakt live door het te vertellen. Beschrijf ook de elementen uit het rijtje ‘VAKOG’: wat zie, hoor, voel, ruk en proef je? Het plot bestond van te voren niet, maar ontstaat. Hetzelfde geldt voor emoties. Die ontstaan ook.
  • Het enige wat je in je achterhoofd hoeft te houden is een woord, idee, les of state. Deze in je achterhoofd houden voorkomt dat je jezelf blokkeert. Het leidt je dan gewoon verder. Als je hoofdpersonen bijvoorbeeld bij een heks aankomen, luister je naar wat de heks zegt, en houd je het thema ‘moed’ in de gaten waarna je vanzelf een situatie kan bedenken waar moed voor nodig is: De heks zegt: “Jullie zijn net op tijd voor het eten.” “Wat is er voor eten?” “Jullie.”

Tip 6 – Technische tips

  • Stel vragen tijdens het vertellen van je metaforen. Bijvoorbeeld: “Heb je eens geprobeerd lange afstand in op een berg af te leggen?”
  • Gebruik veel pauzes. Dat geldt overigens ook voor presentaties en coachingsgesprekken.
  • Speel ook met je volume, bijvoorbeeld door soms te fluisteren.
  • Gebruik in je verhalen ook rijm en woordspelingen.
  • Met een verhaal ben je in principe al de kritische factor aan het omzeilen, maar je kunt extra van dat soort technieken toevoegen.
  • Op de piek van je verhaal kun je ook meteen een anker installeren voor later gebruik.
  • Om de luisteraars nog dieper in je verhaal te laten verzinken kun je het aftellen van 10 naar 1 verwerken in je verhaal.
  • De volgende zin is beschrijvend, emotioneel en interactief: “Ik voelde me zo klein op dat moment, maar mijn handen waren aan het trillen van spanning. Je kent dat gevoel ook he?”
  • Doe aan foreshadowing. Geef hints over wat er komen gaat.
  • Verwerk de ervaringen van je toehoorders. Ze moeten zich kunnen identificeren om ze meer te laten absorberen: Je zegt daarmee: ik ben jou. Ik heb dezelfde frustraties en problemen als jij.
  • Laat veel op het spel staan. Dat maakt het spannender en moeilijker. En hoe moeilijker het overwonnen probleem, hoe krachtiger het metafoor. Ga niet zo door het leven, maar vertel verhalen wel zo.
  • Het verhaal is geslaagd wanneer je samen met de toehoorder ‘aha’ zegt, want dan is er empathie: je verplaatst je in een persoon en zijn verhaal. De toehoorders moeten jouw eureka-moment zelf beleven.
  • Wat wil het publiek. Waarin zijn ze geïnteresseerd? Dus niet interessant maar geïnteresseerd zijn.
  • Laat je verhaal altijd in alle toepassingen waarvoor je het gebruikt los. Laat anderen bijdragen en laat interactie toe. Dit gebeurt sowieso, dus niet erg vinden.
  • Een bepaalde openheid of gaten plaatsen in het verhaal.
  • Multiplier: de toehoorders moeten het door kunnen vertellen (dit is belangrijk in marketing).
  • Vertel je verhaal of metafoor in de tegenwoordige tijd. Geen: “Daar was ik dan, in mijn eentje in de mysterieuze tuin” Maar: “Daar ben ik dan, in mijn eentje in de mysterieuze tuin”.

Tip 7 – Maak het isomorfisch

Een isomorfisch verhaal is een verhaal dat heel precies over de toehoorder gaat.

  • Vertel een verhaal over de vorige client.
  • Een ondernemer kan aan zijn werknemers mythes vertellen over de werknemers die voor hen hier werkten om de bedrijfscultuur te schetsen.
  • Probeer verhalen zo veel mogelijk isomorfisch te maken met analogieën en metaforen. Bijvoorbeeld: het object, zoals een granaat, kan praten en vertelt geen granaat te willen zijn maar een opbouwende, vredelievende voorwerp
  • Indirecte feedbackloop: gebruik ook mind reads en letterlijke live pacing:
    De ogen van het publieks worden moe: de ogen van de hoofdpersoon worden ook moe. Hetzelfde geldt voor aan het hoofd krabben, geeuwen, etc.
    Maar ook een gedachte. Bijvoorbeeld: hij vindt dat hypnose niet werkt/voelt zich gealarmeerd, etc.
  • Is je client een moeder met zeurende kinderen, vertel dan bijvoorbeeld een verhaal over een tuinman met twee rozen die aan elkaar vastzaten.

Tip 8 – Bouw een nested loop

Open vijf verhalen en stop steeds op het hoogtepunt. Daarna plaats je directe suggestie(s), en tot slot sluit ze je alle verhalen in omgekeerde volgorde af. De directe suggestie wordt door het bewuste vergeten door al die lagen en geheugenverlies. Ons brein onthoudt het begin en het einde van verhalen het beste. Het begin en het einde van verhaal 1 zorgen er dus voor dat de rest vergeten wordt: alles wat je daartussenin vertelde. Het verhaal wordt dan ook belangrijker gevonden, het leer-proces wordt niet afgesloten, het onderbewuste wordt beziggehouden, waardoor de weg vrijkomt voor suggesties.

  • Creëer verschillende tijden en locaties bij de verschillende verhalen.
  • Laat de verhalen vloeiend overvloeien of abrupt: soft loop of hard loops. De overgang kan bijvoorbeeld zo gaan: “Ik kan me herinneren dat ik John voor het eerst ontmoette… Hij vertelde me dat hij iemand ontmoette die tegen hem zei… Maar daar kom ik later nog eens op terug.
  • Behandel eventueel in ieder verhaal van de nested loop een andere emotie of state (voor een rollercoaster van emoties), zoals fascinatie, ontspanning, genot, attentie, etc.
  • Gebruik iedere loop (verhaal) om steeds een deel van het geheel aan te pakken, bijvoorbeeld om obstakels een voor een bij die persoon uit de weg ruimen.
  • Maak de overgang ook abrupt, bijvoorbeeld bij het afbreken van een zin: “Het beste aan relaxen is… Weet je wel wanneer je wel eens gaat rijden, dat je dan opeens opmerkt dat je in een toestand bent waarin je je gedachtes op de weg gefocust ziet en je de radio niet meer hoort?”

Symboliek in verhalen

Verwerk symboliek in je verhalen door creatief te denken. Daarnaast zijn er een aantal universele metaforen waarvan je gebruik kunt maken.

Voorbeelden:

  • Een reis staat voor het leven. Onderweg komt succes, falen en genezing voor.
    – er zijn altijd mooie tijden
    – er zijn altijd slechte tijden
    – er zijn altijd moeilijke tijden
    – er zijn altijd makkelijke tijden
  • Bergen zijn grote en moeilijke uitdagingen. Je kunt wegglippen, ook bij het afdalen.
    Er is succes. Er is een piek. Er is glorie. Er is een gevoel van iets bereikt te hebben.
  • Heuvels zijn minder uitdagend. Ze bereiden je voor om straks de bergen te beklimmen die nog gaan komen.
  • Watervallen zijn prachtig, overweldigend, heel krachtig. Je staat er machteloos tegen.
    Je kan het niet stoppen. Je moet een andere weg vinden.
  • Onkruid: het is nutteloos om het te snoeien. Ze moeten met wortel en al verwijderd worden.
  • Bloemen: doen ons welkom voelen, we voelen ons er goed door.
  • Zon: optimisme. Het verwarmt ons. Het is de bron van al het leven.
  • Maan: in het donker verlicht het ons.
  • Sterren: verwondering.
  • Wind: het kan ons verwarmen of afkoelen, het is de kracht van verandering. Het kan bomen wegwaaien, het kan ook aangenaam zijn en alleen wat blaadjes meevoeren. Het kan een wind in de rug zijn en het kan tegenwind zijn.
  • Sneeuw: mooi, wit. Maar lastig en vertragend, maar met de juiste hulpmiddelen zoals ski’s ga je juist veel sneller dan normaal.
  • Storm: erg moeilijk om mee om te gaan, maar als je veilig beschut bent is het schitterend.
  • Regen: zonder regen geen leven. Het maakt reizen moeilijk maar het is nodig voor de groei van planten. Het is ook nodig voor ons om water te drinken. Teveel zorgt voor overstromingen.
  • Bladeren: veranderen van kleur, zorgen voor schaduw, ruiken zelfs goed.
  • Een metafoor van Voltaire: we moeten onze tuin cultiveren. Zie je denken, je emoties en je ziel als een prachtige ultieme tuin. Een mooie voedzame oogst krijg je door zaden van warmte, liefde en waardering te zaaien in plaats van zaden van teleurstelling, boosheid en angst. Een onkruid is een call to action om het te plukken.”
  • Je vertelt over een kind dat met zijn ouders naar je toe kwam. Het kind mocht blijven en de ouders moesten buiten wachten. Dit staat symbool voor het erkennen van het kind in de client tegenover je. Deze mag vrijuit praten nu.

Voorbeelden

Laten we kijken of we alle tips nu kunnen toepassen:

  • Ik was door het bos aan het lopen toen opeens een klein konijntje voor me kwam springen en zei: “Alsjeblieft meneertje, laat de hond me niet opeten!” Ik besloot dat ik dit kleine beestje niet kan laten leiden dus ik pakte het op en ik zei: “Wees maar gerust kleine vriend, ik bescherm je.” Opeens kwam de hond eraan rennen. Het is een kleine Chihuahua en ik kijk ernaar, ik lach en ik zeg: “Hey,als je aan mijn vriend wil komen moet je eerst langs mij.” Het arme kleine hondje draaide zich om en rende zó snel weg! Toen ging ik naar huis met mijn konijn en nu zijn we beste vrienden.
  1. In bovenstaand voorbeeld wordt er begonnen met een routine: ik was door het bos aan het lopen.
  2. Vervolgens wordt de routine doorbroken: opens kwam er een konijn tevoorschijn gesprongen voor mij.
  3. Daarna moet er iemand emotioneel veranderd worden. In dit geval was ik het: ik zei dat ik voor het konijn zou zorgen en ik jaagde de hond weg.
  4. De belonging, of het resultaat: we zijn vrienden geworden.
  • Verhaal uit de soefitraditie: er was eens een jongetje die de hele dag op zijn trommel sloeg en er elke seconde van genoot. Nooit hield hij op. Ten einde raad riepen de buur-soefi’s om hem tot bedaren te brengen.
    De eerste zei: “Je doorboort je trommelvliezen als je doorgaat.” Dat was tegen dovemansoren gesproken.
    De tweede zei: “Het is een heilige activiteit, alleen voor speciale gelegenheden.”
    De derde gaf alle andere buren oordopjes.
    De vierde gaf het jongetje een boek.
    De vijfde gaf de buren een boek met een methode om boosheid via biofeedback de baas te blijven.
    De zesde liet het jongetje meditatie-oefeningen doen om hem te kalmeren “de werkelijkheid is louter verbeelding”.
    Geen van alles werkte.
    Uiteindelijk kwam een echte Soefi: hij keek de situatie eventjes aan, overhandigde het jongetje een hamer en een beitel en zei: “Wat zou er toch IN de trommel zitten?”
  • Tijdens zijn jeugd kwam er eens een paard bij Milton Erickson thuis en Erickson ging erop zitten om hem bij de eigenaar terug te brengen, maar in plaats van overal langs te gaan om te vragen of het paard van iemand was, liet hij het paard zelf de weg vinden. Toen de eigenaren van het paard vroegen hoe hij het wist zei hij: “Ik wist het niet: het paard wist het! Het enige wat ik deed was hem op de weg houden.” Het paard staat in dit verhaal symbool voor het onderbewuste.

Andere vormen van metaforen

  • Symbolisme.
  • Een anekdote.
  • Een traditioneel metafoor waarin je, vaak in één zin, een vergelijking maakt met iets. “Je bent als een blad want je ruikt lekker fris, je beschermt ons en je verandert steeds van kleur.”
  • Een traditioneel metafoor waarin je een equivalentie maakt. “Je bent een stralende zon.”
  • Isomorfisch metafoor: een verhaal dat op de situatie van de client slaat waarbij sommige elementen heel erg parallel lopen met de werkelijkheid.
  • Een XYZ-constructie: Tiger Woods is de Michael Jordan van de golfsport.
  • Een metafoor meemaken: Erickson liet een client die van zijn drankverslaving af wilde, een cactusplant kopen en gedurende een periode ernaar kijken.

Oefening – Het metaforenspel

Hoe krachtig zou het zijn als je het gebruikmaken van metaforen tot een echte gewoonte kunt maken? Speel dit spel daarom zo vaak mogelijk, bijvoorbeeld aan tafel tijdens het eten.

  1. Kies een doel. Bijvoorbeeld om makkelijker te kunnen schrijven.
  2. Persoon A zegt: “Het schrijven van een boek kun je vergelijken met…”
  3. Persoon B zegt: “Een appel.”
  4. Persoon C zegt: “Omdat je je tanden erin kunt zetten.”

Verbind de onderwerpen aan elkaar. Bijvoorbeeld: mannen en computers. Metafoor: mannen zijn als computers.
Om hun aandacht te krijgen, moet je ze opwinden.
Het is de bedoeling dat ze je problemen oplossen, maar de helft van de tijd zijn ze zelf het probleem.
Blijf de grappige of bijzondere gelijkenis vinden (vrouwen zijn als auto’s, kroegen zijn als werk, etc.)

Oefening – Metaforenspel als ijsbreker

Vind iemand die je nog niet kent. Vertel die persoon dat je een huiswerkopdracht aan het doen bent om metaforen te leren gebruiken. De opdracht is:

Stel jezelf aan elkaar voor door middel van een metafoor.

Bijvoorbeeld:

  • Ik ben als een auto, want ik heb vaak sturing nodig.
  • Ik ben als de zon, want ik straal altijd.

Utilization van metaforen

Bij utilization ben je in principe aan het werken met metaforen, en met name met metaforen van andere mensen. Een van de meest elegante dingen die je kunt doen is de achterliggende gedachte van utilization gebruiken in combinatie met metaforen.

Gebruik metaforen die afgestemd zijn op je toehoorders. Je kunt ze bijvoorbeeld baseren op hun identiteit, interesses of metaforen. Je ‘utilizet’ deze zaken. Zorg er dus voor dat je er eerst op de een of andere manier achter komt wat ze zijn. Ook kun je de metaforen die de client gebruikt adopteren.

Je kunt ook de syntax van iemands zin of metafoor gebruiken. Gebruik dezelfde structuur als de structuur van het probleem of beperkende gedachte.
“Het leven is als…”
“Ik hoorde een dichter ooit zeggen: Het leven is als”
Wel eerst naar ander random onderwerp afleiden voor de indirecte manier. Dan de oplossing aanbieden als metafoor. Ook daarna meteen de aandacht afleiden. Mocht hij vragen: wat was dat net? Dan zeg je: “O ja dat, wat zei ik ook alweer daarover? Dan gaat de client het zelf uitleggen en jij bevestigt hem daarin.

  • Ben je met een kattenliefhebber aan het praten, dan verzin je een metafoor over een kattennest waarin bijvoorbeeld één kitten altijd buiten de boot valt.
  • Praat je met een golfer, gebruik het metafoor van een ‘hole in one.’
  • Presenteer je iets aan een groep moeders, vergelijk je onderwerp dan met zwangerschap.
  • Gewicht van de wereld op mijn rug: zet de wereld eraf.
  • “Ik blijf er maar tegenaan lopen.” “Maak er gewoon een gat in, ga erover heen, ga eronder door of open een deur en ga er doorheen.
  • “Ik tast in het duister.” “Wat gebeurt er als je het licht aan doet?”
  • Weet je wie de favoriete sportheld van je gesprekspartner is, formuleer je boodschap of overtuiging dan in de strekking van zijn favoriete sportheld, bijvoorbeeld over een eigenschap of iets dat hij heeft meegemaakt in zijn carrière, om je gesprekspartner uit zijn dip te halen.
  • Toen Erickson een psychiatrische instelling bezocht was er een opstandige cliënt die dacht dat hij Jezus was. Erickson accepteerde dat en zocht vanuit daar een oplossing om hem toch aan iets opbouwends te laten meewerken: de vader van Jezus was een timmerman, dus de cliënt zal het accepteren om zich nuttig te maken als timmerman.
  • “Het voelt als een enorme last, een soort rugtas die ik mijn hele leven meedraag.” “Wat als je de rugtas loslaat? Wat als je hem in een racketje doet en hem naar de zon stuurt? En nadat dat gebeurt is, vertel me wat er gebeurt als je buiten rondloopt? En hoe voelt {het probleem} nu?
  • “Als je daar een beeld van bij zou maken, wat voor beeld zie je dan voor je?” “Een elastiek op spanning.” “Kan je die elastiek ontspannen? Wat gebeurt er dan?”

Wat je dus niet moet doen is: “Ik heb een homerun gescoord op het werk” als je toehoorder niet van honkbal houdt.

Oefening – In de praktijk

Bij de eerst volgende activiteit, vergadering of context waar je in betrokken raakt ga je een metafoor gebruiken die is af te leiden aan een voorwerp, gevoel of geluid in die situatie.

Bijvoorbeeld:

  • Er is wat fruit op tafel tijdens een vergadering: “Als we het plan doorzetten kunnen we later de vruchten plukken”, het fruit oppakkend.
  • Er liggen nog broodjes van de lunch. “We kunnen later de broodnodige resultaten oogsten.”
  • Tijdens een coaching-sessie met een cliënt die meer zelfvertrouwen wil wordt er op de deur geklopt: “En terwijl je nog meer ontspant weet je dat het zelfvertrouwen aan de deur staat”.

Grijp voortaan iedere mogelijkheid aan om een metafoor te gebruiken die gebaseerd is de context waar je op dat moment mee te maken hebt.

Dankje voor het lezen! Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden! Ook geef ik je graag een cadeau: je mag mijn Praktische Mindfulness Training gratis hebben. Klik hier om toegang te krijgen.

One Response to “Metaforen en verhalen – Zo vertel je waanzinnige verhalen (complete gids)!

Laat een reactie achter!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *