Opbouw van een presentatie – De ultieme gids voor een perfecte workshop

Ga je een presentatie of een workshop/training geven? Gebruik deze 28 stappen voor alle ingrediënten van een sterke presentatie. Dan zit het wel goed met de opbouw van je presentatie.

opbouw presentatie

De opbouw van het geven van een presentatie (of een workshop/training)

1. Research je publiek voor rapport en humor

  • Hoe meer informatie je van te voren verzamelt over je publiek, hoe meer je kunt inspelen op hun gewoonten, bekende woorden, bekende mensen, bekende gebeurtenissen, running jokes, inside jokes, etc.

2. Kom vroeg om een aantal zaken te regelen

  • Informeer van te voren over het publiek, bijvoorbeeld over hoe ze genoemd worden of hoe ze hun klanten noemen en ander jargon.
  • Controleer de microfoons, de hoogte van het podium, het licht en al het andere AV-materiaal.
  • Ondertussen schud je zoveel mogelijk mensen uit het publiek de hand.
  • Blijf niet te lang op een plek hangen, maar circuleer snel door de ruimte. Het doel is om vrienden te maken, omdat we eenvoudiger lachen met vrienden dan met vreemden.
  • Laat mensen dicht bij elkaar staan of zitten, en zoek eventueel een kleinere ruimte als er veel lege plekken zijn.

3. Zet eventueel muziek op voor de presentatie

  • Begin meteen aan het einde van het lied.

4. Introductie door een ander

  • Laat bij groepspresentaties iemand die al bekend is met de klant jullie introduceren. Geef bij de presentator aan dat hij je moet introduceren met een reden waarom jij de geschikte persoon bent.

5. Welkom heten/rapport maken

  • Ga tussen het publiek inzitten in plaats van op de leidingspositie (het podium). Zo zeg je dat je gelijkwaardig aan ze bent en zo is er ruimte voor rapport.
  • Praat met de mensen in het publiek, introduceer jezelf, schud handen, stel wat vragen over ze, over wat ze doen en hun interesses, en over waarom ze hier zijn.
  • Als het lukt heet je iedereen welkom en ga je iedereen persoonlijk langs. ‘Leuk dat je er bent. Welkom.’
  • Wanneer je een aanwezigheidslijst afgaat, kun je een moment nemen om, terwijl je een bepaalde naam opnoemt, naar de student te kijken en ernaar te lachen. Hou dat net zo lang vol totdat je een lach terugkrijgt.
  • Zoals een NLP-trainer ooit zei: ‘Als eerste maakte ik contact met het publiek, keek iedereen aan en stuurde energie met mijn buik naar het publiek (en ik dacht: ik houd van jullie).’

6. Props

(Dit is nog altijd voordat je begonnen bent!)

  • Voorwerpen eventueel aan het begin in een fel gekleurd koffertje/kratje/tas meenemen om de aandacht te pakken. ‘Wat zit erin, wat zit erin!’
  • Met je props spelen voor je begint.
  • Misschien even gooien naar iemand in het publiek.

7. Aanspreken

  • Het eerste wat je zegt is altijd gericht aan de gastheer, gastvrouw of de persoon die je heeft geïntroduceerd. Dat kan al met een simpele: ´De heer of mevrouw toastmaster’.
  • Daarna begin je het publiek aan te spreken, bijvoorbeeld met:
    ‘Dames en heren,’
  • Het is krachtig om na deze aanhef een stilte te laten vallen.

8. Bijzonder begin

  • Knallende opening: shock, grappig.
  • Mysterieus begin: raadsel/mysterieus object.
  • We gaan vandaag iet heel spannends doen…’
  • ‘Wisten jullie dat…’
  • Of introduceer het ene idee waarover je presentatie gaat: ‘Aan het einde van deze presentatie weten jullie hoe je {voordeel}’
    Het beste is dat alles naar 1 groot idee leidt waarover het publiek kan nadenken als het naar huis gaat.
  • Vertel waarom het belangrijk is voor jou en het publiek. Op welke manieren is dit verbonden aan het publiek? Bijvoorbeeld: ‘Het heeft erg veel invloed op jouw onderneming.
  • Begin snel en dynamisch. Bijvoorbeeld met schokkende cijfers. Niet beginnen met humor. Wel met persoonlijk emotioneel verhaal met je successen en falen.
  • Nieuwsgierigheid: iets beschrijven maar niet de naam verklappen nog. Combineer dit met schok-effect.
  • Kondig het ook aan als ‘heel bijzonder’, plus vertel waarom dat zo is.

9. Of begin rustig: ‘Goedemorgen…’

  • ‘En hoe gaat het met ons deze morgen? Goed geslapen? Interessante dromen, ideeën, bewustheden gekregen? Enige behoefte om erop commentaar te geven?’
  • Daarna kun je doorgaan met de Yes-set: ‘Hier zitten we dan met z’n allen, we hebben allemaal koffie en thee en we zijn in verwachting van wat deze dag ons zal brengen. Laten we er samen een mooie dag van gaan maken.’
  • Yes-sets: ‘Dus iedereen is hier vandaag, en het is een mooie dag, en jullie hebben allemaal je boek mee, en jullie zijn klaar om te beginnen met leren.’

10. Link naar vorige spreker

  • Ga kort inhoudelijk in op waarover de vorige spreker het had en verbind het met jouw onderwerp.

11. De ‘wat’ alvast kort noemen

  • Om het onderwerp duidelijk te maken kun je op het begin alvast de ‘wat’ introduceren.

12. Structuur uitleggen

  • Het is belangrijk om de structuur uit te leggen: tell em what you gonna tell em, tell em, tell em what you told em.
  • duidelijk zeggen: ‘Wat gaan we allemaal doen.’
  • Bijvoorbeeld: ‘Er zijn 3 dingen waar ik over ga praten/3 ontdekkingen die jullie kunnen helpen
    (Geef tijdens je presentatie ook steeds duidelijk het begin en einde van die onderdelen aan: duidelijke overgang)
  • Een voorbeeld van een structuur is:
    1. Status quo schetsen.
    2. Vertellen hoe het moet zijn.
    3. Vergelijk die twee. Maak het gat zo groot mogelijk: ‘Hier is het verleden en heden, en kijk, daar is de toekomst.’
    4. Spring constant tussen die twee tijdens je presentatie. Want je moet de huidige status quo/resistance gebruiken als de wind voor een zeilboot: dan gaat het juist sterker!

13. De waarom

  • Waarom en waarmee wil je het publiek inspireren?
  • ‘Als ik jullie een tool gaf waarmee je eenvoudig en krachtig overal overeenstemming kunt creëren op je werk en privé, zou dat dan interessant zijn voor jullie?’
  • ‘Kan het waardevol zijn voor jullie om … te leren?’

14. Het doel duidelijk hebben

  • vertel (of liever: vraag) wat het doel is: leren.

15. Persoonlijke doelen

  • Dit is een onderdeel van de ‘waarom’. SMART per persoon laten opschrijven.
  • Vanaf de tweede keer vraag je: ‘Waar zijn we gebleven en waar gaan we naartoe?’

16. Ijsbreker

  • Binnenkort zullen we hier een link plaatsen naar een pagina met echte NLP-ijsbrekers.

17. Verwachtingen?

  • Vraag het publiek wat het verwacht.
  • Zet ook het kader neer dat je een toegankelijke trainer bent, waarbij zelfstandig onderzoek aangemoedigd wordt:
    ‘Maar een waarschuwing: accepteer niet alles wat ik zeg, omdat ik het zeg, want het zal je niks goed doen. Je hebt waarschijnlijk al eens klakkeloos dingen aangenomen van anderen, maar neem al helemaal niks klakkeloos aan van mij. Analyseer mijn woorden, op de manier waarop een goudsmid goud analyseert: door te wrijven, schrapen, snijden, smelten… Dus wees aan de ene kant open en ontvankelijk, maar wees aan de andere kant ook willend om zelf te onderzoeken. Anders is het een soort luiheid, en dat willen we niet.’

18. Terugkoppeling

  • Vraag om persoonlijke ervaringen van de afgelopen week: wat heb je gedaan waardoor je weet dat het werkt?
  • Wat weten jullie al van dit onderwerp? Waar doet jullie dit aan denken?
  • Analyse: verbanden leggen tussen vorige lessen.
  • Connecties maken: bijvoorbeeld het publiek met sticky notes laten opschrijven hoe de geleerde onderwerpen met elkaar verbonden zijn.

19. Kennis geven: de ‘wat’

  • Geef de benodigde kennis. Doe dat met zoveel mogelijk hulpmiddelen die alle zintuigen prikkelen.
  • Nodig de groep bijvoorbeeld uit om naar voren te komen en rond de flipover te komen staan.

20. ‘Concrete practice’: de ‘hoe’

  • Demo.
  • Praktijkoefening.

21. Voorbeelden (en altijd om contra-voorbeelden vragen)

  • Dit zijn een aantal voorbeelden…
  • Voor wie geldt dit niet? Inderdaad, niet voor iedereen.

22. What if (vragen)

  • Dit is een erg belangrijk onderdeel. Het publiek moet de mogelijkheid krijgen om al zijn vragen te kunnen stellen.
  • Je stelt de volgende vragen aan het publiek:
    Welke vragen heb je? (Wouw, geen vragen dat is of goed nieuws of slecht nieuws)
    Wat heb je geleerd?
    Wat moeten we weten?
    Wat kun je hiermee? Deze vraag kan eventueel in groepjes besproken worden.
  • Vertel het publiek hoe lang ze hebben voor vragen.
  • Vraag na het beantwoorden: ‘Heb ik je vraag goed beantwoord?’

23. Huiswerk

  • Geef huiswerk op.
  • Laat twee deelnemers die elkaar nog niet kennen e-mailadressen uitwisselen om te controleren of ze het huiswerk doen of eventueel om met elkaar te oefenen.

24. Samenvatting

  • Vertel ze wat je ze vertelde (Tell em what you told em).

25. Conclusies

  • De conclusie is vaak de Call To Action: de actie die ze moeten doen. Vraag hen het meteen ter plekke te doen na de presentatie. Herhaal de grotere reden, de ‘waarom`.
  • Ontwikkel de eigenschap om datgene waarvan je wil dat het publiek het het beste onthoudt, als laatste te vertellen.
  • Of eindig met iets waarover ze kunnen nadenken, bijvoorbeeld een statistiek.

26. Wat heb je geleerd?

Terwijl jullie je weg vinden naar een stoel die het meest comfortabel is voor jou (pacing), nodig ik jullie uit om terug na te denken over vanochtend, en op te merken welke ervaringen voor jou belangrijkst waren, er bovenuit staken, en wat je daarvan wil houden, onthouden, en vooruit meenemen in de toekomst om te gebruiken.

Gebruik het volgende sjabloon:

  • Wat heb je geleerd, wat heb je ontdekt?
  • Kies de belangrijkste uit.
  • Vind een plek/tijd in je toekomst
  • Pas toe (future pace)
  • Verbinden met het persoonlijk doel: ‘Wat is datgene dat je wil leren, weten, wat je wil creëren, bereiken, wat je mogelijk wil maken voor jezelf en je familie/ doen wat belangrijk is voor jou?’ ‘Denken jullie dat kennis belangrijk is?’
  • Het is goed om nieuwsgierig te zijn, want je begint je af te vragen: ‘Hoe kan ik dit materiaal toepassen?’

26. Evaluatie/Affectief/Reflectie

  • Laat iedereen zichzelf een cijfer geven over hoe hij zich voelt, plus een toelichting. Bijvoorbeeld: vredig, gelukkig , gefrustreerd, uitgelaten, bijzonder vrolijk, opgewonden, een beetje nerveus (dit kan ook op het begin, bij de aanwezigheidslijst).
  • Ieder mag willekeurig zijn dankbaarheid uitspreken, vertellen wat goed ging of er kan zomaar iets gezegd worden.
  • Nodig iedereen uit om zijn mening te geven.
  • Wat vonden jullie het minst goede deel van de sessie?
  • Wat vinden jullie het beste deel van de sessie?
  • Hier komt een link naar ‘De hand’ een fijne werkvorm om te reflecteren.

27. Slot

  • Richt jezelf weer tot de gastheer of presentator: ‘De heer of mevrouw toastmaster’.
  • Geniet van het applaus.

28. Introduceer alvast de volgende spreker en vraag om een applaus voor die persoon

  • Laten we een ronde applaus geven aan …
  • Dat verdient waardering!
  • Laten we hem een applaus geven.

Hoe bouw jij je presentaties op?

Dankje voor het lezen! Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden! Ook geef ik je graag een cadeau: je mag mijn Praktische Mindfulness Training gratis hebben. Klik hier om toegang te krijgen.

Laat een reactie achter!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *