Overtuigingen: belemmerende ombuigen in bekrachtigende

Hoe kun je belemmerende overtuigingen ombuigen in bekrachtigende overtuigingen? En wat zijn (beperkende) overtuigingen eigenlijk? In dit artikel vind je een heldere uitleg.

Wat zijn overtuigingen?

Overtuigingen zijn een van de filters waarmee we de wereld ervaren. Om precies te zijn: overtuigingen zijn generalisaties, die vaak ontstaan zijn uit het verleden. Je hebt een of meerdere keren iets meegemaakt, en je gelooft vervolgens dat het altijd zo zal zijn.

Overtuigingen bepalen wat we als mogelijk en onmogelijk ervaren en we vertrouwen erop dat ze waar zijn. Echter, zijn ze wel de waarheid? Het zijn ‘maar’ overtuigingen en niet absoluut waar en in steen geslepen. Bovendien is ieder moment nieuw en zijn wij ieder moment nieuw. Overtuigingen worden in stand gehouden maar het verleden is niet gelijk aan de toekomst…

Overtuigingen zijn niet de waarheid. Het zijn maar overtuigingen.

Daarnaast kun je een tweedeling maken: we kennen bevorderende overtuigingen en belemmerende overtuigingen.

Overtuigingen zijn generalisaties, maar waarover?

overtuigingen voorbeeld

Robert Dilts veel werk verricht op het gebied van overtuigingen. Hij verklaart overtuigingen als beperkende of bekrachtigende generalisaties.

Overtuigingen zijn zinvol en bekrachtigend als je ze in bepaalde contexten op subjectieve wijze gebruikt. Voor iedere overtuiging is er wel een context te vinden waarin het zinvol is om die overtuiging toe te passen.

Overtuigingen worden beperkend als je ze als objectief gaat beschouwen. Als je een overtuiging gaat toepassen op meerdere contexten – dus generaliseren – zal je uiteindelijk een situatie tegenkomen waarin die overtuiging beperkend werkt.

Het bekende voorbeeld is dat van het kind dat van zijn/haar ouders leert om niet met vreemden te praten. Als die overtuiging gegeneraliseerd wordt naar meer contexten, bijvoorbeeld naar later in het volwassen leven van het kind – werkt deze overtuiging beperkend.

Een ander voorbeeld: De overtuiging “Hoe meer ik geef, hoe meer geluk ik zal hebben,” is niet zinvol als je in een gezin woont waarin je niet gewaardeerd wordt als je iets voor anderen doet. In je huidige gezinscontext is het zinvol om die overtuiging niet meer toe te passen (en om wellicht te scheiden). In andere contexten, zoals je nieuwe relatie of je vrijwilligerswerk, is het wél zinvol om die overtuiging toe te passen.

Overtuigingen zijn (onbewuste) generalisaties over…

  • oorzaken;
  • bedoelingen;
  • betekenissen;
  • grenzen;
  • en beperkingen.
Hierna lezen:  Framing: theorie, voorbeelden & tips (invloedrijke communicatie)

…Met betrekking tot:

  • de wereld om ons heen;
  • specifiek gedrag;
  • capaciteiten;
  • waarden;
  • identiteit;
  • en zingeving.

Zie je dat er verschillende soorten overtuigingen kunnen zijn? Namelijk…

  • op oppervlakkig niveau: omgeving, vaardigheden en gedrag;
  • en op kern-niveau: waarden, identiteit en zingeving.

Voorbeelden van (beperkende, negatieve) overtuigingen

Voorbeelden van beperkende overtuigingen zijn:

  • Ik kan mijn dromen niet navolgen want ik ga er misschien in falen.
  • Ik zie er niet mooi uit, ik kan niet presenteren voor groepen.
  • Wat ik te zeggen heb is niet belangrijk.
  • Het is al te laat… Er is toch niks wat ik kan doen…
  • Ik ben een slachtoffer.

Hoe spot je nog meer voorbeelden van overtuigingen? Verderop in dit artikel leer je precies hoe je overtuigingen herkent en opspoort. Eerst moeten we ingaan op waarom overtuigingen zo belangrijk zijn…

Overtuigingen beïnvloeden vaardigheden, gedrag en omgeving – Daarom zijn ze zo belangrijk

belemmerende overtuigingen2

Als je er écht van overtuigd bent dat je geen leuk mens bent, dan is dat voor jou de realiteit. Ook al zeggen 100 mensen dat je wel een leuk mens bent, dat zal niet tot je doordringen. Of als je er echt van overtuigd bent dat je wel een leuk mens bent, dan is dat jouw realiteit en zal het je niks doen (het dringt niet door) als 100 mensen zeggen dat je geen leuk mens bent. Je overtuigingen sturen dus je selectieve perceptie.

Als we sterk aan onze overtuigingen vasthouden, riskeren we blind te worden voor de realiteit en alleen te zien wat onze overtuigingen bevestigen.
– Haemin Sunim

Ook wordt dit ‘confirmation bias’ genoemd: je gaat op zoek naar wat jouw overtuiging ondersteunt (deductie). Als je overtuiging is dat je voor het geluk geboren bent, zie je het overal. Als je voor het ongeluk geboren bent, zie je dat ook overal. Ook op talloze andere manieren beïnvloeden overtuigingen de lager gelegen logische niveaus.

Iedereen heeft zijn eigen overtuigingen, en die zijn niet de waarheid.

Overtuigingen zijn krachtig. In dit artikel over het positief opvoeden van kinderen vind je het bekende Rosenthal-effect. Deze experimenten leerden ons dat wanneer je in een basisschool aan een klas en aan de ouders vertelt dat het allemaal VWO-leerlingen zijn, er veel meer leerlingen het VWO gaan halen, en als je juist zegt dat het VMBO-leerlingen zijn, er veel meer het VMBO halen.

Hierna lezen:  Mapping Across uitleg (kom van verslavingen af met Like to Dislike)

Nu we dit weten over overtuigingen, kunnen we alvast een conclusie trekken…

Een conclusie die we nu alvast kunnen trekken, is dat wanneer je bijvoorbeeld je gedrag wil veranderen of verbeteren, het zinvol kan zijn om te onderzoeken welke overtuigingen je hierover hebt. Je overtuigingen bepalen hoe je filtert: ze bepalen je weglatingen, vervormingen en generalisaties.

Ik luister nooit naar iemand die uitlegt waarom je iets niet kunt.
– Michael Caine

Veel overtuigingen zijn ontstaan toen je 0-7 jaar was (de imprint-periode)

overtuigingen

Als een kind in de kleuterklas kleurtjes mag kiezen om te gaan tekenen, en het doet er een beetje lang over, wat doet het dan met het kind als de meester zegt: ‘Hier! Jij kunt geen keuzes maken. Neem deze!’ Een juf hoeft tijdens het zingen met de klas maar te zeggen: ‘Pak jij maar een tamboerijn om er twee keer per minuut op te slaan. Ga jij maar achterin staan, dan kunnen we de kindjes die wel goed kunnen zingen, beter horen.’

Als je tijdens de imprint-periode een groep kinderen vraagt: ‘Wie kan er heel goed zingen/tekenen?’ Dan roept iedereen enthousiast: ‘Ik, ik, ik!’ Stel je deze vraag aan een groep volwassenen, gaat er misschien een hand omhoog…

Onze gedachten zijn onze enige beperking.

Hoe spoor je overtuigingen op?

Onderstaande technieken én de technieken die verderop in dit artikel staan, vinden hun oorsprong veelal in het boek van Robert Dilts: ‘Verander je Overtuigingen’ (via Bol.com). Dit boek wordt aanbevolen als facultatieve en vaak zelfs verplichte literatuur bij NLP-opleidingen. Een aanrader als je alles wil weten over overtuigingen!

Hierna lezen:  Wat Is Mindset? Eindelijk Een Betekenis Voor Deze Vage Term

Wil je bij jezelf of bij een ander overtuigingen opsporen? Richt je dan op de volgende zaken:

  • Een zich steeds herhalend gedrag (patroon) dat een voorbeeld is voor de overtuiging.
  • Incongruenties, die zich bijvoorbeeld kunnen uiten via twijfelingen / haperingen in je gedrag.
  • Iets dat de ander wel wil, maar niet doet. Iets dat steeds niet lukt.
  • Een aarzeling tijdens het beantwoorden van de vraag. Ook wanneer de ander denktijd nodig heeft of weerstand vertoont, weet je dat je op de goede weg zit voor het opsporen van een overtuiging.
  • Let op de volgende uitspraken: ‘Dit lijkt nergens op, maar…’ ‘Ik weet niet wat me tegenhoudt.’ ‘Dit is niet zoals ik ben.’
  • Een identificatie: ‘Ik ben een {leuk, saai, afstotelijk} mens.’
  • Ook waarden zeggen wat over overtuigingen.
  • Stel de vraag: ‘Hoe zou je je gedragen als je {gewenste uitkomst} nu had? Kun je doen alsof? Waarom niet?’ Let hierbij op beperkende overtuigingen en beslissingen!
  • Stel de volgende vragen om belemmerende overtuigingen op te sporen:
    – Op welke manier denk je dat je onrealistische verwachtingen over jezelf hebt? (Maak een lijst)
    – Op welke manier ben je te streng voor jezelf? (Maak een lijst)
    – Wat moet je altijd doen? (Maak een lijst: ‘Ik moet altijd…’ en ‘Ik moet nooit…’
    – Wat wil je? Wat weerhoudt je ervan om het te krijgen? Wat houdt je tegen? Op welke manier(en) houd je jezelf tegen?
    – Als je het hebt, wat zou je dan bang maken om het te hebben?
    – Wat ben je aan het ontwijken?
    – Welk gevoel ben je aan het ontwijken, zodat je het niet hoeft te voelen? Op welke manier heeft dit ontwijkgedrag invloed op je leven?
    – Wat zou de ergste belediging zijn die iemand naar je kan gooien?
    – Als ik je gevoelens echt zou willen kwetsen, wat zou ik dan moeten zeggen?
    – Waarover schaam je je om ernaar te kijken, waardoor je gestopt wordt om … te doen?
    – Welke regels heb je over hoe je je zou moeten gedragen, waardoor je jezelf in de weg staat om voorwaarts te kunnen gaan?
    – Waar geloof je in, waardoor je beperkt wordt om volledig jezelf te zijn?
Hierna lezen:  Chunking: wat is de betekenis van chunken? (Alle upchunk-vragen!)

Bestudeer vooral het Milton Model en let in de taal van de andere persoon op modale operatoren van onmogelijkheid en noodzaak, complexe equivalentie, oorzaak-gevolg, (impliciete) universele kwantificeerders en vooronderstellingen. 

  • Oorzaak-gevolg: “Als ik doe wat mij gezegd wordt, dan zal ik liefde ontvangen.”
  • Complexe equivalentie: “Alle mannen zijn leugenaars.”
  • Vooronderstelling: dingen waarvan we aannemen dat ze waar zijn, zonder dat we ze expliciet noemen. Hoe dieper voorondersteld, hoe onbewuster de overtuiging is. “Om hoe laat komt de zon vandaag op?” De vooronderstelling, oftewel overtuiging: “De zon komt op.”
  • Universele kwantificeerder: “Niemand mag me.”
  • Modale operator van noodzaak: “We moeten vandaag zonnebrand gebruiken.”

Herken je bovengenoemde patronen in onderstaande voorbeelden van overtuigingen?

  • Relaties zouden makkelijk moeten zijn, anders zijn ze het niet waard.
  • Ik ben niet slim genoeg om dit materiaal te leren.
  • Wat ik ook doe, het zal toch geen verschil maken.
  • Als ik doe wat me gezegd wordt, zal ik liefde ontvangen.
  • Hoe meer ik geef, hoe meer succes ik zal hebben.
  • Als ik mezelf aan anderen geef, zal dat zeker voor wederkerigheid zorgen (Hoor je de impliciete universele kwantificeerder?)
  • Alle Zweedse vrouwen zijn mooi.
  • Alle mannen zijn leugenaars.
  • Ik ben onwaardig.
  • Ik ben een slachtoffer.
  • Er is altijd een weg.
  • Groot materieel geluk is grote slavernij.

De structuur van de overtuiging

overtuigingen

Bovenstaand model kun je gebruiken om de structuur van een overtuiging in kaart te brengen. Daarvoor kun je gewoon de vragen stellen die in het model staan. Bij het ovaaltje staan de overtuigingen, dus bij betekenis, oftewel de conclusie / generalisatie. Zo’n overtuiging is gebaseerd op een of meerdere ervaringen – het driehoekje. Ook criteria – het vierkantje – spelen een rol.

Hierna lezen:  PSYCH-K®, Wat Is Dit Voor Methode? [Betekenis & Ervaringen Nederland]

Heeft iemand bijvoorbeeld de overtuiging: ‘Marokkanen zijn niet te vertrouwen,’ dan kun je beginnen door naar het verschijnsel te vragen: Hoe weet je dat? Wat gebeurt er dan precies? En vanuit daar kun je de pijlen volgen en de andere vragen stellen.

Komt het woordje ‘betekenis’ in de ovaal je bekend voor? Wellicht herken je het uit het meta-model: een complexe equivalentie. A betekent B. {Verschijnsel} betekent {Overtuiging}.

  • Dat ik gefaald heb, betekent dat ik een mislukkeling ben en nooit zal slagen.
  • Als mijn baas zich opsluit in zijn kantoor, betekent dat dat hij mijn input niet waardeert.
  • Als ik niet veel geld verdien, betekent dat dat ik lui ben.
  • Als klanten niet kopen, betekent het dat er iets fout moet zijn met het product.
  • Als ik me slecht voel als ik even ga sporten, dan betekent dat dat sporten slecht voor me is.

Ook kan er een oorzaak-gevolg-constructie zijn. A veroorzaakt B. Als {verschijnsel}, dan {overtuiging}.

  • Succesvolle gebeurtenissen maakt mensen arrogant.
  • Als mijn baas zich opsluit in zijn kantoor, raak ik erg geïrriteerd.
  • Als ik niet veel geld heb, kan ik geen plezier hebben.
  • Mijn studenten doen hun huiswerk niet omdat ze te veel tijd besteden aan feesten.

Hoe verander je beperkende overtuigingen?

Overtuigingen kun je op twee manieren veranderen: gewoon in een gesprek of in een formele oefening. Laten we beginnen met hoe je in een gewoon gesprek overtuigingen kunt veranderen. Hieronder vind je een aantal voorbeelden van deze omdenk-herkaderingen:

Manier 1: van de ovaal naar de vierkant in bovenstaand model

We gaan gebruikmaken van chunking: abstracter en/of concreter worden. Eerst ga je upchunken om de positieve intentie te vinden, oftewel de criteria van de overtuiging (bijvoorbeeld zekerheid). Vervolgens kun je weer downchunken naar een alternatieve overtuiging voor het vervullen van diezelfde positieve intentie.

Hierna lezen:  Fundamentele behoeften en de positieve intentie: super krachtig!

Dus:

  1. Eerst upchunken: “Wat is de positieve intentie van deze overtuiging? Waar wil dit gevoel je voor beschermen? Wat wil het je vertellen? Wat doet deze overtuiging voor jou? Hoe dient het je?”
  2. Daarna chunk je weer omlaag naar een nieuwe overtuiging: “Hoe kun je de positieve intentie op een andere manier bevredigen, zonder deze overtuiging nodig te hebben?”

Manier 2: van de ovaal naar de driehoek in bovenstaand model

Chunk omlaag naar verschijnselen, oftewel feiten, zodat je tegenvoorbeelden tegen gaat komen voor de betreffende overtuiging. Bijvoorbeeld: “Zie je, mannen doen ook A, B en C, waaruit blijkt dat niet alle mannen een varken zijn.” “Oh, ik had die voorbeelden nog niet opgemerkt. Dat zorgt ervoor dat ik mijn overtuiging ga twijfelen!”

Gebruik meer metamodel-vragen om de overtuiging te ontkrachten door de andere persoon te laten zien dat de overtuiging beperkend is: “Wie zegt dat? Volgens wie? Hoe weet je dat dat waar is? Welk concreet bewijs heb je om deze overtuiging te onderbouwen? Heb je voorbeelden waarin het wel lukte?”

Manier 3: meer omdenk-mogelijkheden (herkaderen)

Je kunt het artikel over omdenken gebruiken om het verschijnsel, de betekenis of de criteria te herkaderen – dit zijn de drie elementen uit het model van de vorige paragraaf.

Neem bijvoorbeeld de ‘wereldmodel-herkadering’. Deze herkadering zit op downchunk-niveau, dus in de driehoek van bovenstaand model: het verschijnsel. Hieronder vind je een aantal voorbeelden van deze herkadering:

  • “Het leven is moeilijk.” “Dus voor jou, Piet, is je ervaring geweest dat het leven moeilijk was geweest?”
  • “Ik kan niet zingen.” “Dus jouw perceptie is dat je niet kunt zingen?”
  • “Het is moeilijk om geld te verdienen.” “Dus het is moeilijk voor jou om geld te verdienen?”
  • “Ik vind het moeilijk om vroeg op te staan.” “Dus op een gegeven punt in je leven had je de ervaring gehad dat het moeilijk is om vroeg op te staan.”
  • “De wereld is plat.” Dus jij gelooft dat de wereld plat is. Dus jouw perceptie is dat de wereld plat is.”
  • “Ik kan niet leren.” “Dus jij hebt ervaringen gehad waaruit je geconcludeerd had dat je niet kunt leren.”

Hier vind je alle herkader-categorieën.

Hierna lezen:  De hypnotiserende kracht van de Efteling (De kracht van kaders) (Handigste looproute & tips!)

Meer manieren om overtuigingen te veranderen

belemmerende overtuigingen2

Overtuigingen veranderen in een gewoon gesprek

  • Informatie verzamelen. Hoe je de relaties tussen het driehoekje, de ovaal en de vierkant ook ziet, het is erg zinvol om ze allemaal uit te vragen. Heb je bijvoorbeeld alleen de ovaal gehoord? “Ik voel me geïrriteerd”, dan kun je vragen: “Wat veroorzaakt dat voor jou?”
  • Op welke manier heeft dit invloed op je leven? Op welke manier is deze overtuiging/gebrek aan geloof in jezelf je duur komen te staan?
  • Wat gebeurt er wanneer je dit blijft geloven (over een jaar)?
  • Ben jij dat of is dat je gremlin, die aan het praten is?
  • Wie zou je zijn zonder die gedachte?
  • Waar kwam deze overtuiging vandaan?
    Wie gaf je deze overtuiging? Hoe voel je je nu over deze persoon? Respecteer je hem?
    Is deze overtuiging vandaag nog steeds geldig? Is het zinvol om hem nog steeds te geloven?
  • Geloof niet alles wat je denkt. Denk je dat niemand je leuk vond tijdens je middelbare school-periode, of dat anderen je raar vonden? Je doet het allemaal jezelf aan. In werkelijkheid zou het zomaar zo kunnen zijn dat iedereen je juist heel ontspannen en zelfverzekerd vonden overkomen…
  • ‘Het lukt me gewoon niet om me vrolijk te voelen.’ ‘Wanneer besloot je dat?’
  • Was er een punt in je leven waarin iemand tegen je zei dat het niet oké is om…?
  • Gebruik de wondervraag: Doe alsof je {nieuwe overtuiging} nu gelooft.
  • Gebruik priming om twijfel te zaaien over een overtuiging. Zoals je verderop in dit artikel met het hoefijzer-model leert, is het zinvol om niet direct van geloven naar niet meer geloven te gaan, maar om van geloven via twijfelen naar niet meer geloven te gaan.

Iedere ‘Ik kan het niet’ is eigenlijk: ‘Ik heb het nog niet gedaan.’ En dat wordt zelfs: ‘Ik ga het doen.’

Overtuigingen veranderen in een formele techniek

Daarnaast kun je formele technieken gebruiken. Een groot aantal NLP-technieken brengen een verandering tot stand in de overtuigingen van een persoon.

  • De meest voor de hand liggende techniek is mapping across.
  • Daarnaast is gedrag/actie belangrijk voor het installeren van een nieuwe overtuiging, omdat gedrag de uiting van een overtuiging is. Gebruik hiervoor een ‘wat als’-kader: hoe zou jij je gedragen als je {nieuwe bekrachtigende overtuiging x} had? Noem deze gedragingen en babystapjes waar je anders niet op zou zijn gekomen, en schrijf ze op. De overtuiging wordt vervolgens geïnstalleerd als je de komende dagen de acties ook gaat uitvoeren.
  • Het congruent maken van de logische niveaus lost dit ook op.
  • Daarnaast kun je de 6-stapsherkadering gebruiken om de positieve intentie van de overtuiging op een andere manier te bevredigen.
  • Ook Change personal history/reimprinting kun je gebruiken om op die manier naar het ontstaan van de overtuiging te gaan.
  • Time Line Therapy bevat een speciale techniek voor beperkende beslissingen.
  • Het integreren van delen is erg geschikt voor wanneer een overtuiging soms van kracht is en soms niet.
  • Zelfs technieken zoals het metamodel dienen hiervoor. Hiermee ontkracht je de overtuiging.
  • Ook visualisatie kun je gebruiken om nieuwe overtuigingen te installeren. Wees hier creatief in. Bijvoorbeeld… Sluit je ogen. Wees stil. Neem diep adem. Stel je een prachtig stralend licht voor in je verstand en hart zodat er geen donkere hoekjes over zijn. Stel je voor dat het scherm van je verstand volledig schoongeveegd is zodat je een andere overtuiging – een andere film – erin kunt zetten. Nu kun je een liefdesverhaal, een succesverhaal of een geluksverhaal afspelen. Kies je overtuiging, laat de film starten en leef je leven.
  • Ook kun je beperkende overtuigingen behandelen met de vier vragen van Byron Katie.
  • Hoe meer je over iets praat met andere mensen, hoe meer je het gaat geloven. Je hebt niet eens andere mensen nodig: via affirmaties kun je je nieuwe overtuigingen ook vaak uitspreken zodat ze steeds echter worden.
  • In de volgende paragraaf vind je een uniek model om overtuigingen te veranderen: het hoefijzermodel.

Iedere overtuiging die je kiest, wordt waar. Wil je gelijk hebben dat je oude overtuigingen bevestigd worden, of wil je gelukkig zijn door open te staan voor nieuwe positieve overtuigingen?

Algemene stappen voor het veranderen van overtuigingen, zowel in een gewoon gesprek als in een formele techniek

  1. Verzamel informatie.
  2. Week de oude overtuiging een beetje los.
  3. Vervang de oude overtuiging met een nieuwe overtuiging.
  4. Test
  5. Future pace
  6. Installeer de nieuwe overtuiging op je tijdlijn in een context waar/wanneer het zinvol is.

Actually, I can.

Beperkende overtuigingen vernietigen met het hoefijzermodel

overtuigingen

Deze oefening heet Het Hoefijzermodel van Dilts, want een hoefijzer staat voor geluk. Hiermee gaan we die vervelende, zelf-saboterende, beperkende overtuigingen stukmaken en we gaan er iets fijns ervoor in de plek zetten zodat het vacuüm niet opnieuw gevuld wordt met een beperkende overtuiging.

Hierna lezen:  Verwachtingen managen, hoe dan? Tips, technieken & voorbeelden

Eigenlijk gebeurt dat met deze methode nog op een vriendelijke manier, want we laten de beperkende overtuiging gewoon intact. We duwen hem enkel naar achteren op onze tijdlijn zodat we nu weten dat we die beperkende overtuigingen ooit wel hadden, maar nu niet meer. We halen zelfs een overtuiging die super welkom is naar het nu om de plek in te nemen van die vervelende herinnering.

Geloven, ooit geloofd en willen geloven zijn de drie soorten overtuigingen waar veranderingen plaats gaan vinden. Daartussen zitten tussenstappen om de overgang makkelijker te maken. Dit zijn open om te twijfelen en open om te geloven. De oefening komt neer op het volgende:

De stappen van het Hoefijzermodel

2010

De vijf posities

  • Willen geloven: wat zou je graag willen geloven (toekomst), wat je nog niet gelooft?
  • Open om te geloven: wat begin je te geloven, hoewel je nog twijfelt?
  • Ooit geloofd: wat heb je ooit geloofd (verleden), maar is iets dat je nu al lang niet meer gelooft?
  • Geloven: wat is iets waar je (nu) vast en zeker in gelooft?
  • Open om te twijfelen: wat geloof je nog wel min of meer, maar daar ben je niet zo zeker meer van?

De oefening van het hoefijzermodel voorbereiden

Voordat je de veranderingen gaat invoeren, bereid je de oefening voor door alle posities van het model te verankeren. Ga daarvoor op alle posities staan en denk bij iedere positie aan een overtuiging die erbij hoort. Deze gevoelens dienen als anker voor wanneer je de interventie gaat doen. Bij ooit geloofd denk je bijvoorbeeld: “Ik ben 13 jaar oud.” Bij open om te twijfelen denk je bijvoorbeeld: “Ik weet nog niet of ik deze zomer op vakantie ga.” Maak goed contact met open om te twijfelen. 

Doe hetzelfde bij alle andere plaatsen in het model. Kies een bijpassende overtuiging voor iedere soort en veranker het op die plaats. De oefening is voldoende voorbereid als het bijpassende gevoel van de verschillende types overtuigingen direct weer naar boven komt als je op een bepaalde positie gaat staan.

Hierna lezen:  De hypnotiserende kracht van de Efteling (De kracht van kaders) (Handigste looproute & tips!)

De interventiestappen van het hoefijzermodel

Nu kunnen we beginnen met de veranderingen door te voeren. Identificeer eerst de beperkende overtuiging die je weg wil hebben en de positieve overtuiging die ter vervanging dient. Bijvoorbeeld: “Nu geloof ik dat ik niet interessant genoeg ben, en ik wil in plaats daarvan geloven dat ik interessant ben!”

Op dit moment zit de beperkende overtuiging bij geloven omdat je daar helaas nu nog in gelooft. Dat is de rode cirkel in de afbeelding. Ook zit op dit moment de positieve ervaring nog in de toekomst, bij willen geloven. Daar gaat nu verandering in komen.

  1. Behandel de ecologie: is de ongewenste overtuiging op bepaalde manieren ook functioneel?
  2. Ga op geloven staan en breng de beperkende overtuiging van het nu (geloven) een stukje naar het verleden, naar open om te twijfelen.
  3. Er is in het nu, bij geloven, een vacuüm ontstaan waar eerst die beperkende overtuiging zat. Vul deze op met de gewenste, positieve overtuiging die nu nog in de toekomst zit, bij willen geloven. Ga in de toekomst staan bij willen geloven en haal die gewenste overtuiging naar open om te geloven. Straks keren we hier terug om hem helemaal naar geloven te brengen, in het nu.
  4. Aan de andere kant hadden we de ongewenste overtuiging bij open om te twijfelen laten liggen. Die gaan we verder verhuizen naar ooit geloofd, waardoor het verleden tijd wordt. In het verleden heb je van alles geloofd wat je nu niet meer gelooft, zoals in Sinterklaas. Welkom in het museum van oude overtuigingen. Zet hem er maar mooi neer in de hal, in je eigen museum. Voel hoe het is als je helemaal niet meer gelooft dat je niet interessant genoeg bent.
    ‘Hoe zou het zijn als je de overtuiging dat je niet interessant genoeg bent met een vrachtauto naar het verleden zou brengen, zodat het daar samen is bij al je andere oude overtuigingen?’
  5. Weer naar de andere kant. Daar voltooien we de oefening door de gewenste overtuiging, die we bij open om te geloven hadden laten liggen, verder naar geloven te brengen. Naar het nu dus.
    ‘Geloof het. Voel dat diep van binnen. Voel hoe het is als je zeker weet dat je interessant bent!’
Hierna lezen:  Framing: theorie, voorbeelden & tips (invloedrijke communicatie)

Een wellicht overbodige opmerking: de ongewenste en de gewenste overtuiging moeten natuurlijk aanvullend op elkaar zijn. De gewenste overtuiging moet een vervanging zijn voor de ongewenste overtuiging, dus het moet niet iets compleet anders zijn. Denk bijvoorbeeld aan de metaprogramma’s: als de oude overtuiging over mensen gaat, laat de nieuwe overtuiging dan ook over mensen gaan. Als de oude overtuiging over capaciteiten gaat, laat de nieuwe overtuiging dan ook over (dezelfde) capaciteiten gaan.

Dat waren de stappen van het hoefijzermodel voor overtuigingen. Hierboven heb je het lopend met ankers gedaan, maar je kunt het ook zittend met submodaliteiten doen, vergelijkbaar met de tweedelige mapping across.

Leg niet te veel nadruk op beperkende overtuigingen: niemand is gebroken

Je hoeft eigenlijk je beperkende overtuigingen niet eens te kennen of te benoemen. Er is niks mis met je. Het is helemaal niet zo dat je jezelf ‘saboteert met beperkende overtuigingen.’ Ga daar nooit heen met je gedachten.

Je hoeft alleen de overtuigingen die je wil te installeren. Dus wat je wel kunt doen: ‘Hoe kan ik dit nog meer bekijken? Wat ben ik nu nog niet aan het zien wat ik misschien wel zou kunnen zien? Aan welke nieuwe deur kan ik kloppen? Wat voor ander aspect zit hieraan? Welke nieuwe twist kan ik hieraan geven?’

Slotgedachte: overtuigingen zijn belangrijk maar staar jezelf er niet blind op…

Als je te veel nadruk gaat leggen op overtuigingen, loop je de kans om een wollige goeroe te worden. Soms moet je gewoon veel concreter te werk gaan dan het werken met overtuigingen, wat een abstract concept is.

Hierna lezen:  Mapping Across uitleg (kom van verslavingen af met Like to Dislike)

Hoe ga je concreter te werk? Door óók een logisch niveau lager te kijken, waardoor je op capaciteitsniveau uitkomt.

Stel dat een piloot de overtuiging heeft dat hij/zij niet goed kan vliegen. Als de capaciteiten van de piloot daadwerkelijk ontbreken om te kunnen vliegen, dan mogen we allemaal blij zijn dat de piloot gelooft dat hij/zij niet goed kan vliegen. De piloot moet dan helemaal niet exclusief aan zijn/haar overtuigingen werken, maar ook aan zijn/haar vlieg-vaardigheden.

Voor de piloot kunnen daarnaast overtuigingen bekrachtigend en motiverend werken door te voelen: “Dit is wat ik wil!” Ook overtuigingen als “Ik ben ene uitsteller” of “Ik ben het niet waard om dit te mogen leren” kunnen aangepakt worden.

Maar “Ik kan niet goed vliegen” moet je in dit voorbeeld zeker niet op overtuiging-niveau behandelen, maar op capaciteitsniveau.

Kortom: maak goed onderscheid tussen overtuigingen en andere logische niveaus.

Wil je je verder verdiepen in overtuigingen? Dan is ‘Verander je Overtuigingen’ (via Bol.com) van Robert Dilts verplichte kost.

Bekijk deze bonuspagina…

Deze stof leerden we niet op school. Hierdoor voelen we vaak negativiteit en belemmeringen bij wat we willen bereiken. Daarom wil ik je iets laten zien. Klik hier om NLP te leren met behulp van video’s, mp3’s, demonstraties en scripts.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!