Coaching tips – 63 krachtige tips voor topcoaches [Lijst]

Hoe kun je je coachingsvaardigheden verfijnen, zodat je nog effectiever bent? In dit artikel vind je extra coachingstools voor topcoaches, in de vorm van 58 coaching tips.

Coaching tip 1 – Toon inzet, want je bent niet zomaar een gesprekje aan het voeren

Doe je best en zet je in voor de cliënt. Wees alert en breng jezelf in de COACH-state, waarover later een artikel geschreven zal worden. Je bent niet zomaar een gesprek aan het voeren, dus je kunt niet achterover leunen. Je schudt de client helemaal wakker door alles wat je doet. Om een goede coach te zijn, is er alles voor nodig wat je in huis hebt!

Coaching tip 2 – Onderneem direct actie

Concrete stappen die iemand kan nemen om een doel te bereiken, kunnen in veel gevallen ook gewoon binnen een dag, uur, tien minuten of meteen uitgevoerd worden. Moedig de cliënt aan om dat ook te doen. Bijvoorbeeld: “Voor wie ben je heel dankbaar? Bel die persoon op en vertel dat.”

Coaching tip 3 – Verplaats je client fysiek

De persoon die mensen, letterlijk, beweegt om dingen te doen, is de leider. Om niet te bazig over te komen breng je alles casual en met een lach.

  • Waarom neem je geen plaats daar?
  • Waarom neem je die stoel daar niet?
  • Waarom ga je niet daar staan zodat je beter kan zien…
  • Waarom laat je dat niet gebeuren?
  • Waarom kom je niet even hier zodat ik je kan vertellen over… Want dit stuk is belangrijk voor jou.

Coaching tip 4 – Subtiel knikken – De interne ja-ladder

We hebben het over de ‘Sullivan Nod’: maak een erg subtiele knik-beweging met je hoofd. Dit word bijvoorbeeld door illusionisten en verkopers gebruikt om de andere persoon de keuze te laten maken die de verkoper of illusionist wil. Ze knikken lichtjes wanneer ze de gewenste optie noemen. Coaches kunnen soms subtiek knikken om de client in een ja-ladder mee te nemen. Dat is beter dan de achterhaalde expliciete yes-ladder waarbij je steeds een vraag stelt om een ja te krijgen.

Coaching tip 5 – Wat mensen zeggen over anderen zeggen, slaat op hunzelf

Een krachtig inzicht voor iedere coach, is dat de client zijn eigen realiteit op zijn buitenwereld projecteert. De client ziet de buitenwereld zoals hij of zij zelf is. Alle positieve en negatieve dingen die de client over andere mensen zegt, slaan eigenlijk op de client zelf.

Coaching tip 6 – Stelt de client een vraag? Zoek naar de juste vraag áchter die vraag

Een anekdote over Bandler, de grondlegger van NLP: er zat eens een vrouw die hij niet kende, bij hem in een auto. De vrouw begon hevig te huilen en vroeg hem: “Waarom drink jij?” Bandler gaf gewoon antwoord op de vraag, waarna hij toevoegde: “Dat is niet wat je me wilde vragen. ‘Waarom drink jij’ hoor je je hele leven al van iedereen, misschien op een spottende manier.”

Bandler schepte daarna verwarring en leidde de vrouw af van het huilen: “Kijk, is dat jouw hond?” “Nee, hoezo?” Bandler begon een metafoor te vertellen over een hond. “Oh, je wilde me vragen: ‘Waarom drink ik!'” Bandler antwoordde: “Nog steeds niet de juiste vraag. Dit gaat er zo meteen gebeuren…

Ik ga je vertellen wat de goede vraag is, waarna je mijn aanraking op je rechter schouder gaat voelen, en nadat je mijn aanraking op je schouder voelt ga je naar huis en vind je de antwoorden op de vraag die ik je ga stellen.” En de vraag kwam: “Wat zou je doen als je niet dronk?” En de aanraking volgde, en de vrouw ontwikkelde daardoor een trance. Ze ging naar huis, en ze loste haar drankprobleem op.

Coaching tip 7 – Maak gebruik van tact

Denk goed na over hoe je iets brengt. Voorbeeld uit de eerste NLP-case studies: het onderbewuste van een homoseksueel die hetero wil worden, zou alleen met de verandering in kunnen stemmen als je het brengt als een ‘spirituele verandering naar heteroseksueliteit’, en niet dat de homoseksualiteit een ‘fout’ was door iets wat in het verleden gebeurd is, want dat zou hij zijn hele leven als een fout zien.

Coaching tip 8 – Spiegel de client om hem of haar iets af te leren

Doordat je iemand spiegelt, kun je hem laten inzien wat voor gedrag hij vertoont. De coach grijpt je bij het diepste van je ziel en laat dat aan je zien.

Coaching tip 9 – Coachen met babystapjes (salamitechniek)

Een claustrofobisch vrouw kwam naar Milton Erickson. Hij begeleidde haar door haar in een kast te zetten, en de deur helemaal open te zetten. Iedere minuut deed hij de kastdeur een milimeter verder dicht. Steeds wat meer opschuiven tot de kast uiteindelijk helemaal dicht ging.

Erickson ontving ook een client die constant haar nagels beet. Dus gaf Erickson haar de taak: “Gebruik de komende week 9 vingers voor je nageldieet, en spaar er eentje. Iedere sessie gaf Erickson weer als huiswerk om één vinger extra te sparen, tot ze uiteindelijk alle tien gespaard bleven.

Wat is de eerste kleine stap?

De salamitechniek wordt ook wel eens gebruikt om mensen te overtuigen iets te kopen. De eerste keer wordt iemand bijvoorbeeld gevraagd: ‘Wil je deze brief controleren?’ Een paar dagen later wordt gevraagd: ‘Wil je deze brief herschrijven?’ En uiteindelijk wordt om een donatie gevraagd. Ook in het vinden van overeenstemming wordt dit toegepast: ‘We zijn het erover eens dat {een klein onderwerpje}?’ Om vervolgens het onderwerp waarover je het eens bent, steeds groter te maken.

Coaching-tip 10 – Zorg voor een goed begin: de eerste stappen bij het voorbereiden van coaching…

Nadat je een intake-sessie hebt gehad, is het bijna tijd voor het echte werk. Er kan nog op een paar dingen gelet worden.

  • Als deze interventie niet direct na het intake-gesprek plaatsvindt, bouw dan eerst weer wat rapport op.
  • Ga rustig zitten op een plek waar het stil is en waar je niet wordt gestoord. Doe het in een vertrouwde omgeving of met nog iemand die aanwezig is om de cliënt te steunen.
  • Laat de client nooit met zijn rug naar een (drukke) open ruimte zitten.
  • Laat de cliënt op een natuurlijke manier op een stoel of bank zitten. “Ga ergens op je gemak zitten.”
  • Vraag of hij comfortabel zit.

Coaching tip 11 – Pseudo orient in time

coaching tips

Door de client alvast de toekomst te laten voorstellen, kun je de weerstand laten verdwijnen, omdat de client dan van de voordelen aan het genieten is!

Coaching tip 12 – Raak de client aan

Aanraken verdubbelt je succes bij alles. Als je iemand aanraakt, bijvoorbeeld wanneer je iemand een schouderklop geeft terwijl je de boodschap vertelt, stuur je letterlijk een bericht in iemands lichaam. Het bericht wordt niet alleen verbaal opgeslagen maar het hele lichaam neemt het in zich op. Is het voor een oefening nodig dat je de cliënt aanraakt, zoals bij het aanbrengen van ankers, kun je de cliënt vragen wat een geschikte plek is.

Coaching tip 13 – ‘Go First’

‘Go first’. Je kunt er 100% zeker van zijn dat iemand doet wat je zegt als er rapport is en je het eerst zelf doet. Dit geldt voor alle instructies in je sessie. Wil je de cliënt iets laten voelen, dan voel je het eerst zelf. Raak dus eerst zelf in de gewenste state nadat je rapport hebt opgebouwd.

Dat kun je bijvoorbeeld doen door te vragen: “Stel dat ik een dag met je mocht ruilen. Kun je me leren hoe ik ervaar wat jij ervaart?” Daarnaast vooronderstel je met ‘leren’ dat je het ook kan afleren. Een ander voorbeeld van de ‘Go First’ regel tijdens de oefening ‘Onderhandelen Met Delen’: je kunt zelf in de ruimte kijken en alvast gaan zoeken naar de delen van de client, zodat de client jou gaat volgen en zodat ze ook gaat zoeken waar de ‘delen’ zitten.

Coaching tip 14 – Zet een stevig begin neer met de volgende tools

  • Behandel het kader, en om precies te zijn: het pre-frame. Heb scherp: wat doen we hier, wat gaan we doen of niet doen, enzovoort. Schets bovendien het kader dat de sessie draait om nieuwsgierigheid om allerlei dingen te ontdekken.
  • Maak rapport voordat je begint. Met rapport is alles mogelijk, zonder rapport is niks mogelijk.
  • Begin met een intakegesprek, waarin je onder andere het doel helder stelt. Een coach pakt het vertroebelde beeld van de client en verandert het in HD-visie. Een uitstekende tool voor het intakegesprek is het Coach-model (Outcome model).
  • Denk bij iedere stap aan de ecologie: is wat we nu gaan doen acceptabel? ‘Is het akkoord voor je onderbewuste om deze keuzes vandaag toe te voegen, terwijl je bewuste brein er ook in betrokken is?’ Hier wil je een congruente ‘ja’.
    Alle ecologie-vragen komen in het artikel over doelen stellen aan bod.
  • Bouw zeker het responspotentieel verder op. Jij en je cliënt zijn nu voorbereid op de coachingsoefening.

Coaching tip 15 – Heb stiltetolerantie

Stiltetolerantie is de vriend van iedere coach! Zorg voor stiltes en pauzes, vooral na betekenisvolle zinnen die een duidelijke impact hebben op de client. Gebruik stiltetolerantie ook om meer informatie te krijgen, bijvoorbeeld tijdens het doorvragen (‘en wat nog meer?’). Laat de ander het werk doen. Nog een voorbeeld van een goede toepassing van stiltetolerantie is tijdens een interventie. Je laat de client gewoon zijn/haar proces doormaken zonder dat je constant verwacht dat er iets moet gaan gebeuren of gezegd worden.

Geniet van de stilte. Sta je voor een groep? Geniet dan van het rondkijken in het publiek. Spiegel tijdens deze pauzes het publiek: een paar seconde per persoon. De stilte moet vrijwillig en geliefd zijn. Alleen dan krijgt het kwaliteit.

Ik weet wel wat ik weet. Ik wil juist informatie!

Coaching tip 16 – Ontwerp(!) huiswerk (of laat de client het huiswerk bedenken)

coaching tips 22

Huiswerk is in bij veel soorten coaching de essentie van coaching, omdat de cliënt uiteindelijk iets wil gaan bereiken, dus moet er ook actie komen om de nieuwe grenzen en neurale paden definitief te vestigen. In veel gevallen is het zelfs zinvol om de client huiswerk op te geven voordat je begint. Milton Erickson gaf de client huiswerk voordat hij met ze zou gaan werken. Hij gaf ze bijvoorbeeld de taak om een berg te beklimmen. Van de cliënten die de berg niet beklommen hadden, wist Milton toen: deze persoon zal niet doen wat ik zeg, dus met deze persoon zal ik eerst daaraan moeten werken.

Het geven van huiswerk voordat het coachingstraject begint, dient op deze manier als ‘beproeving’. Deze beproeving is een symbolische weergave van de bron van het probleem, en het zal het probleem alvast beginnen te ontravelen. Het zorgt ervoor dat de client een investering van energie en aandacht maakt, dat de client doet wat je zegt, dat er nieuwe manieren van denken en gedrag in het bewustzijn van de client komen (bijvoorbeeld het bijhouden van een dagboek).

Deze beproeving is vooral nodig wanneer de client niet voor zichzelf betaalt, meerdere therapeuten voor het probleem heeft gezien of een gevoel van trots en identiteit met het probleem verbonden heeft: ‘Mijn probleem is anders/groter dan die van andere mensen.’ Laat de client weten dat hij de taken moet doen, of anders kun je niet met hem werken. ‘Begrijp je dat, is dat OK?’ Wanneer je de taak geeft, zorg er dan voor dat de client instemt met het doen van de taak, voordat je de taak opgeeft. Daarnaast stemt ook de coach in dat de coach zijn huiswerktaken zal doen. Laat hem ook instemmen met het gegeven dat er ook na de sessie huiswerk gaat komen.

De kracht van het huiswerk (dat trouwens helder en precies wordt gecommuniceerd) zit hem er vaak in dat het moeilijker is dan het probleem of symptoom. Dit zorgt ervoor dat het probleem verdwijnt. Het huiswerk moet echt voor 95%-100% af zijn. Als je onkruid ook maar voor de helft wiedt, en volledig weghaalt, komt het sterker terug. Spreek de client erop aan als het huiswerk niet af is: ‘Je weet dat we een overeenkomst hadden. Je weet dat je de overeenkomst niet nagekomen bent.’

Coaching tip 17 – Installeer een filter voor jezelf

Sommige cliënten dragen veel negativiteit andere onverwerkte emoties met zich mee. Het is dan fijn om je eigenlijke lichamelijke en geestelijke welzijn te beschermen met een filter voor tijdens je coaching: voor het te veel rapport opbouwen. Weet dat je Goddelijk beschermd bent als je iemand aan het coachen bent, en om er helemaal zeker van te zijn, kun je een filter installeren via je onderbewuste. Ook wordt dit gedaan om niet jezelf in trance te brengen of voor allergieën.

Je kunt dit bij jezelf installeren of iemand anders vragen om dit bij je te doen:

  1. Heb een rechte houding en vraag de onderbewuste signalen voor ja en nee op. Hoe je dat doet, staat in het artikel over het onderbewustzijn.
  2. Plaats een preframe: zometeen ga ik je onderewuste vragen een filter te plaatsen die alles eruit filtert dat je gezondheid en welzijn, fysiek en emotioneel, in twijfel trekt.
  3. Vraag aan het onderbewuste: ‘Snap je het?’ Wacht op het ja-signaal.
  4. ‘Het vriendelijk verzoek aan het onderbewuste om het filter te plaatsen. Geef me een ja-signaal als het klaar is.’

Werk in ieder geval vanuit het model van de wereld van de client, maar loop er zelf niet in: heb altijd de optie weer te dissociëren. Weet dat je altijd beschermd zal zijn met een filter.

Coaching tip 18 – Heb een bewijs-procedure voor het behalen van het doel van de client

coaching tips doelen

Dat coaching sterk gebaseerd moet zijn op doelen stellen en bereiken, wist je hopelijk al. Een goed geformuleerd doel heeft ook een bewijsprocedure. Als het doel niet specifiek gemaakt kan worden doordat het bijvoorbeeld over een gevoel gaat, kun je de voortgang richting het doel meten door de cliënt iedere dag te laten turven hoe vaak de ongewenste situatie zich aandient. Als het goed is zullen er door de weken heen steeds minder turfjes komen naarmate het coachingstraject vordert.

Een ander voorbeeld van het bijhouden van de bewijsprocedure (wat eigenlijk ook tegelijk een huiswerkopdracht is), is het laten bijhouden van een lijst voor een cliënt die wil afvallen.De cliënt houdt dan bijvoorbeeld een eet-dagboek bij waarin al het eten en drinken genoteerd wordt, de trigger die ervoor zorgde dat hij/zij dat deed en het bijbehorende gevoel.

Coaching tip 19 – Ken een goede balans tussen permissief en autoritair

Een coach zijn betekent soms dat je permissief en volgend bent, en soms betekent het dat je leidend en autoritair bent. Ontwikkel voor jezelf de juiste balans. Op sommige momenten is het zeker nodig dat je op een autoritaire wijze de client door een techniek heen leidt. Soms is het nodig dat een coach kracht, vuur, pit en een rotsvaste zekerheid heeft. Dat geeft de client vertrouwen.

Coaching tip 20 – Praat even na met de client

  • Haal na een interventie de bewijs-procedure er weer bij, die tijdens het stellen van de doelen is bepaald. Laat de client controleren dat hij inderdaad niet meer (bijvoorbeeld) het gedrag kan doen. Ontvang instemming van de client dat het geslaagd is.
  • Door alle verschillende indrukken, verwarringen, fractionaties en abrupte wisselingen heeft er geheugenverlies plaatsgevonden bij de cliënt. Ze zal zich dus vrij weinig specifiek kunnen herinneren van de sessie. Dit kan je utilizen om extra kracht bij te zetten dat het probleem is opgelost.
    Vraag: “Wat was het probleem?”
    “Ik weet niet meer.”
    “Dat klopt, je herinnert het niet meer. Het heeft gewerkt.”
  • Tijdens het stellen van het doel heb je een ‘evidence procedure’ opgesteld: hoe weet je dat het straks gewerkt heeft (vaak zintuiglijk waarneembaar)?’ Nu controleer je dat. Als het bijvoorbeeld een gedrag was, controleer je of het gedrag niet meer uitgevoerd kan worden.
  • Doe (nogmaals) een ecologie-check. Zijn er nog conflicten, doe dan een parts integration voor alle conflicten.
  • De coach verlaat de kamer en zegt “neem een minuut voor reflectie“.
  • Het is bij NLP nu tijd om de cliënt ook een concrete vaardigheid aan te leren. Denk aan associëren en dissociëren, waarnemingsposities, ankeren, etc.
  • Herhaling is belangrijk: geef de cliënt huiswerk mee door haar de oefening dagelijks zelf te laten doen, of door haar acties te laten uitvoeren om haar doelen te bereiken. Zonder oefening geen resultaat.
  • Huiswerk moet sowieso ook opgegeven worden in het kader van het gestelde doel. Met concrete stappen naar het doel toewerken is de essentie van coaching.
  • Help de client nu bij het wennen aan de ‘nieuwe’ ‘identiteit’. Dat kun je bijvoorbeeld doen door deze nieuwe mogelijkheden in het licht van de logische niveaus, metaforen of uitgangspunten van NLP te bespreken.
  • Als het hier zinvol is, kun je (nogmaals) het doel in de toekomst van de client installeren met de TLT-techniek (zie hogerop in dit artikel).
  • Vraag om feedback. Wat ging goed? Wat was het beste onderdeel? Wat is ter verbetering vatbaar?
  • Geef de client validatie voor het succes van deze sessie en geef een oprecht compliment over de client zelf.
  • Maak een afspraak voor de volgende sessie en maak gebruik van het ‘witchdoctor-effect’. Bij het laatste wat je tegen de client zegt voordat ze weggaat houd je drie seconden oogcontact. Dit geeft het ‘witchdoctor-effect’ nog een extra dimensie, en wekt nog meer de indruk van een krachtige coach.

Coaching-tip 21 – Besef hoe belangrijk coaching is

  • Een coach vraagt je waar je naar toe wil gaan. Wat is je doel?
  • Hij kijkt naar je toekomst, je opties en je oplossingen.
  • De positieve coach helpt je om je sterktes en je talenten (opnieuw) te ontdekken.
  • Hij helpt je gewoontes op te bouwen via dagelijkse positieve acties.
  • De positieve coach helpt je niet verstrikt te raken in het verleden of problemen.
  • De focus ligt op positieve emoties, gedachten en gedrag.
  • De focus ligt op gezondheid, niet op ziekte.
  • De coach borduurt voort op wat er nu al goed gaat in jouw leven.
  • Hij ondersteunt je bij het stellen van doelen en bij het halen van deze doelen.
  • Coaching verbetert je vreugde en welzijn.
  • De coach faciliteert blijvende veranderingen in je lifestyle.
  • Hij duwt je vooruit.
  • Hij leert je van jezelf te houden.

Coaching-tip 22 – Je kunt op ieder moment de congruentie en ecologie checken

Je kunt op ieder punt nogmaals de congruentie en de ecologie checken, ook al heb je dat eerder in het intakegesprek ook al gedaan. Zodra de client iets echt wil, hoef je namelijk zelf niet zo veel meer te doen. Daarom is de ecologie en congruentie zo belangrijk bij coaching. Vraag aan de client dus wat hij wil bereiken, welke oefening hij wil doen en of hij met het onderbewuste wil werken. Pas als het antwoord op de laatste vraag ja is, ga je door.

Wanneer je incongruentie opmerkt, benoem je je observatie: “Ik zie dat je zegt dat je het wil, maar ik zie… aan je gezicht/ik geloof je niet.” Daarna maak je nog eens scherp waar, wanneer en met wie het doel niet geldt, en met welke contexten het doel wel betrekking heeft.

Coaching-tip 23 – Maak het klein en behapbaar

Je maakt het voor de cliënt en jezelf veel makkelijker als je het doel simpel houdt. Maak het niet onnodig moeilijk, want dat doet de cliënt zichzelf al aan. Tegen ‘ingewikkelde’ generalisaties kan gecoacht worden door eerst te vragen: wat is het specifiek dat niet lukt? Vervolgens zijn die kleine dingen makkelijk op te lossen.

Voordat we naar de volgende 30 tips gaan: een boekentip voor coaches

Wil je diepgaandere tips en tools voor coaching, dan is het het Hoe-Boek voor de Coach een van de beste aanraders. Schaf hem aan via het vertrouwde Bol.com.

Coaching tip 24 tot en met 63

  1. Als coach ben je constant nieuwsgierig en verrast over wat voor inzichten de client krijgt. Wanneer de client met oplossingen en inzichten komt breng je dus verbazing over: “Wat interessant dat je dat ontdekt hebt!”
  2. Een coach is zich altijd bewust van zijn taal. Met je taal programmeer je mensen namelijk. Gebruik bijvoorbeeld niet de woorden ‘positief’ en ‘negatief’, maar wel: ‘ondersteunend’ en ‘belemmerend’.
  3. Coaching houdt niet in dat je iemand verandert. Coaching houdt in dat je iemand meer opties en keuzes geeft. Het is de taak van de coach om iemand van de gevolg-kant naar de oorzaak-kant brengt (proactief). Houd dit constant in het achterhoofd.
  4. Scheid identiteit en intentie van ongewenst gedrag. Dit is de gedachtegang achter de belangrijkste herkadering: het herkaderen van de positieve intentie van ongewenst gedrag. Je geeft om de client en je geeft om de positieve intentie van de excuses van de client, maar je geeft niks om de excuses van de client.
  5. Gebruik bij voorkeur niet de termen waar je naar refereert, zoals ‘huidige situatie’, ‘gewenste situatie’ etc. maar noem ze bij hun inhoud. Dus niet: “Wat zie je in je gewenste situatie?” Maar: “Wat zie je nu je wél goed voorbereid bent op je sollicitatiegesprek?”
  6. Coaching is een persoonlijk proces. Schrijf je iets op, zet daar dan altijd de naam van de client erbij. Bijvoorbeeld: ‘Karen’s lijst met carrière-waarden’.
  7. Zet de cliënt aan het werk. Wanneer je dingen op kaartjes wil schrijven laat je dat de client zelf doen. Ook laat je de client zelf zijn model weer opruimen van de grond.
  8. Wanneer de client haar model op de grond heeft neergelegd, bijvoorbeeld haar doel of haar tijdlijn, stap je er altijd omheen. Dat is respectvol.
  9. Zit je als coach vast, waarschijnlijk omdat je teveel nadenkt? Vraag het dan gewoon opnieuw aan de client: “Wat is je doel (met dit gesprek)?”
  10. Blijf continu kalibreren en reageer daar ook op: erken de veranderingen en shifts die je waarneemt. Wanneer je bijvoorbeeld een grote fysiologische shift in de client waarneemt, benoem het dan: ‘Dat was een grote hè?’
  11. Blijf altijd op congruentie kalibreren: wil de persoon het ook echt?
  12. Gebruik de ademhaling als tool die altijd beschikbaar is. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken als integratiemiddel na een interventie: ‘Adem het door.’ Bemoedig de client bij alle interventies om te blijven ademen en leid hier ook in. Ook kun je de adem gebruiken om een gemoedstoestand te versterken door daarin te leiden.
  13. Wanneer er iets opgeschreven moet worden laat je dat zoveel mogelijk door de cliënt zelf doen.
  14. Echo constant de states die ze vertelde, dus wanneer je in de instructies van NLP-oefeningen {states} leest vervang je dat het liefst door de eerdergenoemde states weer op te noemen.
  15. Blijf altijd letten op de natuurlijke ankers die de cliënt vertoont. Bijvoorbeeld terwijl ze het over bepaalde states heeft. Observeer goed en gebruik die ankers in je voordeel.
  16. De cliënt en de coach erkennen beide dat de ruimte waarin ze zijn en de oefeningen die ze gaan doen slechts een weergave van de realiteit zijn. Het is een portret. Er is een duidelijke grens tussen realiteit en weergave, ondanks dat dat niet geldt voor het onderbewuste. Door deze erkenning en eerlijkheid over het feit dat dit slechts een weergave is, kan de sessie en de relatie moreel en ethisch zijn.
  17. Vertel de client over de kracht van het onderbewustzijn.
  18. Ben je een interventie aan het doen? Minimaliseer dan de bewuste communicatie tussen jou en de cliënt. Gebruik bijvoorbeeld je kalibratievaardigheden zodat je niet meer om dingen hoeft te vragen (omdat je het zelf al ziet). Of spreek bijvoorbeeld van te voren signalen af voor wanneer de cliënt een volgende stap mag nemen in een oefening, in plaats van dat je het steeds bewust moet vertellen.
  19. Bij het ontdekken van een negatieve ervaring: “Voor de gebeurtenis was je veilig en ook na de gebeurtenis. Alle NLP-oefeningen worden namelijk netjes afgesloten op een veilig punt.”
  20. Het is onvermijdelijk dat er gedachten opspelen die moeilijk zijn om mee om te gaan. Het doel is juist om daar een oplossing voor te vinden, om het een plekje te geven. Daarvoor is warmte met de coach nodig. Het is echter veilig: “We kunnen van deze emoties afstand nemen wanneer we willen. Als het niet prettig wordt gaan we niet meer door.”
  21. Gebruik alle mogelijkheden tot fractionatie. Dat houdt in dat je contrasten opzoekt en dat je contrasten verder benadrukt. Zoek dus bijvoorbeeld contrasterende emoties en gemoedstoestanden.
  22. Ondersteun de client in het verwelkomen en verwerken van emoties. Het is heel fijn om goed de emoties voelen die opkomen. Het mag er zijn. Voel maar goed. We weten wel dat we Bron (Liefde) zijn. Daarna zijn we weer veilig.
  23. Test de school van Karl Rogers eens uit. Als therapeut is je belangrijkste genezingsmiddel: jezelf! Jouw aanwezigheid. Alles wat je geleerd hebt is secundair. Oordeel niet en luister.
  24. Ben je een regressie aan het doen, of ben je op een andere manier geassocieerd in het verleden of in de toekomst een representatie geassocieerd aan het beleven? Gebruik dan altijd de tegenwoordige tijd in je spraak. Zeg dan bijvoorbeeld niet: ‘Wat had de jongere zelf toen nodig?’ Maar wel: ‘Wat heeft de jongere zelf nu nodig?’
  25. Zeg altijd wat je gaat doen, en doe altijd wat je hebt gezegd: in een moment ga ik…
  26. Laat de client je procedure-instructies precies volgen. Wees precies in je instructies zodat de cliënt zich honderd procent op de inhoud kan richten.
  27. Let goed op het tempo van de cliënt. Als je de client gerust wil stellen wat betreft het tempo kun je zinnen gebruiken als: “Doe dat maar op je eigen tempo”, “En als je dat hebt gedaan mag je een seintje geven” en “Wanneer jij er klaar voor bent mag je…”
  28. Laat de client, bijna op een koppige manier, focussen op wat hij wil. De client heeft namelijk altijd de optie om te focussen op wat hij niet wil, of te focussen op wat hij wel wil. Dit is zelfs verplicht voor succes.
  29. Zit de client te twijfelen of hij wel voor zijn doelen wil gaan of dat hij liever comfortabel blijft leven zoals hij nu leeft, haal dan het vier-staps-leerproces erbij (onbewust onbekwaam, bewust onbekwaam, bewust bekwaam, onbewust bekwaam). Het is fijn om in onbewust onbewust bekwaam te zitten, want bij bewuste bekwaamheid moet je er nog wel je koppie bij houden en daar heb je misschien geen zin meer in. Terwijl je aan het leren autorijden bent, moet niet iemand ook nog vragen: ‘Heb je naar het voetballen gekeken gisteren?’ Maar sta je er ook voor open om terug te gaan naar bewuste competentie? Om te blijven ontdekken, te blijven groeien?
  30. Heeft de client zelf nog nooit de gewenste hulpbron vertoond heeft, dan kun je de eigenschappen van een fictief of echt ander persoon gebruiken, waar de client naar op kijkt.
  31. Houd in de gaten dat er – waar nodig – positief geformuleerd wordt. Help de client daar gerust bij. ‘Ik wil niet meer moe zijn.’ ‘Wat maakt je moe en waar krijg je energie van? Wat wil je bereiken en welke stappen ga je zetten? Vermoeidheid komt vanuit twijfel, vermijden en angst. Wat is dat dan? Hoe kun je dat positief maken? Door doelen duidelijk te maken.’
  32. Voordat je een ongewenst gevoel of gedrag loslaat, behoud je de lessen die bij dat ongewenste deel horen. Dit kun je bij alle interventies als bonus toevoegen.
  33. Leid de client eens af met een gesprek over iets anders. Je kunt haar in een gewenste state brengen door te zeggen: “Goed, laten we even pauzeren.” Nu verwacht ze niet meer dat je coachende oefeningen met haar aan het doen bent, dus dit is het moment om toe te slaan.
  34. Gebruik het TOTE-principe om constant na te gaan of de cliënt tevreden is over iedere stap: ‘Klopt de plek? Klopt het woord? Zou het voor jou van meerwaarde zijn als we [onderdeel x] aam deze oefening toevoegen? Zou het je ervaring verrijken als we ook geluiden aan je representatie toevoegen?’
  35. Zit je vast en weet je even niet hoe je verder moet in je coaching? Doe dan wat willekeurigs. Laat de client bijvoorbeeld op de tafel staan en vraag wat dit voor nieuw perspectief geeft, gebruik een willekeurige omdenken-herkadering of grijp naar een willekeurig NLP-model dat je op de grond neerlegt en gaat verkennen.
  36. Leef volgens alle vooronderstellingen van NLP. Deze komen namelijk allemaal van pas voor tijdens je coaching.
  37. Pas op voor jargon! Leg ieder idee of woord uit voordat je het gebruikt.
  38. Zoek de essentie van jouw coachingstechnieken op! Gebruik je bijvoorbeeld een NLP-model voor een interventie? Grijp enkel naar de essentiële stap van de techniek. Wat is de essentiële stap? Het verschil dat het verschil maakt?
  39. Erken veranderingen in de cliënt die je opmerkt door middel van kalibratie: wanneer er een grote fysiologische shift plaatsvindt in de cliënt, benoem dat dan: ‘Dat was een grote, niet?’ Blijf dus constant observeren en teruggeven aan de cliënt wat je waarneemt. Gebruik daarvoor de bijbehorende coachingsvragen uit het vragenartikel.

Laten we afsluiten met een affirmatie voor coaches

Alle gedachten en emoties van mijn cliënten zijn welkom.

Het is niet mijn taak om mijn cliënten te genezen. Het is mijn taak om mijn cliënten te helpen terwijl ze zichzelf genezen.

Het maakt niet uit hoe zelf-saboterend of vol lijden mijn cliënt is geweest. Ik zie dat er achter zijn of haar beschermende lagen ook een liefdevol, kwetsbaar en goed persoon zit.

Ik sta open voor feedback van mijn cliënten.

Ik heb alle verwachtingen losgelaten, maar niet de hoop. Ik heb veel hoop!

Ik doe mijn best om mijn cliënten bij te staan wanneer ze hun lijden met mij delen.

Ik weet zeker dat ik voor de wonden van mijn cliënten kan zorgen zonder ze erger te maken.

Ik geloof dat mijn cliënten alle antwoorden, wijsheid en capaciteiten al in zich hebben. Het is mijn taak om ze te helpen toegang te krijgen tot deze bronnen.

Ik verreken de kosten voor mijn expertise en mijn tijd aan de cliënt. Mijn hart is gratis.

Ik wijd me eraan om de beschermer van mijn cliënt te zijn en om altijd zijn of haar belangen in gedachten te houden.

 

Dit waren enkele van de belangrijkste coaching-tips die je tijdens een NLP (Master) Practitioner Opleiding leert. Wat zijn jouw coaching-tips?

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!