coaching voorbereiding

Coaching voorbereiden – stap voor stap

Met onderstaande punten bereid je de cliënt voor op de coachingsoefening die je daarna wil doen.

coaching voorbereiding

De eerste stappen bij het voorbereiden van coaching

Nadat je een intake-sessie hebt gehad, is het bijna tijd voor het echte werk. Er kan nog op een paar dingen gelet worden.

  • Als deze interventie niet direct na het intake-gesprek plaatsvindt, bouw dan eerst weer wat rapport op.
  • Ga rustig zitten op een plek waar het stil is en waar je niet wordt gestoord. Doe het in een vertrouwde omgeving of met nog iemand die aanwezig is om de cliënt te steunen.
  • Laat mensen nooit met hun rug naar een (drukke) open ruimte zitten.
  • Laat de cliënt op een natuurlijke manier op een stoel of bank zitten. “Ga ergens op je gemak zitten.”
  • Vraag of hij comfortabel zit.

Congruentie en ecologie

Je kunt op dit punt nogmaals de congruentie en de ecologie checken, ook al heb je dat eerder in het intakegesprek ook al gedaan. Zodra de client iets echt wil, hoef je namelijk zelf niet zo veel meer te doen. Daarom is de ecologie en congruentie zo belangrijk bij coaching. Vraag aan de client dus wat ze wil bereiken, welke oefening ze wil doen en of ze met het onderbewuste wil werken. Pas als het antwoord op de laatste vraag ja is, ga je door.

Wanneer je incongruentie opmerkt, benoem je je observatie: “Ik zie dat je zegt dat je het wil, maar ik zie… aan je gezicht/ik geloof je niet.” Daarna maak je nog eens scherp waar, wanneer en met wie het doel niet geldt, en met welke contexten het doel wel betrekking heeft.

Groen licht krijgen van het onderbewuste

Je kunt bijvoorbeeld een biofeedbackmechanisme gebruiken voor vragen aan het onderbewuste. Soms wil je erachter komen of iemand iets van binnenuit ook écht wil of aankan. Om vragen te stellen aan het onderbewuste van een persoon, kun je een biofeedbackmechanisme opzetten, zoals een spiertest. Ook kun je dit gebruiken om de client niet bewust te laten antwoorden zodat hij of zij volledig in de oefening kan blijven.

Werken met een pendel als biofeedbackmechanisme:

  1. Laat de client met haar elleboog ergens op leunen en laat haar met haar pols een rechte hoek vormen ten opzichte van haar onderarm. Op deze manier kan de pendel vrij bewegen zonder dat de arm moe kan worden.
  2. Laat de client met haar onderbewuste afstemmen door haar bijvoorbeeld te laten zeggen: “Ik kan het erg waarderen dat je voor me zorgt en ik wil je vragen om me te helpen om een aantal eerlijke antwoorden te krijgen op het onderwerp dat me op dit moment bezig houdt.”
  3. Creëer het signaal van ‘ja’, ‘nee’, ‘weet ik niet’ en ‘misschien’. “Geef me het teken voor “Geef me nu het teken voor nee.”
  4. Kalibreer en test deze tekens. Zeg iets dat absoluut waar is (over de client) en observeer. Zeg iets dat absoluut onwaar is en observeer.
  5. Stuur het bewuste weg, bijvoorbeeld door aan een neutrale herinnering te denken. Andere manieren om het bewuste af te leiden kun je ook gebruiken.
  6. Stel de vragen waar je antwoord op wil hebben. Dit zijn gesloten vragen.
  7. Vraag ook hoeveel tijd het onderbewuste nodig heeft om het doel te bereiken of om de genezing voltooid te hebben.

Je kunt ook spiertesten, bijvoorbeeld door een hand gebruiken als feedbackmechanisme. Dan staat bijvoorbeeld een vinger voor ‘ja’ en twee vingers voor ‘nee.’
Bij gebruik van een pendel let je op de volgende zaken:

  • De elleboog moet ergens op rusten.
  • De client kijkt altijd naar de pendel.
  • Wanneer de pendel nauwelijks beweegt of tegenzin lijkt te hebben, kun je vragen: “Is er een reden waarom je geen antwoord wil geven?” Ga dan mogelijke redenen af, zoals: “Ben je bang dat het antwoord onprettig zal zijn?”
  1. De allereerste vraag aan het onderbewuste is: “Weet je wat je moet doen om dit probleem op te lossen? Weet je wat je moet doem om {naam client} te assisteren bij het oplossen van het probleem en het bereiken van het doel?” Het onderbewuste weet het vaak al. Je hebt alle middelen die je nodig hebt al ergens in je verleden of op de een of andere manier vergaard. Mocht het antwoord toch nee zijn, vraag het onderbewuste dan met de hogere zelf contact te maken. Dat is een stukje dat goddelijk wil zijn en dus een bron van ontwikkeling is. Is het antwoord nog steeds nee, gebruik dan bijvoorbeeld tijdlijntherapie om eerst de onderliggende problemen uit de weg te ruimen.
  2. “Is het mogelijk om de ongewenste situatie te genezen en het doel te bereiken?” Bij nee vraag je het aan je hogere zelf want vooruitgang is mogelijk door de hogere zelf. Je kan alles doen zolang je maar met je onderbewuste of je hogere zelf overeenstemt.
  3. “Is het oké om naar de gewenste situatie te gaan?” Bij werken met cliënten draait alles om ecologie en congruentie, dus we controleren dit regelmatig.
  4. “Zijn er ook andere problemen waar het onderbewuste aan wil werken?” Bij Ja begin je weer bij stap 1.
  5. Bewust toestemming geven. “Oké je hebt toestemming, ga het lichaam maar helen/stel het RAS maar in voor het doel.”
  6. Vraag aan het onderbewuste: “Hoeveel tijd heb je nodig?” “Wanneer start je en wanneer ben je klaar met genezen? Nu meteen? Over een uur? Dag? Week? Maand? Etc.”

Versterk eventueel nog het rapport en bouw zeker het responspotentieel verder op. Jij en je cliënt zijn nu voorbereid op de coachingsoefening.

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!