Modelleren: Hoe je in een oogwenk nieuwe skills leert [Checklist]

‘Wees jezelf’ is slecht advies als je dit als excuus gebruikt om niks te hoeven doen, om geen doelen te hoeven stellen en om niet vooruit te gaan. Wat als het tegenovergestelde van dat advies juist het beste is? Waarom jezelf zijn als je de president, een held of een superster kan zijn? Het kan met modelleren! Hier staan alle stappen en hints naar de vragenlijst!

Wat is modelleren?

Alles wat een mens kan doen, kan jij ook. Wat maakt jou anders dan wereldberoemde topsporters en performers? We zijn allemaal mensen. We starten dus met het idee dat alle mensen gelijk zijn wat betreft hun fysieke en mentale capaciteiten. De enige verschillen liggen bij motivatie, waarden, overtuigingen en houdingen die je een bepaalde (excellente) richting op kunnen sturen. Bij modelleren nemen we uitstekende mensen als voorbeeld. Daarbij hebben we heel weinig aandacht voor wat ze zeggen te doen, maar veel aandacht voor wat ze daadwerkelijk doen.

Blijf jezelf, én gebruik andermans tools voor excellentie!

Modelleren is de kunst van het vergelijken van iemand die uitstekend is in een gegeven activiteit, met iemand die middelmatig is in dezelfde activiteit. Vervolgens worden deze verschillen (‘de verschillen die het verschil maken’) expliciet gemaakt. Met deze modelleer-technieken is heel NLP ontwikkeld!

Manieren om te modelleren

leren modelleren

Iemand kan op de golfbaan vertrouwensvol zijn, en niet op het werk. Alle bronnen, eigenschappen, vaardigheden en emoties (kort samengevat: states) zitten al in je. Je hoeft ze dus niet jarenlang  te trainen maar je kunt ze gewoon oproepen. Het enige wat je nodig hebt is een rolmodel en het geloof dat je het kunt. Daarnaast is noodzaak, het geloof dat het absoluut moet, ook handig. Onze RAS gaat dan op de automatische piloot de benodigdheden uit die bronnen putten. Dat houdt in dat je jezelf slechts hoeft te laten inspireren om ook jouw vaardigheden, die al in je zaten, aan te spreken en te activeren. Dat kun je als volgt doen:

  • Doelen stellen.
  • Succesvolle mensen als rolmodel nemen.
  • Jezelf als rolmodel nemen op de momenten in je leven waarop je de betreffende state al eens vertoonde.
  • Erin geloven dat je het kunt.

Als iemand dus zegt: “Ik kan niet assertief zijn tegen mijn baas”, zegt ze in essentie: “Ergens in mijn persoonlijke geschiedenis ben ik assertief geweest. Ik kan het alleen niet gebruiken in de context van mijn baas.”

Ik kan toch nooit volledig zoals een expert worden?

modelleren

Natuurlijk blijft er een verschil bestaan tussen een expert die zich minstens 10 jaar aan een vaardigheid heeft gewijd en iemand die met modelleren in een mum van tijd een vaardigheid heeft geleerd. Dat verschil zit in de laatste 20% richting de 100%-vervolmaking van een vaardigheid. De eerste 80% kan variërend binnen enkele minuten tot enkele dagen geleerd worden. Leren schaken kan je in een middagje leren en daarmee heb je het verschil tussen een schaak-expert in een klap van heel groot tot vrij klein gemaakt. De laatste loodjes om dat verschil helemaal weg te werken zullen duizend maal langer duren.

De schaak-experts zijn jaren iedere dag aan het oefenen voor perfectie. Als je de president ziet spreken, kun je in een paar dagen oefenen zijn houding en andere eigenschappen overnemen. De overige 20% zal misschien wel meer dan 10 jaar duren. De nuances om een expert te worden zijn dus de overige 20%. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor dansen, presenteren en NLP. Door te modelleren kun je absoluut in verrassend korte tijd de eerste 80% van een bron, eigenschap, vaardigheid en emotie aangesproken hebben in je.

Hoe werkt dat, modelleren?

Kunnen is een kwestie van structuur. Als je de structuur kent, zou je een vermogen over kunnen nemen. Ieder menselijk vermogen is overdraagbaar, aangezien we allemaal mensen zijn en dus in grote lijnen over dezelfde ‘hardware’ beschikken. Met de nodige bereidheid, inspanning en toewijding kun je je eigen subjectieve ervaring net zo structureren als het model die je wil evenaren.

Een eigenschap als zelfvertrouwen hangt niet af van geslacht, IQ, nationaliteit, sociale status, leeftijd, beroep of andere externe factoren. Zelfvertrouwen komt van binnenuit. Omdat het van binnenuit komt, is het iets waar je makkelijk aan kunt werken. Een coach gaat altijd van deze vooronderstelling uit als hij met een client werkt.

Hoe kwamen die bronnen in ons terecht? We hebben ooit wel het goede voorbeeld gezien van iedere vaardigheid of eigenschap. We hebben de president bijvoorbeeld wel eens op TV een enorm zelfverzekerde toespraak zien houden. Met NLP modelleren we de zelfverzekerdheid die we in de president hebben waargenomen om het ook zelf te kunnen.

Kunnen is een kwestie van structuur.

Modelleren betekent plat gezegd: iets nadoen. Sterker nog, we hebben in veel gevallen ook nog eens in ons leven al een uitstekende prestatie neergezet waarbij we al hebben bewezen dat we die betreffende vaardigheid al bezitten. Als we onszelf modelleren, doen we dus onszelf na. Met de NLP-oefeningen en modellen gaan we ons RAS (selectieve perceptie) daarop scherpstellen om optimaal te kunnen leren van onszelf of van onze idolen. Modelleren dus.

De rol van het onderbewuste bij modelleren

metaprofiel

Die bronnen zitten opgeslagen in ons onderbewuste en daaruit kunnen we putten. Ons bewuste brein kan niet al te veel informatie door onze filter laten. Het kan maximaal 5 tot 9 cijfers onthouden zonder training. Wanneer een extra stukje informatie wordt toegevoegd, wordt er een ander stuk informatie uitgegooid.

De geheugenverlies-techniek (patroononderbreking) maakt hier dankbaar gebruik van. Daarentegen verwerkt ons onderbewuste tussen de 2,3 miljoen tot 2,3 miljard stukken informatie. Het is een soort opslagplaats van al je herinneringen en wijsheid, en is veel slimmer en creatiever dan jij bent. Door middel van NLP is het mogelijk om de opgeslagen informatie te herinneren die in je onderbewuste ligt. Het gebeurt je vast wel eens dat in moeilijke situaties opeens een verlossend idee in je opkomt, en je niet wist waar het vandaan kwam, maar je wist dat het het goede is.

Je dromen komen er ook vandaan, die miljoenen stukjes informatie die in je onderbewuste liggen opgeslagen. Geen wonder dat dromen soms zo enorm creatief zijn! Misschien bedenk je in je dromen uitstekende oplossingen op moeilijke problemen of heb je de lachers op je hand met briljante grappen. Als je wakker wordt, verbaas je je over hoe je dat voor elkaar kreeg in je droom. Dit bewijst dat alle vaardigheden die we willen ontwikkelen eigenlijk al in ons zitten! Als klein kind ben je iedere dag zo veel aan het leren terwijl je helemaal niet doorhebt dat je aan het leren bent, bijvoorbeeld praten. En zie hoe ingewikkeld dat eigenlijk is. Echter, je onderbewuste heeft al die ervaringen zo vaak gezien in het verleden dat het al die kennis heeft geabsorbeerd.

Hetzelfde geldt met al die interacties met mensen, en nu heb je een gevoel van vrede en comfort omdat je nu weet dat je onderbewuste dat fundament heeft gelegd en zal leggen om je te ondersteunen in het leren van dingen die belangrijk en verrijkend voor je zijn. Want als een huis gebouwd wordt lijkt tijdens de eerste maanden helemaal niks te gebeuren maar het fundament wordt gelegd, en daarna is het huis al bijna klaar. Je weet dus echt veel meer dan je denkt! Al die states liggen er voor het oprapen.

Grondig modelleren, wat zijn de stappen?

modelleren en de metaprofiel analyse

In de Master Practitioner Opleiding ga je uitgebreid modelleren als onderzoeksmethode naar een nieuw over te brengen vaardigheid, en uiteindelijk lever je hierover een scriptie in.

Stap 1: Stel het modelleerdoel (creatieve fase)

Bepaal: wat wil ik modelleren? Bepaal de vaardigheid en de bijbehorende expert (of andersom: de expert en de bijbehorende vaardigheid) die je hierover kunt onderzoeken en maak hier een VAK-representatie van. Stel een doel, met bijbehorende vormvoorwaarden, voor je modelleerproject. In het item ‘specifiek’ en ‘ecologie’ geef je aan welke onderdelen van de expert je wel en niet in jezelf gaat integreren.

Stap 2: neem de drie waarnemingsposities aan (structureringsfase)

Als je iemand grondig wil gaan modelleren, neem je drie waarnemingsposities aan:

  1. De tweede waarnemingspositie: je voert het doelvermogen uit alsof je het model bent, qua interne beleving en extern gedrag, met een ‘not-knowing-state’. Dit kan waardevolle intuïties opleveren. Je doet dit onbewust, zonder jezelf te observeren en zonder aandacht te hebben voor specifieke patronen. Ook kan het helpen om enkel de ‘micro muscle movements’ over te nemen.
  2. De eerste waarnemingspositie: je voert nu het doelvermogen vanuit je eigen persoon uit.
  3. De derde waarnemingspositie: gebruik het stappenplan dat ietsje verderop in dit artikel staat. Dat is namelijk de uitgebreide manier om iemand écht grondig vanuit een neutrale positie te modelleren en zijn skills over te nemen. In de derde positie leg je onder andere het metaprofiel van de expert naast jouw eigen metaprofiel.

Stap 3: Word de expert en integreer het doelvermogen (integratiefase)

Je gebruikte de tweede waarnemingspositie en het ‘as if-kader’ om de expert te ‘worden’. Het is vooral de bedoeling dat je op deze manier op een onbewuste manier de vaardigheden overneemt terwijl je gebruikmaakt van de ‘Niet-weten-toestand’. Hierbij kun je gerust gecoacht worden totdat je volledig de expert bent. Wil je toch bewust modelleren en de TOTE-strategie in jezelf installeren? Dat kan door de anker-techniek ‘chaining anchors’ te gebruiken. Je verankert iedere TOTE-stap op iedere knokkel.

Bij deze stap is het echt belangrijk dat je niet zelf slim gaat proberen te doen. Doe het altijd precies zoals de expert. Niet het wiel opnieuw proberen uit te vinden voordat je consistent het resultaat van de expert produceert. Je weet dat je consistent het resultaat van de expert aan het produceren, door feedback te vragen en bij te stellen.

Stap 4: Leer het doelvermogen als expert aan nieuwe studenten (overdrachtsfase)

Je brengt het doelvermogen op een overzichtelijke manier in kaart en je presenteert de ‘hoe’ ervan, bijvoorbeeld in een model of stappenplan. Je bent nu dus bezig met coderen. Hierbij is het belangrijk dat je de essentie eruit filtert: wat is het verschil dat het verschil maakt? Wat kun je weglaten terwijl je dezelfde resultaten kunt bereiken? Je kunt stukjes een voor een weglaten om te ontdekken wat essentieel is. Je bent nu een NLP-ontwikkelaar met een eigen universele NLP-techniek. De ultieme test is of je het met succes aan anderen kan overbrengen in een redelijk tijdsbestek.

Stap 5: Leid nieuwe trainers op (expansiefase)

Omdat je een universele techniek hebt ontwikkeld, hoef jij niet de enige te zijn die het aan anderen kan leren. Je kunt ook zelfstandige trainers opleiden. Voorbeelden van modelleerders die dit gedaan hebben zijn: Jack Canfield en Brandon Bays.

Wat moet je precies observeren en/of uitvragen bij het grondig modelleren?

modelleren

Element 1 – De Logische Niveaus uitvragen

Dit is een van de essentiële onderdelen van modelleren. Begin het interview simpel: vraag via de logische niveaus waar iemand zich in zijn dagelijks leven bevindt en wat hij doet. Naarmate je in het model van de logische niveaus klimt, ga je steeds dieper met de ander. Zo kom je zelfs uit bij de ware identiteit en missie van de ander.

Element 2 – Kerncriteria

Kom er in het gesprek achter welke waarden voor de ander het allerbelangrijkste zijn, voor zover je dat nog niet bij de logische niveaus hebt gedaan. Eventueel kun je de techniek ‘kernspeurder’ of ‘kernmandala’ gebruiken. Hierover later een artikel.

Element 3 – Tote-analyse: DVD (inclusief innerlijke strategie)

Doe een TOTE-analyse om tot waardevolle inzichten te komen over hoe de expert zijn doelvermogen doet. Van binnen en van buiten.

Element 4 – Systemische bedding

  • Hoe heeft je jeugd een voedingsbodem of bron gevormd voor deze expertise?
    Bijvoorbeeld uit overnemen of afzetten en tegenovergestelde doen. Of gemis of pijn uit hun jeugd wat transformeert tot kracht.
  • Hoe was jouw talent als jong kind zichtbaar?
  • Welke rol hebben je ouders daarbij gehad?
  • Hoe herken je je vader of moeder in dit talent?
  • Uit welk gemis of uit welke moeite binnen je gezin is dit talent ontstaan?
  • Aan wie ben je enorm trouw middels dit talent?
  • Hoe was het onvermijdelijk dat je dit zou gaan doen?
  • Wat heb je juist meegekregen en behouden?
  • Waar heb je je tegen afgezet en tegenovergesteld gegaan?
  • Waar herken je dit in je systeem?
  • Bij wie in het systeem gebeurde dit in je jeugd?
  • Wie was er zo goed in om je…

De systemische bedding is trouwens altijd de vader of de moeder.

Element 5 –  Welke ankers en/of terugkerende patronen merk je op?

Kijk goed of je van nature triggers en responses (ankers) opmerkt bij deze persoon, die constant terugkeren (patronen: wat doet hij steeds opnieuw?)

Element 6 – Fysiologie

Let op het volgende bij de ander:

  • Ademhaling
  • Gezichtsuitdrukkingen
  • Gebaren
  • Oogbewegingen
  • Ademhaling
  • Tonaliteit
  • intonaties
  • Onbewuste non-verbale reacties

Doe alles direct na, want hierdoor word je niet allen direct de expert, maar kunnen er ook extra vragen opkomen.

Element 7 – Alle vragen om de structuur van de subjectieve ervaring in kaart te brengen

Gebruik gerichte vragen om de structuur van de subjectieve waarneming van de expert in kaart te brengen in de context van het doelvermogen. Deze vragen kun je vinden in het artikel met coachingsvragen.

Element  8 – Metaprogramma’s: neem het metaprofiel af

De metaprofiel-analyse… Een schitterende tool die bijvoorbeeld van pas komt bij belangrijke interviews. Je gaat hiermee écht diep met de ander. Of het nou bijzondere diepte-interviews zijn, observaties van vermogens van experts of voor coachingssessies… Je gaat er resultaten mee boeken.

Breng de mateprogramma’s van de expert in kaart met betrekking tot de context van het doelvermogen. Kijk in het artikel over metaprogramma’s. Daar vind je ook de vragenlijst die je kunt gebruiken om iemands metaprogramma te bepalen.

Waarom het metaprofiel? Een van de redenen om de metaprofiel-analyse op mensen toe te passen, is dat je hierna precies weet hoe je de betreffende persoon moet behandelen.

  • Ik kan de zintuiglijke voorkeur van de groep verwerken in mijn taal: als de een deelnemer zegt: “Het was schitterend en schilderachtig” zeg ik niet: “Wow, het moest vast heel goed voelen.” Maar wel: “Wow, ik zou me niet kunnen voorstellen wat voor helder uitzicht je daar gehad moest hebben”.
  • Ik kan nog beter hun metaprogramma’s in beschouwing nemen bij het maken van Rapport. Is iemand detail-georiënteerd, dan maak ik kleine gebaren en leg ik ideeën in kleine stapjes uit. Denkt iemand juist in grotere chunks, dan maak ik grote gebaren met mijn hele arm en praat ik meer in grote lijnen.
  • Ik kan de volgende vragen aan mezelf stellen: Ken je mensen die al met succes rapport heeft opgebouwd met deze persoon? Wat kan je van ze leren? Wat is hun achtergrond? Welke andere hulp kan je gebruiken? Wat is de eerste stap?
  • Ik kan extra goed gaan observeren en luisteren! Daarbij zoek ik naar kansen om op in te spelen.
  • Ik speel in op de voorkeuren van de andere persoon of groep personen. Zo pas ik mijn communicatie op ze aan.
  • Ik kan erg diepe interviews houden, waardoor ik sterke artikelen schrijf voor allerlei media.
  • En zo kun je nog meer situaties en voorbeelden bedenken wanneer het metaprofiel nuttig zou zijn.

Een metaprofiel bestaat uit het houden van een gesprek (oppervlaktestructuur), maar ook uit de gedragingen en patronen die je observeert (dieptestructuur). Je kunt op allerlei manieren achter iemands metaporofiel komen, dus niet alleen via gesprekken. Laat de ander bijvoorbeeld een kunstwerk maken met de spullen die op dat moment voor handen zijn. Observeer die persoon op dat soort momenten. Het liefst bestaat het kunstwerk uit voorwerpen, zoals stoelen, in combinatie met mensen.

Simpel voorbeeld van een toepassing van het metaprofiel

modelleren en metaprofiel analyse

Ik gaf ooit eens een workshop aan een groep senioren. Ik zorgde dat ik informatie over deze groep verkreeg, en ik speelde erop in:

Actie 1

Tijdens presentaties zitten ze liever passief achterover.

Reactief: ze willen lekker rustig luisteren en niks doen.

Daarna heb ik ze tijdens de training juist weinig vragen gesteld, dus weinig interactie tijdens de presentatie. De senioren willen namelijk liever passief naar een presentatie luisteren.

Actie 2

Ze komen naar de computerclub voor vragen aan de helpdesk.

Extern referentiekader: ze zoeken voor bevestiging en hulp bij de mensen met verstand over computers

Ik geef ze de validatie en bevestiging die ze zoeken door ze te bemoedigen als ze met hun vraag naar mij komen.

Actie 3

Ze komen voor de gezelligheid.
De computerclub is voor veel senioren een sociale gelegenheid.

Een kerncriterium is dus: gezelligheid

Ik weet hierdoor dat het oké is om grapjes te maken.

Actie 4

De leden komen ook om een training bij te wonen.

Leren is dus een kerncriterium.

Ik heb in mijn presentatie veel feitjes en tips gestopt.

Actie 5

Negatief: ze klagen over de vernieuwingen in de computers en dat ze zeggen dat ze niet nodig zijn.

Ik maakte verwijzingen naar “die goede oude tijd” en verwees naar vernieuwingen met het bijwoord ‘vervelend’.

Actie 6

Een van de groepsleden die ik sprak praatte heel snel. Dat was de jongste (40 jaar).

Ik sprak ook snel terug met hem toen ik hem apart sprak.

Actie 7

De overige groepsleden praten op een langzamer tempo.

Tijdens de presentatie sprak ik erg langzaam.

Oefening – Verkopen met het metaprofiel

Bedenk een bestaand of bedacht artikel dat je gaat verkopen aan persoon A. Maak hiertoe het metaprofiel van A, en leg dat naast de verkoper. Ga na wat de drie belangrijkste verschillen zijn tussen de verkoper en persoon A, en maak een actieplan zodat de verkoper zijn gedrag kan aanpassen aan het metaprofiel van A (rapport maken). Uiteraard ga je naderhand na wat het effect was: voor welk gedrag was persoon A gevoelig? Geef jezelf feedback.

Oefening: handig worden met het metaprofiel

  • Maak een metaprofiel van jezelf.
  • Maak een metaprofiel van drie verschillende mensen zodat je er goed in wordt. Ga na wat het verschil is tussen de verschillende mensen, en wat voor consequenties dat heeft voor de manier waarop je met deze mensen het beste kunt communiceren. Formuleer een doel ten aanzien van je communicatie met deze personen.

Oefening: het metaprofiel gebruiken voor lastige communicatie

  • Denk aan een situatie waarin je communicatie met een ander niet liep zoals je wilde, of waarin je niet tevreden was over het resultaat.
  • Bekijk deze situatie vanuit de derde positie.
  • Zet jouw metaprofiel naast het metaprofiel van de ander en ga na wat de verschillen zijn.
  • Bepaal wat de oorzaken zouden kunnen zijn van de niet-optimale communicatie, uitgaande van de metaprofielen.
  • Maak hier een doel van voor het volgende contact met deze persoon.

De volgende stap: gebruik het metaprofiel nu om iemand anders te coachen naar een betere manier van communiceren met een persoon waarmee het communiceren nu nog lastig gaat. Breng de verschillen tussen de metaprofielen in kaart van je client en de persoon waarmee hij lastig communiceert. Stuur je client erop aan om zijn manier van communiceren aan de hand van het metaprofiel aan te passen op de ander.

Hoe maak jij gebruik van het metaprofiel?

Er is veel mogelijk met het metaprofiel. Gebruik je het bijvoorbeeld in een-op-een-situaties, of om precies te weten hoe je het beste een workshop kunt overbrengen aan je groep? In de Master Practitioner Opleiding gebruik je het metaprofiel bijvoorbeeld om te modelleren. Ook is het een uitstekende tool voor diepte-interviews. Heb je het gebruikt om iemand te modelleren? Herhaal de strategie van de persoon net zo vaak totdat het in jezelf is geïnstalleerd. Dit kun je eerst een aantal keer droog doen. Laat in de reacties weten wat jij ermee doet!

Techniek – De Mentorentechniek: Eenvoudig modelleren door je onderbewuste te vertrouwen

modelleren mentorentechniek

Voor een volledige modelleer-oefening zijn meerdere vaardigheden nodig. De oefening ‘De Mentorentechniek’ laat alvast een stukje van de essentie van modelleren zien, en maakt gebruik van de techniek: gedragsgenerator. De techniek van de gedragsgenerator wordt namelijk aangevuld met een voorbeeldfiguur die je kunt modelleren.

  1. Wat is de situatie die je anders had willen oplossen/aanpakken? Het kan een herinnering zijn en het kan ook een situatie zijn waar je momenteel in zit en waar je bepaalde vaardigheden goed zou kunnen gebruiken.
  2. Associeer je met die situatie. Wat zie je, hoor je en voel je?
  3. Zet 3 stappen terug. wijs naar de lege plek waar je eerst stond. We zien {de naam van de client} nu (gedissocieerd dus). We zijn naar {de naam van de client} aan het kijken.
  4. Dit is je kans om Steven Spielberg te worden en wat regiewerk uit te voeren. Kies een acteercoach (model) voor hem / haar die de situatie aan zou kunnen. Het mag een echt of fictief persoon zijn, want op de hele wereld moet er toch wel iemand zijn die deze situatie aankan? Of kies jezelf als coach als je weet dat je het kunt.
  5. Laat {de eigen naam van de client} even rustig ergens plaatsnemen zodat hij / zij het zo meteen allemaal goed kan bekijken. De gekozen acteercoach (het model) doet de scène eerst voor. Start de video en zie hoe het model het aanpakt:
    Hoe ziet de ideale jij (als jij zelf het model bent) of het model eruit?
    Maak er een beeld van.
    Wat is zijn of haar houding?
    Gezichtsuitdrukking?
    Kleding?
    Lichaamstaal?
    Ademhaling?
    DVD: wat denkt, voelt en doet hij of zij?
    Zie hoe hij of zij de situatie in zijn handen heeft en alles onder controle heeft.
  6. Is je ecologie het met je eens als jij ook zoiets zou doen? Om daar achter te komen kan je eens gaan kijken hoe {de eigen naam van de cliënt} precies hetzelfde doet als de acteercoach. Beoordeel de prestatie, en let op alles. Als de congruentie niet in orde is begin je weer bij stap 4 en verander je het model.
  7. Je hebt nu één mentor klaargezet voor de oefening. Je kunt er ook meerdere inzetten. Herhaal in dat geval de voorgaande stappen eventueel voor een tweede en een derde model.
  8. Als de ecologie goed is, ga je tenslotte weer associëren om de uitdaging geassocieerd, helemaal zelf te volbrengen. Als de situatie zich ervoor dient, kun je dit zelfs letterlijk gaan naspelen, als een toneelstukje. Kijk voordat je begint eventjes over je rechter schouder en onthoud dat die belangrijke mentor(en) achter je staat als adviseur. Ga er nu voor (geassocieerd)!
  9. Altijd een future pace doen: stel je voor hoe je je nieuwe vaardigheden in het vervolg zou inzetten.
  10. Kijk over je rechter schouder en onthoud dat die belangrijke persoon achter je er staat als adviseur. Vraag je held of hij je vriend wil zijn en of hij je voortaan wil helpen aan jouw zijde.

Het geheim van deze oefening is dat jij die coaches/modellen hebt gecreëerd, dus je onderbewuste weet de antwoorden al.

Dit waren alle stappen om te modelleren – Lees ze ook uitgebreid in Essenties van NLP

Dit was in ieder geval het artikel over het modelleren. Succes met het uitvoeren van de stappen! Als laatste tip geef ik je nog het volgende mee: wist je dat het boek ‘Essenties van NLP’ ook een heel hoofdstuk over modelleren bevat? Daarin staan alle stappen door Lucas Derks & Jaap Hollander uitgelegd. Als je dit boek nog niet had, dan is het sowieso een aanrader om hem aan te schaffen. Dat kan hier via Bol.com.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!