Vooronderstellingen

Vooronderstellingen – De kunst van het impliceren

Er zijn veel verschillende ‘presuppositions’, of vooronderstellingen in het Nederlands. Het komt erop neer dat je iets veronderstelt via bepaalde woorden in je boodschap, terwijl de aandacht op een ander deel van de boodschap is gevestigd. Zo kun je dingen brengen zoals jij het wil, terwijl het lijkt alsof het al lang geleden vaststond of alsof het gewoon een waarheid is. Het zijn de linguïstische versies van klassieke implicaties en assumpties.

Vooronderstellingen

Je zet in principe een val neer voor je gedachten, bijvoorbeeld richting de bemoediging van een coachingssessie. Eigenlijk is op die manier alles van het milton model een vooronderstelling. Voor we op de linguistische versies van vooronderstellingen ingaan, kijken we naar gewone implicaties.

Dale Carnegie leerde ons de kracht van implicatie door vragen te stellen

Met vragen voorkom je een autoritaire houding. Van deze effectieve coaching- en leiderschapstechniek kun je makkelijk gebruikmaken. “Voel je dit als iets dat je begrijpt?” “Wil je me vertellen wat er aan de hand is?“ “Wat vind jij van de netheid van je bureau?” De implicatie is duidelijk dat iemand zijn bureau moet opruimen, terwijl hij zelf met het idee/de conclusie komt. Zie ook onderstaande anekdote door Dale Carnegie:

Instead of pushing his people to accelerate their work and rush the

order through, he called everybody together, explained the situation

to them, and told them how much it would mean to the company

and to them if they could make it possible to produce the order on

time. Then he started asking questions:

“Is there anything we can do to handle this order?”

“Can anyone think of different ways to process it through the shop

that will make it possible to take the order?”

“Is there any way to adjust our hours or personnel assignments that

would help?”

The employees came up with many ideas and insisted that he take

the order. They approached it with a “We can do it” attitude, and the

order was accepted, produced and delivered on time.

An effective leader will use …

Principle 4 – Ask questions instead of giving direct orders.[1]

Carnegie leerde ons ook om subtiel het goede voorbeeld te geven

For the first few days of the work, when Mrs. Jacob returned from

her job, she noticed that the yard was strewn with the cut ends of

lumber. She didn’t want to antagonize the builders, because they did

excellent work. So after the workers had gone home, she and her

children picked up and neatly piled all the lumber debris in a corner.

The following morning she called the foreman to one side and said,

“I’m really pleased with the way the front lawn was left last night; it

is nice and clean and does not offend the neighbors.” From that day

forward the workers picked up and piled the debris to one side, and

the foreman came in each day seeking approval of the condition the

lawn was left in after a day’s work.[2]

Andere implicaties:

  • “Is die deur nog steeds open?” De implicatie is dat je wil dat iemand de deur dicht doet.
  • Nette kleding impliceert dat je een goede coach bent die belangrijke zakenmensen als cliënt heeft.
  • Als je net iemand ontmoet, kun je zeggen “Hehe, ik kan eindelijk weg van de telefoon” om te impliceren dat je een belangrijk persoon bent waarvan zijn tijd kostbaar is.

Discussie over een irrelevant deel of detail

Het punt om over te discussiëren of weerstand op te bieden wordt dankzij deze vooronderstellingen afgeleid naar iets onbelangrijks.

  • “De man rent snel”. Het stukje om weerstand op te bieden gaat nu over het snel rennen in plaats van het rennen of niet, want dat wordt als een gegeven gebracht.
  • “Hoeveel stuks van iedere soort nam Mozes mee in de ark?” In deze zin wordt de aandacht gevestigd op de vraag hoeveel dieren er op de ark meegenomen werden. Daardoor wordt niet meer opgemerkt dat het eigenlijk de ark van Noach was, en niet Mozes.
  • Wanneer je je bij een restaurant iets bestelt vragen ze: “Wat zouden jullie graag willen drinken?” De ogen van de meeste mensen gaan dan meteen richting menu om wat te bestellen. Vergelijk dat maar eens met “Wil je ook wat te drinken?”Of nog erger: “Geen drankje?”
  • “Wil je dat ik een verhaaltje voor je voorlees wanneer je je pyjama hebt aangedaan?” De enige keus voor het kind is nu of het wel of geen verhaaltje wil. De pyjama aandoen staat vast.
  • Ben je nieuwsgierig over je nu zich ontwikkelende trance-toestand?
  • Ben je DIEP in een trance?
  • Zal ik je iets gaafs vertellen over je dromende arm?
  • Ik hoef de details niet te weten over hoe je {gewenste uitkomst}.
  • In therapie met en kind: “Welke kleur hebben de monsters?”
    In plaats van: “Zijn er monsters? Kun je ze zien? Ben je verdrietig? Wat is het probleem? Etc.”
  • “Voordat we deze nieuwe en spannende reis beginnen, moeten we even letten op…”
    Impliceert dat de (nieuwe en spannende) reis überhaupt plaatsvindt en dat het nieuw en spannend is.
  • Een moeder die in de keuken aan het opscheppen is en wil dat haar kind gaat eten: “Pak het bord vast met 2 handen.” In deze zin plaats je veel detail en nadruk op het laatste deel van de zin. Hierdoor is de andere persoon heel bewust bezig met het verwerken van de opdracht om met twee handen het bord aan te nemen. Bovendien, als deze persoon de opdracht om twee handen te gebruiken afwijst moet hij nog een keer moeite doen om ook nog eens af te wijzen dat hij het bord überhaupt aan moet nemen. Als de zin alleen bestond uit “Pak het bord vast” was daar alle bewuste aandacht op gericht waardoor dat afgewezen kon worden.  Ook hebben precieze instructies het effect dat ze het verstand van de andere persoon uitzetten. Er hoeft namelijk niet meer zelf nagedacht te worden dankzij de uitgebreide begeleiding. Zijn verstand had de persoon nodig gehad om het bord af te wijzen.

Impliceren van bestaan

  • “De stoel is in de kamer.”
    De stoel en de kamer bestaan.
  • “Ik heb om 19:00 een afspraak met mijn vriend.”
    Ik heb een vriend. Hij bestaat.

Vertel dingen als een feit

  • “In een moment ga ik je hand aanraken, en dan gaat je hand langzaam omhoog bewegen naar je gezicht.”

Een reeds positief startpunt ‘verbeteren’

  • “Burger King uniek? Je zou zelfs kunnen zeggen dat het verrukkelijk is!” De vooronderstelling is hier dat Burger King uniek is.

Vooronderstellen door actie ondernemen

  • Doe gewoon het ene deel van een activiteit zodat de andere helft voor de andere persoon blijft. In plaats van het te vertellen. Wil je bijvoorbeeld dat de andere persoon de linker raam sluit, dan sluit jij alvast het rechter raam.

Wij

  • Laten wij samen…
    Hier is ‘wij’ aan het impliceren dat het niet jij tegen hen is.

Volg me

Dit impliceert dat jij de leider/de gene met de macht bent, tussen jullie twee.

  • Volg me.
  • Sluit je aan bij de groep.
  • Sluit je bij mij aan.

Voorrecht impliceren

  • Je mag.
  • Als je geluk hebt.
  • Als je geluk hebt mag je misschien vrijwilliger worden.
  • Gelukkig.
  • Ontdekken.
  • Leren.
  • Geheim.
  • Verhaal vertellen.
  • Kans.
  • Reis.
  • Doorbraak.
  • Ontdekking.
  • Ik ga iets met je delen.
  • Ik deel een ontdekking.

Gebruik dus bovenstaande woorden in plaats van:
Verkopen, kopen.

Ik bedank je

  • Ik bedank je (goede reputatie waar ze zich aan gaan houden) dat je mij toestaat om dit te ontdekken voor je.

Meer

Dit impliceert dat iets er al is.

  • Terwijl je ontdekt dat je nóg enthousiaster (vooronderstel dat je al aan het leren bent) aan het worden bent over wat ik aan het zeggen ben, is het niet nodig om te ontdekken/opmerken/aantreffen dat je zelfs nog meer aan het groeien bent in je sterke verlangen om meer te leren.

In bovenstaand voorbeeld is toevallig ook een loop gecreëerd: hoe meer je ontdekt wat de waarde is van wat ik zeg, en hoe meer je ontdekt hoe enthousiast je daardoor wordt, hoe enthousiaster je kan worden dat je dat weet, en dat blijft doorgaan terwijl je doorluistert, of kijkt, of leest.

Waarom

  • Waarom ben jij {positieve uitkomst}?
  • Waarom ben je zo assertief?
  • Waarom ben je zo goed in het leiden van je zaak?
  • Wat is uw reden om mee te doen?

Ik vind het… dat je {gewenste resultaat} gaat doen

  • Ik vind het leuk dat je nog een dansje met mij doet!
  • Ik vind het heel nobel van je dat je die gevonden portemonnee aan de eigenaar terug gaat geven.
  • Wat leuk dat je ook met ons mee naar buiten gaat !

Vind je het… dat {gewenste uitkomst}

  • Vind je het erg dat je zoveel geleerd hebt in je leven?
  • Vind je het gaaf dat je zo goed bent in op tijd komen?
  •  “Geniet je ervan?” Als reactie op: “Ben je nou met me aan het flirten?”

Tijd

Voor, na, terwijl, voorafgaand aan, wanneer, eerst, voordat, zodra, begin, rond, stop, start, al.

  • “Aan het einde van de voorstelling mogen jullie je mobieltjes weer aan doen.” Dit impliceert dat de mobieltjes uitgezet moeten worden voor de voorstelling.
  • “Ik ga nooit meer naar Burger King!” De vooronderstelling is dat ik eerder naar Burger King ben geweest.
  • “Je bent nog steeds aan het luisteren naar mij.”
  • “Het eerste wat ik je vertel voordat we klaar zijn en je die geleerde dingen gaat inzetten in je dagelijks leven, is dat…” (impliceert dat we het gaan afmaken en dat ze haar vaardigheden gaat inzetten).
  • Je bent nóg geen lid.
  • Voordat je je voorzichtig focust op…
  • Laten we iets bespreken voordat je je project afmaakt.
  • Heb je al opgemerkt dat je onderbewuste al is begonnen met leren?
  • Heb je opgemerkt wat voor schitterend effect dit schilderij heeft op je woonkamer?
  • Een advocaat zou in de rechtbank kunnen zeggen. “Ben je al gestopt met het slaan van je vrouw?”
  • Stop eens met…
  • Niet meer…
  • Je kunt door blijven gaan met ontspannen.
  • Ben je nog steeds geïnteresseerd in NLP?
  • Voordat we gaan…
  • Voordat je je realiseert hoe krachtig dat is…
  • Voordat je snel ontdekt hoeveel je ervan geniet om met mij te leren…
  • Nadat we/je xyz hebben gedaan…
  • Nadat je het contract hebt getekend op de manier die het beste is voor jou…
  • Nadat je hebt besloten mij aan te nemen kunnen we het over de voetbalwedstrijd gaan hebben.
  • “Ben je al begonnen met coachen?” “Wil je dat ik stop?”
  • Je bént al aan het groeien.
  • “Ga je met me flirten?” “Ben al begonnen.”

Bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden

  • “Heb je zin in een kop lekkere koffie?” Hierin is ‘lekker’ de vooronderstelling.
  • Gelukkig, snel, spoedig, slechts. “Gelukkig zijn de stoelen vandaag achterin de kamer.” Alle woorden zijn hier vooronderstellingen. ‘Gelukkig’ impliceert ook voorrecht.

Hoe

‘Hoe’ impliceert dat iets gaat gebeuren. De vraag is alleen nog hoe dat gaat gebeuren, en niet meer óf het gaat gebeuren.

  • Hoe blij ben je om mij te zien?
  • En hoe ga je al deze NLP-vaardigheden leren?
  • Hoe weet je dat {de suggestie die je erin wil laten sluipen}?
  • Hoe ga je je nieuwe vaardigheden straks gebruiken?
  • Hoe verbaasd zal je zijn wanneer je merkt dat je deze tips gaat gebruiken morgen?

Suggesties met open eind

  • We hebben allemaal potentieel waar we ons van onbewust zijn, en we weten normaal gesproken niet hoe dat uitgedrukt zal gaan worden.
  • Het is niet goed dat ik hem vertel wat hij moet leren. Laat hem leren wat hij zelf wil, en op de manier waarop hij dat zelf wil.

Het is goed dat je…

  • Het is goed dat je zo open staat en veel nieuwe vaardigheden aan het leren bent, en dat is hoe je vooruit blijft gaan.

Impliceren van bewustzijn (door middel van ongespecificeerde werkwoorden)

‘Merk op’ is een van de ongespecificeerde werkwoorden die ook iets vooronderstellen. Het impliceert dat de ervaring in ieder geval gaat gebeuren, en dat het slechts nog opgemerkt hoeft te worden. Je brengt de focus naar iets toe.

  • Merk op dat…
  • Merk op wat er gebeurt terwijl dat beeld meer naar voren komt.
  • Merk op hoe welkom dat is.
  • Realiseer je hoe graag je het wil.
  • Realiseren jullie je dat ook?
  • Chris, realiseer je je dat je me tegenwerkt?
  • In een moment ga je je realiseren/Je realiseert je dat je dit altijd al natuurlijk deed, en nu gaat het alleen nog maar erom erachter te komen hoe.
  • Ik weet niet zeker of je je bewust bent van de temperatuur in je voeten nu…
  • Geniet van het feit dat…
  • Voel…
  • Hoor…
  • Zie…
  • Andere unspecified verbs: ik weet dat, ik begrijp dat, opmerken dat.

Ordinale vooronderstellingen

Er gaan meerdere dingen gebeuren en het impliceert vooral de volgorde van wat er gaat gebeuren.

  • Nadat we
  • Voordat we
  • “Het eerste wat we gaan doen is”

Impliceren van herhaling

Dit impliceert dat het ooit ook eens gebeurd was.

  • Her-
  • We gaan herontdekken hoe je focus ontwikkelt.

[1] (Carnegie, 1931)

[2] (Carnegie, 1931)

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!