representatiesystemen

Representatiesystemen: is iemand visueel, auditief of kinesthetisch?

Wat zijn representatiesystemen en hoe weet je of iemand visueel, auditief of kinesthetisch ‘is’? Erg handig om te weten, bijvoorbeeld als je iemand iets wil leren. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld erg goed in kinesthetisch leren. Hoe je iemand hierop scant, lees je in dit artikel.

De relatie van representatiesystemen met het NLP Communicatiemodel

Zoals je in het NLP-Communicatiemodel hebt geleerd, verwerken wij als mensen de data van de externe wereld via onze zintuiglijke receptoren en via corticale projecties, waarna we er persoonlijke betekenis aan toevoegen. Daarna verwerken we de data in representatiesystemen. De drie belangrijkste zijn: visueel, auditief en kinesthetisch. Daarnaast is er het olfactorische en gustatoire representatiesysteem.

Hoe weet ik of iemands voorkeurssysteem visueel, auditief of kinesthetisch is? 3 manieren!

representatiesystemen

Beschouw onderstaande beschrijvingen als generalisaties van hoe mensen die in een bepaald representatiesysteem verkeren, reageren en informatie verwerken. Daarnaast is iemands voorkeurssysteem contextgebonden en tijdgebonden. Houd er ook rekening mee dat bij sommige mensen het voorkeurssysteem veel dominanter is dan de andere systemen en bij sommige mensen is het juist meer gebalanceerd.

NLP gaat niet om het ‘overgeneraliseren’ van deze systemen die als archetypen bedoeld zijn. Dat zou anders beperkend zijn. NLP kijkt naar het nut hiervan: het herkennen en het gebruiken van de systemen die een individu in het moment aan het gebruiken is. Het is aangeraden om constant te kalibreren omdat er altijd uitzonderingen zijn op een dominant representatiesysteem.

Manier 1: typische karakteristieken van de representatiesystemen

V: Visueel

  • Snelle ademhaling, vanuit de bovenkant van hun borst. Als gevolg hiervan heeft deze persoon ook vaak een hoge stem.
  • Hoofd is omhoog gericht, met de ogen regelmatig richting de lucht om visuele informatie op te zoeken.
  • Snelle spraak (in een hoge toon) doordat ze een hele serie plaatjes en filmpjes aan het beschrijven zijn.
  • Veel gebaren en wijzen, omdat ze beelden om zich heen creëren en hun handen naar de beelden bewegen om er handelingen mee te doen, terwijl ze spreken.
  • Goed verzorgd uiterlijk, kleren, houdt van netheid etc.

A: Auditief

  • Ademhaling vanuit het midden van de borst.
  • Spreekt in een uitgesproken, opzettelijke manier (in plaats van snel).
  • Grote kans om afgeleid te worden door geluid door hun hogere auditieve bewustzijn.
  • Ze leren het beste door te luisteren, praten en het opnieuw te zeggen. Houdt van verbale feedback en houdt ervan om dingen goed door te spreken. Onthoudt verbale instructies erg goed.

K: Kinesthetisch

  • Sterk ontwikkeld bewustzijn van gevoel en tast.
  • Ademhaling vanuit de onderkant van de buik, langzaam en diep.
  • Langzame spraak.
  • Gebruikt aanraking om te communiceren en vindt het prima om aangeraakt te worden.
  • Houdt ervan om te bewegen en van hands-on activiteiten. Houdt dus van fysieke activiteiten zoals sport.

Manier 2: predikaten

Door op predikaten te letten, kun je ook het dominante representatiesysteem voor een bepaalde context achterhalen.

Manier 3: oogbewegingen

Ook kun je kalibreren op oogbewegingen. Hierop wordt intensief geoefend in NLP-opleidingen.

Oefening: Representatiesystemen herkennen in mensen

A vertelt een verhaal/ervaring. B en C letten op alle aanwijzingen (oogbewegingen, predikaten en typische karakteristieken) die onthullen in welk representatiesysteem A zit.
Doe dit ook vijf keer met iemand die je niet kent en doe dit tijdens het kijken naar een TV-interview.

Representatiesystemen omwisselen als interventie

Stap 1: kom erachter welk representatiesysteem het probleem uitlokt.

nlp opleiding met korting

“Ik hoor het geluid van de stem van mijn baas, waardoor ik me gestresst voel. Ik reageer kinesthetisch met een zenuwachtig gevoel en ik kan onmogelijk nog iets uitwerken met mijn handen.

Stap 2: verander van representatiesysteem tijdens het doen van het probleem. Gebruik het andere representatiesysteem dan! Teken een diagram of zoek naar plaatjes die je idee illustreren. Met kleuren werken. Het verhaal in de vorm van een strip vertellen. Maar wat doe je dan als je in de context met het probleem komt? Blijf dan dat beeld maken. Zolang je in het visuele representatiesysteem functioneert, zal je rustig blijven.

Een vrouw met hoogtevrees visualiseerde dat ze viel toen ze bij het raam stond. Bandler: “Zing het volkslied in je hoofd terwijl je weer naar het raam loopt.”

Hiervoor gebruik je ‘overlap’: het helpen van de ander om een representatieniveau te betreden die erg weinig gebruikt wordt, of die de ander moeilijk vindt om te gebruiken. Begin met het creëren van een representatie met enkel het primaire (dominante) systeem. Voeg langzaam het op een na meest gebruikte systeem toe, en voeg tenslotte het systeem toe waar de ander het meeste moeite mee heeft.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!