kalibreren

Kalibreren in NLP: waar let je op om iemand te lezen?

Kalibreren, oftewel ijken, is het belangrijkste in NLP: het wordt gebruikt tijdens iedere techniek en interventie. Wat is kalibreren en waar moet je dan allemaal precies op letten? Je leest het hier.

Wat is kalibreren?

Simpel gezegd, is kalibratie het opmerken wat er bij andere mensen omgaat. Hierbij meet je eerst hoe het eerst was bij de persoon, om daarna de verschillen te kunnen waarnemen. Je let heel concreet op veranderingen aan het gezicht of het lichaam, oftewel de fysiologie, van de ander. Dat koppel je aan een gemoedstoestand, oftewel state, waarvan je weet dat de ander zich in bevindt op dat moment. Kalibratie van de states van andere mensen, en wat er in ze omgaat, bepaalt voor een groot deel hoe effectief je communicatie met ze zal zijn. Kijk ook eens hoe kalibratie een rol speelt bij cold reading!

Betekent kalibreren dan niet dat je aan het invullen (oordelen) bent?

Nee, want je kalibreert het liefst op een verandering en dat is op zichzelf ‘verhaalloos/oordeelloos‘. Zodra je een verandering hebt waargenomen, is het enige feit waar je 100% zeker van kunt zijn, dát er iets veranderd is. Wát er veranderd is, weet je niet. Dat stukje is een gok, maar ook daar is een oplossing voor: je kunt gewoon aangeven dat je opgemerkt hebt dat er iets veranderd is, en je vraagt vervolgens naar meer informatie over wat er precies veranderd is. Ben je trouwens met een NLP-interventie bezig, dan hoef je niet eens te vragen naar wat er precies veranderd is: dan is het genoeg om te weten dát er iets veranderd is. De inhoud mag de client namelijk voor zichzelf houden.

Waar moet je op letten bij het kalibreren (ijken)?

Visuele cues:

  • Huidskleur
  • Veranderingen in de onderlip
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond
  • Gezichtslijntjes
  • De stand van de mondhoeken
  • De trilling van de oogleden
  • Pupilverwijding
  • Meer of minder knipperen
  • Symmetrisch gezicht wordt asymmetrisch of vice versa
  • Anders slikken
  • Ademhalingsveranderingen: plaats, snelheid, diepte
  • Hartslagveranderingen
  • Zachter of harder worden van de spierspanning
  • Nek- en hoofdbewegingen
  • Veranderingen in micro-spierbewegingen

Auditieve cues:

  • Volume
  • Toon
  • Intonatie
  • Snelheid
  • Pauzes
  • Ritme
  • Woorden

Gebaren:

  • Positie van de benen
  • Beweging van de benen
  • Bewegingen in handen en vingers
  • Een wijziging in de positie van de ruggengraat
  • Minder of juist meer bewegingen
  • De algehele energie van de persoon
  • Versnelling of vertraging in reflexen

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!