Omdenken (250 Voorbeelden + Theorie!) Alle Quotes (Herkaderen)

Omdenken is een krachtige vaardigheid die je vast ook wil leren. In dit artikel vind je 258 voorbeelden en tientallen technieken om zelf te leren omdenken! Hier vind je dus de meest uitgebreide theorie met voorbeelden en teksten, quotes en spreuken voor omdenken, inclusief voorbeelden uit de politiek, relaties en coaching.

Voordat we gaan beginnen met omdenken en alle voorbeelden: waarom is omdenken zo krachtig?

Omdenken houdt in dat je met kaders werkt. Door met kaders (frames) te werken, bijvoorbeeld door te herkaderen, daag je iemands bestaande overtuigingen en patronen uit. Als je referentiekaders kunt neerzetten, weghalen of veranderen zal dat je erg veel helpen bij je coaching of debatvoering. In dit artikel lees je tientallen manieren om met omdenken voor magie te zorgen.

Omdenken betekent dat je goed met kaders kunt werken, maar wat is een kader?

Een kader bepaalt welk gedrag geoorloofd is. Wie het kader neerzet of verandert, heeft een gigantische hoeveelheid invloed. Je geeft bijvoorbeeld de grenzen (van communicatie) aan, of je gebruikt een kader om aan verwachtingsmanagement te doen. Laten we hieronder alle mogelijke herkader-technieken bekijken.

Hoe kan ik omdenken? Voordat je omdenk-spreuken produceert… Volg de ander!

Met omdenken leid je iemand uit zijn probleem (of je wint er een discussie/debat mee). En wat weten we over leiden? Dat je eerst moet volgen! Gebruik dus eerst je rapport-vaardigheden om vertrouwen op te bouwen met de ander voordat je gaat beginnen met omdenken. Volg de ander dus eerst door middel van empathie. ‘Dat kan ik me voorstellen… Ik ben het ermee eens… En… En…’ Zodra je dat gedaan hebt, kun je op een warme manier gaan omdenken met de ander!

  1. Begin met volgen door begrip te tonen: ‘Dus als ik het goed begrijp…’
  2. Daarna kun je gaan leiden met een omdenk-spreuk. Gebruik daarvoor de volgende ingang: ‘Zou je je kunnen voorstellen dat…’

In de komende paragrafen vind je tientallen omdenk-technieken met voorbeelden.

Alle omdenken-technieken, quotes en voorbeelden staan hieronder!

wat is omdenken

Terugkaats-omdenken (de boemerang)

Evalueer de uitspraak met een van de criteria van de ander / de uitspraak zelf. Je kaatst de bal gewoon terug.

  • “Ik ben niet goed genoeg…” “Ik vind het juist heel goed van je dat je dat van jezelf zegt!
  • “Ik ben een opgever en een zwakkeling.” “Je bent een geweldige doorzetter, doordat je daar zo in gelooft!”
  • “Het kost me veel te veel energie om te sporten.” “Kost het je niet veel meer energie om niet te sporten?”
  • “Gemene dingen zeggen betekent dat je een slecht persoon bent.” “Dat is gemeen dat je dat zegt.” Of: “Slechte personen hebben altijd de neiging om alleen het slechte in anderen te zien.”
  • “Dat je laat bent, betekent dat je niet om mij geeft.” “Iemand die echt veel om iemand geeft, ziet zo nu en dan een beetje laatheid door de vingers.”
  • “Je laat je vriend helemaal alleen nu je met mij aan het praten bent.” “Ben je niet precies hetzelfde aan het doen met jouw vrienden?”
  • “Nieuwe dingen proberen is riskant.” “Is het niet riskant om zo te denken? Om te geloven dat…?”
  • “Mensen spannen me voor hun karretje spannen.” “Mensen kunnen die gedachte voor hun karretje spannen.”
  • “Dat je zegt dat je flexibel moet zijn is geen flexibele bewering.”
  • Als de enige reden dat iemand nog ruziemaakt is om zijn positie te behouden dat je flexibel moet zijn in plaats van specifiek: “Ben jij flexibel genoeg om specifiek te zijn?” Zo valideer je zijn flexibiliteit in plaats van er tegenin te gaan. Het is juist een expressie van flexibiliteit.
    Pace dus hun criteria, overtuigingen, gebaren en denkprocessen (bijvoorbeeld bij flexibiliteit grote gebaren maken en bij specifiek kleine gebaren maken)
  • Ik kan me deze investering niet veroorloven”. “Kun je het veroorloven om de investering niet te gaan doen?“ Het criterium, namelijk de investering kunnen betalen, wordt in een andere vorm teruggegeven.
  • “Wat je zegt vind ik helemaal niet lief.” “De manier waarop je dit zegt is niet bepaald lief.”
  • “Als iemand echt een goede vriend is, moet hij altijd klaar staan om te helpen.” “Wat heerlijk is dat voor jouw vrienden, dat jij altijd klaarstaat om te helpen.”
  • “Roken is zo gezellig!” “Ja, heel gezellig ja! Om gif uit een wit stokje te gaan zitten zuigen.”
  • “Het is goed dat ons land kernwapens maakt. Dat zorgt voor veiligheid en bescherming.” “Weet je zeker dat dit een veilige overtuiging is om hem zo sterk te geloven?”
  • “Spelletjes zijn voor kinderen.” “Is dat niet juist ietwat kinderachtig om te zeggen?”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Dat is precies het soort gedachte dat ervoor zorgt dat dit te duur wordt.”

Consequenties omdenken

  • Ik zeg alleen gemene dingen tegen mensen om ze beter te maken.
  • Verkoper kan bij bezwaar de consequenties noemen: “Het wordt alleen maar duurder. Het is er straks niet meer. Heb je ooit meegemaakt dat een trui er de volgende dag niet meer was omdat iemand anders hem mee had genomen?”
  • De leverage-techniek van Tony Robbins past hier ook in: ‘Wat gebeurt er als je over een jaar nog steeds die overtuiging hebt (bijv: ‘Alle mannen zijn varkens!’)/ nog steeds je doel niet hebt bereikt?’
  • Wat gebeurt er wanneer je dit blijft geloven?
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Is het niet zo dat het doel de middelen heiligt?”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Als je nu denkt dat het duur is, wacht dan maar tot het probleem groter wordt (het probleem dat het product oplost).”

Omdenken via het meta-kader

Schuif de schuld af op het kader:

  • Dit is een vergadering, het is logisch dat we het niet met elkaar eens zijn. Het is niemands fout.
  • Dit is een leerframe: “Jullie komen hier om te leren.”
  • Je bent het alleen met mij oneens door de locatie waar we nu in zijn/doordat je niet bij deze groep hoort/doordat je bij een andere groep hoort.
  • Dit is een opleiding: je bent hier om te leren. Voor wat je wil, is coaching geschikt.

Bovenstaande drie voorbeelden zijn officiële voorbeelden van Robert Dilts (hij heeft omdenken, oftewel ‘sleight of mouth’ inzichtelijk gemaakt). Hieronder gaan we door met een aantal nieuwe voorbeelden die we ook als meta-kader kunnen zien:

  • “Ik ben een zwakkeling en een opgever.” “Moeten mensen dan altijd sterk zijn en doorzetten?”
  • “Het regent, het verpest mijn humeur!” “Dus voor jou geldt dat weersomstandigheden jouw humeur bepalen?
  • “De enige reden dat je op deze manier hierover denkt is ervaring x die je ooit hebt gehad.”
  • “Je zegt dat alleen omdat je oversensitief bent/in je eigen wereldmodel vastzit/het niet snapt.”
  • “Het heeft alleen maar met je te hoge onrealistische verwachtingen te maken dat je teleurgesteld bent.”
  • Het probleem is al een stukje weg, maar nog niet helemaal. ‘Vier je vooruitgang. Het leven hoeft niet perfect te zijn.’

Of maak een meta-opmerking over de identiteit van de ander:

  • ‘Deze man kunnen we niet geloven, hij is te emotioneel onstabiel.’ ‘Ben jij opeens de psycholoog?’

Ook is het mogelijk om meta te gaan om een vraag te ontwijken:

  • Je date vraagt je hoe oud je bent en je wil niet als eerste prijsgeven hoe oud je bent: ‘Wat is dit, spelen we opeens een vragenspel?’

Omdenken via het tegenvoorbeeld: het tegenovergestelde

herkaderen sleight of mouth technieken

  • “Gemene dingen zeggen betekent dat je een slecht persoon bent.” “Is het niet mogelijk om gemene dingen te zeggen en geen slecht persoon te zijn?” “Is het niet mogelijk om een slecht persoon te zijn zonder gemene dingen te zeggen?”
  • “Dat je zo laat bent aangekomen, betekent dat je niet om me geeft.” “Is het niet mogelijk om laat te zijn en nog steeds om iemand te geven?”
  • “Hij haat me want hij schreeuwt tegen mij.” “Heb je wel eens geschreeuwd tegen iemand die je aardig vindt?” “Ja!”
  • Je kan de ‘counter example’ ook direct vertellen en daarna vragen: “Wat ga je doen/veranderen?” Je bent op deze manier nog steeds niet pushend maar socratisch bezig.
  • “Ik heb weinig tot geen zelfvertrouwen.” “Hoe zou je weten wanneer je wel zelfvertrouwen hebt?”
  • “Ik heb vanavond een etentje toegezegd en ik heb echt geen zin…” “Zou je je kunnen voorstellen dat het mogelijk is dat je een eenmaal genomen besluit zou kunnen intrekken?” (Modale operator van mogelijkheid)

Omdenken door te accepteren en overdrijven

  • “Wat stom. Het regent.” “Klopt. Het is echt verschrikkelijk dat het regent. De wereld vergaat. Er is helemaal geen lichtpuntje.”
  • Je mag komende 9 dagen alleen nog maar chocolade eten en 4 glazen water. Hoe voel je je nu?
    Kom op neem er nog eentje,  je bent toch de chocolade kampioen?  Kom op. Is chocola niet het beste! Kan je het al proeven, maakt het je watertanden? Wees heel erg toegevend aan chocolade. Zet je allerslechtste beentje voor!
    “je kan me niet dwingen!”
    Kort daarna realiseerde de client wat hij zei.
    Dit doorbrak zijn patroon.
  • “Ben je zo stom?” “Alleen op woensdagen.”
  • Overdrijf de alles-of-niets-uitspraken (of maak er zelf eentje van om het te overdrijven). “Niemand mag mij.” “Klopt. Helemaal niemand mag je. Er zijn zelfs geen uitzonderingen. Helemaal niemand.”

Omdenken via het prijsanker-kader

Dan Ariely heeft de in de marketingwereld beroemde anker-experimenten gedaan waarbij bekend werd dat we iets minder groot of klein vinden als we voorheen geankerd zijn voor iets wat veel sterker was.

  • “Deze fout heeft ons 100 euro gekost!” “Dat valt mee ik dacht 1000.”
  • Dat valt me ik dacht: dit is het einde van de wereld

Het tegenovergestelde kader

  • “Ik denk steeds: is het al voorbij? Ik wil van die Gedachte af.”
    “Geen zorgen. Er is genoeg tijd.”
  • “Ik kan er niet zo veel bedenken.”
    “Ik weet dat je er zoveel wil vertellen maar je hoeft/mag er maar 1 te vertellen.”

Omdenken via waarden (criteria)

  • Gebruik de neurologische niveaus van Bateson/Dilts om het onderwerp in het licht van waarden en criteria te zetten.
  • Zet een waarde in het licht van de hiërarchie van criteria van een persoon: “Wat is nóg belangrijker dan dit? Is het niet veel belangrijker dat…?”. Zie het volgende kopje…

Omdenken via de hiërarchie (van waarden)

Je voert deze herkadering uit door dingen op te noemen die belangrijker zijn dan het conflict.

  • “Dat je laat bent, betekent dat je niet om mij geeft.” “Is het niet belangrijker om mijn verantwoordelijkheden te vervullen voor de mensen die op me rekenen, zoals jij, dan om punctueel te zijn?” Of: “Denk je niet dat er belangrijkere dingen zijn: eerlijkheid, oprechtheid?” Of: “Zeg je nou dat het meest fundamentele aspect van onze relatie een kwestie van tijd is?”
  • Vind je het niet belangrijker om succesvol te zijn dan gelijk te hebben?
  • Is het niet belangrijker om grenzen te verleggen, in plaats van simpelweg grenzen te maken?
  • Als iemand zegt dat je gemeen bent: “Vind je het niet belangrijker om realistisch te zijn dan aardig?
  • ‘Ik ben niet goed genoeg…’ ‘Wat vind je nou belangrijker: dát, of dat je het zelf naar je zin hebt?’ Of: ‘Wat is nou belangrijker: dát, of dat je de moed hebt om jezelf te willen verbeteren?’
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Denk je niet dat het belangrijker is om te focussen op hoe je meer geld verdient, dan om te focussen op hoe duur dingen zijn?”

Perspectief-reframe

herkaderen techniek

  • Het probleem bekijken vanaf het plafond.
  • Vanaf de grond: een worm.
  • Vanuit een kind.

Ecologie-kader

  • Hoe passen deze acties in het bredere systeem met andere mensen in ons leven (vrienden, familie) en andere gebieden in ons leven (zakelijk, gezondheid)?
  • Is dit congruent met je diepere zelf?

Omdenken via het feiten-kader

Scheid feiten en betekenis. Een feit is een controleerbaar verschijnsel dat je op foto of video kunt vastleggen. Een betekenis is een generalisatie die feiten overstijgt. Dat kan zich als het volgende uiten: mening, evaluatie, opinie, overtuiging, hersenspinsel.

Omdenken via het ‘Het is maar een overtuiging’-kader

Deze valt eigenlijk onder het feiten-kader, omdat een overtuiging een betekenis is, en geen feit:

  • ‘Als ik dat ook geloofde, zou ik dat probleem ook hebben.’
  • Dat is wat jij gelooft.
  • Dat is jouw mening.
  • ‘Ik ben het niet met je eens.’ ‘Dat is jouw keuze.’

Een betekenis kun je ook als herkadering gebruiken (je geeft er een andere, positieve betekenis aan). De betekenis-herkadering is hogerop in dit artikel behandeld.

De positieve kant-kader

  • Wat is goed aan het probleem?
  • Wat is goed aan vandaag/situatie x?

What if-kader

Wat zou gebeuren als je het wel/niet deed? Dit is in veel gevallen ook een vorm van humor en creatief ‘out of the box’ denken. Dit is een uitstekend kader om beperkende gedachten tegen te gaan. Verander het kader qua tijd, ruimte, grootte etc. om argumenten te creëren.

  • Lukt het een coachee niet om bijvoorbeeld te visualiseren? Zeg dan: ‘Wat als je het wel kon zien… Doe gewoon maar alsof’.
  • Zie jezelf dat op dit moment doen, en merk op hoe je dat in het verleden ook al eens hebt gedaan.
  • Wat als iedereen dat zou doen?
  • Doe een what if heel enthousiast en zo vroeg mogelijk om een positieve state uit te lokken: “Zou het niet geweldig zijn als x wel lukte!”

Agreement-kader

Dit is vergelijkbaar met ‘piggyback’, waarbij je momentum creëert en daarachter jouw idee of suggestie te introduceren.

  1. Bevestig wat ze al doen: agree
  2. En daarachter kan je jouw idee of suggestie toevoegen.

Voorbeelden:

  • Ik ben het daarmee eens, en ik zou … ook toevoegen.
  • Ik ben het er bijna mee eens, en ik zou … toevoegen.
  • Ik zou het ermee eens kunnen zijn, en ik zou … ook toevoegen.
  • Het klopt, je hebt gelijk dat je niet in trance kan raken, en ik ga je ook niet vertellen dat je in trance kan raken, Debbie, nu. Want je kan helemaal niet IN TRANCE RAKEN, op een heel comfortabele manier. Heel goed. En het is niet belangrijk dat je in trance raakt, met veel genot. Precies Debbie.
  • Het klopt, je hebt gelijk dat je het product niet zou kopen, voordat je je realiseert dat dit product alleen voor echt gemotiveerde mensen is.

Preframes

herkaderen

Als je iemand vraagt om naar het raam te lopen en te tellen hoeveel rode auto’s er zijn, zal zijn onderbewuste die vraag automatisch gaan beantwoorden zodra hij uit het raam kijkt. Hij zal de andere dingen niet opmerken, zoals hoeveel vuilnisbakken, kinderen of fietsen er zijn. Zijn referentiepunt is rode auto’s.

Bij preframes ben je al van te voren de bezwaren weg aan het halen door de aandacht ervan af te leiden. Je focust het kader op iets totaal anders. Je bent in zekere zin iemands RAS (selectieve perceptie) aan het beïnvloeden. Nadat de preframe opgezet is zullen mensen de daaropvolgende situaties alleen evalueren aan de hand van de betreffende condities die jij hebt opgezet.

Goed om te weten: als je eenmaal een preframe hebt opgezet, mag je hem juist ook gerust verdedigen. Geef je bijvoorbeeld een presentatie en heb je het kader opgesteld dat de vragen op het einde komen, dan kun je iedereen die tussendoor een vraag wil stellen, naar het kader verwijzen. Dat is de kracht van een preframe!

Ook kun je aan preframing doen door vooraf een bepaalde sfeer te creëren of door vooraf een bepaalde stemming te suggereren. Stel jezelf dus de vraag: in welke stemming wil ik de ander brengen? Welke hulpbronnen zijn hier nuttig om op te roepen? Laten we naar een aantal voorbeelden van preframing kijken:

  • Stel dat je een makelaar bent en je verkoopt een woning die ver weg van het stadscentrum ligt. Een manier om dat bezwaar in te calculeren is om tijdens het begin van het gesprek iets te noemen zoals: “Ik weet niet zeker of ik jullie dit huis moet laten zien. Het is fantastisch en veel mensen willen hem. Het enige probleem is dat het een beetje te dicht bij het stadscentrum ligt omdat veel mensen een schitterend landschap willen hebben, vooral voor de kinderen om in op te groeien.” Nu is de vraag niet: is het te ver weg? Maar wel: is het te dichtbij?
    Je hoeft daarna niks meer te bewijzen. Je leidt mensen af door een bezwaar te noemen die achteraf juist positief uitvalt, en dat zullen ze ook opmerken.
  • Of je kunt een compleet andere meeteenheid nemen om het huis mee te beoordelen. Je kunt bijvoorbeeld, ervan uitgaande dat het een groot huis is, zeggen: “Ik ga jullie dit huis niet laten zien. Het is een schitterend huis en jullie zullen er meteen van houden. Het enige probleem is dat ik niet weet of het wel groot genoeg zal zijn voor jullie omdat ik weet dat jullie een groot huis willen.
    Nu gaan ze natuurlijk erin met de anticipatie om het huis te beoordelen op de grootte, en niet op de afstand tot het stadscentrum. Die vraag zal niet meer in ze opkomen omdat ze bezig zijn gehouden met het huidige kader dat je van te voren hebt opgezet. Het allermooiste is natuurlijk dat het huis al groot is waardoor het grootte-issue sowieso opgelost wordt.
  • “Een Ferrari rijdt op te veel liters per kilometer. Dat is veel te duur.” Dit argument wordt natuurlijk onmiddellijk opgelost door de klant omdat je een Ferrari om heel andere redenen koopt en het benzineverbruik daarbij helemaal niet relevant is.
  • Een docent kan tegen zijn klas zeggen: Sommigen van jullie weten precies hoe dit werkt en de rest van jullie zullen prettig verrast worden als jullie meer gaan leren en jullie misconcepties over dit vak zien omgewisseld worden met nieuw begrip.
  • Een verkoper kan het volgende tegen zijn suspect zeggen en er ook zelf in geloven: “Vandaag is een spannende dag voor je, een geweldige kans.” Als de klant het afwijst is de verkoper niet reactief en houdt hij het kader: “Zij missen iets. Kopen is de enige logische keus!”
  • “Ik zou het fout kunnen hebben, maar…” Hiermee heb je het kader geschetst dat alles wat je zegt, ‘verwacht’ zal zijn.
  • Welkom op deze gezellige middag. Ik ben blij je te ontmoeten. Voel je lekker welkom op deze unieke dag waarin je veel dingen gaat leren die je plezier gaan opleveren, en ik weet dat jullie erg nieuwsgierig zijn naar wat deze bijzondere dag jullie gaat brengen.
  • Je bent onbewust al heel competent als {doelvermogen. bijv. coach}!
  • Een sterke manier om een pre-frame te stellen is door je eigen logische niveaus goed helder te hebben voor de context waarin je te werk gaat, zodat je een sterk. behulpzaam preframe voor jezelf hebt gesteld.

Deframing

Deframing heeft van alles te maken met macht tonen: laten zien dat je ‘high value’ bent, en je bereidheid om weg te lopen. Op die manier breek je het kader van de ander af. Je geeft de andere persoon een uitdaging om in jouw kader te mogen meedoen. Deze uitdaging is belangrijker dan het oorspronkelijke verweer van die persoon waardoor die verdwijnt.

  • “We hebben elkaar waarschijnlijk verkeerd begrepen. Je hebt gelijk, we zouden beter niet samen moeten werken.”
  • Wanneer iemand kritiek geeft op iets dat van jou is: “Hey wil je hem soms voor jezelf hebben en stelen? Die krijg je nooit!”
  • Iemand maakt een negatieve opmerking over je uiterlijk. “Omdat ik anders te oogverblindend mooi ben.”
  • “Vertel me een, waarom zou ik je moeten inhuren?” “Weet je wat, ik denk dat we dingen verkeerd begrepen hebben en je hebt waarschijnlijk gelijk. We zouden waarschijnlijk helemaal niet samen moeten werken.” Wat je daarmee communiceert is dat wat jij doet zo waardevol is dat als jij dat niet wil, er zat andere mensen zijn die het wel willen. Je komt vanuit een positie van overvloed in plaats van een positie van schaarste.
  • Een klant zegt: “Weet je wat, eigenlijk vind ik dit een beetje te duur voor me.” Als verkoper kan je dat deframen door te zeggen: “Weet je, ik ben best blij dat je dat zegt want mensen realiseren zich niet hoeveel kracht ze krijgen voor hun geld. En om eerlijk met je te zijn, ik weet niet zeker of de meeste mensen die een auto in deze prijsklasse kopen wel weten hoe ze om moeten gaan met een auto zoals deze. Dus ondanks dat ik deze uitstekende auto aan iedereen wil laten zien, moet ik toegeven dat ik opgelucht ben wanneer mensen voor een wat meer bescheiden, kleinere, veiligere auto gaan.” Hier is de ingebouwde uitdaging: ben jij man genoeg om deze auto te rijden? Natuurlijk werkt deze deframe niet bij een man met een gezin, die waarschijnlijk juist veiligheid wil.
  • Is een persoon maar eindeloos door aan het praten en kom je er niet tussen? Weglopen en gewoon opnieuw beginnen. Jij bepaalt het kader.

Het negeer-kader

Door iets te negeren, bijvoorbeeld een belediging, erken je de realiteit van dat kader niet.

  • Belediging niet als belediging zien. Als je student een wit papier in levert. Je kan de student nog een kans geven door de inhoud te negeren en te zeggen: je vergat de datum en handtekening. Als je dat verbetert kan ik het pas nakijken.

Omdenken via de context-herkadering

herkaderen

In welke situatie/context zou dit probleem goed/normaal/waardevol zijn/een andere betekenis krijgen? ‘Daar dachten ze in {plaats/tijd} anders over {verschijnsel}, namelijk…

Voorbeelden:

  • “Iedereen haatte mij.” “Wie haatten ze nog meer?” “Wie haat jou allemaal niet?” “Is het niet geweldig hoeveel mensen wèl mogen?”
  • “Té assertief zijn zorgt er op zijn werk voor dat hij meer geld verdient.”
  • “Dat uw dochter nu bazig is betekent dat ze straks prima op haar eigen benen kan staan.”
  • “Ik haat het dat mijn vrouw snurkt.” “Dat is lang niet zo erg als wonen langs een spoorweg.”
  • “Ik stel alles voor altijd uit.” “Als je slechte dingen voor altijd uitstelt, zoals koekjes eten, ben je dan niet heel goed bezig?
  • “5,5 is genoeg.” “Wat ben ik blij dat de chirurg die jou opereerde met een 5,5 is afgestudeerd.”
  • “Ik heb het zo druk!” “Veel mensen kunnen niet die verantwoordelijkheid nemen.”
  • Geldt dat niet voor 97% van de mensen? Zelfs de koning!”
  • “Ik ben zenuwachtig voor mijn presentatie omdat er iets fout kan gaan.” “Wat voel je bij je veters strikken of de tv aanzetten? En als het fout gaat?” “Niks.” Wat als je je presentaties ook zo ziet? Denk eraan dat je leven 90 jaar kan duren. Wat voor grootse dingen heb je meegemaakt en kan je meemaken? Wat is dat uurtje dan, ook al gaat het niet 100% lekker?
  • Al die huizen die je ziet. Daar wonen allemaal mensen. Zouden zij er wat om geven als ze je probleem horen? Niemand geeft wat om je kapotte horloge of je angsten. Niemand geeft wat om je problemen en je zorgen. Ze hebben hun eigen problemen en zorgen. Ze zullen die van jou niet eens opmerken.
  • Voor een perfectionist: ‘Jouw 60% is iemand anders zijn 110%.’
  • Terwijl je door de regen loopt of fietst: “Kijk hoeveel regendruppels je niet raken!”
  • “Ik heb ADHD… Ik kan mezelf niet goed concentreren…” “Wees blij! Anders had je boekhouder moeten worden!”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Als iedereen dat zou geloven, dan zou de mensheid niet vooruit zijn gegaan.”

Tijd-context-omdenken

  • “Je hebt gelijk, TOT NU TOE was je niet goed in koken.”
  • “Je hebt gelijk. We hebben MOMENTEEL inderdaad geen geld meer.”
  • “Gemene dingen zeggen betekent dat je een slecht persoon bent.” “Voor hoe lang ben ik dan een slecht persoon?”
  • Een 6-jarig jongetje zoog zijn duim. Erickson vroeg aan hem wanneer hij een 7-jarige jongeman werd. Daarmee toonde Erickson respect voor het kind. Vervolgens zei hij: “Natuurlijk mag je je duim zuigen, want je bent nu nog een 6-jarige. Als je volgende maand 7 wordt ben je een grote jongeman die volwassen gedrag vertoont.”
  • Later, als je erop terugkijkt, zal je erom lachen. Wie zal het verschil weten over 100 jaar? Wie zal het dan wat schelen?
  • “Mijn projectgroep kan ik niet uitstaan!” “Hoe lang duurt dit semester nog?”
  • “Het is goed dat ons land kernwapens maakt. Dat zorgt voor veiligheid en bescherming.” “Voor hoe lang?”
  • “Dat je laat bent, betekent dat je niet om me geeft.” “Beter laat dan nooit.”

De uitzonderingscontexten-omdenking

  • Misschien voel je je over het algemeen wat onproductief, maar op je studie is niks aan te merken.

Betekenis-omdenken

omdenken

Wat heeft deze persoon (nog) niet opgemerkt waardoor een andere betekenis ontstaat en zijn respons anders zal zijn? Hoe kan ik dezelfde uitspraak of ervaring op een andere manier omschrijven?

  • ‘Ik maak me zoveel zorgen om mijn kind!’ ‘Dat doe je uit liefde voor je kind!’
  • ‘Ik ben een slechte leerling, want mijn mentor wil steeds met me praten.’ ‘Wauw, wat goed! Hij moet wel een hoge pet van je op hebben dat hij zoveel aandacht aan je besteedt!’
  • ‘Mijn huisarts heeft zo weinig belangstelling voor me. Ik sta steeds binnen een kwartier weer buiten.’ ‘Hij kent je zo goed dat hij heel snel weet wat er met je aan de hand is!’
  • ‘Een slechte eigenschap van mij is dat ik eeuwen bezig ben met details, en dan kom ik er vaak nóg niet uit…’ ‘Je bent dus heel zorgvuldig en precies in wat je doet! Dat is een compliment voor jou!’
  • Een student onderbreekt de les constant. ‘Je bent erg intelligent, je hebt veel te vertellen!’ (En daarna leiden naar jouw gewenste situatie: dat hij de klas de ruimte geeft om door te gaan.)
  • “Ik ben als enige in paars gekleed vandaag, wat erg!” “Mooi, kan ik je makkelijk vinden in de menigte!”
  • Reagan: “Is leeftijd een issue voor de verkiezingen?” Raegan nadat iemand zei dat hij oud is met zijn 72: ‘I will not make age an issue of this campaign. I am not going to exploit, for political purposes, my opponent’s youth and inexperience.’
  • ‘Ik heb een stomme fout gemaakt!’ ‘Dus je bent menselijk!’
  • Authentieke rode zalm: gegarandeerd dat het niet roze wordt
    Je krijgt geen fortune cookie. “Ik heb zoveel fortuin dat ze er geen voor mij konden bedenken.
  • “Dat is goed want…” kan je bij al het slechte nieuws gebruiken.
  • Wat is het?
  • Waar lijkt het op?
  • Als iemand zegt: “Wil je even weg gaan?” kun je het als volgt omdenken: “Jongens ik moet even een telefoontje plegen ik moet jullie helaas even verlaten.
  • “Doe je jas uit.” “Mag hij uit ja?”
  • “Ik kan niet leren.” “Als iemand niet kan leren komt dat door gebrek aan mentale organisatie en dat komt omdat zijn waarnemingsvermogen niet getraind is, dus als je je zintuigen traint kan je wel leren.”
  • Verwarring betekent dat je het bijna begrepen hebt. Als je meteen alles begreep leerde je niks en verdeed je je tijd en geld.
  • “Ik haat het dat mijn vrouw snurkt.” “Ik wou dat ik mijn vrouw kon horen snurken!”
  • “Het regent…” Wat een goed nieuws, dan kun je mooi je regenkleding testen!” Of: “Wat een goed nieuws, dus de pollen werken niet meer: geen hooikoorts!”
  • Wat is het fijn dat we nu zo ernaar kunnen kijken en leren van die vervelende ervaring die gelukkig al achter de rug is.
  • “Ik ben gefrustreerd.” “Dat betekent dat je graag beter wil worden dan je nu bent en dat geloof je. Het is een heel positief teken. Het betekent dat wat je wil binnen handbereik is, maar dat wat je nu doet nog niet werkt. Je moet dus je strategie veranderen.
  • Een metafoor om iets wat je bent kwijtgeraakt om te denken: “Een zwempak maakt je langzamer. Wat een vreselijke handicap. Met je huid kan je veel soepeler zwemmen.”
  • “Ik word heel achterdochtig van het metamodel (een model waarbij je de duidelijkheid van je taal verbetert). Je moet overal op letten!” “Je kunt het ook zo zien: ik kan hiermee heel goed boodschappen uitzenden.”
  • Een belediging verkeerd opvatten als compliment.
  • “Iedereen geeft me alleen maar kritiek.” “Wow, je moet wel zoveel voor ze betekenen dat ze allemaal de tijd nemen om je deze dingen te vertellen.”
  • “Ik voel me echt verschrikkelijk vandaag.” “Je kent je gevoelens. Wat heerlijk!”
  • Het is leuk om raar te zijn!
  • ‘Het is hier wel warm hè, in de zaal?’ ‘Goedzo, dat krijg je er allemaal gratis bij.’
  • Angstig: je bent inderdaad goed in contact met je gevoel, wat knap!
  • Iemand heeft al voor de vierde keer in een week een ongeluk gehad: ‘Blijkbaar ben jij een expert in het verwonden van jezelf! Ik zou niet weten hoe je het doet, het is een expertise!’
  • ‘Ik ben niet in balans…’ ‘Wat fijn! Je disbalans kun je toelaten, want alles wat in balans is staat stil.’
  • ‘Ik heb een fout gemaakt/ik ben afgewezen.’ ‘Super, je hebt er weer een referentie-ervaring bij! Je bent aan het leren!’
  • Nadat je gaapt: ‘Ik ben ontspannen!’
  • Een crisis is een kans!
  • Mislukking/problemen is vooruitgang en in beweging zijn!
  • Vind je iets lastig? Groei ligt buiten je comfortzone. Dus misschien ben je nu wel aan het beginnen met leren!
  • Imperfectie is menselijk!
  • Lijden is motivatie!
  • Frustratie is een doel hebben!
  • Je baalt… Wat sta jij mooi in contact met jezelf!

Herdefiniëren van woorden

  • “Jij zei toen iets gemeens!” “Ik was inderdaad wat te krachtig in mijn communicatie daar.”
  • “Hij is niet ongeorganiseerd, maar hij is creatief in zijn planning.”
  • “Hij is geen beginner maar expert in wording/opleiding.”
  • “Gemene dingen zeggen betekent dat je een slecht persoon bent.” “Ik zeg geen gemene dingen, ik vertel de waarheid/Ik laat de feiten zien.” “Ik ben geen slecht persoon, ik ben gewoon eerlijk/oprecht/niet zo gevoelig als jij.”
  • “Dat je laat bent, betekent dat je niet om mij geeft.” “Het is niet dat ik niet om je geef. Jet is gewoon zo dat ik op andere manieren laat zien dat ik om je geef.”
  • “Je kunt beter x doen, je doet het anders slecht.” “Inderdaad. Hij kan beter x doen, dan doet hij het nóg beter!”
  • Bij een conflict: “Ligt gewoon aan verschillende persoonlijkheden, dus andere metaprogramma’s.”
  • “Hij is niet psychotisch, hij is speciaal.”
  • “Ik ben altijd zo moe na een week werken…” “Het is niet zozeer moe, maar het is ontspannen en een afglijding van stress.”
  • Ben je niet bekwaam of heb je nog een paar dingen te leren?
  • Geen probleem maar een uitdaging.
  • “We hebben hier een goede mogelijkheid” in plaats van “We hebben werk te doen.”
  • Niet moeten maar morgen.
  • “Mijn collega schreeuwt altijd!” “Hij heeft inderdaad een luide stem.” Of: “Wat fijn! Ik kan mijn collega nooit verstaan.”
  • “Ik heb het zo druk!” “Je hebt inderdaad veel doelen, vaardigheden, successen en ambities.” Of: “Dan ben je inderdaad heel belangrijk voor veel mensen.”
  • Jij noemt het… Ik noem het…
  • Jij noemt het moe. Ik noem het voldaan.
  • Ik ben niet laat, ik ben vertraagd.
  • Gierig: hij is inderdaad spaarzaam en verantwoordelijk.
  • Depressief: je bent je inderdaad aan het opladen.
  • Doodmoe: je bent inderdaad voldaan!
  • ‘Oh zij is nog over/alleen!’ ‘Ze is inderdaad beschikbaar!’
  • ‘Wat een druk kind heb ik!’ ‘Wow! Wat een boel schitterende energie!’
  • Nerveus: je hebt inderdaad gezonde spanning!
  • Overweldigd: je wordt inderdaad lekker uitgedaagd!
  • Verward: je bent aan het leren!
  • Jij noemt het een probleem, ik noem het een kans!
  • Verloren: zoekende!
  • “Je komt ons halen…” “Ik kom jullie inderdaad uitnodigen.”
  • “We moeten weer.” “Jullie mogen inderdaad weer.”
  • “Is het niet zo dat je iemand aan het controleren bent als je hem aan het coachen bent en hij moet je over een week bellen of hij zijn taak heeft gedaan?” “Het is niet zozeer controleren, maar motiveren.”
  • ‘Ik ben een zwakkeling en een opgever’: ‘Het is niet zozeer dat je een zwakkeling bent, maar je hebt gewoon nog niet datgene gevonden wat jij belangrijk genoeg vindt om voor door te zetten.
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Het is inderdaad een waardevolle/kostbare dienst.”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Ik zeg niet dat het te duur is. Ik zeg dat je het waard bent.”

Herdefiniëren langs de logische niveaus

Herdefinieer ook van identiteit naar gedrag of van gedrag naar omgeving:

  • “Hij is geen slecht persoon maar hij koos de verkeerde woorden.”
  • “Dit huis is te duur ik kan het niet betalen.” “OK, dat betekent niet dat het te duur is maar dat het uitzonderlijke waarde heeft.”
  • “Je was laat.” “Nee, ik had vertraging.”

De context beperken tot de mening van slechts één persoon

Deze techniek heeft sterk te maken met de volgende techniek (het wereldmodel-kader). Er is namelijk geen echte waarheid, en daar wijs je de ander op. Sterker nog: je laat het lijken alsof de ander de enige is die er op deze manier naar kijkt.

  • Dat is inderdaad wat jij gelooft.
    Dat is inderdaad hoe jij dit beleeft.
  • “Dat is inderdaad wat jij vindt.”
  • Het woordje ‘geloven’ in plaats van ‘weten’. ”Dus jij gelooft persoonlijk dat…”
  • “Jij mag die mening hebben.”

Wereldmodel-omdenken

Je gaat uit van de basisovertuiging dat er geen echte waarheid is: iedereen heeft zijn eigen subjectieve beleving op de waarheid. Geen uitzonderingen!

  • In hoeverre weet jij dat dit (deze overtuiging) waar is? (Dit is ook een metamodel-patroon, zie volgende herkadering!)
  • Ik ken veel andere {moeders} die {het tegenovergestelde doen van wat jij doet}.
  • “Ik ben een zwakkeling en een opgever.” “Dat is inderdaad hoe jij de waarheid beleeft. Wie ken je allemaal die daar anders over denkt?”
  • “Dat je laat bent, betekent dat je niet om me geeft.” “De meeste mensen die ik ken, beoordelen het geven om de ander aan de hand van de gevoelens die je voor iemand hebt, niet aan de hand van tijd.”
  • “Kanker veroorzaakt sterfte.” “Niet alle medici hebben die overtuiging. Velen geloven dat ieder van ons een aantal gemuteerde cellen heeft, en dat het enkel een probleem wordt als het immuunsysteem verzwakt wordt.”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Dat is niet het geval voor iemand die wil groeien.” Of: “De meeste van mijn klanten zeggen dat ik niet genoeg vraag.”

Omdenken door te Downchuncken (Het Metamodel-kader) (Realiteitsstrategie)

Gebruik het metamodel om bijvoorbeeld naar specifieke onderdelen en naar bewijzen te vragen. Gebruik het metamodel vooral wanneer je een oorzaak-gevolg of complexe equivalantie spot.

  • Hoe weet je iets?
  • Hoe ga je dat bewijzen, dat het zo is (zintuiglijk waarneembaar)?
  • Welke onderdelen precies?
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Je zegt dat je enkel om het geld geeft (en dus niet om de grotere intentie)?”
  • “Als ik mijn huiswerk doe, heb ik geen tijd over om te spelen.” “Hoeveel minuten duurt het precies om je huiswerk af te maken?”

Omdenken door te Upchunken (Het Miltonmodel-kader)

  • Hoe voel je je over het algemeen?
  • In een discussie: “Wat probeer je te bereiken hier?”
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Het probleem zit hem hier niet in het betalen, maar in de veranderingen die je wil.”
  • “Als ik mijn huiswerk doe, heb ik geen tijd over om te spelen.” “Zeg je dat alleen spelen ervoor kan zorgen dat je kunt genieten?”
  • Wat is je intentie met die vraag?
  • Het is niet je huis, maar je paleis!

Intentie-kader (lateraal chuncken)

herkaderen en omdenken

Omdenken kun je ook doen door te upchuncken en downchucken met de logische niveaus. Eerst upchuncken, dan downchucken om nieuwe alternatieven te vinden en om de positieve intentie tegemoet te komen. De Intentie-herkadering is de belangrijkste herkadering. De intentie-herkadering is zelfs zo belangrijk dat er maar liefst twee aparte artikelen zijn gemaakt die diep ingaan op de herkadering van de intentie. Het ene artikel gaat over de positieve intentie en het andere artikel gaat over de techniek achter het lateraal chuncken.

Doel-kader (dit is ook een intentie-kader)

Je evalueert de gebeurtenis door naar de doelen te kijken.

  • Benoem je eigen doel.
  • Vraag het doel van de andere betrokkenen uit.
  • Verbind de doelen.
  • Vragen om te stellen: voor welk doel gebeurt dit? Wat is hier de intentie van? Wat is je intentie?

Effectievere woordkeus

  • “Ik ben aan het zoeken…” “En wat als je gaat vinden?”
  • “Ik probeer het.” “En wat als je het doet?”

Omdenken van de emoties

  • Erickson zei tegen een kind dat verdrietig was omdat ze sproetjes had: “Je bent een dief. Ik weet precies wat je hebt gestolen, wanneer en waar je was. Ik heb er zelfs bewijs van.” Ten eerste zorgt dit voor verwarring waardoor het patroon doorbroken wordt. “Je hebt het de koekjes open willen doen toen opeens een hele doos met kaneel uit de kast op je is gevallen. Nu heb je een kaneelgezicht.” Hiermee is het probleem herkaderd naar opluchting en humor. Het was achteraf niet zo erg: de beschuldiging werd ingetrokken. Voortaan moest ze alleen lachen als ze aan haar kwaal dacht.

Voorschrijven van het symptoom

sleight of mouth omdenken

Je maakt het symptoom verplicht. Je spuugt zo in iemands soep. Ze kunnen het nog wel eten, maar ze zullen er niet van genieten. Doordat je het negatieve bevestigt doorbreek je het patroon dat de client al jaren van iedereen te horen krijgt en laat je de cliënt terugvechten naar het positieve.

  • Je kan het inderdaad niet. Zelfs niet een beetje.
  • Wedden dat je niet {symptoom} kan doen? Wedden dat je het mij niet kan bewijzen?
  • “Je bent echt dom.” Met die zin doorbreek je het patroon nog eens extra. “Als je intelligent was had je het zo en zo aangepakt om persoon x, y en z echt goed te irriteren.
  • Erickson kreeg een client die wilde afvallen, maar ze kwam juist steeds aan. Ze haatte afvallen. Dus eiste Erickson dat ze precies 11 pond moest bijkomen die week. Ze doet het tegenovergestelde en valt juist af, óf ze komt 11 pond aan en heeft dus controle over haar gewicht. Dat is de presupposition.
  • Als de client al een hele tijd iets heel hard probeert vertel je haar dat ze juist het tegenovergestelde moet doen, bijvoorbeeld het wegnemen van zichzelf.
  • Een kind sloeg constant met deuren. Terwijl het kind iets anders leuk aan het doen was zei Erickson: “Wil je alsjeblieft de deur dichtslaan? Dankjewel.” Het kind deed het. “Doe het nog een keer.” Dankjewel. Doe het nog een keer.” Dankjewel. Doe het nog een keer. Ik sta erop.” “Maar ik ben mijn plaatjesboek aan het lezen.” “Aan de manier waarop je het deed dacht ik dat je het leuk vond.” “Ik hou echt niet van deuren slaan.”

Het veranderen-van-onderwerp-kader

“Waar het hier (echt) om gaat is… {verander van onderwerp}”.

  • “Aangezien jij het afval niet hebt opgeruimd, gaan we niet een plezierige avond tegemoet..” “Laat mijn fout jouw avond niet verpesten. Waar het hier om gaat is hoe we onze communicatie kunnen verbeteren zodat dit niet weer gebeurt.”
  • “Ik weet niet of ik mee wil doen…” “Misschien… Maar vertel eens, wat is je favoriete sport?”

Omdenken door een oplossing te vooronderstellen in een vraag

Voor deze techniek van John Overdurf is het handig om te weten wat vooronderstellingen zijn (het zijn implicaties). Vervolgens gebruik je een vooronderstelling om een vraag te stellen waarin je de omdenk-oplossing verwerkt. Op deze manier sla je als het ware een stap over en presenteer je de omdenk-oplossing op een heel sneaky manier.

Voorbeeld:

  • Een vader zegt: ‘Ik word altijd zo boos op mijn vrouw als ik steeds thuiskom en het speelgoed van de kinderen overal op de vloer zie…’
    ‘Hoe goed zou je vrouw zich voelen dat je alleen maar boos bent over speelgoed!’

Het NLP Vooronderstellingen-kader

Leg je uitdaging in het licht van een van de NLP-vooronderstellingen en merk op wat het je brengt.

Inhoudsherkadering

Verander de submodaliteiten, waardoor de structuur van de inhoud verandert.

Metafoor-herkadering

Gebruik een metafoor/analogie:

  • ‘Het lijkt een beetje op wanneer je voor het eerst leerde te lopen…’
  • ‘Je bent een diesel, je moet even op gang komen.’
  • ‘Gemene dingen zeggen maakt je een slecht persoon.’ ‘Zou een tandarts een slecht persoon zijn als hij mensen zou vertellen dat ze tandrot hebben?’
  • ‘Dat je laat bent, betekent dat je niet om me geeft.’ ‘Als een chirurg te laat is voor het avondeten omdat hij iemands leven aan het redden is, betekent dat dan dat hij niks geeft om het avondeten?’
  • “Jullie dienst is te duur voor mij.” “Als de waterprijs omhoog zou gaan, zou je dan stoppen met het drinken van water?”

‘Wat als’-herkadering

De ‘wat als’, oftewel ‘as if’-herkadering is een van de effectiefste herkaderingen.

Utilization als omdenk-methode

Utilization is ook een mooie manier om te omdenken. Dit is echter een erg belangrijk begrip dat onder het idee ‘Volgen, dan leiden’ valt.

De ultieme herkadering: omdenken vanuit de Bron (Of Spirit/Ziel)

omdenken vanuit de bron

  • Sta je bijvoorbeeld op een tijdlijn, loop dan eens naar de tijd voor je conceptie, toen je nog geen lichaam had. Geen oordeel, en alle wijsheid van het universum: universele wijsheid. Wat geef je de aardse {jij} mee?
  • “Mijn moeder is zo chagrijnig en onprettig.” “Dat is inderdaad haar karakter. En haar ziel? Wat voor eigenschappen heeft haar ziel?”

Dat waren ze! Een aantal zaken om op te letten bij het omdenken:

  • Ook bij het werken met kaders geldt: geloof in de realiteit die jij presenteert. Ga eerst.
  • Omdenken is een vorm van leiden: je presenteert een verrassende invalshoek aan een andere persoon. Daarom zorg je ervoor dat je ook hier eerst gevolg hebt, bijvoorbeeld door de huidige situatie te herhalen: “Als ik het goed begrijp…”
  • Wees en blijf proactief als je met kaders werkt. Dan blijft jouw kader overeind staan omdat je niet reactief bent aan het kader van de ander. Wees niet onder de indruk, daag niet uit, verdedig jezelf niet en negeer het kader van de ander. Ook met je lichaam ben je niet reactief. Heb je te maken met een zeurend kind, kijk dan raar op naar hem, want in jouw realiteit (kader) hoort dat niet en is dat raar.
  • Denk bij het presenteren van jouw kader ook aan het hanteren van de socratische methode. De voorbeelden in de komende paragrafen zijn vaak as statement opgeschreven maar je kunt ook heel mooi omdenken door ze in vraagvorm te brengen.

Oefening: geef omdenk-cadeautjes aan elkaar

Persoon A noemt een uitdaging. Persoon B herhaalt de uitdaging en persoon C vuurt de herkadering af (die van te voren bedacht is). Doe dit met een aantal uitdagingen tegelijk in een ronde. De ontvanger zegt enkel: ‘Dankjewel.’

Droom Leef Geniet Aanbieding

Oefening: negatieve meningen ombuigen met omdenken

  • A geeft een negatieve mening over een bepaald onderwerp.
  • B en C geven een herkadering, waarbij ze het doel hebben dat A zijn mening gaat nuanceren.
  • A geeft aan welke herkadering voor hem/haar het meest uitnodigend was.

Dit waren alle omdenk-technieken

Schaf tot slot de volgende absolute omdenk-aanraders aan:

Laat in de reacties weten wat jij van deze technieken en voorbeelden vindt en hoe je ze gebruikt. Omdenken, herkaderen en sleight of mouth komt uitvoerig voor in de NPL Master Practitioner Opleiding.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!

  • Rubin Alaie
    Beantwoorden

    Beste lezer, laat ik zelf eens beginnen met een reactie 😉 Hartstikke fijn dat ik deze omdenken-tips en -voorbeelden met je mocht delen. Ik lees graag in de reacties hoe jij het omdenken toepast.