TOTE Model: Trigger Operate Test Exit (Begrijp hoe mensen werken!)

Wat is het TOTE-model? Het model staat voor Trigger (Test) – Operate – Test – Exit. Laten we in dit artikel gaan kijken hoe je dit in iedereen kunt herkennen en hoe je het kunt gebruiken.

Wat is de TOTE-analyse? Het is een levenshouding

Laten we beginnen met de kortst mogelijke, meest simpele uitleg: het TOTE-model houdt in dat je begint met iets te testen (uitproberen). Dit kan bijvoorbeeld een methode, een techniek, een handeling of een les zijn. Vervolgens ontdek je of dat heeft gewerkt. Je dubbel-checkt dit bij jezelf en/of bij anderen voordat je besluit of iets wel of niet werkt.

Je hoeft dit niet als 4 precieze stappen te zien, maar als een algemene filosofie om dingen aan te pakken. Ook is het een manier om in het leven te staan: de inductieve, ontdekkende houding. Waar staat TOTE dan precies voor? Daar gaan we in een latere paragraaf op in.

Wat is de TOTE-analyse nog meer? Het is óók een analyse-model!

De TOTE-analyse beantwoordt de vraag: ‘Hoe doe je het’? Dit bestaat uit een set van interne en externe ervaringen die op een consistente wijze een bepaalde uitkomst produceren. Je gebruikt deze analyse dus om het excellente gedrag of de successen van de ander in kaart te brengen.

Je ontleedt het tot gedrag wat ieder ander mens ook zou kunnen reproduceren. Pak hierbij 1 specifieke context! Let goed op de (wisselingen in de) interne toestand. Doe ook alles direct zelf na. Zo kunnen er meer vragen opkomen die je kunt bedenken.

Hoe eliciteer je iemands TOTE-strategie?

Het is goed om te weten dat er twee manieren zijn om de strategie te eliciteren:

tote model analyse

Methode 1: vragen

De eerste manier is door het simpelweg te vragen. Gebruik daarvoor de vragen hieronder, bij iedere corresponderende stap in het TOTE-model. Tijdens dit proces zorg je ervoor dat je zelf in een state van excellentie, uptime en rapport bent. Ook associeer je de ander de hele tijd in de ervaring (congruent en intens) terwijl je de vragen stelt, en doe je zelf mee. Je spreekt in de tegenwoordige tijd.

Gebruik onderstaande vragen om tot de strategie te komen. Je bent het meest efficiënt bezig als jet het bij vier tot zeven stappen houdt. Voordat je de vragen stelt, laat je de persoon associëren in het doelvermogen. Als je klaar bent, ga je samen een aantal keren door de strategie, want dan zal meer informatie duidelijk worden.

  1. Begin met het vaststellen van de context waarin het doelvermogen plaatsvindt, aangezien strategieën contextafhankelijk zijn.
  2. Trigger/Input/Test: hoe weet je dat het tijd is om te beginnen? Wat zijn de criteria? Waar Let je op? DVD: wat Denk je, Voel je en Doe je (precies)? Wat is je doel, dus wat wil je met de strategie bereiken? Wat is de stimulus die de strategie in gang zet?
    ‘Zag je iets? Hoorde je iets? Was het de aanraking van iets of iemand?’
  3. Operate: welke acties onderneem je? Wat doe je innerlijk? Interne toestand: emotioneel. Interne weergave: welke representatiesystemen, strategieën en submodaliteiten gebruikt hij? D(enken) V(oelen) D(oen)?
    ‘Heb je een beeld in gedachten? Zeg je iets tegen jezelf? Heb je een emotie of gevoel? En toen?’
  4. Test: hoe weet je dat het doel is bereikt? wat is voor jou op dat moment het belangrijkste? Hoe weet hij of dat criterium (bij de stap ‘trigger’) wel of niet gehaald wordt? DVD?
  5. Exit: is er verschil tussen de gewenste en huidige situatie? hoe weet je dat je klaar bent? Wat ga je dan doen?  Met andere woorden: waar let je op om je heen? Waar gaat het je om? Wat was het eindresultaat? Wat gebeurt er daarnaast innerlijk? DVD?

Methode 2: observeren

De tweede manier is door te observeren: je let onder andere op de oogbewegingen en de fysiologie, predikaten, tonaliteit, ademhaling etc. Je kunt op drie manieren strategieën identificeren door te kalibreren (observeren):

Hoe noteer je het TOTE-model vervolgens?

tote model

Je kunt de volgende tekens gebruiken om de innerlijke strategie uit te werken:

  • VAKOG: Visueel, Auditief (digitaal), Kinesthetisch, Olfactoir en Gustatoir
  • ie: intern, extern
  • ch: construerend, herinnerend
  • +-: positief, negatief

Hoe kun je iemands TOTE-model veranderen of in een ander persoon installeren?

Zodra je dit weet, heb je weer een onderdeel van het modelleer-profiel te pakken, waardoor je weer nieuwe informatie hebt over hoe je het beste met deze persoon kunt communiceren. Zo weet je bijvoorbeeld hoe je een interventie kunt brengen of in welke volgorde van de representaties je het beste informatie terug kunt geven. Je kunt een nieuwe, soortgelijke strategie op de volgende manieren installeren:

Droom Leef Geniet Aanbieding

De geschiedenis en de toekomst van de TOTE-analyse

Het onderwerp ‘TOTE-analyse’ en ‘strategieën’ werd voor het eerst geïntroduceerd in het boek ‘Plans and the Structure of Behaviour’, in 1960 door George Armitage Miller en Karl H. Pribram. Ze schetsten met het TOTE-model hoe mensen informatie verwerken en complex gedrag creëren. Bandler, Grinder en Dilts refereerden hiernaar in het boek ‘Neuro-linguistic Programming, Volume I’.

John Grinder staakte al vroeg het werken met strategoën (TOTE-analyse), omdat het werken met gemoedstoestand het meest effectief is om te leren van een expert. Hij stelt zelfs dat de TOTE-analyse niet werkt en al automatisch overgenomen wordt zodra de gemoedstoestand overgenomen wordt. Het werkt niet omgekeerd: als je de strategie overneemt, zal niet automatisch ook de gemoedstoestand overgenomen worden.

Dit was het artikel over het TOTE-model! Nu weet jij alles over deze levenshouding en analyse-model.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!