Voor angsten is er de fast phobia techniek, ook bekend als de oefening met de bioscoopzaal. Lees op deze pagina precies hoe deze techniek gaat.

De Fast Phobia-techniek is een pure submodaliteiten-oefening, waarbij (dubbele!) dissociatie de grootste remedie is. Er wordt normaal gesproken het metafoor van de bioscoop gebruikt, maar eigenlijk heb je volledig de creatieve vrijheid om zelf iets anders te bedenken waarmee je met submodaliteiten kunt werken.

De Fast Phobia Techniek

  1. Bevestig van te voren dat de cliënt het vermogen heeft om te leren. Bijvoorbeeld: ‘Hoe snel leerde je de fobie? Ben je het met me eens dat je het dan ook net zo snel kunt afleren?’ Fobieën worden snel verkregen, dus ervan af komen gaat ook snel. Sterker nog: dat kan niet langzaam.
  2. We beginnen de fast phobia techniek door eerst te kalibreren. Dat doen we door de client te vragen naar een moment in haar leven te gaan waarin ze de fobie nog niet had. Daarna laat je haar naar een moment gaan wanneer ze het wel had: “Wanneer reageerde je fobisch, of: Om welke traumatische ervaring gaat het? Heb voor jezelf dus duidelijk hoe de client eruit ziet als ze in een neutrale state is, en hoe ze eruit ziet als ze in een fobische reactie zit.
  3. Dan state breken. Bijvoorbeeld: “Zie je al die mensen hier?”
  4. “Stel je voor(!) dat je in een bioscoop zit en in een bioscoopfauteuil naar jezelf op een klein zwart-wit scherm kijkt.” Vanaf nu kun je voor de hele oefening het kleine scherm blijven gebruiken of overstappen naar het grote bioscoopscherm.
  5. “Je zit in het publiek en je ziet jezelf op het scherm, waar je iets neutraals doet, zoals tuinieren of zo. Wat zie je?”
  6. “Stel je nu voor dat je uit jezelf zweeft naar de projectiecabine en jezelf in de bioscoopfauteuil kunt zien. Je ziet jezelf dus naar jezelf kijken terwijl je kopie in de bioscoopfauteuil naar jezelf op het scherm kijkt. Leun met je handen op de tafel die daar staat, met de projector erop.” Dit is dubbele dissociatie, dus minder intens beleefd. Jij bent hier in controle, doordat je hier alle knoppen van de film kunt bedienen.
    Tip: de dubbele dissociatie is nog krachtiger als het in een hoek is. Zet de projectiecabine dus zo neer dat je naar rechts moet kijken om de film te zien.
  7. “Spoel door de film zodat je naar een moment kunt zoeken van een kwartier voordat de nare ervaring begon. Pauzeer hem daar. Hoor dat hoge geluid dat het terugspoelen van een band maakt.”
  8. “Start zo meteen de film van de complete nare herinnering, van begin tot eind, in zwart-wit. Start de film, terwijl je naar het achterhoofd van de versie van jezelf kijkt die in de zaal zit, en naar het scherm aan het kijken is. Vertel het me als het einde van de herinnering is bereikt waar je veilig bent. Dan het scherm laten bevriezen (pauzeren). Hou die afstand, dus blijf in dubbele dissociatie. Laat het scherm wit worden.”
  9. “Zweef uit de projectiecabine naar jezelf in de fauteuil, en zweef uit de fauteuil en ga de film binnen.”
  10. “Je kijkt dus door je eigen ogen, terwijl je in de vervelende gebeurtenis zit, nog altijd gepauzeerd aan het einde waar je veilig bent. Zometeen zeg ik: spoel terug. Op dat moment zet je de film weer in kleuren en spoel helemaal terug naar het begin tot wanneer je veilig was. Dat terugspoelen duurt slechts 1,5 seconden. Optioneel: met super harde circusmuziek ondertussen. Als het beeld weer aan het beginpunt is zet je het weer stil en maak je het scherm weer helemaal wit. Oké, komt ie: spoel terug!”
  11. Herhaal dit proces (stap 6 tot en met 9) vier tot zeven keer, en maak iedere herhaling steeds sneller, tot het gevoel helemaal is verdwenen (ga je langer door, dan is de hele herinnering niet meer toegankelijk).
  12. “Zweef weer uit het beeld en zweef weer in jezelf die in een bioscoopfauteuil zit. Laat je kopie die in de projectiecabine is ook terugzweven in jezelf die in een bioscoopfauteuil zit.”
  13. “Merk op hoe je je nu anders voelt. Adem diep in en uit, en vul je lichaam bij de inademing met zuurstof en energie. Sta op uit de bioscoopfauteuil en loop de bioscoopzaal uit.”
  14. Test het: “Ga terug naar de herinnering. Hoe voel je je?” Als je het live kunt testen is het nog beter. Was iemand fobisch voor liften, kijk dan of je naar een lift kunt lopen. Of je kunt een verhaal vertellen en de reactie van de client meten. Was de client bang van spinnen, dan vertel je een verhaal waarbij iemand uiteindelijk honderden spinnen op zich kreeg, als een douche. Ondertussen test je de reactie van de client die net geweest: als het goed is, is hij de enige die om het verhaal moest lachen, terwijl omstanders er de kriebels van kregen.
  15. Future pace: “Ga een in gedachten een toekomstige gebeurtenis binnen en test een soortgelijke fobische situatie die je bedenkt.”
Hierna lezen:  Mapping Across uitleg (kom van verslavingen af met Like to Dislike)

Een conversationele variant: de TOTE-strategie van de fobie compleet deconstrueren met humor

Gebruik het artikel over TOTE-strategieën en vind het stuk over het uitvragen en deconstrueren van een probleem-gemoedstoestand, zoals een fobie.

Een conversationele variant: belachelijke submodaliteiten en de reactie daarop ankeren

Een cliënt zou bijvoorbeeld een fobie kunnen hebben voor gekookte bonen.

  1. Associeer de client (eventueel conversationeel). Laat hem de submodaliteiten van de fobische ervaring ervaren. Je maakt het natuurlijk makkelijker als je de bonen er ook bij houdt.
  2. Leid hem af met een gesprek over iets anders. Je kunt hem in een bijbehorende state brengen door te zeggen: “Goed, laten we even pauzeren.” Nu verwacht hij niet meer dat je coachende oefeningen met haar aan het doen bent, dus dit is het moment om toe te slaan.
  3. Speel met de submodaliteiten om het belachelijk te maken: “Stel je voor dat je wegrent voor de gekookte bonen.”
  4. Hij zegt waarschijnlijk dat het raar is, en je kunt duidelijk een verandering in haar gemoedstoestand zien. Anker dat impliciet. We willen zijn reactie dat het raar is om er bang voor te zijn, ankeren!
  5. Herhaal stap 3 en 4 om het anker te versterken. Bijvoorbeeld: “Verander de kleur van de bonen naar roze en ren ervoor weg!”
  6. Denk er zoals altijd aan om te testen, future pacen en states te breken als je er steeds klaar mee bent.

Een snelle variant

In de uitgebreide beschrijving van de reguliere Fast Phobia-techniek, spoel je de film zwart-wit vooruit en in kleur terug.

In de snelle variant van deze techniek, doe je maar één stap, en wel het tegenovergestelde: je spoelt de film een aantal keer snel terug in zwart-wit. Gedissocieerd, dus terwijl je naar het film-scherm kijkt. En met een maf muziekje erbij.

Deze techniek kun je ook toepassen op de toekomst

Kom je binnenkort in een situatie waar je bang voor bent?

  1. Pas dan de Fast Phobia-techniek toe op die toekomstige situatie door die toekomstige situatie op het beeldscherm te plaatsen. Bij het snelle terugspoelen, spoel je helemaal terug tot het hier-en-nu. Voor het gemak kun je de snelle variant gebruiken – zie vorige paragraaf.
  2. Vervolgens maak je een nieuwe film met de goede afloop. De stappen hiervoor vind je in dit artikel over de New Behaviour Generator.
  3. Herhaal de voorgaande twee stappen een aantal keer. Steeds sneller.
  4. Future Pace.
Hierna lezen:  Submodaliteiten - De Ultieme Lijst [Checklist]

Een alternatief: Tijdlijntherapie

Met de komst van tijdlijntherapie is de fast phobia overbodig geworden. Tijdlijntherapie bevat namelijk ook het dissociatie-effect: je kijkt van een afstandje naar een gebeurtenis uit het verleden. Je kunt met tijdlijntherapie bovendien de gestalt van angst aanpakken, waar alle fobieën aan hangen. Dat kun je doen met de tijdlijntherapie-techniek voor het aanpakken van negatieve emoties.

Bekijk deze bonuspagina

Er is veel te ontdekken in deze blogartikelen, maar hoe breng je het in de praktijk? En waar te beginnen? Ik heb een praktisch doe-boek voor je samengesteld waarmee je NLP stapje voor stapje in je leven verweeft. Neem hier een kijkje.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Gerelateerd: lees verder...