Framing: theorie, voorbeelden & tips (invloedrijke communicatie)

Framing is erg krachtig. Hoe kun je hier gebruik van maken in je communicatie? In dit artikel leer je – aan de hand van voorbeelden en theorie – hoe je deze psychologische techniek gebruikt. Lees verder om framing te leren toepassen!

Wat is framing? Het is de beste techniek om jouw realiteit te impliceren

Laten we alvast een snelle uitleg geven: om framing makkelijker te begrijpen, kun je de Engelse term ‘frame’ – en de Nederlandse vertaling ‘kader’ – vrij letterlijk opvatten. En in veel gevallen werkt dit volledig letterlijk.

Framing is het stijlvol gebruikmaken van implicaties, vooronderstellingen en kaders (omdenken) om je communicatie sierlijker en overtuigender te maken.

Een voorbeeld is merkkleding: het is gemaakt van hetzelfde materiaal als goedkope kleding, maar je kocht het frame: je bent een superster in deze kleren!

Eten met zilverwerk in een mooi restaurant maakt het eten meer waard dan hetzelfde eten aan een keukentafel.

Een flesje water zou je niet zo nodig willen kopen nu je gewoon thuis zit – bevind je je daarentegen in een hhhhhhhheeeeeete woestijn… het zweet druipt van je kleren en er is nergens water te bekennen – zou je het dan kopen voor een tientje?

In bovenstaande voorbeelden zorgde het kader (frame) ervoor dat iets overtuigender werd.

  1. In voorbeeld 1 was het marketing-gevoel van het merkje op de kleding het kader, waardoor de stof die je wilt kopen, opeens meer waard wordt.
  2. in voorbeeld 2 was zowel het zilverwerk als het restaurant het kader, waardoor het eten op het bord een hogere waarde krijgt dan wanneer je het kader van je eigen keukentafel zou eten.
  3. In voorbeeld 3 was de locatie het kader. Hetzelfde flesje water dat in jouw keuken met lopende kraan zou kunnen staan, wordt tig keer aantrekkelijker in een hete woestijn.

Jij kunt dit ook gebruiken in jouw communicatie.

Er zijn veel verschillende framing-technieken

Zoals je in de voorbeelden hierboven al zag, zijn er veel verschillende soorten kaders. Zo heeft de woestijn van alles met context te maken en heeft het merkje van alles met betekenis te maken. We spreken dan ook van een context-herkadering of een betekenis-herkadering.

In dit artikel vind je de uitleg van een paar krachtige framing-technieken. Alle andere framing-technieken vind je in dit artikel over herkaderen.

Hierna lezen:  Overtuigingen: belemmerende ombuigen in bekrachtigende

Laat anderen zich aan ‘jouw regels’ aanpassen dankzij ‘pre-framing’

Als je met mensen werkt en als je mensen effectief wilt beïnvloeden, dan is het belangrijk dat jij pre-frames kunt neerzetten. Een preframe is de allereerste set aan regels waar iedereen zich bewust van is in een bepaalde situatie, waardoor iedereen zijn gedrag gaat aanpassen om het preframe te respecteren.

Wat betekent dit voor jou? Hoe kun je preframes neerzetten?

  • Als je een training geeft, vertel je helemaal aan het begin de ‘spelregels’, waarin je onder andere de kaders neerzet dat iedereen actief mee gaat doen.
  • Als je iemand inhuurt, kun je preframes inzetten voor verwachtingsmanagement: ‘Dit moet je gedaan hebben voor deadline x. Dat is bij deze afgesproken.’
  • Als je een huis in een buitenwijk aan een gezin probeert te verkopen, die eigenlijk het liefst midden in de stad wil zitten, dan noem je zo vroeg mogelijk hoe geschikt het huis is als gezinswoning, zodat het huis als gezinswoning ‘geframed’ wordt.

Voor meer voorbeelden van preframes: zie het artikel over verwachtingsmanagement.

In dit artikel gaan we in op de krachtigste framing-methode: vooronderstellingen

Er zijn veel verschillende soorten framing in het Nederlands, en laten we nu dieper ingaan op vooronderstellingen als framing-methode. Het komt erop neer dat je iets veronderstelt via bepaalde woorden in je boodschap, terwijl de aandacht op een ander deel van de boodschap is gevestigd. Zo kun je dingen brengen zoals jij het wil, terwijl het lijkt alsof het al lang geleden vaststond of alsof het gewoon een waarheid is.

Met framing beïnvloed je iemands interne representaties op een directe manier.

Framing en vooronderstellingen zijn dus erg krachtig voor in je communicatie. Vooronderstellingen zijn de linguïstische versies van klassieke implicaties en assumpties. Je zet met framing en vooronderstellingen in principe een val neer voor je gedachten, bijvoorbeeld richting een positieve boodschap. Eigenlijk is op die manier alles van het milton model een vooronderstelling.

Framing door middel van vooronderstellingen: je gaat aan een heleboel geharrewar voorbij doordat je dingen alvast vooronderstelt.

Als je framing herkent, luister je naar de vooronderstellingen in de taal van de ander: de aannames in de zinnen geven veel informatie prijs over de manier waarop de persoon zijn kaart van de wereld structureert. Ook kun je framing gebruiken om verandering te suggereren. De toehoorder accepteert de aannames door de kracht van vooronderstellingen.

Hierna lezen:  Omdenken (362 Voorbeelden + Theorie!) Alle Quotes (Herkaderen)

Onder andere het boek ‘Denk niet aan een roze olifant – De psychologie van onzichtbaar overtuigen met framing’ gaat onder andere op deze techniek in.

Alvast een voorbeeld van framing via vooronderstellingen

Eigenlijk zit framing in iedere zin die je zegt. Laten we de volgende zin nemen:

Als de kat weer miauwt, zal ik hem buiten moeten zetten.

Uit bovenstaande zin (het frame) kun je de volgende implicaties halen:

  • Er is een kat: ‘de kat’
  • De kat is binnen: ‘buiten moeten zetten’
  • De kat heeft eerder gemiauwd: ‘weer’
  • Het is een mannetje: ‘hij’
  • De kat kan miauwen: ‘miauwt’

Dale Carnegie leerde ons de kracht van implicatie door vragen te stellen

framing

Met vragen voorkom je een autoritaire houding. Van deze effectieve coaching- en leiderschapstechniek kun je makkelijk gebruikmaken. “Voel je dit als iets dat je begrijpt?” “Wil je me vertellen wat er aan de hand is?“ “Wat vind jij van de netheid van je bureau?” De implicatie is duidelijk dat iemand zijn bureau moet opruimen, terwijl hij zelf met het idee/de conclusie komt. Zie ook onderstaande anekdote door Dale Carnegie:

Instead of pushing his people to accelerate their work and rush the

order through, he called everybody together, explained the situation

to them, and told them how much it would mean to the company

and to them if they could make it possible to produce the order on

time. Then he started asking questions:

“Is there anything we can do to handle this order?”

“Can anyone think of different ways to process it through the shop

that will make it possible to take the order?”

“Is there any way to adjust our hours or personnel assignments that

would help?”

The employees came up with many ideas and insisted that he take

the order. They approached it with a “We can do it” attitude, and the

order was accepted, produced and delivered on time.

An effective leader will use …

Principle 4 – Ask questions instead of giving direct orders.[1]

Carnegie leerde ons ook om subtiel het goede voorbeeld te geven

For the first few days of the work, when Mrs. Jacob returned from

her job, she noticed that the yard was strewn with the cut ends of

lumber. She didn’t want to antagonize the builders, because they did

excellent work. So after the workers had gone home, she and her

children picked up and neatly piled all the lumber debris in a corner.

The following morning she called the foreman to one side and said,

“I’m really pleased with the way the front lawn was left last night; it

is nice and clean and does not offend the neighbors.” From that day

forward the workers picked up and piled the debris to one side, and

the foreman came in each day seeking approval of the condition the

lawn was left in after a day’s work.[2]

Andere klassieke implicaties (framing)

  • “Is die deur nog steeds open?” De implicatie is dat je wil dat iemand de deur dicht doet.
  • Nette kleding impliceert dat je een goede coach bent die belangrijke zakenmensen als cliënt heeft.
  • Als je net iemand ontmoet, kun je zeggen “Hehe, ik kan eindelijk weg van de telefoon” om te impliceren dat je een belangrijk persoon bent waarvan zijn tijd kostbaar is.

Leg een boek en een pen op tafel in plaats van te vragen om een handtekening. “Is de implicatie duidelijk?”
– Milton Erickson

De kracht van framing via Vooronderstellingen: je vestigt de aandacht op een irrelevant deel of detail

Het punt om over te discussiëren of weerstand op te bieden wordt dankzij deze vooronderstellingen (framing-technieken) afgeleid naar iets onbelangrijks. Laten we naar wat voorbeelden kijken:

  • “De man rent snel”. Het stukje om weerstand op te bieden gaat nu over het snel rennen in plaats van het rennen of niet, want dat wordt als een gegeven gebracht.
  • “Hoeveel stuks van iedere soort nam Mozes mee in de ark?” In deze zin wordt de aandacht gevestigd op de vraag hoeveel dieren er op de ark meegenomen werden. Daardoor wordt niet meer opgemerkt dat het eigenlijk de ark van Noach was, en niet Mozes.
  • Wanneer je je bij een restaurant iets bestelt vragen ze: “Wat zouden jullie graag willen drinken?” De ogen van de meeste mensen gaan dan meteen richting menu om wat te bestellen. Vergelijk dat maar eens met “Wil je ook wat te drinken?”Of nog erger: “Geen drankje?”
  • “Wil je dat ik een verhaaltje voor je voorlees wanneer je je pyjama hebt aangedaan?” De enige keus voor het kind is nu of het wel of geen verhaaltje wil. De pyjama aandoen staat vast.
  • In therapie met en kind dat bang is voor monsters onder zijn bed: “Welke kleur hebben de monsters?”
    In plaats van: “Zijn er monsters? Kun je ze zien? Ben je verdrietig? Wat is het probleem? Etc.”
  • Ben je nieuwsgierig over je nu zich ontwikkelende trance-toestand?
  • Ben je DIEP in een trance?
  • Zal ik je iets gaafs vertellen over je dromende arm?
  • Ik hoef de details niet te weten over hoe je {gewenste uitkomst}.
  • “Voordat we deze nieuwe en spannende reis beginnen, moeten we even letten op…”
    Impliceert dat de (nieuwe en spannende) reis überhaupt plaatsvindt en dat het nieuw en spannend is.
  • Een moeder die in de keuken aan het opscheppen is en wil dat haar kind gaat eten: “Pak het bord vast met 2 handen.” In deze zin plaats je veel detail en nadruk op het laatste deel van de zin. Hierdoor is de andere persoon heel bewust bezig met het verwerken van de opdracht om met twee handen het bord aan te nemen. Bovendien, als deze persoon de opdracht om twee handen te gebruiken afwijst moet hij nog een keer moeite doen om ook nog eens af te wijzen dat hij het bord überhaupt aan moet nemen. Als de zin alleen bestond uit “Pak het bord vast” was daar alle bewuste aandacht op gericht waardoor dat afgewezen kon worden.  Ook hebben precieze instructies het effect dat ze het verstand van de andere persoon uitzetten. Er hoeft namelijk niet meer zelf nagedacht te worden dankzij de uitgebreide begeleiding. Zijn verstand had de persoon nodig gehad om het bord af te wijzen.

Stel jezelf de vraag: wat is de vraag die ik kan stellen die, door de natuur van de vooronderstelling in de vraag, ervoor zal zorgen dat de client de grootste hoeveelheid verandering doormaakt doordat hij de vooronderstelling die inherent aan de vraag is, moét accepteren? Bijvoorbeeld: ‘Wat is de emotie die je voelt, die ervoor zorgt dat je nu meer jezelf bent?’

Het zaklamp-effect: waar leg jij nadruk op, zodat andere dingen genegeerd worden?

Als je met een zaklamp licht schijnt op een bepaald aspect, dan krijgen andere aspecten geen aandacht meer. Er zal dus ook geen weerstand zijn op die andere aspecten die geen aandacht meer krijgen.

Hierna lezen:  Spanningsopbouw-techniek: hoe bouw je spanning op? Trucs voor verlangen [Anticipatiebouwers]

Neem de zin: ‘Piet reed snel naar huis’. Door nadruk te leggen op verschillende woorden in deze zin, verander je de vooronderstellingen die je communiceert. Het is maar net waar je je zaklamp op schijnt:

  • ‘Piet reed snel naar huis.’ Nu gaat het erom wie naar huis ging. Alle andere informatie wordt aangenomen als een gegeven.
  • ‘Piet reed snel naar huis.’ Nu gaat het erom hoe Piet naar huis ging. Alle andere informatie wordt aangenomen als een gegeven.
  • ‘Piet reed snel naar huis.’ Nu gaat het erom hoe Piet naar huis reed. Alle andere informatie wordt aangenomen als een gegeven.
  • ‘Piet reed snel naar huis.’ Nu gaat het erom waar Piet naartoe ging. Alle andere informatie wordt aangenomen als een gegeven.

Hieronder vind je praktische voorbeelden hiervan, toegepast op ‘Ik doe mijn administratie zonder plezier en gemak…’

  • Zal het thuis zijn waar je van je administratie gaat genieten, of zal het in een andere locatie zijn waar dit zal gebeuren?
  • Wat denk je dat het eerste resultaat zal zijn van het genieten van het eenvoudig doen van je administratie?
  • Ik zou echt verbaasd zijn als er iemand in deze kamer zou zijn die net zoveel capaciteiten als jij heeft om administratie met plezier en eenvoud te doen.
  • Verwacht je dat je ook bij andere taken net zoveel plezier en gemak zal ervaren als bij het doen van je administratie?
  • Zal je herkennen dat je je administratie met plezier en gemak doet, of denk je dat het onbewust zal gebeuren?
  • Denk je dat je alleen maar met meer plezier en gemak je administratie gaat doen? Denk je dat alleen dat zal shiften, of denk je dat ook je efficiëntie zal verbeteren?
  • Zal je door willen gaan met het eenvoudig doen van je administratie?
  • Ik vraag me af… is dat gemak dat je zal gaan ervaren bij het doen van je administratie, iets wat je al eens eerder hebt ervaren?”
  • Nadat je gemak en plezier hebt ervaren bij het doen van je administratie, zal je je dan verrast of trots voelen?
  • Als jij in iemand zou veranderen die zijn administratie niet eenvoudig kan doen, zou dat niet raar zijn? (Dit impliceert dat hij/zij momenteel wel al iemand is die met gemak en plezier administratie kan doen).
  • Het komt best goed uit dat jij de capaciteiten hebt om je administratie eenvoudig te doen, is het niet? (Of hij/zij nou wel of niet vindt dat het goed uit komt, is niet belangrijk… zolang het maar de uitkomst vooronderstelt, die nu onder de radar is gevlogen!)
  • Als je niet de capaciteiten had om je administratie eenvoudig te doen, dan had je ook niet de capaciteit gehad om ‘s ochtends uit bed te komen. (Als de ander zou zeggen dat dat er helemaal niks mee te maken heeft, dan is de vooronderstelling geslaagd: dat de ander de capaciteiten nu al heeft. Er wordt een discussie gevoerd over een ‘irrelevant’ onderdeel van die uitspraak.)
Hierna lezen:  58 Beïnvloeding-technieken: Effectief Beïnvloeden, Overtuigen & Manipuleren

Ook vragen helpen hierbij:

  • Denk je dat je als eerste zal opmerken dat je je administratie eenvoudig gaat doen, of dat je toch als eerste gaat opmerken dat je je administratie met plezier gaat doen? Of allebei tegelijk?
  • Marie, was je je niet bewust van die strategie die je (momenteel) hebt voor het eenvoudig doen van taken als administratie?
  • Marie, ik vraag me af of je niet nu al een gevoel van gemak en plezier voelt bij je administratie, waar je je nog niet bewust van bent?
  • Ik vraag me af of je alsnog niet goed bent in het eenvoudig doen van administratie. (‘Ik vraag me af of hij toch niet een slim persoon is’ vooronderstelt dat ik nu denk dat hij een slim persoon is.)

Hoe zijn bovenstaande voorbeelden opgebouwd? Daar zijn specifieke technieken voor. Laten we hieronder een voor een naar deze technieken kijken…

Framing door het impliceren van bestaan

  • “De stoel is in de kamer.”
    De stoel en de kamer bestaan.
  • “Ik heb om 19:00 een afspraak met mijn vriend.”
    Ik heb een vriend. Hij bestaat. Het is een jongen.
  • “Ik weet niet of ik dit allemaal thuis kan gaan oefenen.”
    Ik heb een huis.
  • “Je hoeft alleen maar je beste voorbeelden op te schrijven.”
    Je hebt een heleboel voorbeelden!
  • “Ik weet dat je er zoveel wil vertellen maar je hoeft/mag er maar 1 te vertellen.”

Ook kan het bestaan van iets of iemand geïmpliceerd worden door middel van tonaliteit:

  • De gewapende overvaller pakte het geld (dus er is ook ergens nog een niet-gewapende overvaller…).

Framing door dingen als feit te vertellen

  • “In een moment ga ik je hand aanraken, en dan gaat je hand langzaam omhoog bewegen naar je gezicht.”
Hierna lezen:  107 Leiderschap-Tips Om Een Betere Leider Te Worden

De vergrotende trap: framing door het woordje ‘meer’: een reeds positief startpunt ‘verbeteren’

Dit impliceert dat iets er al is.

  • Terwijl je ontdekt dat je nóg enthousiaster (vooronderstel dat je al aan het leren bent) aan het worden bent over wat ik aan het zeggen ben, is het niet nodig om te ontdekken/opmerken/aantreffen dat je zelfs nog meer aan het groeien bent in je sterke verlangen om meer te leren.
  • Je kunt je meer en meer vredig voelen.

In bovenstaand voorbeeld is toevallig ook een loop gecreëerd: hoe meer je ontdekt wat de waarde is van wat ik zeg, en hoe meer je ontdekt hoe enthousiast je daardoor wordt, hoe enthousiaster je kan worden dat je dat weet, en dat blijft doorgaan terwijl je doorluistert, of kijkt, of leest.

  • “Burger King uniek? Je zou zelfs kunnen zeggen dat het verrukkelijk is!” De vooronderstelling is hier dat Burger King uniek is.
  • Je kunt dit zelfs nog beter doen.
  • Morgen zal je in staat zijn om zelfs nog meer te leren.
  • Hoe kan ik je vandaag helpen om je ervaring een beetje beter te maken? (In plaats van: probleem oplossen).
  • Ken je iemand die zelfs sneller dan jou leert?
  • Wil je nóg meer zelfvertrouwen krijgen?

Vooronderstellen (framing) door actie te ondernemen

  • Doe gewoon het ene deel van een activiteit zodat de andere helft voor de andere persoon blijft. In plaats van het te vertellen. Wil je bijvoorbeeld dat de andere persoon de linker raam sluit, dan sluit jij alvast het rechter raam.

Leg een boek en een pen op tafel in plaats van te vragen om een handtekening. “Is de implicatie duidelijk?”
– Milton Erickson

Wij-frame

  • Laten wij samen…
    Hier is ‘wij’ aan het impliceren dat het niet jij tegen hen is.
Hierna lezen:  Omgaan Met Weerstand: 21 Ongelooflijke Tips (incl. utilisatie-model)

Leiderschap-frame

Dit impliceert dat jij de leider/de gene met de macht bent, tussen jullie twee.

  • Volg me.
  • Sluit je aan bij de groep.
  • Sluit je bij mij aan.

Voorrecht impliceren (voorrecht framen) in plaats van iets ‘verkopen’

Vooronderstellingen

Hoop je dat iemand iets voor je gaat doen of iets van je gaat kopen? Verander het frame dan zodanig dat het niks meer met ‘verkopen’ te maken heeft, maar dat het juist een voorrecht is om het te mogen doen.

Gebruik dus onderstaande woorden in plaats van: Verkopen, kopen…

  • Je mag.
  • Misschien.
  • Als je geluk hebt.
  • Als je geluk hebt mag je misschien vrijwilliger worden.
  • Misschien krijgen jullie de eer om kort geïnterviewd te mogen worden.
  • Carlo, ik zou je graag een vraag willen aanbieden.
  • Wees niet boos op mij als je niet gekozen wordt…
  • Gelukkig.
  • Je mag zelfs
  • Ontdekken.
  • Leren.
  • Delen.
  • Geheim.
  • Verhaal vertellen.
  • Kans. “Nu krijgen jullie allemaal de kans om zulke mooie zinnen te maken met vooronderstellingen.”
  • Reis.
  • Doorbraak.
  • Ontdekking.
  • Ik ga iets met je delen.
  • Ik deel een ontdekking.
  • Reis.
  • Doorbraak.

Ik bedank je

  • Ik bedank je (goede reputatie waar ze zich aan gaan houden) dat je mij toestaat om dit te ontdekken voor je.
  • Dankjewel dat je mij de fles wil geven, wat lief!
  • Dankjewel dat je nog een half uurtje wil blijven!
  • Is je publiek stil en wil je ze laten klappen? Vooronderstel hun enthousiasme met een ‘dankjewel’: ‘Dank jullie wel dat jullie zo enthousiast zijn!’ Daarna gaat het publiek klappen.

Waarom

  • Waarom ben jij {positieve uitkomst}?
  • Waarom ben je zo assertief?
  • Waarom ben je zo goed in het leiden van je zaak?
  • Wat is uw reden om mee te doen?
Hierna lezen:  6-staps herkaderen [N-Step Reframe], een heerlijke trance voor verandering

Ik vind het… dat je {gewenste resultaat} gaat doen

  • Ik vind het leuk dat je nog een dansje met mij doet!
  • Ik vind het heel nobel van je dat je die gevonden portemonnee aan de eigenaar terug gaat geven.
  • Wat leuk dat je ook met ons mee naar buiten gaat!
  • Het is geweldig dat je kunt veranderen!

Vind je het… dat {gewenste uitkomst}

  • Vind je het erg dat je zoveel geleerd hebt in je leven?
  • Vind je het gaaf dat je zo goed bent in op tijd komen?
  •  “Geniet je ervan?” Als reactie op: “Ben je nou met me aan het flirten?”

Ordinale vooronderstellingen (Tijd)

Er gaan meerdere dingen gebeuren en het impliceert vooral de volgorde van wat er gaat gebeuren:
Voor, na, terwijl, voorafgaand aan, wanneer, eerst, voordat, zodra, begin, eindigen, nog, niet meer, rond, stop, start, al, volgende…

  • Nadat we…
  • Voordat we…
  • Voordat je die fles met me gaat delen, is het erg belangrijk dat je het een beetje schudt. Dat smaakt beter.
  • Wil je nog even wat drinken voordat we beginnen?
  • “Bel ons morgen maar om te vertellen wat de volgende stap is / hoe je verder wilt gaan.” In plaats van: “Bel ons morgen maar om te vertellen of je akkoord gaat met het aanbod.”
  • “Het vijfde resultaat dat jij hebt gekregen, is…”
  • “Wat is het volgende wat je gaat leren?” Voorondersteld: Je hebt al minimaal iets geleerd.
  • “Wat wil je doen nadat je gemotiveerd bent?”
  • “Nadat je gemak en plezier hebt ervaren bij het doen van je administratie, zal je je dan verrast of trots voelen?
  • ‘Is’ en ‘was’ omwisselen: wat was je probleem (ipv wat is je probleem) vooronderstelt dat het probleem weg is.
  • Een erg krachtige is: ‘al’: Je bent het al aan het doen. Je zelfvertrouwen is al aan het groeien. Het is al in gang gezet. Merk op dat dingen al aan het veranderen zijn.
  • “Het eerste wat we gaan doen is…”
  • “Haal alle laatste sporen van dat gevoel weg.” Dit impliceert dat het bijna weg is.
  • “Aan het einde van de voorstelling mogen jullie je mobieltjes weer aan doen.” Dit impliceert dat de mobieltjes uitgezet moeten worden voor de voorstelling.
  • “Ik ga nooit meer naar Burger King!” De vooronderstelling is dat ik eerder naar Burger King ben geweest.
  • “Je bent nog steeds aan het luisteren naar mij.”
  • “Het eerste wat ik je vertel voordat we klaar zijn en je die geleerde dingen gaat inzetten in je dagelijks leven, is dat…” (impliceert dat we het gaan afmaken en dat ze haar vaardigheden gaat inzetten).
  • Je bent nóg geen lid.
  • Voordat je je voorzichtig focust op…
  • Laten we iets bespreken voordat je je project afmaakt.
  • Heb je al opgemerkt dat je onderbewuste al is begonnen met leren?
  • Heb je opgemerkt wat voor schitterend effect dit schilderij heeft op je woonkamer?
  • Een advocaat zou in de rechtbank kunnen zeggen. “Ben je al gestopt met het slaan van je vrouw?”
  • Stop eens met…
  • Niet meer…
  • Je kunt door blijven gaan met ontspannen.
  • Ben je nog steeds geïnteresseerd in NLP?
  • Voordat we gaan…
  • Voordat je je realiseert hoe krachtig dat is…
  • Voordat je snel ontdekt hoeveel je ervan geniet om met mij te leren…
  • Nadat we/je xyz hebben gedaan…
  • Nadat je het contract hebt getekend op de manier die het beste is voor jou…
  • Nadat je hebt besloten mij aan te nemen kunnen we het over de voetbalwedstrijd gaan hebben.
  • “Ben je al begonnen met coachen?” “Wil je dat ik stop?”
  • Je bént al aan het groeien.
  • “Ga je met me flirten?” “Ben al begonnen.”
  • Ze woonden in een groot huis bij de zee. Wat een geluk hebben ze nu.
  • Als de kat weer gaat mouwen, moet ik hem naar buiten brengen.
  • Sinds je zo goed geworden was in deze sport, keek iedereen op tegen je.
Hierna lezen:  Spanningsopbouw-techniek: hoe bouw je spanning op? Trucs voor verlangen [Anticipatiebouwers]

Tijd door elkaar husselen

  • Het was een verschrikkelijk probleem, was het dat niet?
  • Je wil veranderen en dat heb je al gedaan, of niet soms?
  • Hoe zou het zijn als je deze keuzes hebt gemaakt, nu?
  • Ga naar binnen en probeer tevergeefs hetzelfde probleem te hebben.
  • Je kunt van gedachten veranderen… Heb je dat niet al gedaan?
  • Dus jij had moeite met nee zeggen, waardoor je jezelf uitputte en op lange termijn niet meer voor alle mensen en je familie kon zorgen en geen impact op ze kon hebben. Is dat niet wat je steeds had gedaan?
  • Ja, echt vervelend dat je dat probleem had.

Bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden

  • “Heb je zin in een kop lekkere koffie?” Hierin is ‘lekker’ de vooronderstelling.
  • Gelukkig, snel, spoedig, slechts. “Gelukkig zijn de stoelen vandaag achterin de kamer.” Alle woorden zijn hier vooronderstellingen. ‘Gelukkig’ impliceert ook voorrecht.
  • Zal je opeens zelfvertrouwen krijgen morgen?
  • Gelukkig kun je goed leren, is het niet?
  • Vind je niet dat jouw zelfvertrouwen uitzonderlijk is?

Hoe…

‘Hoe’ impliceert dat iets gaat gebeuren. De vraag is alleen nog hoe dat gaat gebeuren, en niet meer óf het gaat gebeuren.

  • Hoe/op welke manier is het nu anders?
  • Hoe blij ben je om mij te zien?
  • En hoe ga je al deze NLP-vaardigheden leren?
  • Hoe weet je dat {de suggestie die je erin wil laten sluipen}?
  • Hoe ga je je nieuwe vaardigheden straks gebruiken?
  • Hoe snel zal het succes zichtbaar zijn?
  • Hoe vaak ga je naar de kapper?
  • Hoe zou je anders in trance gaan?
  • Ik vraag me af hoe makkelijk je dit kunt doen…
  • Hoe verbaasd zal je zijn wanneer je merkt dat je deze tips gaat gebruiken morgen?
  • Hoe is het nu anders?
  • Hoe vind je het? Dat het niet meer werkt?
  • Hoe hoog is jouw zelfvertrouwen?
  • Waar ik altijd al benieuwd naar was: hoe zwaar is zo’n fles eigenlijk die je zo meteen met me gaat delen?
  • Stel een vraag waarbij je vooronderstelt dat het doel bereikt is: hoeveel beter is {situatie}? (Meer van dat soort vragen vind je bij het artikel over future pacing en coach-vragen.
Hierna lezen:  Zelfhypnose Leren [Stappenplan] Gids Voor Hypnotische Suggesties

Suggesties met open eind

  • We hebben allemaal potentieel waar we ons van onbewust zijn, en we weten normaal gesproken niet hoe dat uitgedrukt zal gaan worden.
  • Het is niet goed dat ik hem vertel wat hij moet leren. Laat hem leren wat hij zelf wil, en op de manier waarop hij dat zelf wil.

Het is goed dat je…

  • Het is goed dat je zo open staat en veel nieuwe vaardigheden aan het leren bent, en dat is hoe je vooruit blijft gaan.
  • Is het niet fijn om te weten dat jouw zelfvertrouwen in de toekomst beschikbaar voor je zal zijn?
  • Ben je niet blij dat je zelfvertrouwen kunt tonen?

Wat…

  • Wat gaat er veranderen? (Dit impliceert dat er iets gaat veranderen.)
  • Wat wil je drinken?

Welke (en dubbele bindingen)

  • Welke mooie gedachten heb je allemaal? (In plaats van: wat denk je nu?)
  • In therapie met en kind dat bang is voor monsters onder zijn bed: “Welke kleur hebben de monsters?”
    In plaats van: “Zijn er monsters? Kun je ze zien? Ben je verdrietig? Wat is het probleem? Etc.”
  • Welke kun je het meest eenvoudig leren? Verbale of non-verbale vaardigheden?
  • Welke resultaten heb je gekregen?
  • Zijn het je vaardigheden waar je je het meest zeker over voelt, of is het toch iets anders?

Lees hier meer over dubbele bindingen.

De aandacht op een verklaring leggen voor datgene wat voorondersteld wordt

  • “Het komt waarschijnlijk door je intelligentie waardoor je zo goed kunt leren.” Voorondersteld: Je kunt goed leren. En iets zorgt daarvoor.
  • “Het is waarschijnlijk de verfijning van NLP waardoor het zulke goede resultaten geeft.” Voorondersteld: Iets van NLP zorgt voor resultaten.
Hierna lezen:  Omgaan Met Weerstand: 21 Ongelooflijke Tips (incl. utilisatie-model)

Impliceren van bewustzijn (door middel van ongespecificeerde werkwoorden)

‘Merk op’ is een van de ongespecificeerde werkwoorden die ook iets vooronderstellen. Het impliceert dat de ervaring in ieder geval gaat gebeuren, en dat het slechts nog opgemerkt hoeft te worden. Je brengt de focus naar iets toe.

  • Merk op dat…
  • Merk op wat er gebeurt terwijl dat beeld meer naar voren komt.
  • Merk op hoe welkom dat is.
  • Merk op hoe de situatie al aan het transformeren is. Merk op hoe het nu anders is.
  • Merk de veranderingen in je interne ervaring op…
  • Merk het verschil op.
  • Merk op hoe geneigd je bent om je naar je stoel te bewegen… of het nou snel of op een meer ontspannen tempo is… nu…
  • Heb je het verschil met gisteren opgemerkt?
  • Als je een groep wilt laten stoppen net een oefening tijdens een training: “Je merkt dat de oefening afgerond wordt.”
  • Ben je jezelf er bewust van dat je dit al aan het doen bent? Van nature…
  • Kun je aan me zien dat ik het allemaal spontaan aan het bedenken ben?
  • Realiseer je hoe graag je het wil.
  • Realiseren jullie je dat ook?
  • Heb je je dat al gerealiseerd?
  • Chris, realiseer je je dat je me tegenwerkt?
  • In een moment ga je je realiseren/Je realiseert je dat je dit altijd al natuurlijk deed, en nu gaat het alleen nog maar erom erachter te komen hoe.
  • Je hoeft het niet te erkennen… Het zal gewoon zichzelf blijven ontwikkelen in je.
  • Ik vraag me af… is het gemak dat je zal gaan ervaren bij het doen van je administratie, iets wat je al eens eerder hebt ervaren?
  • Ik weet niet zeker of je je bewust bent van de temperatuur in je voeten nu…
  • Geniet van het feit dat…
  • Geniet je van de resultaten die je hebt gekregen?
  • Voel…
  • Hoor…
  • Zie… Kun je zien dat… Zie je dat?
  • Ruik…
  • Proef…
  • Andere unspecified verbs: ik weet dat, ik begrijp dat, opmerken dat.
  • Je kunt je ervan bewust zijn dat je je kunt ontspannen… Nu…
  • Terwijl je toestaat dat jouw ‘treshold of perception’ zich verlaagt (zintuiglijke scherpzinnigheid) (ondertussen met je handen het ook verlagend), en jij erboven kunt uitkijken… hoe ziet de wereld er nu dan uit?
  • “Omdat je dit nu als een beperking aan het zien bent, vraag ik me af…” (Hij/zij ziet het enkel als beperking).
Hierna lezen:  58 Beïnvloeding-technieken: Effectief Beïnvloeden, Overtuigen & Manipuleren

Ook kun je alle zintuiglijk waarneembare dingen als vooronderstelling framen. Het is er al – je hoeft het alleen nog maar te zien, horen of voelen:

  • Hoor je hem?

Impliceren van herhaling

Dit impliceert dat het ooit ook eens gebeurd was.

  • Her-
  • We gaan herontdekken hoe je focus ontwikkelt.

Exclusief/inclusief

  • Of…
  • En…

Die/dat/wie

  • “De resultaten die je met NLP krijgt, zijn indrukwekkend.” Voorondersteld: NLP zorgt voor resultaten.
  • “Komt het zelfvertrouwen dat je ervaart, als een verrassing voor je?” Voorondersteld: Je ervaart zelfvertrouwen.

Geslacht vooronderstellen

  • De nieuwe president zal heel erg haar best moeten doen om…

Impliciete vooronderstelling

Een zin hoeft niet letterlijk een vooronderstelling te zijn. In onderstaand voorbeeld wordt de aandacht simpelweg verschoven naar het tweede deel van de zin, waardoor het eerste deel van de zin ertussendoor glipt.

  • Hij kan heel goed voetballen maar dat kan hij heel goed verbergen.

Oefenen met vooronderstellingen

  1. A presenteert een eenvoudig resultaat dat hij/zij wil bereiken, met weinig woorden. Bijvoorbeeld: “Zelfverzekerd zijn bij het geven van presentaties.” Of “Gezonder eten.”
  2. B gebruikt verschillende vooronderstelling-patronen om het resultaat te vooronderstellen.
  3. B & C letten goed op het volgende:
    – Heeft B het beoogde patroon gebruikt?
    – Vooronderstelde B het resultaat met dat patroon?
    – B & C kalibreren non-verbaal om op te merken: Nodigde de vooronderstelling A uit om van binnen het een en ander te verwerken of te hersorteren? Is A in het resultaat gestapt of heeft A een andere soort verschuiving ervaren? Heeft A de vooronderstelling geaccepteerd of afgewezen?

Dit waren de framing-voorbeelden en -technieken (vooronderstellingen)

Dit waren alle mogelijke variaties van framing door middel van vooronderstellingen. Wil je écht alles weten over framing, lees dan het artikel over omdenken. Daar staan namelijk alle herkadertechnieken in.

[1] (Carnegie, 1931)

[2] (Carnegie, 1931)

Bekijk deze bonuspagina…

Deze stof leerden we niet op school. Hierdoor voelen we vaak negativiteit en belemmeringen bij wat we willen bereiken. Daarom wil ik je iets laten zien. Klik hier om NLP te leren met behulp van video’s, mp3’s, demonstraties en scripts.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!