Het klinkt als een ‘ernstig syndroom': het Imposter Syndrome. Niks is minder waar. De term is in de jaren 70 ontstaan, maar het is geen psychologische diagnose die je kunt krijgen, en staat dus ook niet in de DSM. Maar wat is het dan wel? Lees verder voor de betekenis van het Imposter Syndrome.

Imposter syndrome/Oplichterssyndroom: wat moet je hierbij denken?

Imposter syndrome: het klinkt erg spannend, maar is het dat ook? Het syndroom is een stuk minder spectaculair dan je in eerste instantie zou denken. Iemand die lijdt aan imposter syndrome, in het Nederlands “oplichtersyndroom” genoemd, heeft het gevoel dat hij of zij de ander voor de ‘gek’ houdt. Een persoon met dit syndroom hoort een stemmetje in het hoofd dat zegt dat hij of zij eigenlijk niets kan, ook al zijn anderen juist super lovend over je.

Hebben we het allemaal een beetje?

Bijna iedereen twijfelt weleens aan zichzelf. Daar is niets mis mee. In tegenstelling: het is juist heel gezond om aan jezelf te twijfelen. Iemand die nooit aan zichzelf twijfelt, zal ook nooit verbeteren. Die persoon blijft altijd hetzelfde en weigert te leren en te groeien. Het wordt pas een probleem als je continue aan jezelf stelt en ervan overtuigd raakt dat je stiekem niets kunt. Deze personen leggen de lat zo hoog voor zichzelf, dat ze wel zullen falen.

Bang voor ontmaskering

Iemand die aan oplichterssyndroom lijdt, is voortdurend bang ‘ontmaskerd’ te worden. Zo’n ontmaskering houdt in dat andere mensen plotseling beseffen dat de persoon in kwestie helemaal zo goed of fantastisch niet is als ze in eerste instantie dachten. De persoon met het syndroom zal zo’n ontmaskering willen voorkomen. Dat gebeurt door super perfectionistisch te zijn.

Geen officiële diagnose

Oplichtersyndroom is geen persoonlijkheidsstoornis in de zin dat het geen officiële diagnose is die door een psycholoog of psychiater kan worden gegeven. Het gaat om een verzameling van verschillende persoonlijkheidstrekken. Het “syndroom” komt evenveel voor bij mannen als bij vrouwen. Het blijkt dat hoe hoger iemand is opgeleid, hoe groter de kans dat iemand last heeft van imposter-gevoelens. Dit heeft ook te maken met weten wat je nog niet weet.

Hierna lezen:  'Op zoek naar mezelf' - Hoe kun je jezelf (terug) vinden?

Het feit dat juist intelligente mensen vaker last hebben van het oplichtersyndroom heeft ook te maken met het Dunning-Kruger effect. Dit houdt in dat mensen die iets niet goed kunnen eerder het idee hebben er goed in te zijn dan de mensen die iets juist wél goed kunnen. Dat komt omdat hoe meer je weet, hoe beter je beeld hebt van wat je nog niet weet. Iemand die iets niet weet, beseft niet dat hij het niet weet. Anders zou hij of zij het zichzelf immers wel aanleren.

Onzeker zijn over succes

Ze zeggen weleens dat hoogbegaafde mensen het meest onzeker zijn. Dat komt omdat ze precies weten hoeveel ze ergens van snappen en hoeveel niet. Een beroemde uitspraak van Albert Einstein is: “do not worry about your difficulties in Mathematics. I can assure you mine are still greater.” Iemand die zoveel wist als Einstein was voortdurend bezig met het verleggen van zijn grenzen. Het gevolg was dat hij meer stoeide met wiskunde dan ieder ander.

Imposter syndrome en voorbereiding

Iemand die aan oplichtersyndroom lijdt, zal zichzelf zo goed mogelijk voor willen bereiden. Iemand met dit syndroom gaat vooral aan zichzelf twijfelen als er flinke druk ontstaat om te presteren. Hoe groter die druk, hoe groter de twijfel. Als gevolg zal de persoon in kwestie zich overdreven gaan voorbereiden. Vaak werkt dat: het resultaat is goed en anderen zijn positief. Maar helaas is de opluchting van een zogenaamde “imposter” alleen maar tijdelijk.

De volgende horde

De imposter heeft het idee één beproeving overleefd te hebben, maar voelt de druk dat het volgende obstakel hen kan ontmaskeren. Kortom: de opluchting is maar heel kort en zorgt niet voor een toename van het zelfvertrouwen. Elk nieuw succes bevestigt juist dat ze écht bedriegers zijn. Hun Houdini-trucje heeft gewerkt: ze hebben anderen succesvol om de tuin geleid.

Coaching helpt het zelfvertrouwen te vergroten

Coaching kan helpen het zelfvertrouwen te vergroten. Hoe meer zelfvertrouwen iemand heeft, hoe minder het imposter syndroom op zal treden. De coach leert je onder andere dat jouw prestaties daadwerkelijk de jouwe zijn. Iemand die aan oplichtersyndroom lijdt, ziet niet in wat de eigen prestaties zijn: deze worden niet toegeëigend. Het wordt afgeschilderd als een kwestie van “toeval” en “geluk”, maar dat is het dus niet. Het is wel degelijk ervaring en talent.

Risico op burn-out

Een imposter is voortdurend bang ‘kopje onder’ te gaan en te verzuipen in de eigen leugens, terwijl daar helemaal geen reden toe is. Het gevoel de druk niet aan te kunnen en vroeg of laat door de mand te vallen, is extreem stressvol. Iemand die overtuigd is van zijn of haar eigen kunnen, zal minder last hebben van stress als er een nieuwe uitdaging om de hoek komt kijken. Het risico voor de imposter is dat de stress teveel wordt en er een burn-out optreedt.

Hierna lezen:  Jezelf wegcijferen voor anderen: stop jezelf op te offeren

Risico op vluchtgedrag

Er zijn ook imposters die een heel andere tactiek hanteren. Zij gaan met hun zelftwijfel om door te vluchten. In plaats van hun lat voor zichzelf onrealistisch hoog te leggen, leggen ze deze juist veel te laag. Ze blijven anderen vallen omdat het risico diep te vallen heel klein is.

Imposter syndroom: is er een oplossing?

Zoals met alle problemen geldt dat het heel belangrijk is dat de imposter eerst voor zichzelf uitzoekt waar hij of zij precies bang voor is. Die angst kan angst voor afwijzing zijn. Dit heeft te maken met de angst niet goed genoeg te zijn, maar is niet precies hetzelfde: het één is een gevolg van het ander. Om jezelf te kunnen helpen, moet je eerst weten waar je in de knoop zit. Door de imposter-gedachten te leren herkennen, kun je trainen er niet naar te luisteren.

Steun zoeken: hoe doe je dat?

Hulp zoeken bij anderen kan erg moeilijk zijn. Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat het vaak niet werk om hulp te zoeken bij een directe medestudent of een collega. Het gevolg is dat je je hier vaak alleen maar slechter door voelt. Het werkt veel beter steun te zoeken bij iemand die niet direct betrokken is, bijvoorbeeld bij een vriend, vriendin of naast familielid. Dit zijn niet de mensen die je op school of werk tegenkomt en waarmee je ‘in competitie’ bent.

Steun gevonden

Herken jij jezelf in een imposter? Het is te hopen dat dit artikel je de steun geeft die jij verdient. Misschien ben je een nuttige tip tegengekomen, of heb je nu een beter beeld over jezelf. Mocht je er met iemand over willen spreken, dan kun je altijd bij een professional terecht.

Gerelateerd: lees verder...