creatief lateraal denkhoeden

De Denkhoeden Van Edward De Bono [Creativiteit-hack!] [Lateraal Denken]

Hoe zet je de denkhoeden van Edward de Bono in de praktijk in? In dit artikel leer je hoe je een brainstormsessie kunt houden, waarbij je alle creativiteitslessen over lateraal denken van De Bono toepast. De werkvormen van dit artikel kunnen bijvoorbeeld toegepast worden in het bedrijfsleven, de zorg en in het onderwijs.

Je vindt in dit artikel oefeningen en voorbeelden om creatiever te kunnen denken (lateraal denken), wat handig is bij het brainstormen.

De denkhoeden zijn het meest opvallende onderdeel uit de brainstormsessie

Edward de Bono heeft een heleboel technieken ontworpen voor je brainstormsessies. De gekleurde denkhoeden zijn daarvan het meest bekend. Die techniek komt verderop in het artikel dus ook absoluut aan bod, maar laten we bij het begin beginnen.

Checklist: neem deze dingen mee voor de brainstormsessie

  • Flipover + stiften + sticky notes.
  • Informele setting (kantine+ wandelroute) (=’benen op tafel’).
  • Nodig een ‘friskijker’ uit. Geef twee rollen voor dzee gast: friskijker, en creativiteitsmanager.
  • Varieer tijdens de brainstormsessie tussen zitten en staan.
  • Voorzie iedereen van papier voor brainwriting.
  • Chocolade voor energie om lekker actief te kunnen denken.

De spelregels van creatief brainstormen volgens De Bono

 De Denkhoeden Van Edward De Bono

Laat de friskijker de volgende spelregels oplezen:

  • Alle ideeën zijn goed, dus geen dooddoeners/kritiek geven: oordelen uitstellen tot na de oefeningen! Wees de advocaat van de engel.
  • Durf te gaan voor het onbekende. Neem risico’s, heb lef/extreme ideeën en durf daar helemaal op los te gaan.
  • Ga voor kwantiteit, geen kwaliteit.
  • Loslaten, chaotisch mag.
  • Intuïtie gebruiken. Dat is het eerste wat in je opkomt.
  • Alles zeggen, hoe belachelijk ook.
  • We kunnen bij ieder antwoord denken: wat is er allemaal positief aan?
  • Vul elkaar aan. Bijvoorbeeld door je zin zo te laten beginnen:
    ja, en
    ja, is
    ja, is niet
  • Als je vastzit, kun je eventueel gaan reversal denken: denk het tegenovergestelde (en zeg het ook). Bijvoorbeeld bij: Wat moeten we doen om meer klanten te krijgen? Dat wordt: Wat moeten we doen om zoveel mogelijk klanten weg te jagen?
  • fractioneer: uit elkaar halen en opnieuw bouwen als Lego.
  • Combineer de ideeën die tijdens deze brainstormsessie op gaan komen. Je kunt regelmatig geforceerd gaan combineren en de associaties en kenmerken daarvan gebruiken.

Voorbereidingsronde – IJsbreker en een creativiteits-preframe

Heet iedereen welkom en doe een ijsbreker. Bijvoorbeeld: stel jezelf voor aan de hand van een metafoor.

Vervolgens wek je een stemming van creativiteit op. Dat kun je bijvoorbeeld doen door een metaforisch verhaal te vertellen en/of door creativiteit te ankeren: Wanneer waren jullie creatief? (Anker). Weet dat je… Ervaar nu dat je… creativiteit vergroot wordt….

Andere manieren om dit te bereiken, zijn bijvoorbeeld het maken van een kettingverhaal of het oplossen van laterale raadsels: waarom stapt de man na de 10e verdieping uit om met de trap te gaan naar de 15e, behalve op regenachtige dagen? Antwoord: het was een dwerg. Hij kon niet hoger dan 10 drukken, maar wel met zijn paraplu. De natuurlijke assumptie is dat hij zelf normaal is en dat het probleem in zijn gedrag lag.

Een andere laterale raadsel: een vrouw wordt neergeschoten op de vijfde verdieping van de flat van haar vriend. Wat klopt er niet? Haar hart.

Ronde 1 – Probleemanalyse

Breng het probleem met de volgende vragen in kaart

Bij de probleemanalyse kun je de volgende vragen stellen:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Wanneer
  • Stel 4 keer de vraag: ‘waarom’

Breng de obstakels in kaart

  1. Pak 3 flip-overvellen.
    • Links: de huidige situatie
    • Rechts: wat wil je bereiken
    • Midden: obstakels: wat houdt je tegen, welke moeilijkheden verwacht je ?
  2. Welke obstakels ga je oplossen, welke ga je parkeren?

Obstakels zijn te combineren met een metafoor. Bijvoorbeeld een (zee)reis. Hoe is de huidige zee, vaartuig, bemanning, etc. Hoe ziet de gewenste zee, vaartuig, etc eruit? Wat voor belemmeringen zijn er op zee? Wat voor mogelijke reisplannen zijn mogelijk?

Bepaal de urgentie

Wat is het belangrijkste probleem?

Schep nieuwe perspectieven voor de probleemstelling

Probeer zoveel mogelijk synoniemen te gebruiken om de probleemstelling op zoveel mogelijk manieren te beschrijven. Haal de probleemstelling door Google Translate en weer terug naar NL.
Schept dit nieuwe perspectieven voor de probleemstelling?

Ronde 2 – Verbreden van ideeën (kwantiteit)

Deel papier en stiften uit. Zeg dat het is bedoeld om al je ideeën op te schrijven, bijvoorbeeld wanneer je op je beurt moet wachten. Dit heet brainwriting.

Oefening 1 – Oefeningloos brainstormen

Om te beginnen gaan we gewoon vrijuit brainstormen zonder dat daar een ‘oefening’ bij hoort.

Oefening 2 – Gebruik de denkhoeden-methodiek

Kijk steeds met een andere kleur denkhoed naar de probleemstelling. Je zet als het ware de denkhoed op, en je verandert in een heel ander mens. Gebruik de afbeelding hieronder om te zien waar iedere denkhoed voor staat.

model_denkhoeden_de_bono

Oefening 3 – Biomimicry (leren van de natuur)

  1. Formuleer de probleemstelling.
  2. Noem een aantal dieren die ook met dit probleem te maken hebben.
  3. Onderzoek hoe deze dieren het probleem oplossen.
  4. Vertaal deze oplossingen uit de natuur naar het oorspronkelijke probleem.

Voorbeeld: het mierenmodel kan het fileproblemen oplossen.

Oefening 4 – De Ketenassociatietechniek van improv-acteurs in bloem-vorm

Doe deze ketenassociatie door ‘bloem-associaties’ te maken, zoals weergegeven in de afbeelding hieronder:

bloemassociatie


Variaties die je er op een gegeven moment bij kunt gooien:
  • Een woord dat ver weg in de associatieketen is geraakt moet je gebruiken voor oplossingen voor het probleem.
  • Meerdere woorden die ver weg zijn geraakt moet je gebruiken om vijf overeenkomsten daartussen te benoemen. Gebruik die overeenkomsten voor nieuwe ideeën.

Oefening 5 – Negatief brainstormen

Voorbeeld en instrucites:

  1. Probleemstelling: Hoe zorg ik ervoor dat medewerkers met de fiets naar kantoor komen?
  2. Probleemstelling uit stap 1 spiegelen: Hoe zorg ik ervoor dat niemand met de fiets naar kantoor komt?
  3. Oplossingen voor de negatief geformuleerde probleemstelling: Geen fietsenhok, punaises strooien, banden lek prikken, geen vergoeding voor fiets, etc.
  4. Door de oplossingen uit stap 3 vervolgens weer te spiegelen, krijg je de oplossingsrichtingen voor de oorspronkelijke probleemstelling: goede faciliteiten, fietsenmaker op het werk, extra vergoeding voor fietsers, etc.

Voorbeeld: Arrestaties

De politie moest een heleboel mensen arresteren. Hoe konden ze voldoende agenten naar de locatie sturen? De politie maakte een denkslag van 180 graden. Er werden 800 brieven verstuurd aan de verdachten met het nieuws dat ze de hoofdprijs in een loterij hadden gewonnen. Toen de ‘winnaars’ zich meldden om hun prijs te innen werd de creativiteit van de politie beloond met 97 van de veiligste en makkelijkste arrestaties die ze ooit hadden verricht.

Meer voorbeelden:

  • Milieu-problematiek: hoe zouden we zo snel mogelijk van onze frisse lucht af kunnen komen?
  • Dierentuin: stel dat de bezoekers in hokken zouden moeten…
  • Retail: wat moeten we doen om zoveel mogelijk klanten weg te jagen?

Oefening 6 – Vooronderstelling kraken

Een bijzondere oefening, maar geen zorgen: na de uitleg van de stappen staat direct een voorbeeld.

  1. Formuleer de probleemstelling.
  2. Zoek cruciale termen (woorden) die geassocieerd zijn aan de probleemstelling en benoem de kenmerken daarvan.
  3. Bepaal welke aannames bij deze term horen en schrijf ze op.
  4. Zoek bij deze vooronderstelling een alternatief of elimineer haar helemaal.
  5. Genereer ideeën die nu opeens wel mogelijk worden.
  6. Herhaal stap 4 en 5 met andere vooronderstellingen of andere kenmerken.

Voorbeeld: stel dat het probleem het ontwerpen van een nieuwe tafel is. Een kenmerk van een tafel is dat deze (vier) poten heeft. Kraak deze vooronderstelling door als opdracht mee te geven dat de tafel geen poten mag hebben. Vervolgens kom je sneller aan vernieuwende ideeën, zoals een hangende tafel.

Meer voorbeelden:

  • Waarom is het origineel van van Gogh’s Zonnebloemen duurder dan een kopie op ware grootte?
  • Waarom eindigen sprookjes met ‘ze leefden nog lang en gelukkig’?
  • Waarom is een voetbal (tennisbal, basketbal etc…) bolvormig?

Oefening 7 – Scamper-methode

Gebruik de volgende denkrichtingen:

  • Substitute: Vervang componenten, materialen, mensen.
  • Combine: Wat is te combineren met andere producten of diensten? Waar is synergie te vinden?
  • Adapt: Voeg functies van andere producten of diensten toe.
  • Modify: Is het te vergroten, verkleinen of veranderen?
  • Put to another purpose: In welke markt is dit nog meer gebruiken?
  • Eliminate: Verwijder onderdelen, terug naar de basisfunctie.
  • Reverse: Is het om te draaien, binnenste buiten te keren of in een andere volgorde te plaatsen?

Oefening 8 – Het woordenboek

Neem een willekeurige bladzijde en woord uit het woordenboek. Iemand zegt de bladzijde en de ander de locatie van het woord. Bijvoorbeeld: pagina 20, regel 10, woord 5 van een willekeurig boek. Het gekozen woord dient een zelfstandig naamwoord te zijn. Verwerk het in de bloemassociatie (oefening 4).

Oefening 9 – Doorschuiven van de brainwriting-vellen

Scuif de vellen door naar een ander persoon en laat je inspireren door wat er al staat om het aan te vullen.

Oefening 10 – Associëren met afbeeldingen

Associeer met afbeeldingen. Gebruik daarvoor de volgende bronnen:

Oefening 11 – Analogie

Gebruik een zelf te verzinnen analogie, bijvoorbeeld voor de probleemstelling: hoe werven we nieuwe nieuwe klanten: hoe werft een godsdienst/nonprofitorganisatie?

Oefening 12 – Stripheld

  1. Kies een stripheld. Teken hem.
  2. Schrijf kenmerken van deze stripheld bij hem of haar erbij.
  3. Hoe zou de stripheld het probleem oplossen?
  4. Vertaal ideeën van de stripheld naar het oorspronkelijke probleem.

Oefening 13 – Downchunking + morfologie

Stel dat het probleem is: verbeter een ballpoint.

Eigenschappen van een ballpoint zijn de vorm, het materiaal, de dop en de inkt. Associaties bij inkt zijn bijvoorbeeld: navulbaar, milieubewust of onzichtbare inkt. Materialen zijn: metaal, glas, hout en papier. Etc. Hieruit zijn vele combinaties te maken, bijvoorbeeld een ballpoint van glas met onzichtbare inkt of pen van hout met navulbare inkt.

Oefening 14 – Imitatie

  1. Schrijf kernwoorden uit de probleemstelling op.
  2. Bedenk synoniemen.
  3. Ga surfen op internet, doorzoek andere informatiebronnen.
  4. Combineer bevindingen met de oorspronkelijke probleemstelling en bedenk ‘nieuwe’ ideeën.

Oefening 15 – Pak er wat marktonderzoek bij

Duik eens in wat marktonderzoek. Kijk onder andere naar voorstellingen, suggesties en bestellingen van eindgebruikers.

Oefening 16 – Purge

Schrijf 2 minuten lang zoveel mogelijk ideeën op. Gezamenlijk en/of individueel.

Oefening 17 – Raadpleeg de buren

Raadpleeg iemand die in de buurt is of stap op een wild vreemde af. Doe dit niet te zwaar maar vraag hoe hij dit probleem beleeft. Maak er een spontaan gesprek van.

Oefening 18 – Blobbo

Bedenk een nieuw woord, plus leg uit hoe het nieuwe woord je probleem oplost.
Verander vervolgens 1 letter aan het woord + idee uitleggen. ‘’Oh, je bedoelt…’’

Oefening 19 Combineer de denkhoeden met een andere techniek

Combineer de denkhoeden (oefening 2) met een andere techniek voor een extra krachtig creativiteitseffect.

Oefening 20-24

  • Welk sprookje heeft met ons probleem te maken?
  • Laten we nu allemaal ideeën genereren die met een B beginnen.
  • Andere betekenis aan afkortingen geven die in het probleem voorkomen.
  • Maak een trip met het hele team naar een irrelevante locatie, zoals exposities of een speelgoedwinkel.
  • Gebruik het eerste rode voorwerp die je ziet en gebruik het in je oplossing.

Ronde 3 – Convergeren

 De Denkhoeden Van Edward De Bono

In deze ronde gaan we van kwantiteit naar kwaliteit: focussen en selecteren op uitvoerbaarheid en haalbaarheid, We maken dus een shortlist van ideeën. Heb je trouwens een heleboel irrelevante ideeën te pakken? Misschien toch niet. Gebruik onderdelen/concepten/eigenschappen van een irrelevante idee. Kernwoorden in deze ronde zijn dus: kwaliteit, kiezen, ordenend en logica.

Alle ideeën van ronde 2 hangen aan de muur. De mening van de groep is door het plakken van stickers te peilen en te visualiseren. Een variant van deze stickermethode is het werken met rode, oranje en groene stickers. Rood voor een slecht idee, oranje voor een twijfelgeval en groen voor een goed idee.

De ideeën met meer dan 3 stickers kun je vervolgens in een matrix plaatsen.

Eventueel kun je de ideeën ook evalueren aan de hand van de factoren van het boek ‘De Plakfactor (Made To Stick)’:

  • Eenvoudig: Zoek de kern.
  • Onverwacht: Met verrassing trek je aandacht.
  • Concreet: Abstracte ideeën zijn moeilijker te onthouden dan concrete.
  • Geloofwaardig: Laat autoriteiten en feiten het idee onderbouwen.
  • Met gevoel: Appelleer aan eigen belang en identiteit.
  • Met een verhaal: Inspireer mensen tot handelen met een mooi verhaal.

Pak de denkhoeden er hier ook weer bij.

Dit is het einde van de brainstormsessie

Je hebt nu succesvol een brainstormsessie geleid volgens de methode van Edward de Bono, inclusief de denkhoeden en alle stappen voor het succesvol doorlopen van zo’n sessie.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!