Klasmanagement

Klasmanagement met NLP – Gaaf (Hoe houd je ze bij de les?)

Klasmanagement wordt erg interessant als je gebruik gaat maken van NLP. In dit artikel komen verschillende methoden aan de orde.

Klasmanagement

Klasmanagement-Tip 1 – De klas alert houden met hot words

We kunnen ‘call to actions’ en hot words, ook trancewoorden genoemd, inzetten om de klas bij de les te houden. Hieronder vind je dit soort hot word-uitspraken en interactieve elementen die je tussen je verhaal door kunt besprenkelen. Het onderbewuste van de leerling zal deze ‘call to actions’ automatisch opvangen en bijvoorbeeld opkijken als hij afgeleid was.

  • Dit is belangrijk
  • Kijk naar mij
  • Luister goed
  • Luister naar mij
  • Herken je dat?
  • Begrijp je dat?
  • Let op
  • Focus
  • Is dat logisch voor je? (Natuurlijk is het dat)
  • Denken jullie nu “Ik ZIE de waarde hiervan?”
  • Luister nu naar mij
  • Bij vragen aan het publiek: ja of nee? (eventueel: ‘Zeg ja’)
  • Het is te goed om …
  • Kleine testjes: stel ze tussendoor kort een toetsvraag over je stof (eventueel: ‘Ja of nee?’)
  • Zeg mij na…
  • Is dit iets waar jullie baat bij kunnen hebben? (Ja of nee?)
  • Ben ik nog iets vergeten te zeggen? Kevin, heb jij iets toe te voegen?
  • “Kijk (maar) hier(boven) (alsjeblieft).” Wijs omhoog met je vinger ter hoogte van je hoofd.

Klasmanagement-Tip 2 – Gebruik gebaren ter ondersteuning

Gebruik je lichaam om te communiceren!

  • Verhaal: ‘Hallo…’ Gebaar naar jezelf toe: ‘Hallo Pietje!’
  • ‘Cup’ je oren bijvoorbeeld om je publiek harder te laten zingen.
  • Kinderen kun je met je armgebaren afkappen: ‘Je heb heel mooi verteld, nu is het zijn beurt (met je arm ga je langzaam en stevig naar beneden, als een dirigent)
  • Terwijl je je warmte blijft behouden, druk je met je hand gestrekte arm naar beneden om iemand ‘af te kappen’.

Klasmanagement-Tip 3 – Condtioneer leerlingen tot gehoorzaamheid

  • Je kunt de goede voorbeelden als voorbeeld nemen: ‘En ik vraag me af wat we van de mensen vinden die niet doen wat jij doet / wat er met ze gaat gebeuren…
  • Is het kind al ergens anders mee bezig en wil je beginne? Gebruik dan de techniek ‘eerst volgen, dan pas leiden’. ‘Waar ben je mee bezig? Gaan we kijken of het boek ook zo gaat…
  • Een valkuil is om kinderen te veel aandacht te geven. Soms kun je ze ook negeren: “De juf is even aan het vertellen.”
  • Gebruik ‘command tone down’: ‘We gaan.’ Je eindigt zo’n zin ook daadwerkelijk door met je stem omlaag te gaan.
  • Signaaltjes: een docent zit alvast in de kring, haalt gitaar alvast te voorschijn etc.
  • Geef andere kineren een leiderschapsrol: ‘Zorg jij dat hij een enthousiast applaus krijgt?’ ‘Jij kiest iemand binnen 5 seconden uit (anders doe je het zelf) en jullie 2 zorgen dat hij het doet.’

Klasmanagement-Tip 4 – Geef een kind een leiderschapsrol

‘Het is me opgevallen dat veel andere leerlingen naar je opkijken, en ik vroeg me af of je erin geïnteresseerd bent om me te helpen. Wat je dan zal gaan doen is anderen aanmoedigen, een goed persoon en een goede vriend zijn, een rolmodel zijn voor je klasgenoten, etc. Je hulp moet wel een geheim blijven, gewoon tussen ons. Ben je geïnteresseerd?’ Je kunt op een aantal momenten overleg-momenten hebben met de kleine groep met rolmodellen en door middel van rollenspellen kun je oefenen hoe ze kunnen helpen.

Zo kun je bijvoorbeeld op een informele manier langslopen en zeggen: ‘Hey, zou je iets willen doen en Marietje willen vagen of ze ook vandaag met jullie groep wil gaan spelen?’ Dit is een klassiek verhaal van Dale Carnegie:

Mrs. Hopkins decided to face the “Tommy problem” immediately.

When she greeted her new students, she made little comments to

each of them: “Rose, that’s a pretty dress you are wearing,” “Alicia, I

hear you draw beautifully.” When she came to Tommy, she looked

him straight in the eyes and said, “Tommy, I understand you are a

natural leader. I’m going to depend on you to help me make this

class the best class in the fourth grade this year.” She reinforced this

over the first few days by complimenting Tommy on everything he

did and commenting on how this showed what a good student he

was. With that reputation to live up to, even a nine-year-old couldn’t

let her down – and he didn’t.

If you want to excel in that difficult leadership role of changing the

attitude or behavior of others, use …

  • Principle 7 – Give the other person a fine reputation to live up to.

Klasmanagement-Tip 5 – De kinderen stil krijgen

  • Bij volwassenen: ‘We willen heel graag doorgaan. En als je mee wil doen verwelkomen we je hier. Als je niet wenst mee te doen zou je de bijeenkomst niet bij moeten wonen. Je zou ons moeten laten doen wat we willen doen.’
  • Eventueel kun je de lichten uit doen als onderdeel van het verhaal (een ruimteschip!), waardoor de kinderen automatisch stil worden.
  • Ook kun je directief zijn: ‘Luister.’ ‘We gaan verder’. (Ook zijn veel juffen er goed in om de naam van veel te ongehoorzaam kind te snauwen.)
  • Wees specifiek. Daar help je het onderbewuste mee: Niet: ‘Kom hier.’ Maar wel: ‘Kom maar hier op deze stoel/plek zitten /staan.’
  • Behandel het kind als een volwaardige volwassene die zichzelf kan managen: ‘Je voelt zelf wel aan of je een time out wil inzetten. Je hebt er een in de ochtend en een in de middag.’
  • ‘Als jullie goed meedoen, doen we daarna een spel.’
  • Neem een grote knikkerpot die leeg is. Iedere keer dat de klas snel stil wordt, krijgen ze een knikker in de pot. Iedere keer dat ze stout zijn, worden er een paar uitgehaald. Als het ze lukt om de pot te vullen, krijgen ze een beloning. Dat kan van alles zijn. Met de pot zullen de kinderen op zichzelf letten. Alleen het geluid van de knikkers alleen al, daar kun je leuke dingen mee doen!
  • Gebruik een ankermethode, om bij een bepaalde trigger een bepaalde respons in de klas op te roepen. De respons is dan uiteraard: stil zijn. Kalibreer om een lokaal stil te krijgen, ook met de trigger erbij. Oefen een paar keer met de klas. Vaak zal dit bij de eerste les zijn. Een trigger kan bijvoorbeeld zijn: je hand in de lucht/op de neus, en mond over de onderlip. Optioneel: de laatste persoon die praat, zingt een lied. Dat werkt alleen als ze van te voren gewaarschuwd zijn.
  • Iets in hun handen hebben maakt ze stil.
  • Het spiegelspel: een sequentie van klappen en lichaamsritmes worden gebruikt. Zien en nadoen-stijl. Iedereen doet mee, met jou als leider. Wanneer iedereen eenmaal meedoet en de sequentie nadoet, word je stil, en in plaats van het starten van een nieuwe sequentie, begin je met praten.
  • Blijf vooral de kinderen prijzen die al stil zijn.
  • ‘Do it again:’ als ze niet netjes binnenkomen zeg je dat, en laat je ze eerst stilzitten. Dan van buiten naar binnen komen en: ‘Ik weet dat jullie weten hoe het wel moet. Laat dat zien.’
  • Wanneer een kind begint te praten terwijl je aan het vertellen bent, blijf je gewoon doorgaan alsof je niet onderbroken wordt, en ga je naast het kind staan. Het is belangrijk om niet je stem te verheffen en niet de confrontatie op te zoeken. Spreek in een gelijke en heldere toon.
  • Draai negatieve aandacht om in oprechtheid. Als een kind op een negatieve manier oom aandacht vraagt, kun je vragen: ‘Hoe gaat het met je’?
  • Gebruik het uitdaging-kader: in plaats van te zeggen wat ze moeten doen: ‘Ik weet zeker dat het je niet lukt om 10 minuten stil te zitten.’
  • Stevige houding, indringend aankijken, scherpe en duidelijke gebaren, confronterend en persoonlijk.
  • Wees consistent: ‘Je breekt een regel!’ Altijd consistent daarin zijn. ‘Dit is de 10e smoes deze week.’ ‘Ik vind het niet meer dan normaal als mensen op tijd komen. Jij komt regelmatig te laat. Alle resterende keren van dit jaar kom je op tijd, anders krijg je een officiële waarschuwing. Ik verwacht van jou…’ ‘Pardon? Accepteren we deze taal hier? Straf.’

Klasmanagement-Tip 6 – De klas bij de les houden met NLP

  • Zet je ‘periphial vision’ aan. Alle bewegingen die je opmerkt geef je aandacht, door de betreffende leerling aan te kijken terwijl je doorgaat met je verhaal.
  • Loop naar de leerling die afgeleid is, terwijl je doorgaat met je verhaal.
  • Voor de hele klas: ‘Mensen kunnen WAKKER WORDEN.’
  • Stel een vraag die met ‘Wie’ begint. Het onderbewuste vangt de vraag op, waardoor iedereen in de klas zal opletten.
  • Blijf algemeen praten tegen de hele klas, en vraag: ‘Kun jij mij uitleggen…’
  • Je merkt dat je alert bent, nu.
  • Zijn we nog scherp? Volledig en compleet, {naam}
  • EN…  mensen zijn altijd aan het switchen tussen afdwalen en opletten, is dat niet waar Maia?
  • Tijdens een individuele opdracht: hoest in de klas. De mensen die niet opletten, kijken omdat ze niet aan het werk zijn.
  • Geef het publiek iets te eten (bij een presentatie). Daardoor luisteren ze 100%.
  • Is het kind in een drukke bui? Begin met de boogie!
  • Zet iets alvast zelf onder een doekje als prop voor je verhaal. Dit creëert mysterie.

Klasmanagement-Tip 7 – Er bestaat geen fout antwoord

Zeg nooit nee na een fout antwoord, maar geef het goede antwoord. ‘Wat een prachtige kans om het goede antwoord te ontdekken nu!’
‘Je mag gerust antwoorden en fouten maken.
Je krijgt er geen cijfer voor.
Je haar valt er niet af ofzo.
Er zijn alleen ontdekkingen.’

Klasmanagement-Tip 8 – Gebruik hulpmetaforen

Praat/focus over/op het publiek. Maak het exclusief en specifiek voor het publiek. Ieder idee/punt. Vertel alles vanuit het perspectief van de toehoorders. Dit kun je doen door bepaalde zaken van het publiek over te nemen, zoals hun jargon, of de grappen die ze onderling maken. Als je iets aan kinderen uitlegt: gebruik iets wat in hun belevingswereld is, zoals mobieltjes. Bij nerds kun je bijvoorbeeld de afkorting RAM gebruiken.

Klasmanagement-Tip 9 – Gebruik bemoediging / Complimenteer de leerlingen voor de klas

Zorg voor bemoediging na iedere activiteit. ‘Ik ben benieuwd wat er met de mensen gaat gebeuren die niet zoals … gaan doen’. Maak bij de bemoedigingen altijd gebruik van de growth mindset. ‘Pietje doet echt goed zijn best!’ ‘Voor Bertje ziet het ernaar uit dat hij klaar is om naar de kunstschool te gaan.’ Of beter: ‘Bertje gedraagt zich als iemand die er klaar voor is om naar groep 7 te gaan volgend jaar.’

  • Jij bent belangrijk.
  • Wat kunnen jullie goed eten.
  • Wat kunnen jullie dat goed.
  • Jeetje wat goed van jou.
  • Acceptatie: ‘Ik ben blij dat je een lid bent van deze klas, Pietje. Ik kijk ernaar uit om je te leren kennen, en al je talenten.
  • Anthony, ik geloof in je, en ik weet dat je dit jaar de uitstekende student kunt zijn die je wilt zijn.

Geef ook bemoedigende namen aan leerlingen: Jolige Jose, Heldhaftige Hassan… Wees niet zuinig met je bemoediging!

Klasmanagement-Tip 10 – Evalueer zo vroeg mogelijk met het kind en de ouders.

Evalueer zo vroeg mogelijk met het kind en de ouders. Heb het hierbij ook over de regels.

Klasmanagement-Tip 11 – Luister naar predikaten

Let op predikaten in de spraak van de ander en gebruik ze!

Klasmanagement-Tip 12 – Gebruik de Socratische methode

Vraag, vraag, vraag, vraag, vraag! Bijvoorbeeld wanneer je vraagt: ‘Wat zou de consequentie moeten zijn?’

Dit waren hopelijk 12 bruikbare tips. Wat zijn jouw best practices wat betreft klasmanagement?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!