Inductief lesgeven, hoe? Beste lesmethode: inductie & deductie betekenis

In dit artikel leer je alles over de inductieve aanpak voor het onderwijs. Je vindt hier een uitleg met tips over de inductieve lesmethode. Ook vind je in dit artikel een stappenplan voor een inductieve lesopbouw, met ideeën, vormen en voorbeelden voor een inductieve presentatie.

Inductief leren betekenis: Outside The Box

Kort gezegd betekent inductief lesgeven dat je je lessen interactief en vol ontdekkingsmogelijkheden maakt. Hierdoor kun jij jouw publiek maximaal betrekken bij jouw presentatie of workshop.

Als ik dit kan leren, dan kan ik alles leren.

Inductie

Ben je in inductie, dan ben je in de oplossing-stand: je bent buiten het probleem (aan het treden). Je kijkt niet naar het probleem, maar je kijkt enkel naar de oplossing. Hierdoor kom je vanzelf uit het probleem.

Ben je in de ‘inductieve stand’, dan zie je geen probleem en zelfs geen uitdaging. Je bevindt je in de oplossing.

Bovendien betekent inductief leren dat je zelfstandig nieuwe ontdekkingen gaat maken, zonder (te veel) naar het reeds aangereikte referentiekader te kijken. Hierdoor leer je nieuwe vaardigheden, gewoontes en oplossingen.

Hoe een kind leert, is inductief. Het kind struikelt, valt en ontdekt. Hierdoor leert het de lessen van het leven. Als een kind te veel beschermd wordt, zal het kind later meer uitdagingen ondervinden…

Andere manieren voor inductief leren:

  • Zoek de abstractie op: chunk up.
  • Stel de wondervraag. Bijvoorbeeld: ‘Wat als het zou lukken? Hoe zou dat dan zijn? Hoe zou dat dan lukken?’
  • Kauw niks voor: laat enkel ruimte voor ontdekking. Dat beklijft het beste.

Deductief leren betekenis: Inside the box

Deductie

Wanneer je iets met woorden labelt, creëer je grenzen. Als je met woorden lesgeeft, zijn er dus meer grenzen dan wanneer je door middel van ontdekking lesgeeft. Ben je in deductie, dan zit je in de probleem-stand. Als je hoofd in het probleem is, kun je niks zien, bij niks komen of niks bedenken wat niet het probleem is.

Omdat ik geen enkele auto kan rijden, lukt het me ook niet om een Cadilac te rijden.

Wanneer je vol problemen zit, is er geen plaats voor andere dingen… Geen ruimte voor oplossingen. Maar deductie heeft ook zijn nuttige kanten. Soms wil je juist grenzen. Bijvoorbeeld bij het stellen van doelen: ‘Ik wil dit en niet dat.’

Andere manieren van deductief lesgeven:

  • Wees specifieker: downchunking; je geeft gewoon alle voorbeelden en antwoorden al.
  • De wetenschappelijke methode: er is reeds een aanname en dit eerste idee creëert de grenzen van het onderzoek. Later wordt hiervoor de ondersteunende data gezocht om dit te bevestigen.
  • Je houdt creativiteit, voorstellingsvermogen en intuïtie erbuiten.

Als het goed is, heb je nu een goed beeld van de betekenis van deductief en inductief leren. Deductief lesgeven is niet per se slecht, het kent echter vrij letterlijk zijn grenzen. Inductief lesgeven en leren is onmisbaar in het leven. Gebruik de inductieve lesmethode op zijn minst als aanvulling. Laten we in de komende paragrafen gaan ontdekken hoe we inductiever les kunnen geven…

Tip 1: Inductief lesgeven? Beantwoord vragen zo min mogelijk zelf

Neem de leerervaring niet van je leerlingen af. Het zijn hun antwoorden, niet de jouwe. Wees een inductieve leraar en laat je deelnemers het zelf ontdekken. Enkele manieren waarop je op een inductieve manier met vragen kunt omgaan, zijn hieronder weergegeven.

Beroof je leerlingen niet van hun leerervaring. Dat is alsof je hun zakken rolt en ze hun eigen horloge verkoopt.

Je kunt met alleen maar ‘zenden’ niemand uit zijn desillusie halen. Met geen duizend woorden. De enige manier is door het de leerling zelf te laten ontdekken. Vaak betekent dit dat je de leerling in zijn desillusie moet laten doorslaan. De ‘domoor’ die doorslaat in zijn fout, wordt wijs.

Een leraar leert je iets. Een ware meester schudt je huidige referentiekader los (neemt juist iets weg), zodat er ruimte is voor nieuwe ontdekkingen.

Tip 2: Zo beantwoord je vragen op een inductieve manier…

  • Laat een andere leerling de vraag beantwoorden: ‘Wie kan deze vraag voor {naam} beantwoorden?’
  • Bied een aantal mogelijke antwoorden aan: een menu. ‘Optie A, B en C. Wat als het optie A zou zijn, zou het daarbij van toepassing zijn? ‘Wat denk jij dat het goede antwoord is?’
  • Laat ze via hun intuïtie hun eigen antwoord geven. Dit is altijd het juiste antwoord: ‘Wat zegt je gevoel?’ “Wat is jouw gevoel hierover?” “Wat vertelt je hart je?” “Voelt dit waar?” “Voelt dit natuurlijk?” “Voelt dit correct?” Wanneer het een angstig/saboterend/negatief antwoord is: “Is dat je hart of ego dat spreekt?” “Als ik niet bang zou zijn, zou ik…”
  • Geef met opzet het foute antwoord.
  • ‘Ik weet het niet, welke denkrichting heb jij?’
  • ‘Hoe zou dat komen?’
  • Laten we de intentie in ons onderbewuste zetten om nog meer fouten te maken zodat we het antwoord kunnen vinden.
  • Vraag naar de intentie van de vraag. Vul hem eventueel in: ‘Corrigeer me als ik het fout heb maar is het wellicht je intentie om…?’
  • Het tegenovergestelde: ‘In wat voor situaties is je les van toepassing?’ ‘Denk je dat er situaties zijn waar het niet van toepassing is?’
  • Gebruik het ontdekkingskader: test, maak fouten en ga ervoor om het zelf te ontdekken!

Tip 3: Stel coachende vragen om iemand iets op inductieve wijze te laten leren

Gebruik coachende vragen om iemand zelf tot realisaties en ontdekkingen te laten komen.

  • Wat denk jij?
  • Wat is jouw gevoel?
  • Is dat je hart of ego dat spreekt?

Tip 4: Doe als trainer nooit meer moeite dan de student

Een trainer of coach zal nooit het veld oprennen en tegen het talent zeggen: geef die bal hier, ik scoor wel wel voor je. Deductieve trainers doen dit wel, maar inductieve trainers weten dat de leerling het uiteindelijk zelf moet doen.

Ik doe alleen maar even veel mijn best als jij. Ik zal niet harder voor jou werken dan jij voor jezelf werkt. Ik ontmoet je in het midden. En bovendien, ik kan het ook niet voor jou doen. Het is jouw commitment, jouw bereidheid om actie te nemen, jouw ontvankelijkheid en jouw vermogen van het inzetten van je eigen verstand.

Tip 5: Inductief lesgeven? Onderwijs dan ook op onderbewust niveau

Spreek het onderbewuste aan in je workshop of presentatie. Leren, gedragsverandering en verandering is namelijk altijd onbewust! Het onderbewuste kan op verschillende manieren aangesproken worden. Laten we twee voorbeelden hiervan nemen:

  • Maak gebruik van vooronderstellingen (implicaties) in je taal. Lees het bijbehorende artikel en stel jezelf de vraag: ‘Wat is de vraag die ik kan stellen die, door de aard van de vooronderstellingen in de vraag zelf, ervoor zorgen dat de toehoorders de grootst mogelijke veranderingen maken door de vooronderstellingen te accepteren die inherent zijn in de vraag?’
  • Gebruik onbewuste, subliminale priming. Dat doe je als volgt: zorg dat je de leerstof die je over gaat brengen, zo’n 3 tot 48 uur van te voren alvast een keer hebt gedemonstreerd zonder er verbaal commentaar op te geven. Je publiek heeft op deze manier de techniek al een keer gezien, waardoor het niet volledig onbekend voor ze is als je het daadwerkelijk gaat uitleggen.

Tip 6: Bemoedig de leerling om het op zijn/haar eigen manier te doen

Bemoedig de leerling om out of the box te denken, de regels te breken, een oplossing te zoeken en het gewoon anders te doen dan verwacht wordt.

Een collega van mij, Sylvia, leerde haar groep hoe ze een plankje door konden slaan met hun handen. Bij een van de leerlingen lukte het maar niet. In zo’n geval ga je het antwoord natuurlijk nooit voorzeggen of voordoen. Sylvia liep naar de student toe, en fluisterde: ‘Van wie heb jij geleerd om het te doen zoals anderen het zeggen? Wat als je iets anders test wat je zelf bedenkt?’ Enkele seconden later zagen we de student het plankje moeiteloos door tweeën breken… Met haar voet!

Tip 7: Leer je leerlingen met keuzes te werken

Inductief leren houdt in dat je met keuzes werkt. Je weet dat je altijd opties hebt. Dit is een proactieve eigenschap. Je kunt het publiek ook als volgt een (gevoel van) keuze geven. ‘Steek je hand nu op als je een rustig begin wil. Steel je hand nu op als je een actief begin wil.’ Eventueel kun je weinig tijd geven voor het voor jou ongewenste alternatief.

Tip 8: Nodig de groep uit om hun vragen voor zichzelf te beantwoorden

inductief lesgeven tips

Vraag aan het begin van je presentatie met wat voor vragen je publiek hier naartoe is gekomen. Schrijf al hun vragen op een flipover. Je gaat deze vragen uiteraard niet direct beantwoorden, maar je houdt gewoon je eigen verhaal. Gaandeweg zal het publiek de vragen vanzelf beantwoord krijgen. Je kunt ook de vragen die tussendoor gesteld worden, noteren en op het eind beantwoorden. Misschien is de vraag ondertussen zelfs al beantwoord in je presentatie. Hoe je vragen beantwoordt, kun je in de vorige paragraaf vinden.

Tip 9: Geef individuele complimenten

Geef individuele complimenten aan de leerlingen. Yes! Dat is hem! Gebruik wél zoveel mogelijk de oplossingsgerichte aanpak van complimenten geven, waardoor je nóg meer in de oplossingen terecht komt (inductie dus). Dat doe je bijvoorbeeld door niet zomaar een compliment te geven (‘Wat goed van je, het is je gelukt!’) maar door het compliment te impliceren in een hoe-vraag (‘Hoe is het je gelukt? En wat is er nog meer gelukt?).

Tip 10: Laat de leerlingen testen, ontdekken en zelf controleren of iets werkt

Pas de filosofie van het TOTE-model toe. Dit is een inductief model doordat het gericht is op testen, ontdekken, dan weer controleren en dan pas beslissen of iets werkt of wel werkt.

Tip 11: Zorg voor patroononderbrekingen

Zorg voor voldoende patroononderbrekingen tijdens je training. Zet de stoelen-opstelling bijvoorbeeld na de pauze volledig anders neer dan voor de pauze. Op deze manier zorg je ervoor dat de deelnemers niet steeds maar in hetzelfde patroon gaan zitten, maar dat ze ook fysiek in andere patronen gaan zitten. Zo worden ze geprimed om nieuwe ontdekkingen te maken in plaats van bij het vertrouwde te blijven (deductief).

Tip 12: Schep een context waarin geleerd en ontdekt mag worden

Schep een context waarin geleerd en ontdekt kan worden. Je geeft een voorbeeld/fenomeen en je vraagt het publiek wat hier gaande is qua leerpunten en principes. Je geeft het publiek/de leerlingen de verantwoordelijkheid om de lessen zelf te ontdekken.

Tip 13: Herken deductie in taal

Daag deductie (inside the box) uit door beperkende deductieve taalpatronen te herkennen. Gebruik het metamodel om de bestaande beperkte kaders van oude bronnen, statistieken, gemiddeldes en conditionering te ontkrachten, waardoor er ruimte ontstaat voor de groep om uitzonderlijk te presteren en tot nieuwe ontdekkingen te komen. Vraag bijvoorbeeld: “Wat is de bron? Zijn er ook uitzonderingen? Kun jij de uitzondering worden?”

Tip 14: Geef veel praktijkoefeningen

Geef veel praktijkoefeningen zodat je groep de lesstof kan ervaren. Als je groep de stof niet daadwerkelijk gaat ervaren, is dat alsof je een kaart bestudeert zonder de reis te nemen.

Tip 15: Moedig de studenten aan om een onderzoekende houding te hebben

Leer je studenten een onderzoekende houding aan. Dit kan ook betekenen dat ze een onderzoekende houding naar zichzelf toe hebben. Check regelmatig met de groep hoe het met ze gaat, en hoe het met hun leerrendement gaat. Loopt je training over meerdere dagen, vraag dan aan het begin van iedere dag weer hoe het met je groep gaat en welke veranderingen ze al opmerken.

Tip 16: Kauw niks voor

Geef je leerlingen niet de vis, maar leer je leerlingen hoe ze moeten vissen. Geef hoogstens hints en laat ze het zelf ontdekken. Dit is de inductieve methode.

Ga dus niet jouw inzichten aan anderen vertellen: dat zijn niet hun inzichten, maar jouw inzichten. Dat is dus echt anders dan wanneer jij zelf een inzicht had gehad.

Geef je anderen jouw inzichten? Dat is hetzelfde als niet daadwerkelijk gaan sporten, maar van iemand anders de uitleg horen dat je er atletisch uit kunt zien. Het laat mensen zich mentaal goed genoeg voelen, wat ze stopt om daadwerkelijk het werk te gaan doen. Het is heel makkelijk te denken dat je het werk doet, terwijl je niet écht het werk doet…

Als iemand zijn/haar inzichten aan jou vertelt, is dat alsof je aan Michael Jackson vraagt: ‘Hoe schrijf je een geweldig nummer?’ En hij zegt: ‘Schrijf Billy Jean.’ Is dat het? Dat is dus hoe het eraan toe gaat in boeken, Facebookberichten en how to-seminars en -webinars. Dat is hoe hij het heeft gedaan. Vind jouw manier. Je hebt het in je. Gegarandeerd. En jij hebt het beter dan alle how to’s bij elkaar!

Het is leuk om die inzichten van anderen te horen, maar het is maar één klein deel van wat je nodig hebt. Je hebt zóveel te leren, ontdekken, creëeren, experimenteren en te leven… Maar je slaat dat allemaal over als je zomaar een inzicht van een leraar krijgt. Je moet het dus ervaren en niet enkel horen. Leren moet niet enkel cognitief en mentaal zijn.

Andermans inzichten en informatie kunnen een geweldig startpunt zijn, maar daarna zal je toch echt zelf ontdekkingen moeten maken zonder dat je van te voren al iets weet.

Tenzij iemand zijn eigen kracht kent, zal hij/zij altijd onbevredigd zijn als jij ze iets kant-en-klaar geeft. Stop ze dingen te leren waarmee programma’s in ze geïnstalleerd worden die zeggen: ‘Ik doe dit voor jou omdat je het niet zelf kunt.’ Want iedere keer dat je met die attitude iets voor iemand doet, haal je kracht weg bij ze. Hoeveel je ze wilt geven, hoe meer ze dat niet zullen waarderen.

Laat je studenten de staat van niet-weten koesteren. ‘Weet niks. Wees stil, luister en blijf altijd zelf ontdekken.’

Je zal nooit alles weten, want je kunt je oneindig ontwikkelen. En als je niks weet en je antenne afstemt op de bron, kun je daar alles vandaan halen wat je maar nodig hebt. Als je bijvoorbeeld wilt weten wie je echt bent, doe dan het echte werk. Lees en luister er niet alleen maar over.

Tip 17 – Beloon vragen

Beloon vragen. ‘Wat mooi dat je dat vraagt!’

Tip 18 – Betrek de rechter hersenhelft

Werk met de rechter hersenhelft. Werk dus met gevoelens, het onderbewustzijn en emoties. Laat ook zelf emoties zien vanuit je hart.

Tip 19 – Maak gebruik van oplossingsgericht werken

Gebruik de oplossingsgerichte aanpak. Een voorbeeld hiervan is de wondervraag (‘Wat als…?’).

Tip 20 – Zet perifeer zicht aan

Perifeer zicht is ook iets inductiefs. Hierdoor kom je uit het probleem doordat je letterlijk verder kijkt dan het probleem. Ben je een coach? Zet jezelf of je client dus in perifeer zicht terwijl over het probleem gesproken wordt.

Tip 21 – Ontwerp een inductieve lesopbouw

Gebruik het stappenplan voor een inductieve lesopbouw. Een link naar dit stappenplan vind je in de laatste paragraaf van dit artikel!

inductief lesgeven

Duik in deze leuke boeken over inductief lesgeven

Als er twee boeken zijn die zonder allerlei theoretische modellen heel praktisch ingaan op hoe je inductief lesgeeft, dan zijn het onderstaande twee boeken. ’88 inzichten om nog beter les te geven’ neemt precies de toon van dit artikel over, en ‘Effectief lesgeven met NLP’ zit vol met kleine en grote tools vanuit een inductieve filosofie, namelijk NLP.

Hoe kan ik inductief lesgeven? Stappenplan inductieve lesopbouw

Met de tip van de vorige paragraaf, over het beantwoorden van vragen, ben je al goed op weg een inductieve leraar te worden. Lees ook het waardevolle artikel waarin je leert om interactieve presentaties en workshops te geven (klik hier voor het stappenplan). Daarin staat het stappenplan voor een inductieve lesopbouw, met ideeën, vormen en voorbeelden voor een inductieve presentatie.

Gerelateerd: Lees verder...

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!