164 coachingsvragen voor in de toolbox van iedere coach [Lijst]

Voor een coach zijn goede coachingsvragen een van de meest belangrijke hulpmiddelen. Mensen zullen zelf moeten nadenken om tot actie over te gaan. Bovendien zullen ze het meer als eigen idee ervaren, in plaats van dat ze iets opgedragen wordt. Coach-vragen stellen zorgt voor maximale draagkracht en minimale weerstand bij de cliënt. Hier vind je 164 voorbeelden!

In dit artikel vind je een groot aantal effectieve coachingsvragen

Alle antwoorden en bronnen zijn al overal aanwezig. Je hoeft alleen de juiste vragen te stellen. Iemand kan al jaren een jaccuzi in achtertuin hebben zonder er gebruik van te maken. Alleen de vraag: “Hoe kunnen we proces x leuk maken?”  kan ervoor zorgen dat de jaccuzi voortaan ook gebruikt wordt. Dit soort inspirerende vragen komen aan bod in een NLP Practiitoner Opleiding! Ook vind je in dit artikel een groot aantal vragen terug!

Coachingsvragen kun je bijvoorbeeld gebruiken om mensen nieuwe inzichten en perspectieven te geven en zelfs om je positie te verdedigen en discussies te winnen. In plaats van te zeggen: “Kinderen horen niet de hele dag voor de TV te zitten” kun je zeggen: “Vind je dat kinderen de hele dag voor de TV moeten zitten?”

Met vragen krijg je extra waardevolle informatie, bijvoorbeeld over wat ervoor nodig is om jouw product te kopen. Daarnaast hoef je ook zelf geen overtuigingswerk te verrichten. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wat zou jou helpen om erachter te komen of je mijn boek of zijn boek gaat kopen?”

Krachtige vragen voor coaching (voorbeelden)

Doordat je vragen stelt laat je de client praten. Een extra effect daarvan is dat zij dan niet kunnen worden afgeleid omdat je 100% ingespannen moet zijn bij vertellen, ten opzichte van 40% bij luisteren. Zo kun je de client dus bijvoorbeeld leiden naar positieve gemoedstoestanden.

Daarnaast kan een vraag je kennis veel meer tonen dan wanneer je een statement maakt. Laten we hieronder snel naar de coachingsvragen gaan.

vragen coach

Vragenset 1. Vragen naar de oplossing in plaats van pushen van een oplossing

  • Wat is, denk je, de reden dat dat zo is?
  • Wat is de oplossing?
  • Hoe kom je daarachter?
  • Kon je er iets aan doen?
  • Als je nu terugkijkt, wat had je anders kunnen doen?
  • Wat ga je voortaan anders doen?
  • Wat zou je in de toekomst anders kunnen doen?

Vragenset 2. Open vragen zijn de basis van coaching

  • Wat…
  • Hoe… Dit is een heel nuttige om dingen te leren. Stel dit soort vragen dus vaak aan docenten en uitstekende mensen die je wil modelleren.
  • Waarom… Andere manieren om waarom-vragen te stellen zijn:
    Wat is de reden dat…? Wat maakt dat…? Hoe komt het dat…? Hoe denk je dat dat komt? Waardoor komt dat?

Vragenset 3. Aflezen en teruggeven via coachingsvragen

Vertel constant wat je waarneemt in de ander.

Stap 1 – Waarneming

Observeren en benoemen wat je ziet.

  • Ik zie/hoor/voel/ {waarneming}.
  • Ik zie dat je… (doe eventueel na)
  • Je zegt dat je…
  • Ik zag je zo doen.

Stap 2 (eventueel) – Jouw reactie

Deze stap is optioneel.

  • Dat maakt me van streek.
  • Dat geeft me een bezorgd gevoel.

Stap 3 – Vragen naar de betekenis

Wat maakt dat {waarneming}?

  • Wat maakt dat je dat zegt?
  • Ik vraag me af wat dat betekent.
  • Wat zou dat betekend hebben?
  • Wat betekent het? Wat zou dat betekenen?
  • Wat maakt dat je zo in deze houding gaat?
  • Wat willen je voeten je eigenlijk vertellen?
  • Wat is er aan de hand?
  • Wat gebeurt er (nu)?
  • Wat raakt je (nu)?
  • Wat gaat er op dit moment door je heen?
  • Wat gebeurde er?
  • Wat maakt dat je {waarneming}
  • Wat maakt dat je dat zegt?
  • Hoe zit je er nu bij?
  • Hoe beleef jij dit?
  • Voel maar wat het met je doet.

Stap 4 – Reactie op stap 3 of nadat je een ervaring betreedt of een verandering doorvoert (Erg brede vragen waar je altijd goed mee zit)

  • Wat gebeurt er nu?
  • Wat ervaar je?
  • Wat heb je nodig?

Stel daarnaast de vragen die je hieronder vindt:

Vragenset 4. Doorvragen

vragen voor coaching

  • (Je noemt x) en wat nog meer?
  • Vertel me erover.
  • Vertel!
  • Kan je dat toelichten?
  • Hoe komt dat zo?
  • Kan je daar een voorbeeld van geven?
  • Wat bedoel je precies?
  • Kan je me daar iets over vertellen?
  • De waarom-vraag (Hoezo)?
  • Leg uit.
  • Verklaar je nader.
  • Ga door.
  • Stiltetolerantie: na de vraag niks zeggen en ruimte geven voor het antwoord. Laat de ander het werk doen.
  • Alle andere vragen van het metamodel helpen je met doorvragen.

Vragenset 5. Vragen naar de context

  • Met wie, waar en wanneer speelt dit?
  • Op wat voor moment gebeurt dit?
  • In welke situatie gebeurt dit? Waar ben je? Hoe ziet de ruimte eruit?
  • Wat gebeurt er?
  • Wie zijn er bij? Met wie ben je?
  • Wat hoor en zie je om je heen? Wat zijn de omstandigheden?

Vragenset 6. Vragen naar de externe waarneming

  • Wat neem je waar?
  • Wat zie, hoor, voel, ruik of hoor je, waardoor je weet: nu mag ik x doen?
  • Wat is de ‘trigger’? De feitelijke waarneming?

Vragenset 7. Vragen naar de filters (conditioneringen)

  • Wat maakt dat je dit voelt en denkt?
  • Waar doet dit je aan denken? Waar herinnert dit je aan?
  • Wat roept het bij je op?
  • Waar heb je dit eerder ervaren?

Vragenset 8. Coachingsvragen naar de interne representatie / processen / weergaven (gedachten & zintuiglijke waarnemingen)

Stel deze vragen om erachter te komen wat overblijft na iemands filterproces.

  • Wat denk je? Welke gedachte veroorzaakt het gevoel? Welke gedachten hebben dat aan jou gegeven? (Of met een vooronderstelling: Welke mooie gedachten heb je allemaal?)
  • Hoe denk je dat dat komt?
  • Hoe komt dat?
  • Waarom denk je dat?
  • Welke vragen stel je jezelf?
  • Wat zie/hoor/voel je in gedachten?
  • Wat zeg je tegen jezelf?
  • Welk beeld heb je daarbij? Wat zie je?
  • Wat zie, hoor, voel, hoor, ruik je?
  • Wat zijn je fantasieën?

Vragenset 9. Vragen naar de interne toestand (o.a. emoties)

  • Wat voel je dan (daardoor)? Hoe voelt dat nu?
  • Waar voel je dat?
  • Hoe voel je je?
  • In wat voor stemming ben je?
  • Wat gaat er op dit moment door je heen?
  • Wat voor emoties heb je?
  • Hoe is dat voor je?
  • Wat doet dat met je?
  • Wat gebeurt er?
  • Wat gebeurt er nu?
  • Wat raakt je?
  • Het raakt je hè?
  • Hoe is dat?
  • Het doet je veel hè?
  • Hoe laat dat jou voelen?
  • Hoe voel je je nu?
  • Welk gevoel hoort daarbij?
  • Hoe voel je je daarbij?
  • Hoe voelt dat?
  • Wat voor gevoel geeft dat jou?
  • Welke gevoelens heb je daarbij?
  • Hoe heet dat gevoel?
  • Wat doet het met je?
  • Wat voel je?
  • Wat ervaar je?
  • Hoe ervaar je dat?
  • (Wat heb je nodig?)

Vragenset 10. Vragen naar de fysiologie en het uiterlijk

  • Welke fysieke houding neem je dan aan?
  • Hoe sta je er dan bij?
  • Hoe zie je er zelf uit?
  • Wat is je houding?
  • Wat is er opvallend aan je lichaamshouding?
  • Hoe is je spierspanning?
  • Wat voor gezichtsuitdrukking heb je dan?
  • Hoe is je ademhaling?
  • Wat voor gezichtsuitdrukkingen zien we?
  • Wat voor gebaren maak je?
  • Wat doen je ogen?
  • Hoe is je tonaliteit en je intonaties?
  • Wat voor onbewuste non-verbale gedragingen en reacties heb je?
  • Wat voor kleding draag je,

Vragenset 11. Vragen naar extern gedrag

  • Wat is je waarneembare gedrag? Wat kunnen anderen aan je waarnemen?
  • Wat doe je (dan vervolgens) (in deze situatie)?
  • Hoe gedraag je je?
  • Hoe handel je?
  • Fysiologie?
  • Houding?
  • Beweging?
  • Gebaren?
  • Tonaliteit?
  • Wat zeg je?
  • Doe het eens voor?

Vragenset 12. De neurologische niveaus

Kijk nog eens goed! Dankzij vragenset 5 t/m 12 heb je twee modellen uitgevraagd

Je hebt nu de structuur van de subjectieve ervaring

Structuur van de subjectieve ervaring

Je hebt nu ook het communicatiemodel

communicatiemodel

Vragenset 13. Ezelsbruggetje: DVD

Mocht je dieper op een ervaring in willen gaan, gebruik je DVD: Denken, Voelen, Doen. Denken slaat op de interne processen, doen slaat op het extern gedrag en voelen slaat op de interne staat. Opmerking: als je de ervaring geassocieerd beleeft, stel je de vragen in de tegenwoordige tijd.

  • “Wat dacht je?”
  • “Welk gevoel komt bovendrijven?”
  • “Wat deed je?”

Vragenset 14. Leid de ander door de waarnemingsposties

Er zijn een aantal krachtige vragen waarmee je iemand een andere waarnemingspositie laat aannemen. Klik op het bijbehorende artikel over waarnemingsposities om deze coachingsvragen te bekijken.

Vragenset 15. De TOTE-energie (het achterliggende principe, niet het letterlijke model)

Zorgt je compliment ervoor dat iemand boos wordt? Dan is de betekenis van je compliment een belediging. Communicatie krijgt namelijk betekenis door de reactie van de andere mensen. Controleer dus regelmatig wat voor effect je communicatie heeft en of je in de goede richting zit. Rapport kan als gevolg van één verkeerd woord compleet verdwijnen. Ook als je denkt te praten over wat de cliënt bedoelt is het goed mogelijk dat dat helemaal niet het geval is. Het is heel eenvoudig om dit te voorkomen: regelmatig om feedback vragen. Trigger, Operate, Test, Exit. Zit je wel op de goede weg? Heb je goed begrepen wat ze bedoelt?

Toepassing van het TOTE-principe: Controleren of je de client begrepen hebt

Je kan bijvoorbeeld het volgende vragen voordat je doorgaat:

  • Wat ik je hoor zeggen is… klopt dat?
  • Klopt het dat je…
  • Begrijp ik goed dat je…
  • Ik wil zeker weten dat ik je goed begrepen heb. Wat ik je hoor zeggen is…

Toepassing van het TOTE-principe: Laten aangeven of de volgende stap bereikt is

Dat houdt in dat je constant om feedback vraagt om vooruit te kunnen gaan.

  • Geef een seintje als je er helemaal bent.
  • Als je er helemaal in zit mag je het aangeven.

Toepassing van het TOTE-principe: Is de voortgang voor de client zelf ook akkoord?

  • Klopt de plek?
  • Klopt het plaatje?
  • Klopt het gevoel?
  • Klopt het woord?

Toepassing van het TOTE-principe: Aan de client vragen wat het beste is

  • Wat zou de beste vraag zijn die ik je nu kan stellen?
  • Als je stieke, de beste manier wist om vanuit dit punt vooruit te gaan, wat zou dat zijn?
  • Als je jezelf zou coachen, wat zou je jezelf nu vragen?
  • Van welke vraag denk jij dat ik hem nu aan jou zou moeten vragen?

Vragenset 16. Iemand iets laten realiseren met een vraag

Als je iemand ergens op wil wijzen, kun je dat ook veel subtieler doen door middel van een vraag.

  • Is de implicatie duidelijk?
  • Zie je dat dat gebeurt?

Vragenset 17. Vragen om zegeningen te tellen (deze komen van Tony Robbins)

Stel onderstaande vragen om zegeningen te tellen:

  1. Waar ben je nu blij over in je leven?
  2. Wat daarvan maakt dat je blij bent?
  3. Hoe laat dat jou voelen?

Doe hetzelfde met onderstaande woorden: het woordje ‘blij’ wissel je met:

  • Trots
  • Dankbaar
  • Genieten
  • Toegewijd
  • Houden van
  • Wat maakt je gelukkig?
  • Waar krijg je energie van?

Laat de cliënt deze vragen iedere ochtend aan zichzelf stellen.

Vragenset 18. Ontdekken waarom de client zijn taken niet heeft voltooid

vragen voor coaches

  • Hoe heb je jezelf voorkomen om de actie niet uit te voeren?
  • Wat koos je om in plaats van je actie te doen? Wat leverde je dat op? Als je terugkijkt, zou je diezelfde keuze maken?
  • Wat bereikte je in plaats van je actie te doen?
  • Welke andere prioriteit vormde de concurrentie voor je actie?
  • Als hetzelfde obstakel weer zou komen, wat zou je dan doen?
  • Wat kun je hiervan leren?
  • Wat ligt hier nog onder wat niet uitgesproken is?
  • Wat stopte je echt van het voltooien van deze actie?

Vragenset 19. Coachingsvragen die de cliënt naar zijn / haar hart leiden

  1. Doe je ogen dicht. Sta je aandacht toe vanuit je hoofd te zakken… zakken… zakken… naar het centrum van je hart, waar jij je intuïtie / spirit zal vinden.
  2. ‘Als ik niet bang zou zijn, (het ego is bang), zou ik….’
  3. Doe dit in 4 minuten stilte: je kunt geen woorden geven aan dit missieniveau.
  4. Hoe zou het voelen als je je intuïtie, ziel, je hart, ongecensureerd zou voelen?

Voor tientallen extra vragen om in contact te raken met je hart: gebruik dit artikel met tips om bij je intuïtie te komen.

Vragenset 20. Vragen wat de cliënt heeft geleerd na een bepaald onderdeel (met een vooronderstelling)

Deze vragen stel je met name vanuit een metapositie: je hebt een overzicht van de oefening die net gedaan is. Dat is dus gedissocieerd zodat je er helder over kan reflecteren zonde inmenging van gevoelens.

Daarnaast stel je open vragen waarmee je vooronderstelt dat er iets is geleerd. Je vraagt dus niet: “Heb je iets geleerd?” Maar wel: “Wat heb je geleerd?”

  • Wat valt je op?
  • Wat heb je geleerd?
  • Wat voor inzicht heb je nu gekregen?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Hoeveel meer ben je nu {gewenste state}?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat doet dat met je?
  • En natuurlijk doorvragen: wat nog meer?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Wat is er veranderd?
  • Wat is er nu anders?
  • Hoe anders is het nu?
  • Wat nog meer? (Doorvragen)
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Vertel me eens 3 andere manieren om {behoefte}?

Vragenset 21.  Volledig afsluiten met een gesloten vraag

Nadat je een oefening, intakegesprek of interventie hebt gedaan, kun je het volgende vragen:

  • Zijn we klaar?
  • Hebben we genoeg antwoorden?
  • Ben je geholpen?
  • Kun je vooruit?

Extra bronnen over coachingsvragen

Als het goed is heb je nu antwoord op de vraag: ‘Welke vragen stelt een coach?’ Wil je ze ook nog eens gestructureerd inzetten in jouw coachgesprek? Gebruik dan het coach-model. Daarnaast is het boek ‘De kunst van het vragenstellen’ een aanrader. Succes met het gebruiken van deze vragen.

Wil je naast vragen ook beproefde modellen en andere coachingstools kunnen gebruiken, dan is het Hoe-Boek voor de Coach een van de beste boeken.

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

Gerelateerd: Lees verder...

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!