vragen coach

Krachtige coach-vragen voor in de toolbox van iedere coach

Als coach vragen een van de meest subtiele hulpmiddelen die je zult hebben. Mensen zullen zelf moeten nadenken om tot actie over te gaan. Bovendien zullen ze het meer als eigen idee ervaren, in plaats van dat ze iets opgedragen wordt. Dit zorgt voor maximale draagkracht en minimale weerstand bij de cliënt.

Alle antwoorden en bronnen zijn al overal aanwezig. Je hoeft alleen de juiste vragen te stellen. Iemand kan al jaren een jaccuzi in achtertuin hebben zonder er gebruik van te maken. Alleen de vraag: “Hoe kunnen we proces x leuk maken?”  kan ervoor zorgen dat de jaccuzi voortaan ook gebruikt wordt.

Dit wordt ook de Socratische methode genoemd. Dit kun je bijvoorbeeld gebruiken om mensen nieuwe inzichten en perspectieven te geven, je positie te verdedigen en discussies te winnen. In plaats van te zeggen: “Kinderen horen niet de hele dag voor de TV te zitten” kun je zeggen: “Vind je dat kinderen de hele dag voor de TV moeten zitten?” Met de socratische methode krijg je extra waardevolle informatie, bijvoorbeeld over wat ervoor nodig is om jouw product te kopen. Daarnaast hoef je ook zelf geen overtuigingswerk te verrichten. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wat zou jou helpen om erachter te komen of je mijn boek of zijn boek gaat kopen?”

Doordat je vragen stelt laat je de client praten. Een extra effect daarvan is dat zij dan niet kunnen worden afgeleid omdat je 100% ingespannen moet zijn bij vertellen, ten opzichte van 40% bij luisteren. Zo kun je de client dus bijvoorbeeld leiden naar positieve states.

Daarnaast kan een vraag je kennis veel meer tonen dan wanneer je een statement maakt. Gebruik trouwens deze set vragen om cliënten naar hogere lagen van de logische niveaus te leiden.

vragen coach

Krachtige vragen voor coaching

1. Vragen naar de oplossing in plaats van pushen van een oplossing

  • Wat is, denk je, de reden dat dat zo is?
  • Wat is de oplossing?
  • Hoe kom je daarachter?
  • Kon je er iets aan doen?
  • Als je nu terugkijkt, wat had je anders kunnen doen?
  • Wat ga je voortaan anders doen?
  • Wat zou je in de toekomst anders kunnen doen?

2. Open vragen zijn de basis van coaching

  • Wat…
  • Hoe… Dit is een heel nuttige om dingen te leren. Stel dit soort vragen dus vaak aan docenten en uitstekende mensen die je wil modelleren.
  • Waarom… Andere manieren om waarom-vragen te stellen zijn:
    Wat is de reden dat…? Wat maakt dat…? Hoe komt het dat…? Hoe denk je dat dat komt? Waardoor komt dat?

3. TOTE

Zorgt je compliment ervoor dat iemand boos wordt? Dan is de betekenis van je compliment een belediging. Communicatie krijgt namelijk betekenis door de reactie van de andere mensen. Controleer dus regelmatig wat voor effect je communicatie heeft en of je in de goede richting zit. Rapport kan als gevolg van één verkeerd woord compleet verdwijnen. Ook als je denkt te praten over wat de cliënt bedoelt is het goed mogelijk dat dat helemaal niet het geval is. Het is heel eenvoudig om dit te voorkomen: regelmatig om feedback vragen. Test, Operate, Test, Exit. Zit je wel op de goede weg? Heb je goed begrepen wat ze bedoelt?

Controleren of je de client begrepen hebt

Je kan bijvoorbeeld het volgende vragen voordat je doorgaat:

  • Wat ik je hoor zeggen is… klopt dat?
  • Klopt het dat je…
  • Begrijp ik goed dat je…
  • Ik wil zeker weten dat ik je goed begrepen heb. Wat ik je hoor zeggen is…

Laten aangeven of de volgende stap bereikt is

Dat houdt in dat je constant om feedback vraagt om vooruit te kunnen gaan.

  • Geef een seintje als je er helemaal bent.
  • Als je er helemaal in zit mag je het aangeven.

Is de voortgang voor de client zelf ook akkoord?

  • Klopt de plek?
  • Klopt het plaatje?
  • Klopt het gevoel?
  • Klopt het woord?

4. Aflezen en teruggeven

Vertel constant wat je waarneemt in de ander.

Stap 1 – Waarneming

Observeren en benoemen wat je ziet.

  • Ik zie/hoor/voel/ {waarneming}.
  • Ik zie dat je… (doe eventueel na)
  • Je zegt dat je…
  • Ik zag je zo doen.

Stap 2 (eventueel) – Jouw reactie

  • Dat maakt me van streek

Stap 3 – Vragen naar de betekenis

  • Wat maakt dat je dat zegt?
  • Ik vraag me af wat dat betekent.
  • Wat zou dat betekend hebben?
  • Wat betekent het?
  • Wat maakt dat je zo in deze houding gaat?
  • Wat willen je voeten je eigenlijk vertellen?
  • wat is er aan de hand?
  • Wat gebeurt er?
  • Wat gebeurt er nu?
  • Wat raakt je?
  • Wat gaat er op dit moment door je heen?
  • Wat gebeurde er?
  • Wat zou dat betekenen?
  • Wat maakt dat je {waarneming}
  • Wat maakt dat je dat zegt?

Stap 4 – Reactie op stap 3 of nadat je een ervaring betreedt of een verandering doorvoert

  • Hoe is dat voor je?
  • Wat doet dat met je?
  • Wat gebeurt er?
  • Wat gebeurt er nu?
  • Hoe is dat?
  • Welk beeld heb je daarbij? Wat zie je?
  • Wat hoor je?
  • Hoe laat dat jou voelen?
  • Hoe voel je je nu?
  • Welk gevoel hoort daarbij?
  • Hoe voel je je daarbij?
  • Hoe voelt dat?
  • Wat voor gevoel geeft dat jou?
  • Welke gevoelens heb je daarbij?
  • Wat doet het met je?
  • Wat voel je?
  • Stel een vraag waarbij je vooronderstelt dat het doel bereikt is: hoeveel beter is {situatie}? Voelt de herinnering alsof het vandaag is gebeurd of heel lang geleden?
  • Wat ervaar je?
  • Hoe ervaar je dat?
  • Wat zie, hoor, voel, hoor, ruik je?
  • Hoe denk je dat dat komt?
  • Hoe komt dat?
  • Waarom denk je dat?

5. Vragen wat de client heeft geleerd na een bepaald onderdeel

Deze vragen stel je met name vanuit een metapositie: je hebt een overzicht van de oefening die net gedaan is. Dat is dus gedissocieerd zodat je er helder over kan reflecteren zonde inmenging van gevoelens.

Daarnaast stel je open vragen waarmee je vooronderstelt dat er iets is geleerd. Je vraagt dus niet: “Heb je iets geleerd?” Maar wel: “Wat heb je geleerd?”

  • Wat valt je op?
  • Wat heb je geleerd?
  • Wat voor inzicht heb je nu gekregen?
  • Hoeveel meer ben je nu {gewenste state}?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat doet dat met je?
  • En natuurlijk doorvragen: wat nog meer?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Wat is er veranderd?
  • Wat is er nu anders?
  • Vertel me eens 3 andere manieren om {behoefte}?

6. Doorvragen

  • En wat nog meer?
  • Vertel me erover.
  • Vertel!
  • Kan je dat toelichten?
  • Hoe komt dat zo?
  • Kan je daar een voorbeeld van geven?
  • Wat bedoel je precies?
  • Kan je me daar iets over vertellen?
  • Stiltetolerantie: na de vraag niks zeggen en ruimte geven voor het antwoord. Laat de ander het werk doen.

7. Vragen om andere perspectieven aan te nemen

  • Hoe reageerde jij erop?
  • Wat ervaar je?
  • Wat zag, hoorde, voelde, hoorde, rook je?
  • Hoe is dat voor jou?
  • Hoe ervaar je dat?
  • Hoe denk je dat hij zich voelde? Waarom zou dat zijn?
  • Hoe ervaart hij dat?
  • Wat zag, hoorde, voelde, hoorde, rook hij?
  • Hoe is dat voor hem?
  • Hoe ervoer hij dat?
  • Hoe reageerde hij erop?
  • Had jij/zij het anders kunnen aanpakken?
  • Sta eens in zijn schoenen.
  • Hier doet de coach alsof hij met de tweede persoon aan het praten is, terwijl hij tegen de client praat: “Dat is wel tof van u. Kon u er iets aan doen?”
  • Hoe reageerde hij erop? Wat zou ervoor gezorgd hebben dat hij zo reageerde?

8. Vragen om zegeningen te tellen

Waar ben je nu blij over in je leven?
Wat daarvan maakt dat je blij bent?
Hoe laat dat jou voelen?
Zelfde met: blij wisselen met”

  • Trots
  • Dankbaar
  • Genieten
  • Toegewijd
  • Houden van

Laat de cliënt deze vragen iedere ochtend aan zichzelf stellen.

9. Iemand iets laten realiseren met een vraag

Als je iemand ergens op wil wijzen kan je dat ook veel subtieler doen door middel van een vraag.

  • Is de implicatie duidelijk?
  • Zie je dat dat gebeurt?

10. Afsluiten met een gesloten vraag

Nadat je een oefening, intakegesprek of interventie hebt gedaan kun je het volgende vragen:

  • Zijn we klaar?
  • Hebben we genoeg antwoorden?
  • Ben je geholpen?
  • Kun je vooruit?

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!