vragen voor coaching

114 coach-vragen voor in de toolbox van iedere coach [Lijst]

Voor een coach zijn coachingsvragen een van de meest belangrijke hulpmiddelen. Mensen zullen zelf moeten nadenken om tot actie over te gaan. Bovendien zullen ze het meer als eigen idee ervaren, in plaats van dat ze iets opgedragen wordt. Coachingsvragen stellen, zorgt voor maximale draagkracht en minimale weerstand bij de cliënt.

In dit artikel vind je een groot aantal effectieve coachingsvragen

Alle antwoorden en bronnen zijn al overal aanwezig. Je hoeft alleen de juiste vragen te stellen. Iemand kan al jaren een jaccuzi in achtertuin hebben zonder er gebruik van te maken. Alleen de vraag: “Hoe kunnen we proces x leuk maken?”  kan ervoor zorgen dat de jaccuzi voortaan ook gebruikt wordt. Dit soort inspirerende vragen komen aan bod in een NLP Practiitoner Opleiding! Ook vind je in dit artikel een groot aantal vragen terug!

Dit wordt ook de Socratische methode genoemd. Dit kun je bijvoorbeeld gebruiken om mensen nieuwe inzichten en perspectieven te geven, je positie te verdedigen en discussies te winnen. In plaats van te zeggen: “Kinderen horen niet de hele dag voor de TV te zitten” kun je zeggen: “Vind je dat kinderen de hele dag voor de TV moeten zitten?” Met de socratische methode krijg je extra waardevolle informatie, bijvoorbeeld over wat ervoor nodig is om jouw product te kopen. Daarnaast hoef je ook zelf geen overtuigingswerk te verrichten. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wat zou jou helpen om erachter te komen of je mijn boek of zijn boek gaat kopen?”

Krachtige vragen voor coaching

Doordat je vragen stelt laat je de client praten. Een extra effect daarvan is dat zij dan niet kunnen worden afgeleid omdat je 100% ingespannen moet zijn bij vertellen, ten opzichte van 40% bij luisteren. Zo kun je de client dus bijvoorbeeld leiden naar positieve states.

Daarnaast kan een vraag je kennis veel meer tonen dan wanneer je een statement maakt.

vragen coach

Vragenset 1. Vragen naar de oplossing in plaats van pushen van een oplossing

  • Wat is, denk je, de reden dat dat zo is?
  • Wat is de oplossing?
  • Hoe kom je daarachter?
  • Kon je er iets aan doen?
  • Als je nu terugkijkt, wat had je anders kunnen doen?
  • Wat ga je voortaan anders doen?
  • Wat zou je in de toekomst anders kunnen doen?

Vragenset 2. Open vragen zijn de basis van coaching

  • Wat…
  • Hoe… Dit is een heel nuttige om dingen te leren. Stel dit soort vragen dus vaak aan docenten en uitstekende mensen die je wil modelleren.
  • Waarom… Andere manieren om waarom-vragen te stellen zijn:
    Wat is de reden dat…? Wat maakt dat…? Hoe komt het dat…? Hoe denk je dat dat komt? Waardoor komt dat?

Vragenset 3. Aflezen en teruggeven via coachingsvragen

Vertel constant wat je waarneemt in de ander.

Stap 1 – Waarneming

Observeren en benoemen wat je ziet.

  • Ik zie/hoor/voel/ {waarneming}.
  • Ik zie dat je… (doe eventueel na)
  • Je zegt dat je…
  • Ik zag je zo doen.

Stap 2 (eventueel) – Jouw reactie

  • Dat maakt me van streek
  • Dat geeft me een bezorgd gevoel.

Stap 3 – Vragen naar de betekenis

Wat maakt dat {waarneming}?

  • Wat maakt dat je dat zegt?
  • Ik vraag me af wat dat betekent.
  • Wat zou dat betekend hebben?
  • Wat betekent het? Wat zou dat betekenen?
  • Wat maakt dat je zo in deze houding gaat?
  • Wat willen je voeten je eigenlijk vertellen?
  • wat is er aan de hand?
  • Wat gebeurt er?
  • Wat gebeurt er nu?
  • Wat raakt je?
  • Wat gaat er op dit moment door je heen?
  • Wat gebeurde er?
  • Wat maakt dat je {waarneming}
  • Wat maakt dat je dat zegt?

Stap 4 – Reactie op stap 3 of nadat je een ervaring betreedt of een verandering doorvoert (Erg brede vragen waar je altijd goed mee zit)

  • Wat gebeurt er nu?
  • Wat ervaar je?
  • Wat heb je nodig?

Stel daarnaast de vragen die je hieronder vindt:

Vragenset 4. Doorvragen

vragen voor coaching

  • (Je noemt x) en wat nog meer?
  • Vertel me erover.
  • Vertel!
  • Kan je dat toelichten?
  • Hoe komt dat zo?
  • Kan je daar een voorbeeld van geven?
  • Wat bedoel je precies?
  • Kan je me daar iets over vertellen?
  • Stiltetolerantie: na de vraag niks zeggen en ruimte geven voor het antwoord. Laat de ander het werk doen.
  • Alle andere vragen van het metamodel helpen je met doorvragen.

Vragenset 5. Vragen naar de externe waarneming

  • Wat neem je waar?
  • Wat zie, hoor, voel, ruik of hoor je, waardoor je weet: nu mag ik x doen?

Vragenset 6. Vragen naar de filters

  • Waar doet dit je aan denken?

Vragenset 7. Coachingsvragen naar de interne representatie/processen/weergaven (gedachten & zintuiglijke waarnemingen)

Stel deze vragen om erachter te komen wat overblijft na iemands filterproces.

  • Wat denk je? Welke gedachten heeft dat je gegeven?
  • Hoe denk je dat dat komt?
  • Hoe komt dat?
  • Waarom denk je dat?`
  • Welke vragen stel je jezelf?
  • Wat zie/hoor/voel je in gedachten?
  • Welk beeld heb je daarbij? Wat zie je?
  • Wat zie, hoor, voel, hoor, ruik je?
  • Wat zijn je fantasieën?

Vragenset 8. Vragen naar de interne toestand (o.a. emoties)

  • Wat voel je (daardoor)? Hoe voelt dat nu?
  • Waar voel je dat?
  • Hoe voel je je?
  • In wat voor stemming ben je?
  • Wat voor emoties heb je?
  • Hoe is dat voor je?
  • Wat doet dat met je?
  • Wat gebeurt er?
  • Wat gebeurt er nu?
  • Hoe is dat?
  • Hoe laat dat jou voelen?
  • Hoe voel je je nu?
  • Welk gevoel hoort daarbij?
  • Hoe voel je je daarbij?
  • Hoe voelt dat?
  • Wat voor gevoel geeft dat jou?
  • Welke gevoelens heb je daarbij?
  • Hoe heet dat gevoel?
  • Wat doet het met je?
  • Wat voel je?
  • Wat ervaar je?
  • Hoe ervaar je dat?

Vragenset 9. Vragen naar de fysiologie

  • Hoe sta je er dan bij?
  • Wat is je houding?
  • Hoe is je spierspanning?
  • Wat voor gezichtsuitdrukking heb je dan?
  • Hoe is je ademhaling?
  • Wat voor gezichtsuitdrukkingen zien we?
  • Wat voor gebaren maak je?
  • Wat doen je ogen?
  • Hoe is je tonaliteit en je intonaties?
  • Wat voor onbewuste non-verbale gedragingen en reacties heb je?

Vragenset 10. Vragen naar de context

  • Op wat voor moment gebeurt dit?
  • In welke situatie gebeurt dit? Waar ben je? Hoe ziet de ruimte eruit?
  • Wat gebeurt er?
  • Wie zijn er bij? Met wie ben je?
  • Wat hoor en zie je om je heen? Wat zijn de omstandigheden?

Vragenset 11. Vragen naar extern gedrag

  • Wat doe je (dan vervolgens)?
  • Hoe gedraag je je?
  • Hoe handel je?
  • Fysiologie?
  • Houding?
  • Beweging?
  • Gebaren?
  • Tonaliteit?
  • Doe het eens voor?

Vragen over jezelf in de representatie:

  • Hoe zie je er zelf uit?
  • Wat is je houding,
  • Wat is je gezichtsuitdrukking,
  • Wat voor kleding draag je,
  • Wat zeg je tegen jezelf?
  • Wat zeg je?

Vragenset 12. De neurologische niveaus

Kijk nog eens goed! Dankzij vragenset 5 t/m 12 heb je twee modellen uitgevraagd

Je hebt nu de structuur van de subjectieve ervaring

Structuur van de subjectieve ervaring

Je hebt nu ook het communicatiemodel

communicatiemodel

Vragenset 13. Ezelsbruggetje: DVD

Mocht je dieper op een ervaring in willen gaan, gebruik je DVD: Denken, Voelen, Doen. Denken slaat op de interne processen, doen slaat op het extern gedrag en voelen slaat op de interne staat. Opmerking: als je de ervaring geassocieerd beleeft, stel je de vragen in de tegenwoordige tijd.

  • “Wat dacht je?”
  • “Welk gevoel komt bovendrijven?”
  • “Wat deed je?”

Vragenset 14. Leid de ander door de waarnemingsposties

Er zijn een aantal krachtige vragen waarmee je iemand een andere waarnemingspositie laat aannemen. Binnenkort komt hier een artikel over.

Vragenset 15. De TOTE-energie (het achterliggende principe, niet het letterlijke model)

Zorgt je compliment ervoor dat iemand boos wordt? Dan is de betekenis van je compliment een belediging. Communicatie krijgt namelijk betekenis door de reactie van de andere mensen. Controleer dus regelmatig wat voor effect je communicatie heeft en of je in de goede richting zit. Rapport kan als gevolg van één verkeerd woord compleet verdwijnen. Ook als je denkt te praten over wat de cliënt bedoelt is het goed mogelijk dat dat helemaal niet het geval is. Het is heel eenvoudig om dit te voorkomen: regelmatig om feedback vragen. Trigger, Operate, Test, Exit. Zit je wel op de goede weg? Heb je goed begrepen wat ze bedoelt?

Toepassing van het TOTE-principe: Controleren of je de client begrepen hebt

Je kan bijvoorbeeld het volgende vragen voordat je doorgaat:

  • Wat ik je hoor zeggen is… klopt dat?
  • Klopt het dat je…
  • Begrijp ik goed dat je…
  • Ik wil zeker weten dat ik je goed begrepen heb. Wat ik je hoor zeggen is…

Toepassing van het TOTE-principe: Laten aangeven of de volgende stap bereikt is

Dat houdt in dat je constant om feedback vraagt om vooruit te kunnen gaan.

  • Geef een seintje als je er helemaal bent.
  • Als je er helemaal in zit mag je het aangeven.

Toepassing van het TOTE-principe: Is de voortgang voor de client zelf ook akkoord?

  • Klopt de plek?
  • Klopt het plaatje?
  • Klopt het gevoel?
  • Klopt het woord?

Toepassing van het TOTE-principe: Aan de client vragen wat het beste is

  • Wat zou de beste vraag zijn die ik je nu kan stellen?
  • Als je stieke, de beste manier wist om vanuit dit punt vooruit te gaan, wat zou dat zijn?
  • Als je jezelf zou coachen, wat zou je jezelf nu vragen?
  • Van welke vraag denk jij dat ik hem nu aan jou zou moeten vragen?

Vragenset 16. Iemand iets laten realiseren met een vraag

Als je iemand ergens op wil wijzen kan je dat ook veel subtieler doen door middel van een vraag.

  • Is de implicatie duidelijk?
  • Zie je dat dat gebeurt?

Vragenset 17. Vragen om zegeningen te tellen (deze komen van Tony Robbins)

Waar ben je nu blij over in je leven?
Wat daarvan maakt dat je blij bent?
Hoe laat dat jou voelen?
Doe hetzelfde met onderstaande woorden: het woordje ‘blij’ wissel je met:

  • Trots
  • Dankbaar
  • Genieten
  • Toegewijd
  • Houden van
  • Wat maakt je gelukkig?
  • Waar krijg je energie van?

Laat de cliënt deze vragen iedere ochtend aan zichzelf stellen.

nlp opleiding met korting

Vragenset 18. Ontdekken waarom de client zijn taken niet heeft voltooid

  • Hoe heb je jezelf voorkomen om de actie niet uit te voeren?
  • Wat koos je om in plaats van je actie te doen? Wat leverde je dat op? Als je terugkijkt, zou je diezelfde keuze maken?
  • Wat bereikte je in plaats van je actie te doen?
  • Welke andere prioriteit vormde de concurrentie voor je actie?
  • Als hetzelfde obstakel weer zou komen, wat zou je dan doen?
  • Wat kun je hiervan leren?
  • Wat ligt hier nog onder wat niet uitgesproken is?
  • Wat stopte je echt van het voltooien van deze actie?

Vragenset 19. Vragen wat de client heeft geleerd na een bepaald onderdeel (met een vooronderstelling)

vragen-voor-coaching

Deze vragen stel je met name vanuit een metapositie: je hebt een overzicht van de oefening die net gedaan is. Dat is dus gedissocieerd zodat je er helder over kan reflecteren zonde inmenging van gevoelens.

Daarnaast stel je open vragen waarmee je vooronderstelt dat er iets is geleerd. Je vraagt dus niet: “Heb je iets geleerd?” Maar wel: “Wat heb je geleerd?”

  • Wat valt je op?
  • Wat heb je geleerd?
  • Wat voor inzicht heb je nu gekregen?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Hoeveel meer ben je nu {gewenste state}?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Wat betekent dat voor jou?
  • Wat doet dat met je?
  • En natuurlijk doorvragen: wat nog meer?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Wat is er veranderd?
  • Wat is er nu anders?
  • Wat nog meer? (Doorvragen)
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Vertel me eens 3 andere manieren om {behoefte}?

Vragenset 20.  Volledig afsluiten met een gesloten vraag

Nadat je een oefening, intakegesprek of interventie hebt gedaan, kun je het volgende vragen:

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

  • Zijn we klaar?
  • Hebben we genoeg antwoorden?
  • Ben je geholpen?
  • Kun je vooruit?

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!