Metaprogramma’s – Speel slim in op het gedrag van mensen [Lijst]

Wat zijn metaprogramma’s, en hoe zet je ze in om jezelf en andere mensen te begrijpen? Dit artikel begint met een heldere uitleg over metaprogramma’s en daarna vind je alle metaprogramma’s uitgeschreven.

Dit artikel is een complete weergave over metaprogramma’s – Verdiep je ook verder!

Dit artikel bevat alle informatie over metaprogramma’s, maar er is maar één auteur-duo dat ongelooflijk gestructureerd en mooi over metaprogramma’s kan schrijven: Guus Hustinx en Anneke Durlinger. Hun boek ‘Voorbij je eigen wijze, effectief communiceren met metaprogramma’s‘ (via Bol.com) is een must voor iedereen die metaprogramma’s in de vingers wil krijgen.

Wat zijn metaprogramma’s?

Metaprogramma’s zijn patronen (programma’s) die bepalen hoe mensen zich bij voorkeur gedragen in een bepaalde context, automatisch, volgens hun automatische piloot. Metaprogramma’s van mensen hebben niks met identiteit te maken, maar ze kleuren ons handelen, denken, onze keuzes, voorkeuren, waarneming, de manier waarop we situaties ervaren en de manier waarop we vervolgens reageren.

De oorsprong van metaprogramma’s ligt bij Carl Jung’s boek ‘Psychological Types’ en is verder uitgewerkt door de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI).

Je kunt, onder andere door middel van kalibreren, veel aflezen aan iemand. Het observeren van mensen geeft je informatie, zóveel dat dat je er behoefte aan kunt hebben om die informatie te structureren. Dat kan met metaprogramma’s!

Ze zijn dus handig om te kennen om je gedrag op ze aan te kunnen passen. Metaprogramma’s zijn dan ook een belangrijk onderdeel van de NLP Master Practitioner Opleiding.

Metaprogramma’s zijn contextafhankelijk

metaprogrammas

Metaprogramma’s zijn contextafhankelijk (bijvoorbeeld werk – privé). Op zakelijk vlak zou je bijvoorbeeld kunnen vaststellen aan welke metaprogramma’s sollicitanten moeten voldoen. Diezelfde persoon kan in zijn thuissituatie een heel ander metaprogramma hebben.

Hoe gebruik je metaprogramma’s om anderen positief te beïnvloeden?

Laten we er direct een voorbeeld bij nemen. Iemand kan bijvoorbeeld een vermijdingsmens of een benaderingsmens zijn. Een vermijdingsmens wordt gemotiveerd door te horen wat er allemaal fout kan gaan als iets niet gedaan wordt, en een benaderingsmens wordt gemotiveerd door de winsten te horen wanneer iets wel gedaan wordt.

Moet je bijvoorbeeld leiding geven aan andere mensen, of moet je wel eens nieuwe kandidaten screenen, en zou jij willen weten hoe je ze het beste kunt beoordelen of ze geschikt zijn? Met metaprogramma’s kun je precies weten hoe je moet communiceren met bijvoorbeeld een collega.

Zo kun je niet alleen bepalen of een sollicitant geschikt is voor jou team, maar ook hoe je met deze persoon moet communiceren om hem of haar het meest effectief te laten functioneren.

Droom Leef Geniet Aanbieding Live

Waarom zou je metaprogramma’s herkennen en erop inspelen?

Met behulp van metaprogramma’s kunnen we nauwkeurig iemands interne representatie, stemming en daarmee gedrag voorspellen.

Heb je bijvoorbeeld een sollicitant, dan is het belangrijk te weten of de manier waarop de sollicitant denkt en doet, overeenkomt met jouw bedrijfscultuur. Zo kun je op voorhand al weten of een samenwerking op een fiasco gaat uit lopen, waardoor je de sollicitant niet hoeft aan te nemen, of dat de sollicitant een perfecte match is, waardoor je deze persoon met zekerheid kunt aannemen.

Waarom zou je metaprogramma’s nog meer gebruiken?

  • Als je inzicht hebt in de metaprogramma’s van een persoon, weet je wat je het beste kunt doen om het een andere persoon naar de zin te maken, hoe met deze persoon te communiceren en hoe deze persoon te beïnvloeden.
  • Hiermee kun je goed en intensief contact opbouwen.
  • Je kunt de ander op een integere manier overtuigen van een bepaalde taak, voorstel of mening.
  • Je kunt rekening houden met de manier waarop de ander de werkelijkheid ervaart. Zo bouw je meer acceptatie op voor hoe iemand handelt.
  • In samenwerkingssituaties kun je meer begrip hebben voor de ander, óf gericht veranderingen aanbrengen in de werkwijze.
  • Je kunt de capaciteiten van de ander maximaal benutten.
  • Je kunt de ander beter betrekken bij een gezamenlijke taak of doel.
  • Als je je eigen metaprogramma’s herkent, kun je meer keuzes voor jezelf creëren: laat je jouw automatische piloot aan het stuur staan, of neem je het roer in eigen handen en schakel je over op een minder automatisch metaprogramma? Je vergroot je zelfkennis, waardoor je bewust wordt van je gedrag. Dit gedrag kun je óf accepteren óf veranderen zodat je iets op een andere manier aanpakt: je opties worden vergroot!
  • Aan metaprogramma’s kun je afleiden welke (belemmerende) overtuigingen iemand heeft.
  • Je kunt ingehuurd worden door bedrijven om de werving en selectie te begeleiden, doordat je een profiel maakt van de metaprogramma’s van de kandidaten en kunt adviseren of het een goede match is.
  • De metaprogramma’s zijn een waardevol onderdeel voor wanneer je directeuren gaat coachen. ‘Stel je voor: ik ga 90 minuten met je zitten en ik vertel je precies hoe je in elkaar zit. Het gaat niet om wat je denkt, maar hoe je denkt.’ Je gaat 8 minuten lang vragen stellen en daarna ga je een uur lang aan de directeur een precieze uitleg geven over zijn metaprogramma’s, waarbij je ook op theorie ingaat. Zit er trouwens eerst een beslissingmaker in het bedrijf, doe dit dan met de beslissingmaker. Daarna heb je zo een opdracht binnen om dit met het hele bedrijf te doen, als je daarom vraagt.
  • Ook kun je de metaprogramma’s heel snel in 4 minuten per persoon uitvragen, waarna je advies geeft over hoe om te gaan met staf en/of wie aangenomen moet worden.

Wanneer je de metaprogramma’s van anderen en jezelf begrijpt, wordt het eenvoudiger voor je om mensen te accepteren, te vergeven en te beïnvloeden.

Hoe speel je dan daadwerkelijk op metaprogramma’s in voor beïnvloeding?

Je kunt op de metaprogramma’s van een ander inspelen door logisch na te denken en je communicatie op de ander aan te passen. Laten we het voorbeeld nemen van het metaprogramma ‘vermijden’ of ‘bereiken.’ Tegen een vermijden-persoon zeg je: ‘Dit is wat we willen vermijden. Dit zal onze potentiële problemen verminderen.’ Tegen een bereiken-persoon zeg je: ‘Dit zijn onze doelen.’

Lees dit artikel verder om voor een aantal metaprogramma’s voorbeelden te vinden van hoe je het beste op ze inspeelt…

Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit

Belangrijk om te weten: bij alle metaprogramma’s zijn tussenliggende variaties mogelijk. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand ‘vermijden’ is in combinatie met ‘bereiken’. Dan zeg je: ‘Dit is wat we willen vermijden, en net zo belangrijk: dit zijn onze doelen.’ Of andersom: iemand die ‘bereiken’ is in combinatie met ‘vermijden’: ‘Dit is wat onze doelen zijn, en net zo belangrijk: dit is wat we willen vermijden.’ Tot slot kan het zijn dat iemand bijvoorbeeld veel ‘bereiken’ heeft, en een beetje ‘vermijden’ erbij. Dan zeg je: ‘Dit zijn onze doelen, en dit zijn een paar dingen waarover we voorzichtig willen zijn om ze te vermijden.’

Kun je metaprogramma’s veranderen?

Er zijn manieren om metaprogramma’s te veranderen. Een van die manieren is door gebruik te maken van de beslissingen-techniek uit tijdlijntherapie. ‘Wanneer besloot je om metaprogramma x te hebben?’ Daarnaast kun je het metaprogramma ‘in time’ of ‘through time’ wijzigen door de tijdlijn te roteren.

Zo kun je het metaprogramma introvert in extravert veranderen door op de tijdlijn de SEE (significante emotionele gebeurtenis) of imprintervaring te veranderen, want die vormen je metaprogrammas.

Een andere manier om metaprogramma’s te veranderen staat ook in het officiële boek van ‘Time Line Therapy’, namelijk op bladzijde 150 en 151: als iemand een voeler wil worden, kun je het gevoel van associatie gaan ankeren. Voor alle stappen: zie bladzijde 150 en 151 van het boek.

Hoe kun je metaprogramma’s herkennen?

metaprogrammas herkennen

Metaprogramma’s komen tot leven als we iets zeggen, denken of doen. Een ander kan het dan zien aan het gedrag of horen aan de taal. kun je op een aantal manieren ontdekken/herkennen:

  • Je kunt de metaprogramma’s van een ander letterlijk direct vragen.
  • Je kunt opmerken wat de responses van de ander op jou zijn.
  • Je kunt de ander een taak geven en observeren wat er allemaal gebeurt. Naderhand kun je ook naar zijn interne processen vragen.
  • Je kunt de ander een verhaal laten vertellen en alle metaprogramma’s daaruit opmaken.

De vier basismetaprogramma’s en hoe je ze gebruikt voor betere communicatie

De vier MBTI-onderdelen vormen de vier basismetaprogramma’s. Hiermee kun je al gauw iemands manier van denken, doen en voelen begrijpen.

1. Introvert VS Extravert

Het eerste voorbeeld van een metaprogramma is: een persoon kan introvert of extravert zijn. Wanneer je tijdens het sollicitatiegesprek een persoon voor je hebt die je per se wil hebben omdat deze persoon erg goed is en moeilijk te werven is, en je erachter bent gekomen dat deze persoon extravert is, kun je het volgende zeggen: “je kunt dan met een gigantisch team samen gaan werken!”

De manier om erachter te komen of iemand introvert of extravert is: stel de vraag “wanneer het tijd is om jouw batterijen op te laden, is het dan jouw voorkeur om alleen te zijn of om met andere mensen te zijn?”

2. Sensor VS Intuitor

Een ander voorbeeld. Een sollicitant kan een sensor of een intuitor zijn. Een sensor is tactisch en uitvoerend heel sterk. Deze persoon kun je precies vertellen wat hij moet doen, en hij zal daarvan smullen. Heb je een praktisch en tactisch teamlid nodig, dan wil je een sensor hebben.

Wil je daarentegen iemand hebben die meer op de lange termijn kan denken, iemand die in het grote geheel kan denken, iemand die strategisch inzicht heeft? Dan moet je een intuitor hebben.

Hoe kom je erachter welk type een persoon is? Je kunt dan vragen: “als je een nieuwe vaardigheid zou leren, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de toepassing in het nu, of in de toekomst?” Een sensor is geïnteresseerd in praktische doe-taken in het nu, en een intuitor kan strategisch en abstract naar de toekomst kijken.

Mensen van het intuitor-type kun je dus benaderen door te zeggen: “We gaan iets innovatiefs creëren. We gaan communiceren met de wereld.” Tegen sensors daarentegen kun je beter zeggen: “we gaan de komende drie maanden een nieuwe app programmeren met ons team. Het wordt een chat-applicatie waarmee iedereen berichtjes naar elkaar kan sturen.”

3. Denker VS Voeler

Dit metaprogramma heeft te maken met de interne toestand van een persoon. Is iemand meer een denker of een voeler? Tegen een denker kun je zeggen: “wetenschappelijke bron x heeft geschreven dat dit tot 20% meer efficiëntie leidt. Wat denk jij?”

Tegen een voeler kun je beter zeggen: “ik weet dat efficiëntie belangrijk is voor jou. Voel jij genoeg energie om dit te gaan doen?” Om erachter te komen welk type een persoon is, kun je vragen of iemand zijn eigen persoonlijke waardes belangrijker vindt of dat hij meer waarde hecht aan rede, logica en andere onpersoonlijke bronnen.

4. En het vierde basis-metaprogramma? Hier kun je hem vinden…

Dit is een uitnodiging om nog ten minste één extra pagina van deze website open te slaan. Je kunt alles over het vierde basis-metaprogramma lezen in het MBTI-artikel. Zorg er wel voor dat je ook dit artikel verder leest voor alle andere metaprogramma’s!

Laten we op de alle andere metaprogramma’s inzoomen

metaprogrammas

Hieronder vind je alle andere metaprogramma’s. De vragen of opdrachten onder de bullets kun je gebruiken om antwoord te krijgen op de vraag welke metaprogramma’s bij de persoon horen waar je dit op toepast. Opmerking: de weergave hieronder is nog niet optimaal: een work in progress. Sowieso is het aangeraden om een integraal begrip van metaprogramma’s te krijgen via het boek ‘Voorbij je Eigen Wijze’.

Opties VS procedures (gelijk te stellen aan Waarnemer VS Beoordelaar)

Een heel leuk metaprogramma is dit! Zit ik tegenover een persoon die van vaste procedures houdt, verandering moeilijk vindt en niet zo snel zou beslissen om spontaan op vakantie te gaan? Of zit ik tegenover een persoon die juist van opties houdt, dus een persoon die veel afwisseling en nieuwe ervaringen wil?

Ook dit is een MBTI-onderdeel. Het procedure-type is een ‘judger’ en het opties-type is een ‘perceiver’. Tegen een judger kun je beter zeggen: ‘Laten we ons aan het plan houden en dit stap voor stap gaan doen.’ Tegen een perceiver kun je beter zeggen: “laten we gaan improviseren en een nieuwe, unieke manier bedenken!”

  • Optie-mensen hebben liever veel vrijheid, zelfstandigheid en keuzemogelijkheden.
  • Procedure-mensen hebben liever een vooraf vastgestelde weg die ze alleen nog maar hoeven te volgen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Waarom doe je wat je doet?

Waarom heb je hiervoor gekozen?

Details VS grote plaatje

  • Sommige mensen zien zaken graag in grote stappen, of chunks.
  • Anderen hebben het liever over kleine stapjes.

Ga voor jezelf maar eens na hoe je het beste met beide type mensen kunt communiceren, zodat je doordringt tot de ander.

Extern VS intern referentiekader

Een van de makkelijkere metaprogramma’s om te herkennen, is het type dat een ‘intern referentiekader’ heeft en het type dat een ‘extern referentiekader’ heeft. Werkt jouw organisatie vooral met zelfsturende, en zelf evaluerende teams, dan wil je het liefst iemand hebben met een intern referentiekader. Wordt daarentegen in jouw organisatie het werk vooral door de baas gecontroleerd, dan past iemand met een extern referentiekader het beste in jouw team.

Je kunt erachter komen of iemand een intern of een extern referentiekader heeft, door te vragen: “hoe weet jij dat jij goed werk hebt afgeleverd?” Iemand met een intern referentiekader zal dan waarschijnlijk zeggen: “ik vond dat ik het toen goed gedaan had.” Iemand met een extern referentiekader zou zeggen: “en iedereen vond het geweldig, dus het was geslaagd.”

Ook kun je de sollicitant een klein opdracht gegeven, en afwachten op welke manier de sollicitant laat weten dat het af is. Gaat hij of zij vragen: “En, is het zo goed?” Of gaat hij of zij zeggen: “Zo, het is af.”

Als je wil dat een extern georiënteerd persoon naar je boodschap luistert, kun je zeggen:

  • Men is het er unaniem over eens dat…
  • Er zijn duizenden mensen die…
  • Onderzoek heeft uitgewezen dat…

Als je wil dat een intern georiënteerd persoon naar je boodschap luistert, kun je zeggen:

  • Weeg alle factoren tegen elkaar af en oordeel zelf.
  • Ik kan je nergens van overtuigen. Uiteindelijk kan alleen jij dat weten.
  • De beslissing rust op jouw schouders.

Intern met externe check:

  • Terwijl je van binnen nagaat of het klopt, zal je weten dat het bewijs indiceert dat…

Proactief VS reactief

Proactieve mensen zijn verantwoordelijk voor hun acties, en niet afhankelijk van hun omgeving. Ze doen alles vanuit zichzelf en laten zich niet van slag brengen door slechte invloeden of slechte resultaten uit het verleden. Keuzes zorgen voor succes, niet omstandigheden. Proactieve mensen doen uitspraken die beginnen met “Ik doe… Ik wil…”. Ze zijn gewoon gelukkig en ze kunnen een oprechte lach op hun gezicht hebben, ondanks het weer.

Reactieve mensen doen uitspraken zoals: hij maakt me zo boos. Ik heb te weinig tijd. Ik kan het niet doen. Als mijn vrouw maar wat geduldiger was… Wil je hier meer over lezen? Over dit metaprogramma over proactief en reactief is een apart artikel gemaakt.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Ga je in een nieuwe situatie vrijwel meteen over tot handelen of bestudeer je eerst de situatie alvorens te handelen?

Neem je snel initiatief of wacht je eerst af?

Primaire sorteerstijl / Procesordening / Gerichtheid / Voorkeur

Waar let de ander het eerste of het meeste op? Hier is een volgorde in aan te brengen.

  1. Activiteiten: geïnteresseerd in de hoe en actie.
  2. Mensen: geïnteresseerd in met wie.
  3. Plaatsen: geïnteresseerd in waar.
  4. Dingen: geïnteresseerd in wat.
  5. Informatie: geïnteresseerd in het waarom.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Zo kom je erachter wat de volgorde voor deze persoon is: stel onderstaande vragen en let goed op welke zaken de ander als eerste noemt. Breng er vervolgens een volgordelijkheid in aan. Als je dat hebt gedaan, weet je voortaan op op welke manier je het beste met de ander kunt communiceren in een bepaalde context, door de volgorde van de voorkeur van de ander te gebruiken.

  • “Wat is iets indrukwekkends dat je de laatste tijd hebt meegemaakt?“
  • “Vertel me eens over je tijd in Malaga.”
  • “Stel we gaan een feest organiseren samen, wat regelen we dan als eerste?”
  • “Kun je het feest beschrijven?”
  • “Hoe weten we straks of we ons werk goed gedaan hebben, of het feest een succes was?”
  • “Vertel eens over een werksituatie die heel goed bevallen is?”
  • “Vertel iets over je favoriete hobby.”

Criteriafilter (Dit zijn een type persoonlijke Trance Woorden)

Het criteriafilter geeft aan wat de belangrijkste waarden van iemand zijn in een bepaalde context. Je kunt de criteriawoorden uit iemands gedrag of taal opmaken. Ze hebben een zeer persoonlijke betekenis voor iemand. Gebruik iemands criteriawoorden dus om zijn of haar energie of motivatie te verhogen en om rapport te maken. Als we dit in de neurologische niveaus plaatsen, gebruik je iemands waarden (hoog niveau) om zijn capaciteiten of gedrag aan te sporen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

  • Wat wil je in context x?
  • Wat vind je belangrijk met betrekking tot context x?
  • Wat maakt dat je dit doet, wat levert het je op?

Voorbeelden zijn: geluk, rust, groei…f

Positief VS Negatief

Positief:

  • Begint met wat positief was in de situatie.
  • Kan uitstekend de positieve kwaliteiten van zichzelf benoemen
  • Vertelt over zijn leven aan de hand van alle narigheid die hem is overkomen.

Negatief:

  • Begint met het benoemen van wat niet goed is.
  • Geeft enkel aan wat hij slecht doet.
  • Vertelt over zijn leven door alle positieve gebeurtenissen te benoemen.

Bereiken VS Vermijden (Doelrichting)

Bereiken:

  • Deze persoon wordt gemotiveerd om iets te bereiken, door te horen wat het hem allemaal gaat opleveren.
    Handig om te weten: geldt het metaprogramma ‘bereiken’ voor verschillende thema’s tegelijk, dan kun je de techniek visual squash uitvoeren.

Vermijden:

  • Deze persoon wordt gemotiveerd door te horen wat voor ongewenste zaken hij niet meer zal hebben na het bereiken van het doel. Handig om te weten: als je iets aan het vermijden bent, is er een kans dat het een burnout en angsten in de hand kan werken. Ook is het meestal zo dat wanneer een gebied in je leven niet zo succesvol is, er veel vermijdingen in zitten.
    Ook handig om te weten: het metaprogramma ‘vermijden’ zal in ‘bereiken’ overgaan als je verleden kwaadheid, verdriet, angst en schaamte weghaalt. Je vraagt je bij een ‘vermijden’-situatie dus af: wat is de onderliggende emotie? Een manier om deze verleden emoties los te laten, is Tijdlijntherapie.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Wat wil je in context x?

Wat is belangrijk voor jou als het gaat om x?

Wat wil je met het doelvermogen?

Wat is het resultaat als het gaat zoals je wil?

Wat geeft/schenkt het je als het gaat zoals je wil?

Waarom is x belangrijk voor je?

Match VS Mismatch

Match: Sluit vooral aan bij de ander.

  • Doet non-verbaal hetzelfde
  • Is het steeds eens met wat je zegt
  • Zegt ja, en…

Mismatch: gaat steeds tegen de ander in.

  • Doet non-verbaal anders
  • Is het steeds oneens met wat je zegt
  • Geeft tegenvoorbeelden en zegt ja, maar…

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Laten we pizza halen.

Den Bosch station: ik vind die groene zuilen zo mooi. “Ja, en dan moet je kijken hoe ze het verprutst hebben met die nieuwe.”

Overeenkomst VS Verschil (Veranderingsbehoefte)

Waar je bij het vorige metaprogramma (match-mismatch) op de (non-verbale) reactie let, is dat hier gefocust op het vergelijken van zaken. Dit metaprogramma is hoorbaar in verbaal gedrag.

Overeenkomst (matcher):

  • Gaat vooral op zoek naar andere mensen met wie hij overeenkomsten heeft
  • Benoemt de gelijkenissen van iets nieuws met iets ouds, zoals een nieuw voorstel met een oud voorstel.
  • Benoemt de overeenkomsten tussen het nieuwe beleid en het oude beleid.

Verschil (mismatcher):

  • Gaat vooral opzoek naar andere mensen met wie hij verschilt
  • Benoemt wat er allemaal anders is aan iets nieuws, vergeleken met de vorige versie.
  • Benoemt de verschillen tussen het nieuwe beleid en het oude beleid.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Leg drie dezelfde munten op tafel, waarvan eentje de andere kant op ligt dan de de andere twee. Vraag dan: ‘Wat is de relatie tussen deze drie munten?’

Wat valt je op als je x en x vergelijkt?

Je tekent 3 even grote rechthoeken, twee liggend boven elkaar, en eentje staand ernaast. Vraag naar de relatie.

Abstractieniveau

  • Globaal
  • Van globaal naar spcifiek
  • Specifiek
  • Van specifiek naar globaal

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Wat heb je nodig om iets te begrijpen of duidelijk te maken?

Abstract/globaal VS Concreet

Een abstract persoon:

  • Geeft je informatie in abstracte termen

Een concreet persoon:

  • Geeft je concrete informatie.

Algemeen VS Detail

Algemeen:

  • Maakt globaal het programma tijdens het voorbereiden van een workshop.
  • Heeft genoeg aan een algemeen antwoord op zijn vraag.

Detail:

  • Gaat eerst tot in detail de start van de workshop voorbereiden.
  • Wil een gedetailleerd antwoord op zijn vraag.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kun je een begrip/techniek/iets aan mij leren?
(Let op zijn manier van uitleggen.)

Grote chunk VS Kleine chunck

Grote chunk:

  • Heeft het over voertuigen, of zelfs over middelen om je te verplaatsen.

Kleine chunk:

  • Heeft het over fietsen, auto’s, treinen, bussen etc. of zelf over een Renault Espace.

Volgorde VS Willekeur

Volgorde:

  • Werkt gestructureerd, stap voor stap, in een volgorde.
  • Dingen zijn op een vaste plaats opgeruimd.
  • Bedenkt van te voren de stappen uit.

Willekeur:

  • Doet wat er op dat moment nodig blijkt. Springt van de hak op de tak.
  • Ruimt op een heel andere manier op.
  • Werkt zonder plan: ziet gaandeweg wel wat hij gaat doen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kunstwerk laten maken.

Van globaal naar specifiek VS Van specifiek naar globaal

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kun je een begrip/techniek/iets aan mij leren?

Reason Filter

Mogelijkheid
Noodzaak
Beide

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Waarom kies je te doen wat je aan het doen bent?

Luisterstijl

Letterlijk
Concludeerbaar

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Door niet-letterlijke verzoeken te doen of op te merken. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb dorst.’ Ga na of de andere persoon dit gewoon interesant vindt zonder er iets aan te doen óf dat hij de neiging voelt om hier actie op te nemen en een glas water te halen.

Spreekstijl

Letterlijk
Concludeerbaar

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Ga na hoe de ander feedback geeft aan andere mensen. Is de feedback vol hints, implicaties en clues óf zit het vol directe call to actions.

Zorg voor anderen VS Zorg voor zelf

Intern actief VS Extern actief

Intern actief:

  • Lijkt passief voor andere mensen.
  • Denkt en droomt.

Extern actief:

  • Lijkt voor andere mensen steeds bezig te zijn.
  • Doet.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Gaan de ogen naar links-onder?

Intern referentiekader VS Extern referentiekader

Intern referentiekader (met externe check):

  • Bepaalt zelf wat hij van zijn eigen functioneren vindt.
  • Het is minder eenvoudig om zelfvertrouwen op te bouwen met dit metaprogramma.

Extern referentiekader (met interne check):

  • Vindt het vooral belangrijk wat anderen van hem vinden.
  • Het is eenvoudiger voor deze mensen om zelfvertrouwen op te bouwen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kunstwerk laten maken en afwachten hoe het afgesloten wordt.

Hoe weet je dat je een goede keuze hebt gemaakt?

Hoe weet je dat je goed werk hebt geleverd?

Weet je dat van binnenuit of vertellen anderen het je?

Ik VS Ik en zij VS Wij

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Vertel over een werksituatie die je goed bevallen is

Stressreactie

  • Denken (gedissocieerd)
    Voelen (geassocieerd)
    Keuze
    Doen

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Vertel over een werkervaring waar je het moeilijk mee had, wat deed je toen?

Voorkeursonderdeel van de structuur van de subjectieve ervaring (Index computations)

Interne processen
Interne toestand
Extern gedrag

Centrale persoon:

Sorting by self: vanuit eigen perspectief, leunt naar achter, ‘ik’, ‘zelf’, ‘voor mij’, gebaren naar binnen toe, bewust van eigen gevoel, staren in de ruimte, downtime: let niet op wat er gebeurt, kan reacties van anderen niet waarnemen. Dit is geen empathisch metaprogramma.

Sorting by other: vanuit het perspectief en wereldmodel van anderen, naar voren leunend, ‘jij’, ‘jullie’, ‘voor jou’, oogcontact, uptime, de aandacht extern gericht, aandacht voor (nonverbale) reacties van de ander, communiceert vanuit de voordelen van de ander.

Vergelijkingen

Zelf-zelf
Zelf-ander
Zelf-ander-zelf
Ander-ander

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Hoe goed ben je in je werk? Hoe weet je dat?

Hoog tempo VS Laag tempo

Hoog tempo:

  • Beweegt, werkt, denkt en reageert op een hoger tempo, vergeleken met het gemiddelde.

Laag tempo:

  • Beweegt, werkt, denkt en reageert op een lager tempo.

Dominant representatiesysteem

Een applicatieontwikkelaar zou vooral mensen nodig hebben die visueel ingesteld zijn, en een telemarketingbureau zou vooral mensen nodig hebben die auditief ingesteld zijn. Daarom dient ook op het voorkeursysteem van de sollicitant gelet te worden: praat deze persoon vooral in auditieve termen, dan is het een persoon die de voorkeur geeft aan auditieve communicatie.

Uiteraard kunnen applicatieontwikkelaars deze mensen ook aannemen, maar dan zorgen ze ervoor dat ze met deze persoon niet via de chat gaan communiceren, maar dat ze persoonlijk met hem overleggen, zodat hij de stemmen kan horen. Hierdoor komt de boodschap beter bij hem aan.

Je kunt het voorkeurssysteem aan de taal van een persoon horen, maar je kunt het ook aan de persoon aflezen door naar zijn oogbewegingen te kijken of door te letten op de snelheid waarop hij praat, de mate van verzorging of zijn kledingstijl. Hoe dat precies in zijn werk gaat, kunnen we in dit artikel niet uitleggen. Dat lees je namelijk in het artikel over representatiesystemen.

Maar we geven wel een voorbeeld van hoe je dit kunt herkennen in iemands spraak. Zegt iemand vaak dingen als: ‘Ik zie wat je bedoelt’, ‘laat ik hier even mijn licht op schijnen’, ‘wat fijn om te zien dat jullie hier op deze manier te werk gaan’ of ‘ik heb nu wel een goed beeld van hoe jullie hier te werk gaan.’ Dan is dit een visueel persoon. Heb jij de visuele woorden opgemerkt in de vorige zin?

  • Weinig visueel Veel visueel
  • Weinig auditief Veel auditief
  • Weinig kinesthetisch Veel kinesthetisch

Leidend representatiesysteem

Iemand kan een herinnering van een liedje opzoeken door eerst voor zich te zien dat hij de CD-hoes opent.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Let op de allereerste oogbewegingen.

Beschrijf het evenement dat je laatst meemaakte.

Hoe weet je dat iemand goed is in doelvermogen?

Tijdsordening: In time of throug time?

Gebruik de kennis van tijdlijntherapie om te achterhalen hoe iemands tijdlijn loopt. Hieruit kun je achterhalen of iemand het metaprogramma through time of in time gebruikt.

Tijdsbenadering: Geordend of willekeur?

Gebruik ook hiervoor Tijdlijntherapie.

Tijdsorientatie

  • Weinig in het verleden Veel in het verleden
  • Weinig in het heden Veel in het heden
  • Weinig in de toekomst Veel in de toekomst
  • Geordend Willekeur

Waarnemingspositie

  • Weinig in de eerste positie Veel in de eerste positie
  • Weinig in de tweede positie Veel in de tweede positie
  • Weinig in de derde positie Veel in de derde positie
  • Vertelt geassocieerd Vertelt gedissocieerd

Overtuigingsfilter op basis van bewijs: Hoe vaak moet iemand zijn competentie bewijzen voor je overtuigd bent?

  • Automatisch
  • Enkele malen
  • Gedurende een bepaalde tijd
  • Voortdurend

Tip: Iemand die een overtuigingsfilter van 3 keer heeft, heeft de behoefte om de future pace ook 3 keer te doen.

Besturingrichting

  • Zelf/anderen
  • Zelf/niet
  • Niet/anderen
  • Zelf/zelf

Weet je wat je nodig hebt om succesvol te zijn?

Weet je wat een ander nodig heeft?

Kan je dat anderen aangeven?

Oefening – De metaprogramma’s opties-procedures ervaren

Heb jij heel sterk het opties-metaprogramma? Voer dan eens een gesprek met iemand die volgens het procedures-metaprogramma leeft.

Oefening – Metaprogramma’s ervaren

Praat met elkaar afwisselend volgens het uiterste van ieder metaprogramma. Gespreksonderwerpen kunnen bijvoorbeeld zijn: je werk of het betekenis van het leven.

Oefening – Metaprogramma’s herkennen

Geef iemand de opdracht om een kunstwerk te maken, bestaande uit een aantal voorwerpen én een aantal mensen. Observeer hoe deze persoon te werk gaat en bepaal welke metaprogramma’s hij gebruikt.

Conclusie: omarm metaprogramma’s en pak je winst

Ik raad het aan om je te verdiepen in metaprogramma’s, of op zijn minst de MBTI. Het heeft het bedrijf waar ik werkte veel geld opgeleverd en bespaard, doordat we de juiste teams konden samenstellen. Je kunt hier het beste iemand voor inhuren die getraind is in het herkennen van de metaprogramma’s. Óf train jezelf hierin en bied jezelf aan als screener en consultant aan de hand van metaprogramma’s. Het zal je veel gaan opleveren!

Hoe maak jij gebruik van metaprogramma’s?

Laat in de reacties weten hoe jij gebruikmaakt van metaprogramma’s! Verdiep je in ieder geval ook verder met het boek: ‘Voorbij je eigen wijze, effectief communiceren met metaprogramma’s‘ (via Bol.com).

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!