metaprogrammas

Metaprogramma’s – Speel slim in op het gedrag van mensen [Lijst]

Wat zijn metaprogramma’s, en hoe zet je ze in om mensen te begrijpen? Wanneer je de metaprogramma’s van anderen en jezelf begrijpt, wordt het eenvoudiger voor je om mensen te accepteren, te vergeven en te beïnvloeden. Lees verder!

Wat zijn metaprogramma’s?

Je kunt, onder andere door middel van kalibreren, veel aflezen aan iemand. Het observeren van mensen geeft je informatie, zóveel dat dat je er behoefte aan kunt hebben om die informatie te structureren. Dat kan met metaprogramma’s! De oorsprong van metaprogramma’s ligt bij Carl Jung’s boek ‘Psychological Types’ en is verder uitgewerkt door de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI).

Metaprogramma’s zijn patronen (programma’s) die bepalen hoe mensen zich bij voorkeur gedragen in een bepaalde context, automatisch, volgens hun automatische piloot. Metaprogramma’s van mensen kleuren ons handelen, onze keuzes, voorkeuren, waarneming en de manier waarop we situaties ervaren. Ze zijn dus handig om te kennen om je gedrag op ze aan te kunnen passen.

Laten we er direct een voorbeeld bij nemen. Iemand kan bijvoorbeeld een vermijdingsmens of een benaderingsmens zijn. Een vermijdingsmens wordt gemotiveerd door te horen wat er allemaal fout kan gaan als iets niet gedaan wordt, en een benaderingsmens wordt gemotiveerd door de winsten te horen wanneer iets wel gedaan wordt. Metaprogramma’s zijn bovendien een belangrijk onderdeel van de NLP Master Practitioner Opleiding.

Metaprogramma’s zijn contextafhankelijk

metaprogrammas

Metaprogramma’s zijn contextafhankelijk (bijvoorbeeld werk – privé). Op zakelijk vlak zou je bijvoorbeeld kunnen vaststellen aan welke mediaprogramma’s sollicitanten moeten voldoen. Diezelfde persoon kan in zijn thuissituatie een heel ander metaprogramma hebben.

Waarom zou je metaprogramma’s herkennen en erop inspelen?

Met behulp van metaprogramma’s kunnen we nauwkeurig iemands interne representatie, stemming en daarmee gedrag voorspellen. Waarom zou je dat doen?

  • Hiermee kun je goed en intensief contact opbouwen.
  • Je kunt de ander op een integere manier overtuigen van een bepaalde taak, voorstel of mening.
  • Je kunt rekening houden met de manier waarop de ander de werkelijkheid ervaart. Zo bouw je meer acceptatie op voor hoe iemand handelt.
  • In samenwerkingssituaties kun je meer begrip hebben voor de ander, óf gericht veranderingen aanbrengen in de werkwijze.
  • Je kunt de capaciteiten van de ander maximaal benutten.
  • Je kunt de ander beter betrekken bij een gezamenlijke taak of doel.
  • Als je je eigen metaprogramma’s herkent, kun je meer keuzes voor jezelf creëren: laat je jouw automatische piloot aan het stuur staan, of neem je het roer in eigen handen en schakel je over op een minder automatisch metaprogramma? Je vergroot je zelfkennis, waardoor je bewust wordt van je gedrag. Dit gedrag kun je óf accepteren óf veranderen zodat je iets op een andere manier aanpakt: je opties worden vergroot!
  • Aan metaprogramma’s kun je afleiden welke (belemmerende) overtuigingen iemand heeft.

De vier basismetaprogramma’s

De vier MBTI-onderdelen vormen de vier basismetaprogramma’s. Hiermee kun je al gauw iemands manier van denken, doen en voelen begrijpen. Je kunt er alles over lezen in het MBTI-artikel.

Laten we op de andere metaprogramma’s inzoomen

De vragen of opdrachten onder de bullets kun je gebruiken om antwoord te krijgen op de vraag welke metaprogramma’s bij de persoon horen waar je dit op toepast.
Opmerking: de weergave hieronder is nog niet optimaal: een work in progress.

metaprogrammas

Opties VS procedures (gelijk te stellen aan Waarnemer VS Beoordelaar

  • Optie-mensen hebben liever veel vrijheid, zelfstandigheid en keuzemogelijkheden.
  • Procedure-mensen hebben liever een vooraf vastgestelde weg die ze alleen nog maar hoeven te volgen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Waarom doe je wat je doet?

Waarom heb je hiervoor gekozen?

Details VS grote plaatje

  • Sommige mensen zien zaken graag in grote stappen, of chunks.
  • Anderen hebben het liever over kleine stapjes.

Ga voor jezelf maar eens na hoe je het beste met beide type mensen kunt communiceren, zodat je doordringt tot de ander.

Extern VS intern referentiekader

Als je wil dat een extern georiënteerd persoon naar je boodschap luistert, kun je zeggen:

  • Men is het er unaniem over eens dat…
  • Er zijn duizenden mensen die…
  • Onderzoek heeft uitgewezen dat…

Als je wil dat een intern georiënteerd persoon naar je boodschap luistert, kun je zeggen:

  • Weeg alle factoren tegen elkaar af en oordeel zelf.
  • Uiteindelijk kan alleen jij dat weten.
  • De beslissing rust op jouw schouders.

Proactief VS reactief

Proactieve mensen:

  • Zijn verantwoordelijk voor hun acties, en niet afhankelijk van hun omgeving. Ze doen alles vanuit zichzelf en laten zich niet van slag brengen door slechte invloeden of slechte resultaten uit het verleden. Keuzes zorgen voor succes, niet omstandigheden. Proactieve mensen doen uitspraken die beginnen met “Ik doe… Ik wil…”. Ze zijn gewoon gelukkig en ze kunnen een oprechte lach op hun gezicht hebben, ondanks het weer.
  • Ze zeggen niet: “Ik zou moeten…”, maar: “Ik wil…”. Proactieve mensen focussen zich op de cirkel van invloed in plaats van de cirkel van concern. Beide kunnen groeien ten koste van de andere. Het ligt er maar net aan waar je jezelf op focust. Jezelf op de cirkel van invloed focussen kan ook inhouden dat je soms dingen moet accepteren waar niks aan gedaan kan worden.
  • Niet: ik wil de beste zijn. Maar: ik wil mijn potentieel benutten.Als proactieve mensen na het maken van een fout weer een soortgelijke situatie krijgen, zouden ze het anders doen. Dat noemen we fouten maken en ervan leren. Fouten zitten in de cirkel van concern. De oplossing is erkennen van de fout, hem corrigeren en ervan leren. Dat leidt tot succes! Als je reactief bent en dat dus niet doet, blijft het een enorme fout waar je niks aan kunt doen.
  • Proactieve mensen weten dit: gevoelens zitten niet in anderen/de omgeving maar in jou. Jij bent de bron van al je emoties. Jij bent degene die ze creëert. Jij bent er verantwoordelijk voor. Je hoeft op niks en niemand te wachten. Zijn er obstakels, zoals een voorbijrazende trein bij het leslokaal? Maak er een feest van! “Iedere keer dat we vanaf nu die trein voorbij horen denderen gaan we het vieren en ik vraag me af hoe goed we ons dan kunnen voelen.” Zijn het alsnog negatieve gevoelens? Dissocieer je er van. Ik ben niet {bijvoorbeeld geïrriteerd}. Het is er en ik accepteer het.
  • Houden van onbekende situaties en nemen graag risico’s.
  • Staan aan de oorzaak-kant.

Reactieve mensen:

  • Doen uitspraken zoals: hij maakt me zo boos. Ik heb te weinig tijd. Ik kan het niet doen. Als mijn vrouw maar wat geduldiger was…
  • Spreekt over willen: ‘Ik wil…’
  • Staan  aan de gevolg-kant.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Ga je in een nieuwe situatie vrijwel meteen over tot handelen of bestudeer je eerst de situatie alvorens te handelen?

Neem je snel initiatief of wacht je eerst af?

Primaire sorteerstijl / Procesordening / Gerichtheid / Voorkeur

Waar let de ander het eerste of het meeste op? Hier is een volgorde in aan te brengen.

  1. Activiteiten: geïnteresseerd in de hoe en actie.
  2. Mensen: geïnteresseerd in met wie.
  3. Plaatsen: geïnteresseerd in waar.
  4. Dingen: geïnteresseerd in wat.
  5. Informatie: geïnteresseerd in het waarom.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Zo kom je erachter wat de volgorde voor deze persoon is: stel onderstaande vragen en let goed op welke zaken de ander als eerste noemt. Breng er vervolgens een volgordelijkheid in aan. Als je dat hebt gedaan, weet je voortaan op op welke manier je het beste met de ander kunt communiceren in een bepaalde context, door de volgorde van de voorkeur van de ander te gebruiken.

  • “Wat is iets indrukwekkends dat je de laatste tijd hebt meegemaakt?“
  • “Vertel me eens over je tijd in Malaga.”
  • “Stel we gaan een feest organiseren samen, wat regelen we dan als eerste?”
  • “Kun je het feest beschrijven?”
  • “Hoe weten we straks of we ons werk goed gedaan hebben, of het feest een succes was?”
  • “Vertel eens over een werksituatie die heel goed bevallen is?”
  • “Vertel iets over je favoriete hobby.”

Criteriafilter (Dit zijn een type persoonlijke Trance Woorden)

Het criteriafilter geeft aan wat de belangrijkste waarden van iemand zijn in een bepaalde context. Je kunt de criteriawoorden uit iemands gedrag of taal opmaken. Ze hebben een zeer persoonlijke betekenis voor iemand. Gebruik iemands criteriawoorden dus om zijn of haar energie of motivatie te verhogen en om rapport te maken. Als we dit in de neurologische niveaus plaatsen, gebruik je iemands waarden (hoog niveau) om zijn capaciteiten of gedrag aan te sporen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

  • Wat wil je in context x?
  • Wat vind je belangrijk met betrekking tot context x?
  • Wat maakt dat je dit doet, wat levert het je op?

Voorbeelden zijn: geluk, rust, groei…f

Positief VS Negatief

Positief:

  • Begint met wat positief was in de situatie.
  • Kan uitstekend de positieve kwaliteiten van zichzelf benoemen
  • Vertelt over zijn leven aan de hand van alle narigheid die hem is overkomen.

Negatief:

  • Begint met het benoemen van wat niet goed is.
  • Geeft enkel aan wat hij slecht doet.
  • Vertelt over zijn leven door alle positieve gebeurtenissen te benoemen.

Bereiken VS Vermijden (Doelrichting)

Bereiken:

  • Deze persoon wordt gemotiveerd om iets te bereiken, door te horen wat het hem allemaal gaat opleveren.

Vermijden:

  • Deze persoon wordt gemotiveerd door te horen wat voor ongewenste zaken hij niet meer zal hebben na het bereiken van het doel.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Wat wil je met het doelvermogen?

Wat is het resultaat als het gaat zoals je wil?

Wat geeft/schenkt het je als het gaat zoals je wil?

Match VS Mismatch

Match: Sluit vooral aan bij de ander.

  • Doet non-verbaal hetzelfde
  • Is het steeds eens met wat je zegt
  • Zegt ja, en…

Mismatch: gaat steeds tegen de ander in.

  • Doet non-verbaal anders
  • Is het steeds oneens met wat je zegt
  • Geeft tegenvoorbeelden en zegt ja, maar…

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Laten we pizza halen.

Den Bosch station: ik vind die groene zuilen zo mooi. “Ja, en dan moet je kijken hoe ze het verprutst hebben met die nieuwe.”

Overeenkomst VS Verschil (Veranderingsbehoefte)

Waar je bij het vorige metaprogramma (match-mismatch) op de (non-verbale) reactie let, is dat hier gefocust op het vergelijken van zaken. Dit metaprogramma is hoorbaar in verbaal gedrag.

Overeenkomst:

  • Gaat vooral op zoek naar andere mensen met wie hij overeenkomsten heeft
  • Benoemt de gelijkenissen van iets nieuws met iets ouds, zoals een nieuw voorstel met een oud voorstel.
  • Benoemt de overeenkomsten tussen het nieuwe beleid en het oude beleid.

Verschil:

  • Gaat vooral opzoek naar andere mensen met wie hij verschilt
  • Benoemt wat er allemaal anders is aan iets nieuws, vergeleken met de vorige versie.
  • Benoemt de verschillen tussen het nieuwe beleid en het oude beleid.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Leg drie dezelfde munten op tafel, waarvan eentje de andere kant op ligt dan de de andere twee. Vraag dan: ‘Wat is de relatie tussen deze drie munten?’

Wat valt je op als je x en x vergelijkt?

Abstractieniveau

  • Globaal
  • Van globaal naar spcifiek
  • Specifiek
  • Van specifiek naar globaal

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Wat heb je nodig om iets te begrijpen of duidelijk te maken?

Abstract/globaal VS Concreet

Een abstract persoon:

  • Geeft je informatie in abstracte termen

Een concreet persoon:

  • Geeft je concrete informatie.

Algemeen VS Detail

Algemeen:

  • Maakt globaal het programma tijdens het voorbereiden van een workshop.
  • Heeft genoeg aan een algemeen antwoord op zijn vraag.

Detail:

  • Gaat eerst tot in detail de start van de workshop voorbereiden.
  • Wil een gedetailleerd antwoord op zijn vraag.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kun je een begrip/techniek/iets aan mij leren?
(Let op zijn manier van uitleggen.)

Grote chunk VS Kleine chunck

Grote chunk:

  • Heeft het over voertuigen, of zelfs over middelen om je te verplaatsen.

Kleine chunk:

  • Heeft het over fietsen, auto’s, treinen, bussen etc. of zelf over een Renault Espace.

Volgorde VS Willekeur

Volgorde:

  • Werkt gestructureerd, stap voor stap, in een volgorde.
  • Dingen zijn op een vaste plaats opgeruimd.
  • Bedenkt van te voren de stappen uit.

Willekeur:

  • Doet wat er op dat moment nodig blijkt. Springt van de hak op de tak.
  • Ruimt op een heel andere manier op.
  • Werkt zonder plan: ziet gaandeweg wel wat hij gaat doen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kunstwerk laten maken.

Van globaal naar specifiek VS Van specifiek naar globaal

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kun je een begrip/techniek/iets aan mij leren?

 

Zorg voor anderen VS Zorg voor zelf

Intern actief VS Extern actief

Intern actief:

  • Lijkt passief voor andere mensen.
  • Denkt en droomt.

Extern actief:

  • Lijkt voor andere mensen steeds bezig te zijn.
  • Doet.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Gaan de ogen naar links-onder?

Intern referentiekader VS Extern referentiekader

Intern referentiekader (met externe check):

  • Bepaalt zelf wat hij van zijn eigen functioneren vindt.
  • Het is minder eenvoudig om zelfvertrouwen op te bouwen met dit metaprogramma.

Extern referentiekader (met interne check):

  • Vindt het vooral belangrijk wat anderen van hem vinden.
  • Het is eenvoudiger voor deze mensen om zelfvertrouwen op te bouwen.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Kunstwerk laten maken en afwachten hoe het afgesloten wordt.

Hoe weet je dat je een goede keuze hebt gemaakt?

Weet je dat van binnenuit of vertellen anderen het je?

Ik VS Ik en zij VS Wij

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Vertel over een werksituatie die je goed bevallen is

Stressreactie

  • Denken (gedissocieerd)
    Voelen (geassocieerd)
    Keuze
    Doen

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Vertel over een werkervaring waar je het moeilijk mee had, wat deed je toen?

Voorkeursonderdeel van de structuur van de subjectieve ervaring (Index computations)

Interne processen
Interne toestand
Extern gedrag

Centrale persoon:

Sorting by self: vanuit eigen perspectief, leunt naar achter, ‘ik’, ‘zelf’, ‘voor mij’, gebaren naar binnen toe, bewust van eigen gevoel, staren in de ruimte, downtime: let niet op wat er gebeurt, kan reacties van anderen niet waarnemen. Dit is geen empathisch metaprogramma.

Sorting by other: vanuit het perspectief en wereldmodel van anderen, naar voren leunend, ‘jij’, ‘jullie’, ‘voor jou’, oogcontact, uptime, de aandacht extern gericht, aandacht voor (nonverbale) reacties van de ander, communiceert vanuit de voordelen van de ander.

Vergelijkingen

Zelf-zelf
Zelf-ander
Zelf-ander-zelf
Ander-ander

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Hoe goed ben je in je werk? Hoe weet je dat?

Hoog tempo VS Laag tempo

Hoog tempo:

  • Beweegt, werkt, denkt en reageert op een hoger tempo, vergeleken met het gemiddelde.

Laag tempo:

  • Beweegt, werkt, denkt en reageert op een lager tempo.

Dominant representatiesysteem

  • Weinig visueel Veel visueel
  • Weinig auditief Veel auditief
  • Weinig kinesthetisch Veel kinesthetisch

Leidend representatiesysteem

Iemand kan een herinnering van een liedje opzoeken door eerst voor zich te zien dat hij de CD-hoes opent.

Je kunt dit metaprogramma als volgt uitlokken:

Let op de allereerste oogbewegingen.

Beschrijf het evenement dat je laatst meemaakte.

Hoe weet je dat iemand goed is in doelvermogen?

Tijdsordening: In time of throug time?

Gebruik de kennis van tijdlijntherapie om te achterhalen hoe iemands tijdlijn loopt. Hieruit kun je achterhalen of iemand het metaprogramma through time of in time gebruikt.

Tijdsbenadering: Geordend of willekeur?

Gebruik ook hiervoor Tijdlijntherapie.

Tijdsorientatie

  • Weinig in het verleden Veel in het verleden
  • Weinig in het heden Veel in het heden
  • Weinig in de toekomst Veel in de toekomst
  • Geordend Willekeur

Waarnemingspositie

  • Weinig in de eerste positie Veel in de eerste positie
  • Weinig in de tweede positie Veel in de tweede positie
  • Weinig in de derde positie Veel in de derde positie
  • Vertelt geassocieerd Vertelt gedissocieerd

Overtuigingsfilter op basis van bewijs: Hoe vaak moet iemand zijn competentie bewijzen voor je overtuigd bent?

  • Automatisch
  • Enkele malen
  • Gedurende een bepaalde tijd
  • Voortdurend

Besturingrichting

  • Zelf/anderen
  • Zelf/niet
  • Niet/anderen
  • Zelf/zelf

Weet je wat je nodig hebt om succesvol te zijn?

Weet je wat een ander nodig heeft?

nlp opleiding met korting

Kan je dat anderen aangeven?

Oefening – Metaprogramma’s herkennen

Geef iemand de opdracht om een kunstwerk te maken, bestaande uit een aantal voorwerpen én een aantal mensen. Observeer hoe deze persoon te werk gaat en bepaal welke metaprogramma’s hij gebruikt.

Hoe maak jij gebruik van metaprogramma’s?

Laat in de reacties weten hoe jij gebruikmaakt van metaprogramma’s!

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren. En... sharing is caring!