Logische Niveaus van Bateson en Dilts – Zo kom je hoger in dit NLP-model!

De logische niveaus van Gregory Bateson en Robert Dilts vormen een mooi NLP-model die voor verschillende doeleinden gebruikt kan worden. De niveaus in dit NLP-model geven verschillende graden aan waarmee we kunnen denken, voelen, weten en spreken. De lagere niveaus bevatten triviale zaken en gedachten. De hogere niveaus zijn complexer en zorgen bijna altijd voor meer bijzondere gesprekken, inzichten en oplossingen. Als je dit model begrijpt kan je er veel krachtige en mooie resultaten mee bereiken tijdens het coachen van anderen, tijdens het oplossen van een probleem of tijdens het voeren van een gesprek.

logische niveaus nlp

De logische niveaus (ook neurologische niveaus genoemd)

De logische niveaus zijn een nuttig hulpmiddel voor veel doeleinden. Ze kunnen gebruikt worden om over veranderingen na te denken, bij conflicten op een lijn te zitten, nieuwe inzichten te creëren door een probleem vanuit een hoger niveau te bekijken en om veranderingen aan te brengen per niveau.

De niveaus van laag naar hoog:

  1. Omgeving: externe mogelijkheden of beperkingen: waar, wanneer en met wie?
  2. Gedrag: specifieke handelingen of reacties: wat (doe je goed)?
  3. Vermogens, oftewel kennis en vaardigheden: hoe?
  4. Overtuigingen en waarden: bekrachtiging, motivatie en toestemming: waarom?
  5. Identiteit: gevoel van onszelf: wie?
  6. De missie of het doel: wat betekent het, waarvoor, en voor wie?

Scherpe vragen om hoger in de logische niveaus van dit NLP-model te raken

Hier vind je de juiste vragen om hogerop de logische niveaus te komen.

Omgeving/context

Dit is het laagste niveau. Het gaat om concrete zaken die je kan waarnemen. Vragen die je kan stellen zijn:

  • Waar ben ik?
  • Wanneer doe ik dit?
  • Wat is er allemaal te zien?
  • Met wie ben ik?
  • Waar reageer je op?

Gedrag

Één niveau hoger vinden we gedrag. Nu denken we al in een heel andere richting.

  • Wat kan ik doen?
  • Wat doe ik (al)?
  • Hoe doe ik dat?
  • Wat zijn mijn acties?
  • Wat is het resultaat, zintuiglijk waarneembaar?

Capaciteiten/vaardigheden

Nu spreken we over vaardigheden en deugden. Hiermee raken we onze cliënt op een nóg dieper niveau. Wanneer mensen een droom willen najagen, krijgen ze vaak juist kritiek te horen, en ze krijgen te horen dat ze het niet moeten doen. Veel mensen maken daardoor die grote beslissing uiteindelijk niet. Stel dat iemand naar het buitenland wil om een nieuw creatief project op te zetten, dan kun je die persoon juist op basis van zijn of haar capaciteiten aanspreken: ‘Je lijkt me een gemotiveerd/toegewijd/avontuurlijk/vastberaden persoon omdat je dat doet. Er is veel moed en lef voor nodig om naar een nieuwe plaats te gaan waar je de taal niet kent en iedereen moet achterlaten. Je wil je creativiteit erin kwijt.’

  • Welke vaardigheden en vermogens heb ik?
  • Hoe kan ik dit de volgende keer doen?
  • Wat zijn mijn gaven?
  • Wat moet je daarvoor, kunnen om {gedrag} te doen?
  • Ook de negatieve vraag stellen: wat kun je niet?

Vanaf hier kunnen antwoorden meteen naar hogere niveaus gaan

  • Wat zorgt ervoor dat de vonk blijft branden en dat je dit blijft doen iedere dag?
  • Ik ben heel nieuwsgierig over iets: wat inspireerde je om … te worden?
  • Wat is belangrijk?
  • Wat motiveert jou?
  • Wat is jouw drive om door te gaan?
  • Wat motiveert je om x te doen?
  • Wat geeft je {tegenovergestelde van probleem}?
  • Wat is voor jou belangrijk?
  • Wat is nóg belangrijker?
  • Waardoor kom je in actie?
  • Waarom wil je x?

Waarden en overtuigingen

Weer een complete shift in denken. Op dit niveau vinden veranderingen het meest eenvoudig plaats. Dit niveau is namelijk niet zó hoog waardoor het nog vrij snel aan bod komt. Toch kan je iemand krachtig coachen op dit niveau als je het gebruikt in combinatie met het ‘consistency-principe’. Als je eerst naar iemands waardes en overtuigingen vraagt en daarna het gewenste resultaat aanhaalt zal die persoon instemmen met de oplossing. De waardes en overtuigingen moeten daarvoor wel relevant zijn voor de oplossing. Bijvoorbeeld: “Vind jij behulpzaamheid belangrijk? Oké, gaaf dat je dat belangrijk vindt! Wil jij ons, als behulpzaam persoon zijnde, een lift geven?” Het is over het algemeen goed om je constant af te vragen: wat motiveert deze persoon?

  • Waarom doe je het?
  • Wat/wie inspireerde je om ermee te beginnen?
  • Wat motiveerde je om dit te doen?logische niveaus robert dilts
  • Waar geloof je in (over het doelvermogen)?
  • Waarover moet je overtuigd zijn om dat te kunnen? Waarin moet je geloven?
  • Waarvan ben je overtuigd? Ben je daar absoluut van overtuigd?
  • (en daarna: hoe weet je dat? Waar baseer je dat op?  Bv hoe weet je dat het voor mensen belangrijk is hun eigen oordeel te vertrouwen? Wat zijn de ervaringen waarop hij zijn overtuiging baseert?)
  • Wat is voor jou belangrijk (als het om doelvermogen gaat)?
  • waarom vind je dat (belangrijk)?
  • wat nog belangrijker (onder wat voor omstandigheden zou je bereid zijn om geen {criteria} te hebben?) wat vindt hij daarvan het allerbelangrijkst,
  • Belangrijke waarden?
  • Wat is voor jou het belangrijkst?
  • Wat vind je het belangrijkste in het leven?
  • Wat betekent doelvermogen voor jou?
  • Waarom doe je dit, wat levert het je op?
  • Als er een negatief antwoord uit: “Wat zou je in plaats daarvan willen doen?”
  • Wanneer was dat moment waarop je dacht: Yes, ik weet het, ik ga (vul in) doen!

Identiteit

In het voorbeeld van de vorige paragraaf is identiteit ook al langsgekomen: “Wil jij ons, als behulpzaam persoon zijnde, een lift geven?” Natuurlijk kan je dit niet alleen voor eigen belangen inzetten, maar ook om iemand te coachen.

  • Wat zegt dat over mij?
  • Wie ben ik?
  • Hoe zie ik mezelf?
  • Wat maakt dat Debbie?
  • “Wie ben je met het doelvermogen?”
  • Metafoor: waarmee vergelijk je jezelf?
  • Vraag naar karakterkenmerken.

Missie

Op het hoogste niveau ga je ontdekken wat een persoon bijdraagt aan de wereld. Het is een mooie oefening om te ontdekken op welke manier je lagere niveaus dit kunnen ondersteunen en in welke mate ze überhaupt congruent zijn met je missie. Als je dit niveau wijzigt zullen de onderste niveaus automatisch mee veranderen. Deze werking is ook van toepassing op alle andere niveaus.

  • Waartoe?
  • Wat was je motivatie waarvoor je het deed?
  • Wat wilde je bijdragen door dat te doen?
  • Wat is mijn doel?
  • Wat is jouw droom? Roeping?
  • Wat is mijn misse?
  • Wat is het grotere geheel waar zijn inspiratie uit voortkomt?’’
  • Wat is de zin van jouw leven?
  • Wat draag jij bij aan de wereld?
  • Voor welk groter doel doe ik dit?
  • Wat is mijn zingeving?

Algemene vragen om hogerop te raken

  • Waartoe leidt dat?
  • Wat is daarbij belangrijk voor jou?
  • Wat is nóg belangrijker?
  • En als je dat doet, wat levert jou dat op?
  • En als dat gebeurt, wat zijn dan de effecten dáárvan?
  • En het resultaat daarvan was?
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Wat schenkt het je?

Gebruik deze vragen en improviseer zelf om iemand hogerop deze logische niveaus te leiden, bijvoorbeeld in je NLP-coaching.

Weetjes over de neurologische niveaus

  • Lagere niveaus zijn makkelijker te veranderen dan hogere niveaus.
  • De niveaus zijn afhankelijk van elkaar.
  • Als je op een lager niveau iets verandert leidt dat misschien tot een verandering op een hoger niveau. Als je op een hoger niveau iets verandert leidt dat altijd tot een verandering op een lager niveau.

Meestgebruikte toepassingen van de neurologische niveaus

Elk gedrag heeft een positieve intentie. Een roker wil bijvoorbeeld ontspannen en haalt die ontspanning uit een sigaret. Een alcoholist wil zijn liefdesverdriet vergeten. Wanneer dit gedrag de  onderliggende behoefte niet bevredigt kan er naar een hoger niveau gekeken worden. Wat zijn je doelen? Wie ben je? Wat is je werkelijke behoefte? Ga vervolgens weer terug naar een lager logisch niveau en bevredig die behoefte door het gedrag of de omgeving op een positieve manier te veranderen. Dit heet ‘lateraal chuncken’. Als de waarde ‘vriendschap’ voorheen bevredigd werd door samen te roken, kan er van het gedrag ‘roken’ naar dat hogere niveau ‘vriendschap’ gesprongen worden. Bij het nadenken over vriendschap kan vastgesteld worden dat andere activiteiten zoals samen voetbal kijken of samen thee drinken daar ook invulling aan geven. Dit proces van lateraal chuncken (eerst upchuncken, en daarna een andere downchunck-voorbeeld vinden) is overigens erg nuttig in mediation. Je bent van een specifiek gedrag van vriendschap, samen roken, naar een groter begrip aan het springen, vriendschap zelf, om vervolgens weer tot specifiek gedrag te komen die ook invulling geeft aan de waarde ‘vriendschap’.

Enkele andere toepassingen van de logische niveaus:

  • Wanneer deze gelijk zijn, kun je ook van congruentie spreken.
  • Als je met onbekende mensen een gesprek begint en open vragen stelt, ga dan van onderaan de piramide omhoog in volgorde.
  • Het kan voor feedback gebruikt worden: “Jullie identiteiten zijn allemaal uitstekend maar hebben jullie in je gedrag problemen gehad met de oefening?”
  • Bij conflicten kan eraan gedacht worden dat gedrag de mens niet maakt tot wie hij is.
  • Conflicten kunnen opgelost worden door van logisch niveau te schakelen. We zullen binnenkort een erg handige mediation-techniek plaatsen die hiervan gebruikmaakt.
  • Innerlijke conflicten kunnen ook opgelost worden met dit model. Dat is ‘Onderhandelen met delen’, oftewel ‘Parts Integration’. Hierover plaatsen we binnenkort een artikel.
  • Meer variatie in je gesprekken.
  • Je kunt mensen motiveren door ze aan te spreken op hun hogere logische niveaus.
Dankje voor het lezen! Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden! Ook geef ik je graag een cadeau: je mag mijn Praktische Mindfulness Training gratis hebben. Klik hier om toegang te krijgen.

Laat een reactie achter!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.