Visualisatie oefeningen

Visualisatie oefeningen – Leer visualisatie-vaardigheden

Aan de hand van vier oefeningen word je in dit artikel klaargestoomd om een volledige visualisatie te kunnen uitvoeren, waarin jij of je client vele inzichten zal opdoen. Bij visualiseren stap je uit het uiterlijke leven, neem je rust en word je toeschouwer van je leven. Daarbij word je bewust van wat vlak onder je waakbewustzijn aanwezig is.

Er zijn meerdere toepassingen voor visualiseren:

  • De cliënt kan dankzij de begeleiding van de coach helemaal zelf ontdekken wat haar onderbewuste haar wil vertellen. De coach vult hierbij niks in maar vraagt slechts aan de cliënt welke boodschap ze waarneemt.
  • De coach kan eventueel ook zelf helende woorden of bemoedigingen installeren.

Een visualisatie kan een situatie zijn die de cliënt in werkelijkheid heeft meegemaakt of het kan een fantasie-visualisatie zijn. In ieder geval leer je in dit artikel aan de hand van een aantal oefeningen hoe je een visualisatie kunt uitvoeren.

Visualisatie oefeningen

Oefening 1 – Vaag zijn voor meer overeenkomsten tussen jouw beschrijvingen en de ervaring van de cliënt

In alle gevallen zal de client de situatie in haar eigen gedachten (her)beleven. Dat houdt in dat de coach zoveel mogelijk waarnemingen van de client moet ‘matchen’ in zijn beschrijving van de visualisatie. Wanneer de cliënt tijdens een visualisatie in een bloementuin rozen ziet terwijl de coach het over gloeiend blauwe lavendels heeft, gaat er iets mis in de geloofwaardigheid van de visualisatie. De coach had dus naar ‘schitterende, heerlijk geurende bloemen’ moeten verwijzen, wat inderdaad veel vager (abstract) is. Daarnaast zorgt abstract zijn ervoor dat de cliënt in een trance raakt. Ga na hoe dat in onderstaande aanhaling correct is gedaan en waar het beter kon.

“Stel je voor dat je op een strand zit. Kijk van links naar rechts en zie het prachtige zand grenzen aan het zacht golvende helderblauwe water. Je ziet palmbomen waar de wind zachtjes doorheen waait. Hoor het geluid van de bladeren van de palmboom. Je hoort het rustgevende geluid van de golven. Kijk naar de prachtige lucht. Ruik het zeewater. Voel de zon branden op je huid.”

Antwoord: deze ervaring wordt relatief vaag beschreven. Er zitten generalisaties, weglatingen en vervormingen in. Dat is erg positief als je met andere mensen werkt, want hoe specifieker je bent, hoe groter de kans dat wat je vertelt conflicteert met wat zij zich voorstellen. Er wordt bijvoorbeeld niet gezegd:

  • wit zand (misschien zitten ze wel op een vulkanisch zwart strand)
  • heldere blauwe lucht (misschien zijn er wel wat mooie witte wolken in haar beleving)

Maar er wordt dus gezegd:

  • strand
  • prachtige lucht

Lees nu onderstaande, niet-specifieke, dus vage uitspraken, en bedenk er zelf ook een aantal.

  • Hoor het geluid van het water
  • Voel de temperatuur op je huid.
  • Voel de temperatuur van je huid.
  • Voel de wind op je huid.
  • Voel de plek waar je voeten de grond raken.
  • Voel je hart kloppen.

Oefening 2 – Gebruik het rijtje ‘VAKOG’ als inspiratie voor visualisaties

visualisatie

Je kunt ook inspiratie halen uit het rijtje ‘VAKOG’ om dingen in de visualisatie te beschrijven.
Je kunt Visuele, Auditieve, Kinesthetische, Olfactoire of Gustatoire zaken beschrijven.

Vraag of iemand een prettige herinnering aan jou kan beschrijven. Gebruik de volgende vragen om meer informatie over die herinnering te krijgen:

  • Wat zag je nog meer?
  • Wat hoorde je nog meer?
  • Wat voelde je nog meer?
  • Wat rook je nog meer?
  • Wat proefde je nog meer?

Vraag ook om details. Je kunt dus bijvoorbeeld ook vragen wat voor smaak het eten had, waardoor het nóg echter wordt voor de persoon.

Geef vervolgens terug wat je hebt gehoord. Hoe vager, hoe beter. Maar waar je over meer gedetailleerde informatie beschikt kun je dat ook vertellen. Gebruik weer het rijtje ‘VAKOG’ om inspiratie te krijgen voor zaken die je kunt opnoemen. Voorbeeld:

 Visueel

Je zag de golven.

Je zag misschien andere mensen

Je zag dieren.

Je zag de horizon.

Je zag de lucht.

Auditief

Je hoorde misschien wat geluiden van andere mensen.

Je hoorde het geluid van het water.

Kinesthetisch

Je voelde waar je lichaam de duinen raakten waar je zat.

Je kon de aanwezigheid van je vader voelen.

Je voelde de temperatuur op je huid.

Je voelde de wind op je huid.

Je voelde je hart kloppen.

Oefening 3 – Wanneer visualisatie moeilijk gaat bij je client

  1. “We beginnen eenvoudig.
    Beschrijf je eigen huis. Hoe ziet de keuken eruit? En de zitkamer? Waar staat de tafel? Hoeveel stoelen zijn er? Loop eens in deze visualisatie naar de boekenplank en haal er eens een boek uit, welk boek is het?”
  2. “Nu kunnen we al een stapje verder.
    Stel je voor dat je Hans en Grietje gaat bezoeken. Hoeveel ramen heeft het huis van Hans en grietje, waarvan zijn de dakpannen gemaakt? Loop er eens omheen en merk op wat daar is.”

Oefening 4 – Een basisstructuur

visualisatie

Leid je oefenpartner in een visualisatie, door gebruik te maken van onderstaande basisstructuur.

  1. Een visualisatie wordt ingeleid met een visualisatie van een ingang naar het onderbewuste. Dat kan bijvoorbeeld via een pad, bospad, tuinpad, tempel, huis, open plek in het bos, het naar beneden lopen in een trappenhuis of een lange tunnel naar een schitterende plek met fonteinen en tuinen om te ontspannen en te ontdekken. Vervolgens kun je de deur achter je dichtdoen.

“Stel je voor dat je op een zandpad loopt in een bos, en na een tijdje kom je uit bij een oud landhuis met veel plantjes en oude decoraties in de tuin.”

  1. Gebruik tijdens de oefeningen alle zintuigen om de visualisaties te ervaren en om van de thema’s te leren. Beschrijf dus waarneembare zaken die gezien, gehoord, gevoeld, geroken en geproefd kunnen worden. Maak het levendig, gebruik je zintuigen, en bedenk dat de mogelijkheden in het maken van voorstellingen in je onderbewuste oneindig zijn.

“Het is doodstil. Loop om het huisje heen. En merk alles op wat je ziet. De gloeiende, stralende, kleurrijke bloemen in de tuin, het licht vervallen tuinhekje, de ramen van het huis. Merk de geur op die om de tuin hangt. Ga naar binnen en merk op wat voor voorwerpen er zijn, zoals de schilderijen in de gang.”

  1. De clue van het verhaal is een boodschap waar de client haar eigen invulling aan kan geven, of het is een bemoediging van de coach. In onderstaand voorbeeld wordt de client de volledige vrijheid gegeven om haar eigen boodschappen te ontdekken. Dat kan bijvoorbeeld via een ontmoeting met een bijzondere persoon. Je kunt deze persoon vaag beschrijven zodat de client er zelf een invulling aan kan geven, of je kunt figuurlijke archetypen gebruiken. Een kind-figuur staat bijvoorbeeld voor het kind in je. De client kan ook een boodschap vinden doordat de coach haar naar beelden laat kijken, bijvoorbeeld in een spiegel, filmprojector of in een schilderij. Ook kun je de client laten ontdekken wat voor voorwerp haar onderbewuste aan haar wil laten zien, bijvoorbeeld doordat de coach haar een kistje laat openmaken. Zorg er eerst voor dat je de ontmoetingsplaats aangeeft.

“Je ziet allerlei deuren die naar kamers leiden. Zometeen ga je bijzondere figuren ontmoeten die je belangrijke dingen gaan zeggen. Je ziet personen die je niet had verwacht daar te zien, en ze gaan je iets gaat vertellen, ze nemen je mee naar een andere tijd en plaats, waar je van kan leren. Let ook op hun kleding, ogen, wat de ogen je zeggen, en voel de sfeer.
In de eerste kamer die je binnengaat zie je een kind. Luister naar wat het kind tegen je zegt. Het kind staat voor je onbevangenheid. In de volgende kamer zie je een wijze vrouw. Luister naar wat ze zegt. In de volgende kamer zie je een wijze man. Luister naar wat hij zegt. In de volgende kamer krijg je een geschenk van een persoon van je alledaagse werkelijkheid. Wat is het? In de kelder zie je een antieke spiegel. Dit is waar het kostbare uit je verleden bewaard is gebleven, het is alsof je in een spiegel van je leven kijkt en je ziet verschillende beelden uit je leven aan je voorbij trekken. Vervolgens zie je een kistje in hoek van kelder. Die mag alleen jij openen. Wat zit erin? Er zit ook een boodschap in. Wat is de boodschap?”

  1. Tot slot laat je de cliënt via dezelfde weg teruglopen om de oefening weer af te sluiten.

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!