Byron Katie

Byron Katie’s 4 vragen (The Work) must read bulletpoint-versie

Lees hier de bijzondere, wereldberoemde methodiek van Byron Katie: de 4 vragen, oftewel ‘The Work’. Hier vind je een volledige samenvatting, waarmee je in volledige vrede en rust kunt leven. Het is heel simpel, dus lees verder.

Wat is de 4-vragen-methode van Byron Katie?

‘The Work’ is een reeks van vragen die je aan jezelf kunt stellen over een thema dat je bezig houdt. Het is de praktische uitvoering, oftewel een bruikbare tool, om de theorie van overgave, acceptatieontwaking en de wereld is je spiegel te kunnen ervaren.

Dit zijn de 4 vragen van The Work van Byron Katie

Hieronder vind je de vier vragen van The Work. We hebben de mogelijke tussenvragen er ook bijgezet.

Voorbereiding: formuleer de gedachte waar het om gaat, inclusief aanverwante gedachten

Herhaal de ongewenste gedachte, hindernis of oordeel. Laten we twee voorbeeld-gedachten nemen:

  • ‘Paul moet me meer waarderen,’ en:
  • ‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.’

Wil je echt de waarheid weten? Dan gaan we aan de vier vragen beginnen.

Je kunt als volgt extra gedachten formuleren, die ermee te maken hebben, om ook te behandelen met de vier vragen.

En het betekent dat… Wat is je bewijs? Vervolgens kun je voor allle bewijzen de vier vragen gaan doen. Wat zijn de achterliggende overtuigingen van ieder bewijs? Gooi de vier vragen ertegenaan. Wat is het ergste wat kan gebeuren? En daarna, en daarna etc? Maak het lekker erg. Doe de vier vragen met iedere statement.

De eerste vraag: Is dat waar?

Wat is de echte realiteit ervan (8 jaar lang?) Waardeert Paul je? (Hij heeft me inderdaad in die tijd niet gewaardeerd). Wat is de waarheid? Dus wat is er daadwerkelijk aan het gebeuren? Hij waardeert me niet. Welkom in de realiteit. Dus de gedachte ‘Paul moet me meer waarderen’ is niet waar.

Eventuele tussenvragen voor als het antwoord nog ‘ja’ is

Waar heb je die gedachte geleerd?

Wiens business is het? Hij had je moeten waarderen… Kun jij dat voor hem bepalen? Wie ben je, God? Het is moeilijk een heel universum te managen, geen wonder dat je depressief bent!

Wat voor bewijs heb je, om te kunnen zeggen dat het waar is?

De tweede vraag: Kun je absoluut weten, voor jezelf, voor je eigen gevoel, dat het waar is?

Kun je absoluut weten, voor jezelf, je eigen gevoel, dat het waar is? Als je nog steeds denkt dat het waar is, betekent het dat je aan de gedachte gehecht bent. En ik probeer je niet van gedachten te veranderen. Dit is onderzoek. Inquiry.

De derde vraag: Hoe reageer je als je die gedachte denkt?

Hoe behandel je jezelf? Hoe behandel je {andere mensen} als je die gedachte denkt? Wat doe je? Wees specifiek. Maak een lijst van acties. Hoe reageer je op andere mensen als je die gedachte denkt? Wat zeg je tegen die mensen als je die gedachte denkt? Maak een lijst. Hoe leef je als je die Gedachte gelooft, als je je aan dat concept hecht alsof het waar is? Hoe voelt dat van binnen? Waar voel je dat? Waar komt het binnen? Doe je ogen dicht, het raakt je daar, hoe ver reist het gevoel verder in je lichaam? Overal, want het neemt je over. Wat voor beelden komen er op bij die gedachte? Wat krijg je als je die gedachte leeft /denkt?

Eventuele tussenvraag

Kun je een reden vinden om de gedachte los te laten? Kun je een stressvrije reden vinden om die gedachte te houden, die niet deprimerend, pijnvol is? Is die reden vredig of stressvol?

De vierde vraag: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Wie zou je zijn als je nooit dat verhaal had gehoord?
Herhaal: met de gedachte {ben ik iemand met pijnlijke situaties, namelijk…}, zonder de gedachte {ben ik veel beter af, namelijk…}, dus hoe kan het je probleem zijn?

De omkeer-zin maken: de essentie van The Work van Byron Katie

Stel altijd eerst de vier vragen voordat je de omkeervraag doet. Daarna komt de omkeervraag. We gaan het dus omdraaien: Wat is hier het tegenoverstelde van? Het tegenovergestelde van wat je gelooft, is altijd waar.

Deze vraag is op meerdere manieren te interpreteren en te beantwoorden, namelijk:

  • Toegepast op jezelf
  • Toegepast op de ander
  • Half toegepast op jezelf en half toegepast op de ander
  • Het tegenovergestelde, variatie 1: wat is de realiteit?
  • Het tegenovergestelde, variatie 2: wat je wil, gebeurt al!
  • Verplaats het onderwerp van de zin met ‘mijn gedachten (, vooral over {onderwerp},)’

De omkering – Toegepast op jezelf:

‘Paul moet me meer waarderen.’ → Ik moet mezelf waarderen. 

Dat is mijn taak, niet de zijne. Je hebt Paul nodig om je goed te voelen?

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.’ → Ik maak mezelf verdrietig, want ik pest mezelf.

Niemand heeft de macht om jou pijn te doen of gelukkig te maken, alleen jijzelf. Een ander voorbeeld: ‘Niemand wil mij zoals ik ben’ wordt: ‘Ik wil mezelf niet zoals ik ben!’ Door dit verhaal, waarin je gelooft, verlies je het contact met de realiteit. Als dan iemand zegt: ‘Je bent schitterend,’ denk jij dat je naar het gezicht van een leugenaar kijkt, omdat die persoon jouw fabeltje bevestigt. Je kijkt naar hem en je kan hem niet geloven.

Dus als iemand voortaan zegt dat ik mooi ben, zeg ik: ik begrijp het. Als iemand zegt dat ik lelijk ben, zeg ik: ik begrijp het. Het is hun verhaal, wat heb ik ermee te maken? De hele wereld kan zeggen: jij bent dik, maar wat zeg jij? Heeft hij mij beledigd? Dat is niet mogelijk. Ik beledig mezelf met het verhaal dat ik mezelf vertel. Niemand kan je kwetsen. Dat is jouw taak.

De omkering – Toegepast op de ander:

‘Paul moet me meer waarderen.’ → Ik moet Paul waarderen. 

Als ik geloof dat het voor Paul zo makkelijk moet zijn om mij te waarderen, zou ik het zelf ook moeten kunnen. Laat de ander ook eens een keer weten hoe moeilijk het voor jou is om te doen wat jij wilde dat zij doen.

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.” → Ik maak Nicole verdrietig, want ik pest haar (in mijn gedachten!).

Een moeder over haar zoon: ‘Kevin gebruikt alcohol’. Als ze dit omdraait, wordt het: ‘Ik gebruik Kevin.’ Byron Katie: ‘Ja.’ ‘Ik gebruik Kevin om depressief te kunnen blijven.’

De omkering – Half toegepast op jezelf en half toegepast op de ander:

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.” → Ik maak mezelf verdrietig, want ik pest Nicole (in mijn gedachten!).

De omkering – Het tegenoverstelde variatie 1: wat is de realiteit?

‘Paul moet me meer waarderen.’ → Paul zou me niet moeten waarderen.

(dat is de realiteit!), tenzij hij dat wel doet.

Een vrouw vertelde aan Byron Katie: ‘Ik heb seks nodig.’ ‘Wat is de realiteit?’ ‘Ik heb geen seks nodig’. ‘Juist. Want je hebt het 18 maanden niet gehad. Dat is de realiteit.’

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.” → Nicole zou me moeten pesten. Ik kijk ernaar uit om gepest te worden door Nicole, want dat verdriet is een wake-up call om The Work te doen. 

(want dat is de realiteit!), tenzij ze dat niet doet.

De omkering – Het tegenoverstelde variatie 2: wat je wil, gebeurt al!

‘Paul moet me meer waarderen.’ → Paul waardeert me heel veel. Hier zijn drie oprechte voorbeelden van, namelijk…

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.’ → Nicole maakt me blij, want ze is lief voor mij. Hier zijn drie oprechte voorbeelden van, namelijk…

De omkering – Verplaats het onderwerp van de zin met ‘mijn gedachten (, vooral over {onderwerp},)’

‘Paul moet me meer waarderen.’ → Mijn gedachten (, vooral mijn gedachten over Paul,) moeten me meer waarderen.

Het is niet {Paul} die mij stress geeft, maar het zijn mijn gedachten over Paul die mij stress geven.

‘Nicole maakt me verdrietig, want ze pest mij.’ → Mijn gedachten (, vooral mijn gedachten over Nicole,) maken mij verdrietig en pesten mij.

Een vrouw zei tegen Byron Katie dat ze bang is dat er oorlog uitbreekt. Voor haar was de omdraaiing: ‘Ik ben bang voor mijn gedachten (, voorral mijn gedachten over oorlog,).’ Is dat net zo waar of nog meer waar?

Slotvraag: Is de omkeer-zin even waar of zelfs meer waar dan het origineel?

Na iedere omkeer-zin die je hebt uitgesproken, vraag je jezelf ook: is het even waar of meer waar dan het origineel? Het antwoord is wonderbaarlijk genoeg altijd ja. Komt hier een negatief antwoord uit? Dan ben je nog gehecht aan de overtuiging. Als je niet bereid bent de gedachten te laten vallen, ben je gehecht, en ben je niet klaar met The Work.

De kracht van de omkeervraag: ieder ‘schept’ alleen zijn eigen realiteit – Vertel anderen niet wat ze moeten doen

Met de omkeer-vraag ontdek je dat alles wat je denkt en ziet aan de buitenkant, eigenlijk een projectie van Je eigen gedachten is: alles is een spiegel van jezelf. Als je de onschuld in de ander ziet na de 4 vragen, ontdek je ook je eigen onschuld.

Alles wat je zegt of denkt, is van toepassing op jezelf. Sterker nog: ik ben jou. Ik ben wie jij bent als jij helder bent.

Wil je dat je kind zich anders moet gedragen? Je schreeuwt dat hij anders moet zijn dan hij is. Dat hij niet moet zijn wie hij is. Dat is conditionele liefde. Je steelt zijn leven. Je zegt: ‘Wees wie ik wil dat je moet zijn, niet wat God wil dat je moet zijn. Anders straf ik je.’ Jij houdt van de zoon van je dromen. Waar plaats je deze vreemdeling dan? Hij is hier nu. Ook al is hij wat jij wil dat hij wil worden, hij is nog steeds hier, nu. Vertel anderen niet wat ze moeten doen: je bent God niet! Het is niet jouw business. Het is je zoons business en Gods business. Als jij in het moment bent, is liefde jouw business. God is realiteit omdat Het heerst. Alles wat buiten je controle/bereik ligt, is Gods zaak.

Zouden andere mensen volgens jou anders moeten zijn dan ze werkelijk zijn? Dit denken, brengt diepe ongelukkigheid en ís zelfs depressie. Genees jouw depressie. Niet de depressie van de ander. Wanneer jij het snapt, zal de ander het ook snappen. Hij zal volgen. Het is een wet, want hij is jouw projectie. Als je denkt dat het aan de ander ligt, welkom bij The Work! Wil je iemand anders veranderen? Wil je dat de ander iets gaat doen of veranderen? De enige manier om zoiets over te brengen, is door het zelf voor te doen. Leef het voorbeeld! Zo laat je zien hoe het moet. Gebruik geen woorden, maar daden.

Je wilt vrede in de wereld? Jij bent de wereld. Beëindig de oorlog in je.

Je valt aan en schreeuwt tegen de mensen waar je het meest van houdt op de hele wereld. En als we dat niet verbaal doen, doen we het in ons hoofd. We zien hen als vergif in ons huis. We behandelen onze baby, ons liefste, liefste kind als onze vijand. Dat is de kracht van een onbewuste gedachte, een nachtmerrie.

Die nachtmerrie is maar een verhaal: de realiteit is vriendelijk en goed

Het verhaal dat we vertellen is echter de enige nachtmerrie die we ooit geleefd hebben: de realiteit is altijd vriendelijk en goed. Niemand heeft ooit iemand pijn gedaan. Totdat je kunt zien dat er niks te vergeven is, heb je niet echt vergeven. Ontwaak jezelf met de vier vragen. Het ergste dat kan gebeuren zijn onze onbewuste overtuigingen en gedachtes (verhalen). De realiteit bevat al die dingen niet. The Work lost blinde hechting aan jouw verhaal op, waaraan je geïnvesteerd hebt.

God is precies ‘wat is’, dus alles is perfect zoals het is. Zonder het verhaal heb je alles wat je nodig hebt. Denk je: ‘Mijn zoon moet zijn tanden poetsen’? Je hebt 10 jaar bewijs dat hij zijn tanden niet poetst. De realiteit is dus dat hij zijn tanden niet poetst, totdat hij het wel doet. God is alles. God is goed. Alles is goed. Er is geen fout in het universum.

God is wat is: realiteit. Je hoeft niet meer te twijfelen. Je bent je niet meer met Gods business aan het bemoeien, dus alles is perfect. Krijg je in een restaurant iets anders dan je had besteld? Hoe kun je het beste reageren in dit moment zonder er een verhaal van onrecht van te maken, of andere problemen?  Een moeder is verdrietig om het drugsgebruik van haar dochter: ‘Hij zou {drugs moeten gebruiken}, tot hij het niet meer doet!’ Er zijn geen vrije stoelen meer in de trein: ‘Ik zou moeten staan, totdat ik zit.’  Dit snappen, gaat om ontwaking!

Je bent opeens vrij, wanneer je kunt zeggen: ‘Ik weet het niet’. Zoals het hoort te zijn.

Een dame met pijn had de gedachte: ‘We horen absoluut geen pijn te hebben in deze wereld.’ Wat is de waarheid ervan? is dat waar? De dame draaide het om: ‘Ik zou pijn moeten hebben. Hoe weet ik dat? Ik heb het. Dat is hoe ik weet dat ik het moet hebben: ik heb het.’

We kunnen niet krijgen wat we willen: we hebben al wat we willen. Wat we willen is ‘wat is’.

Er zijn geen fouten in deze wereld. Byron’s mantra is: ‘No mistakes’. Alles is perfect wat er is. Dit is jouw pad wat God je gegeven heeft. Het plan. Jouw plan. Ieder probleem is er voor jou. Ze zijn een alarmklok om te ontwaken. Ze zijn een cadeau. Een dame tegen Byron: ‘Moet ik dan ook accepteren dat ik oud ben?’ ‘Ben je oud?’ (‘Ja’.) ‘Daar heb je het’. Iedereen gaat dood, niemand overleeft het. We hoeven het verhaal niet te stoppen, alleen met begrip te benaderen.

Het zijn mensen. Het is wat is, de realiteit. Ze zijn wie ze zijn. Ze doen {negatieve dingen}. Een hond blaft. Een kat zegt miauw. {Mensen oordelen.} De 4 vragen brengen ons naar een wereld waar de meeste mensen niet eens begonnen mee zijn. En dat terwijl het de enige echte wereld is die bestaat: de realiteit.

Leef het juiste voorbeeld

Fix eerst jezelf en geef het goede voorbeeld. Daarna kunnen we praten. Je zou het zelf ook moeten doen, en moeten kunnen, want jij geloofde dat de anderen zo makkelijk konden veranderen.

“Don’t condemn if you see a person has a dirty glass of water, just show them the clean glass of water that you have. When they inspect it, you won’t have to say that yours is better.”  Malcolm X

Laten je kinderen hun sokken op de grond slingeren? Dat is de realiteit. Zelfs na jaren zeuren doen ze het nog steeds. Leef dus het voorbeeld: ‘Ik moet de sokken opruimen als ik ze opgeruimd wil hebben. De kinderen weren helemaal gelukkig met hun sokken op de grond. Het zijn mijn gedachten over de sokken die mijn leven moeilijk maken, niet de sokken zelf. En wie heeft de oplossing?  Weer ik. Ik kan gelijk hebben of vrij zijn.’ Het wordt een plezier om ze op te ruimen, kinderen zien dat en nemen dat over.

Als je zegt: ‘Hij respecteert mij niet’, wat is dan het geval? Jij respecteert hem niet! En jij respecteert jezelf niet. Leef het juiste voorbeeld. ‘Hij moet stoppen met schreeuwen.’ Wordt: ‘Ik moet mentaal stoppen met schreeuwen dat hij zijn schoenen uitdoet.’

Gedachten zijn niet echt…

We hebben dagelijks tientallen gedachten die tegen de realiteit in gaan, zoals: de kat moet blaffen. Je kunt een groot deel van de realiteit van de wereld niet veranderen. Wel hoe je ermee omgaat en de betekenis die je eraan geeft. “Ik heb mijn baan verloren. Wat kan ik NU doen?” In plaats van: “Ik wou dat ik mijn baan niet had verloren” (dit is tevens een herkadering). Word vrienden met de kou, regen wind, pijn, veranderingen… Alle stress komt van weerstand tegen ‘wat is’. Als je met de realiteit strijdt, verlies je 100% van de tijd.

Zolang je in oorlog bent met je gedachten, ben je in oorlog met de wereld.

Gedachten zijn prima, tenzij we ze geloven. Niet de gedachten zelf maar onze hechting aan gedachten zorgt voor stress

Ik zeg niet dat je je probleem niet bent, ik wil je hel niet van je afpakken. Byron Katie

We maken onszelf alvast dood met onze verhalen voordat we doodgaan. Dat doen we door het in onze gedachten na te leven, en door ons te ego-identificeren met pijn. Jij bent niet de pijn. Zodra je dat weet, kun je ervoor zorgen. Houd van ‘wat is’, zonder het verhaal erbij. Als je ruzie maakt met wat is, verlies je. In de vrede daarvan weet je wat je moet doen. Zonder de gedacht heb je geen pijn én lijden meer, dan heb je alleen nog maar pijn.

Absoluut niks wat je denkt is waar. Als je de concepten, labels, oordelen en verhalen gelooft, lijkt die wereld echt. Het verstand is zo briljant, sterk en mooi dat het zelfs zijn wereld echt maakt. Maar alles is nieuw te ontdekken.

Vanuit de vrede van ‘wat is’, kun je vooruit gaan

Geen gedachten, maar wat dan wel? ‘Wat is!’ Ik heb {wat hier is} nodig. Hoe weet ik dat? Omdat {wat hier is}, hier is. Niemand heeft neer geld nodig dan hij heeft. Hoe weet ik dat? Het is onmogelijk om meer te hebben dan je hebt.

Mensen moeten geen fysieke pijn ervaren op deze planeet, is het waar? Mijn arm zou meer moeten kunnen doen dan het nu kan, is het waar?

Oh ik zie het. Je probleem is dat je denkt dat je rechter been precies dezelfde grootte moet zijn als je linker.
Byron Katie tegen een kankerpatiënt met een geamputeerd been.

Als je houdt van wat is, besef je: wanneer ik ertrgenin ga, doet het pijn. Ruzie maken met wat is, is de emotionele pijn, de verwarring. Een liefhebber zijn van ‘wat is’, is het einde van lijden. ‘{Vervelende symptomen} zijn normaal voor mij.’ Normaal is wat er nu is. Nu ik dit besef, betekent dat niet dat ik geen medicijnen meer neem, of niet meer naar de dokter ga. Het betekent niks.

Hechting aan het concept is je ‘false God’.

Moeten we van onze gedachten af? Nee, we onderzoeken ze

Byron Katie

We kunnen concepten en gedachten niet laten vallen. We kunnen wel een zaklamp erop schijnen om te zien wat echt bullshit is. Het gaat om bewust worden, opmerken, niet de gedachte laten vallen want dat is onmogelijk. Het gaar om realiseren wat waar is voor jou, via zelfliefde. Dan laat de gedachte jou los.

Het gaat om realisatie, niet om iets te veranderen. Wij zijn een projectie. Jij realiseert je dat de wereld verandert omdat jij de projector bent die het ziet: de spiegel. Jij realiseert je wat waar is voor jou, en het spiegelbeeld moet dan veranderen.

Het gaat er niet om van gedachten te veranderen of het te laten vallen, dat heeft te vaak niet gewerkt. het gaat om bewustwording. We kunnen niet de gedachte van die nachtmerrie daarbuiten laten vallen want we hebben het niet gemaakt. We kunnen niet laten vallen wat we niet gemaakt hebben. Wanneer je het verstand onderzoekt en opent, opent het hart. Dus, de gedachte laten gaan werkt niet, maat het bijzondere is: na The Work verlaat de gedachte jou.

Stressvolle gedachten horen bij ons allemaal. Er zijn geen nieuwe. Het zijn allemaal dezelfde collectieve verhalen. Ze zijn niet persoonlijk. Iedereen heeft alles maar we hebben het nog niet gerealiseerd. En we zijn vaak blind voor onze eigen onbewustheid. Als je zonder het lijden van je gedachtes wil leven, doe The Work dan ook wanneer je je defensief in gesprekken opstelt, of zeker weet dat je gelijk hebt.

Tot slot een tip als je The Work met zijn tweeën doet: als je kunt vinden dat de ander gelijk heeft, zeg bedankt. Als je niet kunt vinden dat de ander gelijk heeft, zeg bedankt.

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder & deel dit met je vrienden!