Coach-model – Volledig Stappenplan! [Outcome Model] [Grow-Model]

Het coach-model, oftewel het outcome model (GROW-model), is een complete tool voor de intake-fase van coaching. Je krijgt de situatie van de client direct helder, inclusief opties, obstakels en doelen. Tegelijk is het al erg helend om dit model op een client toe te passen, ondanks dat dit ‘enkel’ een intake-model is. Hier lees je alle stappen van dit model.

Ieder traject met een cliënt begint met een intakegesprek. Je moet weten wat het probleem is, want dan weet je precies wat je moet doen om het probleem aan te pakken. Het mooie van het outcome model is dat het al zóveel losmaakt in de client, zóveel inzichten geeft en al veel zaken herkadert, dat het op zichzelf staand al als een volledige coachingssessie gezien mag worden.

Het Coach-model/Outcome Model/GROW-model in het kort

  1. Goal: Je vraagt alvast kort wat het doel is: de gewenste situatie.
  2. Reality: Je begint met het uitvragen van de huidige situatie. ‘Vertel eens wat over jezelf…’ Je houdt je mond dicht, en luistert.
  3. Daarna vraag je langzaam en uitgebreid het doel (gewenste situatie) uit. ‘Waar wil je naartoe?’
  4. Je onderzoekt wat mogelijke obstakels.
  5. Options: Je bepaalt over welke hulpmiddelen de client beschikt om zich over de obstakels heen te zetten.
  6. Wrap-up: Je vat samen wat je zojuist hebt besproken en je maakt een actieplan.

Hierboven stond het model in het kort. Nu is het tijd om er echt diep in te duiken! Onderstaand stappenplan bevat alle onderdelen die je kunt gebruiken bij het GROW-model, oftewel het Outcome Model. Je kunt dit ook voor jezelf doen door alle puntjes voor jezelf af te lopen.

Laten we nu uitgebreid kijken naar hoe dit model wordt uitgewerkt:

Stap 1 – Rapport ontwikkelen en inzicht in de persoon verkrijgen

Verwelkom de cliënt terwijl je haar compleet spiegelt, en bouw vervolgens eerst wat rapport op met de cliënt. Dan kan je straks veel eenvoudiger coaching en positieve suggesties geven. Leer ze kennen. Treed hun referentiekader binnen.

  • “Fijn dat je er bent.”
  • “Hoe gaat het met je?”
  • “Hoe voel je je?”
  • “Vertel me eens wat over jezelf.”
  • “Wat voor coach wil je dat ik voor je ben?”
  • “Wat verwacht je van de coaching?”
  • “Wat is het aspect waar je het meest naar uitkijkt voor het werken met een coach? Wat is het engste aspect?”

Terwijl je rapport aan het maken bent en de cliënt beter aan het leren kennen bent, kun je goed op de gegeven informatie letten zodat je dat straks kan ‘utilizen’ bij de oefeningen en bij het aanreiken van de bemoedigingen. Als hulpmiddel kun je het metaprofiel-model gebruiken. Ook kun je zo meteen tijdens het neerleggen van de tijdlijn observeren hoe de client is. Tijdens die opgave kan je ook goed observeren wat voor persoon iemand is.

Stap 2 – Metaprofiel van de client achterhalen

Achterhaal eventueel het metaprofiel van de client. Dit is meer een verfijning, en niet per se essentieel.

Stap 3 – Alvast kort vragen wat het doel is

Met onderstaande vragen kun je de client lekker leeg laten lopen. Zorg er op een gegeven moment wel voor dat je het ‘probleem’ isoleert: je kunt niet alles in een coachingstraject aanpakken. Geef duidelijk aan hoeveel uren per ‘probleem’ nodig zullen zijn.

  • Waarom ben je hier? Waarom nog meer? Waarom nog meer?
  • Wat wil je bereiken?
  • Waar wil je aan werken met een coach? Welke specifieke doelen?
  • Wat heb je vandaag het meest van me nodig? Wat wil je aan het einde van deze sessie kunnen meenemen?
  • “Wat wil je vandaag oplossen?” in plaats van: “Wat is je probleem?” Dat laatste impliceert dat het vastzit en niet opgelost gaat worden.
  • Is er iets waar je ontevreden over bent dat je wil verbeteren, of is er iets waar je al heel sterk in bent dat je wil versterken?
  • Wat zou ervoor zorgen dat je een sprong in de lucht zou maken zodra je het {deze week} af zou hebben? Wat, als je er nu direct aan zou gaan werken, zou echt een lach op je gezicht toveren? Stel je voor dat je nu die ideale {week} hebt gehad: welke drie dingen heb je afgemaakt?
  • Wat is de grootste verandering die je vandaag wil maken?
  • Wat wil je écht, écht, écht heel erg graag? Waar verlang je stiekem naar? Als je het hardop durfde te zetten?
  • Wat inspireert je en windt je op? Waar houd je van? Maak een lijst.
  • Op dit punt kun je eventueel het Disney-model toepassen om alvast een (realistisch) begin te vormen van het eindpunt.

coach model

Stap 4 – Tijdlijn neerleggen

  1. Laat de client met een touwtje zijn tijdlijn op de grond neerleggen in de ruimte waar jullie zijn. Hoe loopt ie? Loop hem af van de geboorte tot het heden tot het eind. Meestal is dit een v vorm naar links om te herinneren en dan naar rechts om te genereren.
  2. Laat hem met kaartjes het heden, verleden en de toekomst neerleggen op de tijdlijn. Kies ook een metapositie, een plek waar je de tijdlijn neutraal kan observeren.
  3. Denk aan iets neutraals dat je regelmatig doet in een week.
  4. Stel je voor dat je die activiteit nu aan het doen bent. Wat zie, hoor en voel je?
  5. Loop naar achteren via de tijdlijn om erachter te komen waar gisteren is op je tijdlijn. Stel jezelf voor dat je de neutrale activiteit gisteren aan het doen bent. Wat zie, hoor en voel je?
  6. Doe hetzelfde met een week, een maand, een jaar en 10 jaar in het verleden. Plaats op ieder punt een markering.
  7. Herhaal stap 5 en 6, maar dan met de toekomst.
  8. Ga naar de metapositie, observeer de tijdlijn en benoem samen wat je opvalt. Stap dus altijd van de tijdlijn af en ga naar de metapositie als je dissocieert.
    Wat zijn de afstanden tussen de kaartjes?
    Stond de client op de tijdlijn of ernaast?
    Ernaast staan betekent dat je rationeel bent en dus goed emoties van gebeurtenissen kan scheiden. Deze mensen zijn zich bewust van de waarde van tijd, ze zijn doelgericht, willen afspraken nakomen, kunnen goed plannen, en vinden het moeilijk om in het nu te leven.
    Erin staan betekent dat de persoon creatief is, goed kan multitasken, emoties intensief kan ervaren en in het nu leeft.

Stap 5 – Structuur uitleggen

“Wat gaan we doen. We gaan zometeen 4 puntjes langs: de huidige situatie, de gewenste situatie, de obstakels en de hulpmiddelen.”

Stap 6 – ‘Permissieve’ elementen

  • Sta ik aan je goede kant? Is je voorkeur dat ik links of rechts van je sta?
  • Wat heb je liever: zullen we de 4 puntjes op kaartjes schrijven om ze een voor een op de tijdlijn af te kunnen lopen of zullen we een gewoon gesprek houden?
  • Wil je zelf de kaartjes neerleggen?
    – Plaats de ongewenste situatie ergens in het verleden. Doordat je dit niet in het nu plaatst kan je het idee al installeren dat de ongewenste/huidige situatie en jij niet (meer) met elkaar verbonden zijn. Wanneer het om een reeds goede situatie gaat die de client gewoon nog beter wil maken kan je het wel in het heden neerleggen.
    – Plaats de gewenste situatie in de toekomst op het tijdstip waarop je het doel behaald wil hebben.
    – Plaats de hindernissen aan de ene kant buiten de tijdlijn.
    – Plaats de hulpbronnen ergens aan de andere kant buiten de tijdlijn.

Stap 7 – De vier punten van het model aflopen:

Dit zijn de vier punten van het model:

  • Huidige situatie
  • Gewenste situatie
  • Hindernissen/obstakels
  • Hulpbronnen

coach model, oftewel grow model (outcome model)

Punt 1 – Huidige situatie (HS)

Redenen om dit te verkennen

  • Voordat je een doel stelt, of een cliënt helpt met een doel, is het zaak om de noodzaak goed te voelen. Zou je beter meewerken als er een pistool tegen je hoofd gehouden werd of wanneer je je niet bewust bent van de consequenties van het niks doen? Onderstaande vragen helpen je om de consequenties, dat pistool tegen je hoofd, goed te voelen.
  • Bovendien zijn de komende vragen nuttig wanneer de cliënt nog niet weet of ontkent dat het probleem er is.
  • Je kan niet zomaar een probleem oplossen zonder diagnose.
  • Vaak wil iemand gewoon over zijn probleem praten: rapport maken dus. Dus pace het probleem eerst voor je een oplossing kan vinden of geven. Daar draait deze stap om.

Erachter komen

  • Wat is de huidige situatie die je wil aanpakken met het doel? Waar ben je tevreden/ontevreden over?
  • Wat is er nog niet perfect?
  • Waar ben je nu?
  • Wat gebeurt er in de huidige situatie?
  • Wat is er nu?

Blijf eerst gedissocieerd naar de huidige situatie kijken

Als je in een deuropening staat en naar jezelf kijkt, wat zie je jezelf doen, wat hoor je je zeggen, wat zie je aan haar lichaamshouding?

Ervaar de huidige situatie nu geassocieerd

Wat voel je? Welk gevoel hoort daar bij? Hoe sterk is dat gevoel op een schaal van 1 tot 10?

Verder verkennen

Door onderstaande vragen te stellen, verken je de huidige situatie verder. Daarnaast probeer je met deze vragen er ook achter te komen of de cliënt aan de oorzaak- of gevolg-kant staat (proactief of reactief). Als de cliënt aan de gevolg-kant staat, kom er dan achter wat de autoriteit of de oorzaak is in die situatie.

Hieronder vind je de vragen om de huidige situatie te verkennen:

  • Hoe lang speelt die ongewenste situatie al?
  • Wat gebeurde de eerste keer dat je dit had? Welke emoties waren toen aanwezig?
  • `Welke gebeurtenissen zijn er sinds die eerste keer gebeurd? Welke emoties waren toen aanwezig? Wat is bij al die gebeurtenissen de relatie tussen de gebeurtenis en je huidige situatie in het leven?` Onthoud dat de inhoud van deze herinneringen vaak als metaforen dienen voor wat er gaande is in het leven van de client. Daartoe kun je de volgende vraag stellen: ‘Wat betekent dat (voor jou)?’ Het is belangrijk dat jij niet de herinnering interpreteert voor de client – dat maakt het jouw metafoor in plaats van het metafoor van de client.
  • Wat heb je er al aan gedaan?
  • Wat vind je van de huidige situatie?
  • De oorzaak: wat is het recept om in zo’n situatie terecht te komen?
  • Wat is de trigger waardoor je weet dat het tijd is om dit gedrag in de huidige situatie te vertonen?
  • Wat is het slechtste voorbeeld?
  • Hoe doe je het probleem? Gebruik het TOTE-model.
  • Maak het specifiek: wat ervaar je, wat gebeurt er, wat zie je, wat hoor je, wat voel je?
  • Wat levert deze huidige situatie je op?
  • Wat bereik je met dit gedrag?
  • Wat vermijd je met dit gedrag?
  • Hoe belemmert dit gedrag je? Op welke manier beperkt het je?
  • Waar doet het pijn?
  • Waarom denk je dat je dit probleem hebt?
  • (!)Wat is de positieve intentie? Is er een reden om dit probleem te hebben? Vraag dit je onderbewuste.
  • Wat is goed aan het probleem?
  • Waarom heb je het/denk je dat je die ongewenste situatie hebt?
  • Wat zou er gebeuren als je dit gedrag verandert?
  • Waar ben je van overtuigd als je dit gedrag voortzet?
  • Waar ben je van overtuigd als je dit gedrag verandert?
  • Wat gebeurt er als het niet opgelost wordt, wat kost het je dan? Wat kost het je nu al? Wat gebeurt er als het over 10/20 jaar nog niet opgelost is?
  • Waarom heb je nog geen actie ondernomen in het verleden?
  • In welke context gebeurt dit? Dus waar, wanneer en met wie?
  • Hoe weet je dat je dit probleem hebt?
  • Hoe weet je dat het een probleem is?
  • Ik weet dat er veel moeilijkheden en verdrietige dingen in deze wereld zijn, maar wat als we in een perfecte wereld leefden, waarin we onze eigen realiteit konden bepalen: Hoe besloot je om {probleem}?
  • Wanneer besloot je dat het een probleem is? Hoe besloot je dat dit een probleem is? Wanneer besloot je om deze situatie te laten creëren? Waarom? Stel deze vraag aan je onderbewuste.
  • Bepaal oorzaak & gevolg: ‘Wanneer koos je deze symptomen te hebben?’ ‘Wat was hier de positieve intentie van, dus wat kon je ervan winnen?’
  • Wanneer doe je het probleem niet in de huidige situatie? Wat besluit je dan?
  • Hoe is dit anders dan hoe je eerder was? Hoe weet je dat, nu?
  • Welke andere veranderingen zou je graag willen maken?
  • Vertel me over je ouders, broers, zussen etc. Wat is de relatie tussen deze personen en je huidige situatie?
  • Vertel me over je jeugd in relatie tot deze huidige situatie.
  • Hoe doe je de huidige situatie? (Tote-analyse) Blijf vragen stellen totdat je weet hoe de client het probleem construeert. Hierdoor hoef je niet te mindreaden of te raden. Luister aandachtig en noteer alles.
  • Gebruik metamodel-vragen om de diepte-structuur van de huidige situatie/het probleem te verkennen.

Spoor op wat het hoogste probleem is wat de zichtbare problemen in de huidige situatie creëert

The problem is never the problem.

Daarnaast is het jouw taak als coach om, tijdens het verkennen van de huidige situatie, te herkennen wat voorbeelden zijn (20 ‘problemen’) van een patroon (3 of meer dezelfde soort ‘problemen’) dat het overkoepelende kernprobleem reflecteert. Wat is het grote plaatje? Gebruik daartoe eventueel nog onderstaande vragen om je hierbij te helpen:

  • Wat moet je doen wat je eigenlijk niet wil doen?
  • Wat wil je niet doen wat je eigenlijk moet doen?
  • Over welk onderdeel van dit probleem kun je met niemand praten?
  • Wat is de relatie tussen dit probleem en de problemen die je hebt in de andere gebieden in je leven? Als je de problemen in andere gebieden oplost, is dan het probleem in dit gebied ook opgelost?

Heb je het kernprobleem opgespoord, gebruik dan de volgende NIVEA-tip om jouw invulling van wat jij denkt wat het kernprobleem is, terug te geven aan de client:

‘Ik heb een intuïtie, ik heb bepaalde vaardigheden en ik weet veel, maar als het niet van toepassing is voor je, verwerp het dan gerust: {Plaats hier jouw analyse van wat het kernprobleem zou kunnen zijn}.

Observeer/calibreer

  • Ik zie/hoor dat je {waarneembaar gedrag}.
  • Wat betekent dat?

Zorg dat de client nu even in een neutrale state komt. Schud bijvoorbeeld even los.

Punt 2 – Gewenste situatie (GS)

Bij dit punt ga je het doel uitvragen. De gewenste situatie is het moment nadat het doel bereikt is. Maak tijdens het uitvragen van de gewenste situatie gebruik van de ‘wondervraag’, oftewel het ‘what if-kader’. Het is misschien wel slimmer om het element ‘realistisch’ van een SMART-doel hier ook alvast in te verwerken. In dat geval kun je de wondervraag van de toverstaf vervangen met: ‘Als je een Realistische toverstaf had, waar zou je dan over een jaar willen zijn?’

Begrijp overigens dat het een eng proces kan zijn voor de client om naar de gewenste situatie te gaan, want de client moet daarvoor dingen opofferen, loslaten of durven: het is uit de comfortzone. Herkader dat eventueel: je moet hopen dat je je ongemakkelijk voelt. Verwarring betekent dat je leert. Daar kun je dankbaar voor zijn.

Blijf eerst gedissocieerd naar de gewenste situatie kijken

Vervolgens vraag je, gedissocieerd, het volgende uit:

  • Waar wil je naartoe, wat wil je bereiken?
  • Je ziet de gewenste situatie voor je. Wat gebeurt er?
  • Wat zie je, hoor je en voel je?
  • Als je in een deuropening staat en naar jezelf kijkt, wat zie je jezelf doen, wat hoor je je zeggen, wat zie je aan haar lichaamshouding?

Associeer nu in de gewenste situatie

Nu we in de gewenste situatie gaan staan, zijn we een ‘as if’ aan het doen: we doen alsof we nu in de toekomst zijn wanneer het doel behaald is.

  • Stap naar de gewenste situatie! Stel je voor dat je in de toekomst bent op het tijdstip dat het doel is bereikt.
  • Wat doe, zie, hoor, voel je etc.?
  • Wat voel je? Welk gevoel hoort daarbij?
  • Versterk de beelden geluiden en gevoelens, maak ze briljanter.

Laat de client dissociëren en observeer/kalibreer

  • Ik zie/hoor dat je {waarneembaar gedrag, bijv. ik hoor hoge tonen}. Wat betekent dat?
  • Zie de verschillen en geef de veranderingen aan bij de cliënt.

Stel het SMART-doel met de client

Doelen stellen is erg belangrijk in een intake-gesprek / het coach-model. Gebruik op dit punt het model voor SMART-doelen.

Ontdek de contrasten tussen HS en GS voor extra noodzaak en motivatie

Dit is de ‘leverage-techniek’ van Tony Robbins en bevat ook elementen van de Dickens-techniek. Bij deze techniek handel je met de overtuiging: je moet mensen soms pijn doen om meer pijn te voorkomen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

  1. Dissocieer van de gewenste situatie. Je bent er namelijk nog niet!
  2. Vergelijk de huidige situatie met de gewenste situatie. Waarschijnlijk is het ene enorm geluk en genot, en het andere enorme pijn. Speel in op dat genot en de voordelen van het behalen van de gewenste situatie, en die pijn van het niet bereiken van de gewenste situatie. Ontdek ook de submodaliteiten van de gewenste en huidige situatie (op een dramatische manier).
  3. Pijn opwekkende vragen waarmee je belangrijke waarden aan de pijn verbindt: wat kost het je als je niet verandert? Wat is de prijs daarvan? Wat kan er allemaal gebeuren als je op deze wijze doorgaat? Wat ga je uiteindelijk mislopen in je leven? Wat kost het je nu al? Tsja, dan ga je toch gewoon iets eerder dood, maar eet je wel de pizza. Hoe is het over een maand, 3 maanden, 6 maanden, een jaar? Hoe zou het zijn als je het over 10 jaar nog steeds doet? Voel écht hoe het zou zijn. Voel écht hou het zou zijn. Voel écht hoe het zou zijn. Wat is nog erger, nog erger, nog erger? Associeer hierin! Voel hoe het is als je hartpatiënt bent en niet meer kunt lopen. Voel maar. Waar zit je dan? Waar ben je? Waar woon je? Hoe sta je s’ochtends op? Wat zie je als je de badkamer inloopt en in de spiegel kijkt? Wat zie je in de ogen?
    De pizza is de eerste stap naar die waardeloze flat. De pizza is één stap verwijderd van doodgaan. Hoe oud ben je dan? 50.
    Blijf kijken naar die pizza (en versterk de submodaliteiten): hoe zou die pizza er in je maag uitzien? Met kaas en speeksel, en hoe ruikt dat? En ga zo maar door.
  4. Plezier associërende vragen waaraan je belangrijke waarden kunt verbinden: als je wel verandert, hoe zou je je dan voelen? Wat wordt er dan allemaal mogelijk in je leven? Wat kun je nog meer bereiken of wat geeft dat je nog meer? Wat kun je dan nog meer bereiken, wat geeft het je dan nog meer? Hoe zullen mijn dierbaren zich voelen?
  5. Gebruik de Cartesiaanse Coördinaten:
    Wat zal er gebeuren als je het doet?
    Wat zal er gebeuren als je het niet doet?
    Wat zal er niet gebeuren als je het doet?
    Wat zal er niet gebeuren als je het niet doet?

Misschien besef je hierna wel dat je wel moet veranderen en het doel moet halen! Evenwel is de sterkste pijn de pijn van binnen: weten dat je ‘gefaald’ hebt voor je eigen standaarden van je eigen leven. Ga weer naar een neutrale metapositie in het nu. We gaan nu een doel stellen (zie volgende stap).

Punt 3 – Obstakels (OB)

Erachter komen

  • Zover is het nog niet, hoe komt dat?
  • Hoe komt het dat je daar nog niet bent?
  • Wat houdt je tegen? Wat stopt je?
  • Welke hindernissen zijn er?
  • Welke blokkades of weerstanden ervaar je?
  • Wat je jouw favoriete manier om het te bereiken doel, en jezelf, te saboteren?
  • Wat is het meest uitdagende aspect voor je?
  • Wat triggert jouw gedrag in de huidige situatie? Wat maakt dat je dit gedrag blijft vertonen?
  • Wat zijn je belemmerende/beperkende gedachten?
  • Waar neem je op dit moment in je leven genoegen mee, waardoor je jezelf van je doel afhoudt?
  • Welke drie zaken die geen bijdrage aan jezelf leveren, doe je regelmatig?
  • Spoor meer obstakels op door gebruik te maken van de 7 O’s waar ze hun oorsprong in kunnen vinden: onduidelijkheid, onjuiste inhoud, ongelukkige ervaringen, onterechte vergelijkingen, onderlinge strijd, omgevingsfactoren en overtuigingen.
  • Bonnie Ware, een palliatieve zuster uit Groot-Brittanië heeft aan verschillende stervende patiënten gevraagd wat hun top 5 is van dingen waar ze spijt van hebben. Deze top 5 ziet er als volgt uit:
    1. Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn leven te leven volgens mijn eigen overtuigingen. in de plaats van hoe anderen vinden dat het hoort.
    2. Ik wou dat ik niet zo hard gewerkt had.
    3. Ik wou dat ik mijn gevoelens beter had uitgedrukt.
    4. Ik wou dat ik meer in contact was gebleven met mijn vrienden.
    5. Ik wou dat ik mezelf gelukkiger had laten zijn.
    Hoe denk je dat jouw top 5 eruit gaat zien?
  • Vaak zijn de obstakels beperkende overtuigingen. Gebruik de vragen uit het bijbehorende artikel om belemmerende overtuigingen op te sporen.

Erop ingaan

Door de volgende vragen te stellen, probeer je er ook achter te komen of de cliënt aan de oorzaak- of gevolg-kant staat (proactief of reactief). Als de cliënt aan de gevolg-kant staat, kom er dan achter wat de autoriteit of de oorzaak is in die situatie.

  • Wat is de positieve intentie?
  • Wat is goed aan het probleem?
  • Wat bereik je ermee (ecologie)?
  • Wat vermijd je ermee?
  • Wat maakt dat je dit gedrag of deze overtuiging blijft vertonen?
  • Wat is de trigger/stimulus van het obstakel? Dus hoe weet je dat je dit probleem hebt? Wat zie of hoor je net voor het probleem begint?
  • Hoe belemmert het je?
  • Weet je zeker dat deze overtuiging waar is? Kan je absoluut weten dat dit waar is? Weet je dat 100% zeker?
  • Waar, wanneer en hoe heb je deze overtuiging aangeleerd? Waar komt deze overtuiging vandaan? Hoe is het om te weten dat het daar vandaan komt?
  • Wiens overtuiging is het?
  • Wat is het ergste wat kan gebeuren?
  • Wat gebeurt er als je die gedachte gelooft en als je je hieraan vasthoudt? Hoe reageer je dan? Wat gebeurt er?
  • Waar ben je van overtuigd als je deze overtuiging/dit gedrag voortzet?
  • Welke reden heb je om je hieraan vast te houden?
  • Wie zou je zijn zonder die gedachte?
  • Hoe zou je je voelen zonder die gedachte?
  • Wat kost het je nu? Wat heeft het je tot nu toe gekost?
  • Wat gebeurt er als je dat gewoon niet meer toestaat?’
  • Wat wil je veranderen aan dit gedrag? Wat zou er dan gebeuren?
  • Spoor alle vooronderstellingen (implicaties) op in de zin die de client zegt.
  • Je haar, hoort dat bij jou? Ja. Maar je overtuigingen niet. We zijn eraan gehecht, en ze hebben een positieve intentie, maar we trekken ze (uit gemak) door in ons hele leven. Gedachten zijn ook niet per se echt. Nu is er niks aan het gebeuren met betrekking tot datgene waarover je overtuigd bent.
  1. Denk aan een overtuiging die je wil hebben, bijvoorbeeld: ik verdien succes!
  2. Denk aan een overtuiging die voor jou absoluut waar is, bijvoorbeeld: s’ochtends gaat de zon op.
  3. Spoor de submodaliteiten van deze absoluut ware overtuiging op.
  4. Plaats de gewenste overtuiging in exact dezelfde submodaliteiten als die van de absoluut ware overtuiging.
    PLUS:
    Zoek: Beperkende overtuiging wijzigen.
    Dit is ‘mapping across.’
  • Wat jouw beperkende overtuiging ook is, doe je ogen dicht en denk eraan nu. Ik doe met je mee. Ik garandeer je: iedereen heeft het, wij allemaal. Stel je voor dat dat verhaal je omlaag haalt als een kilo bakstenen. En ik wil dat je voelt voor een momentje voor jezelf over iets waar je nog nooit over hebt nagedacht: dat jij het gecreëerd hebt. het is niet echt, het heeft je gediend voor een heel kleine hoeveelheid, en je bent nu klaar om het los te laten. En ik wil dat je jezelf vergeeft voor het zo streng zijn voor jezelf.
    Ik wil dat je je ogen opent, en ik wil dat je je voorstelt dat precies voor je op tafel een knop is. En alles wat je hoeft te doen is die knop in te drukken, en een valluik opent zich dan onder je, En al die slechte zware vreselijke gedachtes worden daardoorheen doorgespoeld. Welke kleur heeft de knop? Je spoelt die shit gewoon uit je, voor eens en altijd. Je mag hem nog niet aanraken. Ik ga aftellen van 3 en bij 1 ga je het indrukken, je beste schreeuw die je hebt uitschreeuwen. Dit is geen activiteit je gaat het eruit halen.
    Hoe voelde dat? Jaa voelde dat niet goed? Laatste beetje van je schoenen af schudden en schreeuwen nog.

Punt 4 – Hulpmiddelen/Hulpbronnen (HB)

Erachter komen

  • Wat zou de oplossing zijn?
  • Wat heb je nodig?
  • Wat zou je kunnen doen?
  • Wat ben je bereid te doen om het zo te krijgen zoals je het wil?
  • Beschrijf eens een moment waarin je je in het bijzonder {gemotiveerd voelde}.
  • Beschrijf momenten waarin je grote uitdagingen in je leven hebt overwonnen.
  • Waar ben je het meest trots op in je leven?
  • Wat vind je leuk aan jezelf?
  • Waarover word je het meest gecomplimenteerd?
  • Wat ben je bereid niet meer te doen om het zo te krijgen zoals je het wil?
  • Hoe kunnen we dat proces leuk maken (hoe kunnen we ervan genieten), terwijl je doet wat nodig is om het te krijgen zoals je het wil?
  • Wat drijft je? (Vaak zijn dit waardes en doelen!)
  • Welke hulpmiddelen zijn er, binnen je en buiten je?
  • Wat zijn je drie sterkste eigenschappen/krachten?
  • Waar ben je zo enthousiast over, betreffende dit doel, dat je er erg naar uitkijkt?
  • Welke persoon die dit doel al heeft behaald, kun je modelleren?
  • Welke mensen zitten in je netwerk, die jouw doel al een tijdje behaald hebben en waarvan je weet dat ze je hier goed bij kunnen helpen?
  • Hoe kun je aan de informatie komen die nodig is?
  • Welke hulpbronnen kun je nog aanleren?
  • Welke stappen kan je nemen?
  • Waar moet je in geloven om te slagen?
  • Wat zijn je bevorderende/helpende overtuigingen? Dat kan van alles zijn, iets dat uit jezelf komt.
  • Welke positieve eigenschappen, bronnen, (ongewone) vaardigheden, gemoedstoestanden of oplossingen heb je al?
  • Over welke hulpmiddelen kan je doen alsof je ze hebt?
  • Welke extra hulpbronnen die je nog niet hebt heb je nodig die ertoe bijdragen dat je je doel haalt?
  • “Wat is er zo geweldig aan dit probleem?”
  • “Hoe kunnen we gebruiken wat er zo geweldig is aan dit probleem?”

Erop ingaan

  • Hoe kunnen we die hulpmiddelen inzetten?
  • Je kunt eventueel de logische niveaus doorlopen met de hulpbronnen als onderwerp.

Stap 8 – Gesprek samenvatten in wij-vorm

  • We hebben net {vat samen wat besproken en gedaan is}.
  • Ga naar de gewenste situatie. Kijk over de tijdlijn geassocieerd terug naar het pad dat je hebt afgelegd vanaf het heden om tot dat doel te komen en laat je onbewuste vastleggen wat het moet weten om het doel te bereiken. Kijk letterlijk op de tijdlijn en zie alle hindernissen overwonnen worden en zie alles ontvouwd worden op een manier waardoor je nu hier staat. Welke obstakels heb je overwonnen? Hoe heb je dat gedaan? Zie ze op de tijdlijn.

Stap 9 – Het doel installeren op de tijdlijn

Hoewel we een fysieke tijdlijn op de grond hebben neergelegd, gaan we het doel met onze ogen dicht in de tijdlijn vastzetten. Dit doen we met een techniekje uit Time Line Therapy.

  1. Maak een representatie (dit is een visualisatie) van de laatste stap die je zet, waarna je weet: het doel is nu behaald! Het is een geassocieerd beeld (je hebt tot en met stap 3 nog de tijd om de client te laten associëren) en wat vooral belangrijk is: het ‘zekerheidskader’. Dat houdt in dat dit het net zo zeker is als iets dat al gebeurd is in het verleden.
    Het is nu {toekomstige datum}. Ik, {naam}, ben/heb succesvol het doel bereikt.
    Ik zie…
    Ik voel…
    Ik hoor…
  2. Verken deze representatie verder: vraag bijvoorbeeld uit wat er allemaal in de ze representatie gebeurt.
  3. Maak het beeld extra aantrekkelijk. Dat kan met submodaliteiten (sterker, feller…). Vooral de kinesthetische submodaliteiten zijn belangrijk, zodat het een ‘echt’ gevoel wordt.
  4. Dissocieer, dus stap uit het beeld (‘zie je eigen lichaam’).
  5. Pak het beeld vast, zweef boven je tijdlijn boven het nu en adem extra (life force) energie (mana) (chi) in de interne representatie, met vier diepe ademhalingen.
  6. Zweef ermee naar de toekomst. Laat de interne representatie los en laat hem naar binnen dalen, de tijdlijn in. Plaats het beeld in de tijdlijn en klik hem vast.
  7. Kijk over de tijdlijn terug naar het pad dat je het afgelegd om tot dat doel te komen. Welke obstakels heb je overwonnen? Hoe heb je dat gedaan? Welke concrete stappen heb je genomen? Zie ze op de tijdlijn, en zie hoe al deze gebeurtenissen zichzelf re-evalueren om het doel te ondersteunen en uit te laten komen. Het onderbewuste weet alle details!
  8. Oriënteer je naar het nu.

Stap 10 – Afsluiten met een vooronderstelling dat de client iets meeneemt

  • Wat heb je geleerd?
  • Wat neem je hieruit mee?
  • Wat is er veranderd?
  • Wat is er nu anders?
  • Wat nog meer? (Doorvragen)
  • Wat heeft het je opgeleverd?
  • Vertel me eens drie andere manieren om {behoefte}?

Dit complete coach-model in kaartvorm

Het volledige model dat we in dit artikel behandeld hebben, is ook verkrijgbaar in kaartvorm: Het NLP Spel. Het grote voordeel hiervan is dat je met dit model gaat spelen. Je legt namelijk alle onderdelen van het model gewoon op de grond neer, inclusief de belangrijkste NLP-tools. Vervolgens leid je de client op gevoel door het model heen.

Het NLP Spel bevat zelfs kaarten die je kunt gebruiken om meer inspiratie te krijgen voor je coachingssessie óf om dit intake-model eigenlijk al vloeiend te vermengen met interventies. Het spel zorgt er bijvoorbeeld voor dat je spontaan…

  • Eraan denkt om te upchunken en downchunken als je bijvoorbeeld bij de hulpbronnen staat.
  • Een Circle of excellence-techniek uitvoert bij de hulpbronnen.
  • Een hulpbronanker aanbrengt om daarmee vervolgens in de hindernis te stappen.
  • Een tijdlijntechniek uitvoert, zoals een ‘Change Personal History’.
  • Een zesstapsherkadering uitvoert bij een hindernis zodat er nieuwe keuzes ontstaan voor de positieve intentie van de hindernis.
  • Een ‘collapse anchor’ uitvoert bij een hindernis zodat een beperkend gevoel geneutraliseerd wordt.
  • De neurologische niveaus afloopt bij de hindernissen, obstakels, huidige situatie of gewenste situatie.
  • De submodaliteiten van de gewenste situatie extra aantrekkelijk maakt.
  • De cliënt een ‘elevator pitch’ laat presenteren bij de gewenste situatie zodat het meer gaat leven.
  • Met delen gaat werken en hun positieve intentie gaat vragen, bijvoorbeeld bij de huidige situatie of bij hindernissen.
  • De verschillende situaties van het coach-model vanuit verschillende waarnemingsposities gaat bekijken met de cliënt.
  • De structuur van de subjectieve ervaring (NLP communicatiemodel) van de client gaat ontdekken in bijvoorbeeld de huidige of gewenste situatie.

Denk tijdens het gesprek aan de volgende technieken

Gebruik de coaching-vragen

Gebruik de coaching-vragen om onder andere:

  • De structuur van de subjectieve ervaring in kaart te brengen tijdens het associëren in de gewenste en huidige situatie.
  • Hoger in de logische niveaus te raken. Je kunt ook met de huidige en met de gewenste situatie de logische niveaus doorlopen!
  • Tussen waarnemingsposities te schakelen.

Gebruik taal om de cliënt gerust te stellen

  • Ik blijf bij je, het is OK

Gebruik alle overige technieken voor coaches

Onder andere:

  • Het metamodel.
  • Positief laten formuleren.
  • TOTE: vraag of je op de goede weg zit, of je het goed begrepen hebt.
  • Echoën van zijn of haar woorden en controleren of je goed begrijpt wat de client bedoelt.
  • Gebruik het as if -frame als het wat moeizaam gaat of bij weerstand.

Verder lezen: Het Hoe-Boek voor de Coach

Met het Grow/Coach/Outcome-model van dit artikel ben je al voorzien van een complete tool voor coaching. Wil je daarnaast nog meer direct toe te passen coach-modellen kunnen gebruiken? Dan is het Hoe-Boek voor de Coach (via Bol.com) aangeraden omdat de modellen in dit boek op de praktijk gericht zijn.

Je bent klaar met het coach-model (GROW-model) Maar wat komt nu?

Seeding

Pas een aantal keer tijdens het gesprek seeding en priming toe, om het referentiekader van de client voor te bereiden op het gewenste resultaat.

Klaarzitten voor een interventie

Gebruik de instructies van ‘Coaching voorbereiden’, stap voor stap, om klaar te zitten. Je bent nu klaar met het intakegesprek dat je door middel van het Outcome Model hebt uitgevoerd.

Een (hele rits) interventie(s)!

Je kunt nu (waarschijnlijk in een andere afspraak) overgaan tot een interventie (tip: het is misschien een leuk idee om in ieder geval een mapping across uit te voeren op de huidige situatie en de gewenste situatie).

Tad James raadt aan om eerst alle TLT-techieken te doen, om alles wat in het intake-gesprek aan de orde kwam, te behandelen. Vervolgens raadt hij aan om sowieso een Parts Integration te doen, de waarden van de cliënt uit te vragen en om een interventie met waarden te doen. Tot slot raadt hij aan om nogmaals het doel in de tijdlijn te plaatsen nadat alle interventies geweest zijn.

Ecologie-check

Tijdens (of voor) het doen van de interventie, kun je een ecologie-check doen. Dat doe je door na te gaan of de nieuwe opties OK zijn voor andere gebieden en mensen in het leven van de client. Vraag in ieder geval ook aan het onderbewuste of het OK is om aan dit thema te werken. Het onderbewuste is namelijk ook een deel van je, en dus onderdeel van de ecologie. ‘Is er een reden waarom het niet oké zou zijn om de wijzigingen van de zojuist gedane interventie in de toekomst te laten doorwerken?’ Voor ieder bezwaar dat nog opkomt, kun je een visual squash doen.

Huiswerk opgeven aan de client

Zoals je in het artikel met coaching-tips kunt lezen, is het belangrijk om de client huiswerk mee te geven. Dit was het complete coach-model, oftewel outcome model/GROW-model. Dit wordt onderwezen in NLP Practitioner Opleidingen, waar dit het Outcome-model genoemd wordt, en in coach-opleidingen, waar dit het GROW-model genoemd wordt. Laat in de reacties weten hoe jij dit model gebruikt!

Tot slot hebben we nog gratis bronnen voor je:

 

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Stel hier je vraag over dit artikel of geef een tip of compliment. En... sharing is caring!