spelen

Metamodel – Nooit meer ‘ruis’ in je communicatie! [Compleet model]

Het metamodel is een erg nuttig hulpmiddel in alle situaties in je leven waarbij je met andere mensen communiceert, met uitzondering van sociale situaties, zoals feestjes. Het omvat vragen waarmee je nieuwe mogelijkheden cureert óf ontdekt dat iemand geen idee heeft waar hij over praat (bullshit detector). Leer in dit artikel het complete model!

Metamodel betekent ‘kleine chunks’ maken. Met grote chunks krijg je onderstaand verhaal…

Een zakenman was klaar en het licht werd uitgedaan in de winkel, wanneer er een man verscheen en geld eiste. De man opende de kassa, de inhoud van de kassa werd eruit gehaald en de man ging er snel vandoor. Een medewerker van de politie werd snel ingelicht.

Waar of niet waar? Beantwoord deze vragen, en laat ook andere mensen deze vragen beantwoorden:

  1. Een man verscheen nadat de eigenaar het licht van de winkel had uitgedaan.
  2. De eigenaar van de winkel was op dat moment niet aanwezig in de winkel.
  3. De overvaller was een man.
  4. De overvaller eiste geld.
  5. Er is geen sprake van een overvaller.
  6. De man die er snel vandoor ging is dezelfde man die de inhoud van de kassa leeghaalde.
  7. De politie is gecontacteerd als standaard beveiligingsprocedure aan het eind van iedere dag.

Vergelijk je antwoorden. Dit leek op een heel duidelijk verhaal. We hadden ook allemaal een goed beeld van het verhaal, van wat er gebeurde. En toch had iedereen een ander beeld in zijn hoofd als je de antwoorden naast elkaar legt. Weten we bij vraag 1 of de eigenaar dezelfde persoon is als de zakenman of dat het misschien wel twee verschillende personen zijn? Weten we bij vraag 4 of de overvaller geld eiste? Niet per se. Conclusie: als je na een vergadering van een bedrijf denkt dat iedereen het eens is met elkaar, kan het over een week slecht uitpakken.

Het metamodel zorgt voor transparantie

metamodel

Denk eens aan een aantal meesterbeïnvloeders, fictieve of echte. Wat gebruiken ze allemaal waardoor ze zo invloedrijk zijn? Informatie! Informatie = invloed. Daarnaast geven ze zelf geen informatie weg doordat ze zelf vage taal (‘Milton-taal’) gebruiken.

Het metamodel is de remedie voor generalisaties, vervormingen en weglatingen, wat in de universiteiten als ‘ruis in de communicatie’ wordt aangeleerd. Gebruik het metamodel om uit impasses te raken, nieuwe inzichten te krijgen, met argumenten te komen, manipulatieve mensen te ontmantelen en om problemen en belemmerende gedachten in een nieuw perspectief te zetten. Je creëert nieuwe keuzes en mogelijkheden doordat je de ander (en jezelf) toegang geeft tot de informatie die mist in de verbale expressie.

Je vraagt je dus af: wat is de beleving achter de woorden? De dieptestructuur, zoals weergegeven in het NLP-communicatiemodel, kun je zo naar de oppervlaktestructuur communiceren. Een schip kan zinken als gevolg van de dieptestructuur van een ijsberg. Het is namelijk niet inzichtelijk. Dit is bijvoorbeeld belangrijk in de zakenwereld, waar absolute transparantie over de financiën moet bestaan om er niet aan ten onder te gaan. De oplossing is het metamodel: informatie naar de oppervlakte brengen. Hoe specifieker, hoe minder krachtig en hoe zichtbaarder het valse bewijs wordt! Je kunt de informatie daarna ontleden, analyseren en daarna kun je veranderingen aanbrengen. Dat kun je dus doen bij je beperkende gedachten. Zet ze in een ander perspectief en ontmantel ze.

Opmerkingen bij het metamodel

Voordat je aan de slag gaat met het metamodel is het belangrijk op de volgende zaken te letten:

  • Pas op: gebruik je rapport-technieken om het harde ondervragende karakter van het metamodel te compenseren. Nog beter: zorg dat er eerst rapport is.
  • Je kunt het harde karakter ook verzachten door het gebruik van taalverzachters: “Ik ben nieuwsgierig” of “ik vraag me af”.
  • Neem een zachte stem op en wees tactvol.
  • Weet wat je wil bereiken, zodat je geen irrelevante info krijgt.
  • Stem af: misschien wil iemand alleen maar klagen. Dan is het juist tijd voor ‘vibing’: lekker meegaan met de emoties en het vage geklaag. Gebruik dan geen metamodel en stem af op de sitatie! In bepaalde sitauties gebruik je het metamodel dus niet om kritiek te geven of om het ergens niet mee eens te zijn. Iemand kan zeggen: “Ik moet echt een biertje hebben. Laten we er eentje halen.” Dan is de subcommunicatie: “Laten we sociaal viben.” Ander voorbeeld: “Wow man, kijk eens naar dat gebouw, die is echt de grootste van ze allemaal!” Dan zeg je niet: “Maar heb je New York gezien? Die stad vermorzelt deze plaats met gemak.” Maar wel: “Wow, dat is super groot man!”
  • Het metamodel gebruik je het liefst niet om uit te dagen, maar om nieuwe perspectieven en ideeën te creëren, om bronvolle overtuigingen te verkrijgen en om andere perspectieven te ontwikkelen.
  • Metamodel-vragen gaan verder dan een simpele ‘waarom-vraag’. Gewoon ‘’waarom’’ werkt niet, want het creëert verdediging en de ander wil zichzelf dan alleen maar rechtpraten en rechtvaardigen. Of de ander zal zeggen: ‘’Omdat ik het zei.’’
  • Doe alsof je het niet begrijpt of van niks weet, in plaats van de ‘alwetende coach’ te spelen.

Metamodel-vragen die je kunt stellen: laten we beginnen met de light-modellen

metamodel

Meta model ultra light #1

Deze vragen zijn, in de gegeven volgorde, op bijna alle vaagheden van toepassing:

  1. ‘Hoe weet je dat…?’ Hoe weet je iets? 
  2. ‘Wat zorgt ervoor dat (dat gebeurt)…? / Wat wordt gedaan zodat dat gebeurt? / Op welke manier (werkt dat)?’ Hoe ga je dat bewijzen, dat het zo is (zintuiglijk waarneembaar)?

Vraag 1 en 2 kun je eindeloos blijven herhalen over hetzelfde onderwerp. Blijf daarbij gebruikmaken van taalverzachters.

Meta model ultra light #2

Stap 1: Maak het kader en de intentie helder.

  • Bepaal het kader van het gesprek. Bijvoorbeeld: de vergadering gaat 2 uur duren waarbij iedereen input geeft. Dit gesprek is ervoor bedoeld om meer ideeën te bedenken over onze marktpenetratie-strategie.
  • Bepaal de intentie van het gesprek: We voeren dit gesprek zodat we effectiever aan expansie kunnen doen.

Stap 2: gebruik het woordje ‘specifiek/precies’.

  • Bij zelfstandig naamwoorden: om wie/wat/welke gaat het precies/specifiek?
  • Bij werkwoorden: hoe precies/specifiek?

Stap 3: parafraseer sommige zinnen eventueel om zeker te weten dat iedereen hetzelfde heeft bedoeld en begrepen.

Meta model ultra light #3

Je denkt er enkel aan om te gaan downchuncken qua logische niveaus: ‘Welke onderdelen gaan niet goed in je studie?’

Het metamodel in de diepte…


Weglatingen

Weglating: Nominalisatie

Het ontbreekt hier aan communicatie.

  • Wie communiceert niet?
  • Wie communiceert wat niet aan wie?
  • Wat hebben die personen gedaan of niet gedaan waardoor het aan communicatie ontbreekt?
  • Hoe zou je wel willen communiceren?

Eerder werden nominalisaties, een van de belangrijkste bouwblokken van een bemoediging, al aangehaald. Vage termen als verandering, creativiteit en (slechte) behandeling zijn nominalisaties. Stel daartoe de volgende metamodel-vragen:
1.Wie (t.o.v. wie)? Stel deze vraag het liefst als eerste!
2.Wat specifiek?
3. Hoe?

Voorbeelden:

“Er is frustratie in de kamer.”
Voeg er acteurs aan toe en maak er een werkwoord van voor meer info: “Wie frustreert wie en hoe?”

“Ik zit in een slechte financiële situatie.”
“Wie doet wat op welke manier om de situatie slecht te maken?” “Wat versta je onder slechte situatie?”

“Het gaat slecht met mijn persoonlijke relaties.”
“Ik vraag me af, wat gaat er precies fout?”
“Sinds ik veranderd ben zijn mijn oude vrienden negatief.”
“Wie precies?”
“Een vriendin… O, dat is er eigenlijk maar eentje.”
“Hoe specifiek gaat het fout?”
(…)
“Welk stuk daarvan is specifiek een probleem?”

Weglating: Ongespecificeerd werkwoord

Jij geeft niks om me.

  • Wat doe ik specifiek waardoor ik niks om je zou geven?
  • Hoe specifiek geef ik niks om je?

Weglating: Eenvoudige weglating

Ik voel me ongemakkelijk.

  • Waarover/Over wie voel je je ongemakkelijk?

Weglating: Weglating van een deel van een vergelijking (Comparative Deletion/Halve vergelijking/Vergelijkende weglating)

Huntelaar is de beste.

  • In vergelijking met wie?
  • Waarin is hij de beste?

Weglating: Ontbrekende/ongespecificeerde referentie (Lack of referential index)

Zij luisteren niet naar mij.

  • Wie is ‘zij’?
  • Wie luistert niet naar jou?
  • Wie specifiek?

Weglating: Vooronderstelling

Als je nou eens begreep hoe belangrijk school is zou je harder studeren.

  • Wat zorgt ervoor dat jij aanneemt dat ik het belang van school niet weet?
  • Wat maakt dat je aanneemt dat die uitspraak ook voor mij geldt?
  • Wat maakt dat je denkt dat ik niet hard studeer?

Generalisaties

Generalisatie: Universele alles-0f-niks-uitspraken (Universal quantifyers)

Ze luistert nooit naar mij

Ontmantelen door:

  • Te herhalen: “Iedereen? Altijd?”
  • “Kan je een uitzondering noemen/geval waarin het goed ging?”

Generalisatie: Modale operator van noodzaak

“Ik moet werken (noodzaak).”

Ontmantelen door:

  • “Waarom moet je dat nu doen?
  • “Wat moet je specifiek doen?”
  • “Wat stopt je?”
  • “Wat zou er gebeuren als je het niet deed (Bij nooit: “Wat zou er gebeuren als je het wel deed?”)?” Hierop kan je dieper ingaan. Bijvoorbeeld: “Dan zou ik geen geld verdienen” “Wat zou gebeuren als je geen geld verdiende?”

Generalisatie: Modale operator van (on)mogelijkheid

Ik kan hem de waarheid niet vertellen (onmogelijkheid).

  • Wat zou er gebeuren als je dat wel deed?
  • Wat zou er gebeuren als je het niet deed?
  • Wat houdt je tegen?

Vervormingen

Vervorming: Lost performative (Bronloze vermelding/eeuwige waarheid)

Het is hier gebruikelijk om beleefd te zijn.
Dat is verkeerd.’
Het schijnt te gaan regenen vandaag.
Het is slecht om te oordelen

Ontmantelen door:

  • Wie zegt dat het slecht is om te oordelen?
  • “Volgens wie, en voor wie (geldt het)? Wie zegt dat?”
  • “Wat vind je er zelf van?”
  • “Hoe weet je dat (verkeerd is)?”

Vervorming: Gedachten lezen (Mind read)

Je mag mij niet.
Jij kunt niet tegen autoriteit.

Ontmantelen door:

  • “Hoe weet je dat?”
  • “Wat zorgt ervoor dat je zo denkt?” En dan verder verduidelijken.
  • Wat nam je waar (zintuiglijk specifiek) dat ervoor zorgde dat je dat denkt?

Vervorming: Oorzaak en gevolg (A→B)

Je maakt mij verdrietig.
Je maakt me kwaad

Ontmantelen door:

  • “Op welke manier zorgt x voor y (specifiek)?”
  • Welk gedrag van mij heeft ervoor gezorgd dat je kwaad wordt?
  • Hoe gaat het in zijn werk dat wat ik doe ervoor zorgt dat jij kwaad wordt?

Vervorming: Complexe equivalentie (A=B)

Ze schreeuwt altijd naar me: ze mag me niet.

Ontmantelen door:

  • Hoe betekent haar geschreeuw precies dat ze je niet mag?
  • Heb jij ooit naar iemand geschreeuwd die je heel erg mag?

Meer metamodel (achtige) vragen

Stiltetolerantie

We beginnen deze extra lijst met iets wat eigenlijk geen vraag is: stiltetolerantie! Wees gewoon stil zodat de ander vanzelf meer informatie geeft.

Vragen naar concreet waarneembaar gedrag: Visueel en Auditief

‘Wat heb je gezien/gehoord waardoor je die indruk hebt?

De 5 W-vragen

Je kan ook aan de 5 w’s denken. Je kan ‘wie, wat, waar, waarom (gebruik niet letterlijk het woordje ‘waarom’) en wanneer’ vragen om steeds als een kind door te vragen om tot het kernprobleem, de oorzaken en de oplossingen te komen.

Overige vragen

  • Wat doe ik specifiek wat ervoor zorgt dat jij ervoor koos om je slecht te voelen?
  • Vraag een woord te definiëren: “Wat betekent perfect voor jou?”
  • In vergelijking met wat?
  • Waar baseer je dat op?
  • Vraag naar de kwantiteit: hoeveel?
  • Volgens wie?
  • Tussen wie/wat?
  • Hoe weten we dat?
  • Om wie/wat gaat het precies?
  • Op welke manier (zijn die mensen walgelijk?). (Voor het werkwoord/bijvoeglijk naamwoord)
  • Hoe specifiek…. (Voor het werkwoord/bijvoeglijk naamwoord)
  • Welke specifiek?
  • Wie specifiek?
  • Wat bedoel je daarmee? (Wel kans dat hij juist breed gaat antwoorden dus vraag het specifieker dan: voeg het woord “precies” toe)
  • Hoe erg is het?/Hoe veel?
  • Hoe vaak gebeurt het?
  • Op welke momenten? Altijd of soms? In bepaalde context?
  • Geloof/denk JIJ dat?
  • Wat maakt dat je dat denkt?
  • Pak ze van omgekeerde volgorde aan:
    1. begin bij vervorming.
    Luister en ontdek het metamodelpatroon (v g of w)
    2. Stel de juiste vraag:
    Belangrijk bij vervorming: wie zegt dat? Welk bewijs? Hoe weet je dat? Hoe leidt x precies tot y?
    Belangrijk bij generalisatie: wat zou er gebeuren als ik niet…? Wanneer heb ik dat besloten? Is deze bewering waar en heb ik er wat aan?
    Is dat altijd het geval? Altijd, niks uitgezonderd? Wat zou er gebeuren als?
    Belangrijk bij weglating: vertel me er wat meer over. Wie, wat, waar, wanneer?
  • Het is een stomme dag. Wat is er zo stom aan?
  • Is dat waar? Is dat absoluut waar?
  • Wat voor acties zouden ondernomen moeten worden voor (bv erkenning = nominalisatie)?
  • Woorden specifiek definiëren of werkwoord ervan maken
  • Wat veroorzaakt dat precies?
  • Wat is er precies veranderd?
  • Wat gebeurt er als je dat niet doet?
  • Wat is het allerergste wat kan gebeuren?
  • Wat versta je onder {nominalisatie}?
  • Wat houdt je tegen?
  • In vergelijking met wie/wat?
    Bijvoorbeeld in een verkoopgesprek uitleggen wat je ervoor krijgt als ze zeggen dat het te duur is.
  • Universele kwantificeerders: dus je hebt je hele leven nog geen woord goed gespeld?
  • Nominalisatie: Wat doe je dan? Hoe doe je het?
  • Wat zijn hier voorbeelden van? Kan je daar een voorbeeld van geven?
  • (Je noemt x) en wat nog meer?
  • Vertel me erover.
  • Vertel!
  • Kan je dat toelichten?
  • Hoe komt dat zo?
  • Wat bedoel je precies?
  • Kan je me daar iets over vertellen?

metamodel

Oefening – trainen met het metamodel

Na het doen van deze oefening kan je als je voortaan vage taal herkennen als je het tegenkomt. Dan kan je ervoor kiezen om het onschadelijk te maken of om het te negeren.

Gebruik de stappen uit deze oefening met alle onderdelen van het milton model, wat het tegenovergestelde van het metamodel is.

  1. A zegt een zin die vage taal bevat. Bijvoorbeeld: “Ze behandelen me slecht.”
  2. B identificeert de vaagheid en stelt een metamodel-vraag.
  3. A antwoordt.
  4. B calibreert: hoe voelt A zich na die informatie en hoe uit zich dat in zijn lichaamstaal en stem?
  5. Eventueel kan B daarna nog een laag dieper specificeren met een extra vraag (je kunt eeuwig doorgaan of tot je een klap krijgt).
  6. Persoon C calibreert constant op het innerlijk en het uiterlijk van A en B, maar vooral op A, en vergelijkt de verschillen tussen eerst en na. Na de metamodel-vragen is het probleem misschien gevisualiseerd, specifieker, concreet en minder abstract voor A, en is hij blijer en geconcentreerder op wat hij wilde vertellen.

Combinatieoefening

Doe dezelfde oefening, maar A zegt niet meer één, maar twee en dan drie vaagheden in een zin. Bijvoorbeeld: ‘’Het is een gewoonte hier om thee te drinken in de middag en ik weet dat je dat niet lekker vindt, en het zorgt ervoor dat ik boos word op je.’’

Praktijkvoorbeeld van dit NLP-model

  • Zit je ergens mee?
  • Binnenkort heb ik een periode met tentamens.
  • Je zei tegen mij dat je het moeilijk vindt?
  • Het gaat over woon- en huurrecht. Het is de vijfde keer dat ik het tentamen doe, het is voor mijn Propedeuse, en het is best ingewikkeld.
  • Waarom denk je dat het moeilijk is?
  • Ze maken het tentamen zo moeilijk.
  • Wie is ze?
  • De leraren.
  • De leraren maken het tentamen moeilijk.
  • En hoe!
  • En hoe weet je dat dan?
  • Dit is al de vijfde keer dat ik het tentamen moet maken! Er zijn al heel veel studenten gestopt met de studie.
  • Hoe weet je dat?
  • Dat zeiden ze zelf en ik zag het aan de percentages.
  • Zouden zij om die reden gestopt zijn?
  • Ja, want ik heb uitstel gekregen dus ik macht op de opleiding blijven, maar de rest mocht er niet op blijven.
  • En de rest: hoeveel mensen zijn dat precies?
  • Dat weet ik niet.
  • Zijn dat er wel veel of weinig?
  • Voor mij zijn het er wel veel, want ik zie veel studenten niet meer, en ik had het van een ander gehoord.
  • Als ik je zo zie ben je wel iemand die de focus kan hebben om op zaterdag naar de bibliotheek te gaan om te studeren.
  • Dat moet.
  • Van wie moet dat?
  • Van mezelf. Ja, ik was vorig jaar zo lui, ik had er helemaal geen zin in. En dit jaar heb ik besloten OK, nu ga ik er echt voor.
  • Maar wat nou als je het niet doet?
  • Dan haal ik het weer niet, en moet ik weer voor een herkansing gaan.
  • Ja! Dan zit er niks anders op dan hier wel gefocust te zitten studeren.
  • Heel goed, dan ben ik toch wel nieuwsgierig, want je bent wel goed voorbereid, maar toch lijkt het je moeilijk.
  • Nu ben ik met andere rechtsvakken bezig, en binnenkort ga ik echt beginnen met studeren.
  • En wat is binnenkort precies?
  • Deze week.
  • En deze week, is dat aankomende maandag al of…
  • Nu je het zegt, even kijken… aanstaande dinsdag.
  • Je vertelde dat je wel goed voorbereid zal zijn, maar je bent er nog niet helemaal zeker van?
  • Jawel, ik ben er klaar voor, ik weet het, ik kan het aan, maar als ik het tentamen voor mijn neus krijg houdt het gewoon op.
  • Wat houdt dan precies op?
  • Ik denk dan: Wat staat hier nou precies? Snap ik het wel goed of niet goed?
  • Dus die focus is dan opeens minder helder, terwijl het wel helder was toen je het aan het leren was.
    Maar hoe weet je dat het dan niet goed gaat op dat tentamen?
  • Omdat het echt heel moeilijk is.
  • Is het echt heel moeilijk?
  • De vragen worden op universitair niveau gesteld.
  • Zijn er ook uitzonderingen, dus vragen die juist heel makkelijk zijn?
  • Jawel, dat komt ook voor, maar de meesten zijn echt van hoog niveau.
  • En met de meesten bedoel je? De helft of…
  • Meer dan de helft. 25% is echt makkelijk, maar 75%….
  • En, echt niet?
  • Veel antwoorden lijken op elkaar, dus dan kom je er echt niet uit.
  • En jij bent daarvan overtuigd, dat je er niet uit komt.
  • Ja, ik kom er gewoon niet uit, dan denk ik laat maar, het lukt niet.
  • Ja, ik kan het wel maken, maar de antwoorden lijken gewoon op elkaar, dat is het!
  • De antwoorden lijken op elkaar. Welke antwoorden dan?
  • Er zitten altijd van die instinkertjes in.

Ik sloot het gesprek nog even positief af. Een ander voorbeeld:

  • Wie wordt ouder?
  • Ik.
  • Ouder in vergelijking met wat?
  • Ouder in vergelijking met mezelf vroeger.
  • Hoe ouder?
  • Langzamer, lichaam doet niet meer wat het vroeger kon?
  • Wat kan je lichaam dan niet?
  • Het wordt langzamer, stijver, ouder, en dat is een logisch proces ook.
  • Hoe werkt dat verouderingsproces?
  • Vraag dat maar aan God. Of aan je biologieleraar.
  • Hoe weet je dat je ouder wordt?
  • De leeftijd, de tijd.
  • Wat betekent oud voor jou?
  • Wijs, ervaring.
  • Het is eigenlijk geen probleem, maar ik merk alleen dat de krachten wat afnemen. En dat ik niet meer de dingen kan doen die ik vroeger kon doen.
  • Wat specifiek?
  • Bukken, knielen, lange dagen in de winkel staan. En mijn ogen gaan achteruit, en ik word doof, ik hoor niet meer goed.
  • Waar baseer je dat op?
  • Op ervaring.
  • Wat heb je ervaren?
  • Dat het moeilijker gaat, dat het moeizamer gaat.

Uitspraken uit het gesprek volgens het metamodel

Weglating:

Ontbrekend referentiekader:
– Ze maken het tentamen zo moeilijk.
– Wie is ze?

Ontbrekend referentiekader:
– Ik heb uitstel gekregen dus ik macht op de opleiding blijven, maar de rest mocht er niet op blijven.
– En de rest: hoeveel mensen zijn dat precies?

Ontbrekend referentiekader:
– Ja, ik kan het wel maken, maar de antwoorden lijken gewoon op elkaar, dat is het!
– De antwoorden lijken op elkaar. Welke antwoorden dan?
– Er zitten altijd van die instinkertjes in.

Vergelijkende deletie:
– Nu ben ik met andere rechtsvakken bezig, en binnenkort ga ik echt beginnen met studeren.
– En wat is binnenkort precies?
– Deze week.
– En deze week, is dat aankomende maandag al of…
– Nu je het zegt, even kijken… aanstaande dinsdag.

Eenvoudige deletie:
– Jawel, ik ben er klaar voor, ik weet het, ik kan het aan, maar als ik het tentamen voor mijn neus krijg houdt het gewoon op.
– Wat houdt dan precies op?

Eenvoudige deletie:
– Jawel, dat komt ook voor, maar de meesten zijn echt van hoog niveau.
– En met de meesten bedoel je? De helft of…
– Meer dan de helft. 25% is echt makkelijk, maar 75%….

Vervorming:

Waardeoordeel of mening waarin de bron ontbreekt:
– De leraren maken het tentamen moeilijk
– En hoe weet je dat dan?

Waardeoordeel of mening waarin de bron ontbreekt:
– Er zijn al heel veel studenten gestopt met de studie.
– Hoe weet je dat?

Waardeoordeel of mening waarin de bron ontbreekt:
– Maar hoe weet je dat het dan niet goed gaat op dat tentamen?
– Omdat het echt heel moeilijk is.

Modale werkwoord van noodzakelijkheid:
– Dat moet.
– Van wie moet dat?
– Van mezelf.
– Maar wat nou als je het niet doet?

Generalisatie:

Universele alles-of-niets aanduiding:
– Omdat het echt heel moeilijk is.
– Is het echt heel moeilijk?
– De vragen worden op universitair niveau gesteld.
– Zijn er ook uitzonderingen, dus vragen die juist heel makkelijk zijn?
– Jawel, dat komt ook voor, maar de meesten zijn echt van hoog niveau.

Oefening: het metamodel herkennen en reproduceren

Schrijf ieder metamodel-patroon op een kaartje. A houdt een kaartje met een patroon omhoog. B maakt een voorbeeld-zin. C ziet het kaartje niet, maar hoort wel de voorbeeld-zin. C benoemt om welk patroon het gaat, en of het een weglating, generalisatie of vervorming is.

nlp opleiding met korting

Oefening: een verhaal maken met het metamodel

Maak een kring. Ieder persoon draagt 2 zinnen bij aan het verhaal. Zo ga je de cirkel langs. Steeds als iemand anders aan de beurt is, maakt hij gebruik van een bepaald metamodel-patroon (ga een lijstje af) om de twee zinnen van het verhaal verder te construeren. Zorg dat iedereen minstens twee keer aan de beurt is geweest per metamodel-patroon (kleine cirkels).

Beluister deze informatieve podcast over het Metamodel

Jasper Geluk heeft een oplossing bedacht op het gegeven dat er voor ons in Nederland nog geen begrijpelijke audiovisuele bron bestaat om het metamodel mee uit te leggen. Het is dus een aanrader om de tijd te nemen om onderstaande video te bekijken.

Succes met het gebruiken van het metamodel! Dit is een belangrijk onderdeel van de NLP Practitioner Opleiding.

Gerelateerde artikelen: ook interessant?

Bedankt voor het lezen. Reageer even hieronder en dan zal ik reageren & deel dit met je vrienden! Sharing is Caring.